Artikelen

Hoe Wouter Bos Nederland uit de vertrouwenscrisis kan leiden

Henriëtte Prast - 16 jan 2009 - Financiële markten - 2037 keer bekeken - 4 reacties

Je kunt een paard wel naar het water leiden, maar je kunt het niet dwingen te drinken. Die uitspraak lijkt bij uitstek actueel in de huidige financieel-economische situatie, waarin beleidsmakers graag de economie een impuls zouden geven. Het paard staat hier voor marktdeelnemers, denk aan beleggers, bedrijven, banken en consumenten. Water drinken, dat is in dit geval weer vertrouwen krijgen in de markt waardoor er weer handel plaatsvindt en er investeringen en beleggingen plaatsvinden.

Maar helaas: een paard dat het water niet vertrouwt, sterker nog, dat serieus rekening houdt met de mogelijkheid dat het giftig is, drinkt niet. En in de economie is het zelfs nog een stukje ernstiger: wie het wel vertrouwt, maar weet, of bang is, dat anderen dat niet doen, blijft afwachten. Het is nu eenmaal niet mogelijk om als enkeling de beurs omhoog te krikken. En al zou dat wel kunnen, en zou je het willen en durven, er is geen bank die je daar nu het krediet voor geeft.

Beleidsmakers hebben traditioneel een aantal instrumenten om de economie te stimuleren in tijden als deze. De meest directe is dat de overheid zelf bestedingen doet. Consumptieve bestedingen, potloden voor ambtenaren bij wijze van spreken, of investeringen, bijvoorbeeld in infrastructurele projecten. Er is inmiddels echter nagenoeg consensus dat de vertraging tussen het nemen van zo’n besluit en de daadwerkelijke uitvoering vaak zo groot is, dat het effect pas optreedt als het te laat is.

Dan zijn er de indirecte methoden. Allereerst belastingverlaging of het verstrekken van subsidies aan jan en alleman. Als mensen daardoor meer te besteden hebben, doen ze dat hopelijk ook; als bedrijven minder belasting hoeven af te dragen idem. Maar hier geldt het paard-en-water verhaal. De overheid kan wel hopen dat de maatregel effect heeft, maar het hangt af van consumenten en bedrijven: die moeten daadwerkelijk gaan drinken.

Datzelfde geldt voor het monetaire beleid, ook al een indirecte vorm van stimuleringspolitiek. Centrale banken kunnen proberen de economie te stimuleren via maatregelen die de beschikbaarheid van krediet moeten vergroten en de prijs ervan - de rente – moeten verlagen. Dat wordt volop geprobeerd, zie de recente maatregel van de Bank of England. Als lenen gemakkelijker en goedkoper wordt, kan dat leiden tot meer bedrijvigheid. Projecten die eerst onrendabel waren omdat de verwachte winst niet opwoog tegen de kosten van lenen zijn bij een lage rente misschien wel aantrekkelijk. Goedkoper consumptief krediet kan ertoe leiden dat de consument meer leent van de bank en uitgaven doet. Kan, want ook hier speelt de paard-analogie. Ten eerste moeten banken meewerken. Ten tweede moeten bedrijven geloven dat er in de toekomst afzet zal zijn van hun producten. Doen ze dat niet, dan kan krediet nog zo goedkoop zijn, bedrijven nemen het niet op en doen geen investeringen. Als consumenten bang zijn ontslagen te worden, zijn ze huiverig om op de pof te kopen.

Kortom, je kunt wel proberen om zo de economie te stimuleren, maar het werkt lang niet altijd. En al helemaal niet in situaties waarin het vertrouwen weg is: dan leidt een renteverlaging eerder tot grotere paniek – is het zo erg met de economie gesteld? – dan tot een herstel van vertrouwen. En op een zeker moment nadert de rente het nulpunt, of komt daar zelfs onder, en is de centrale bank met dit beleidsinstrument uitgepraat.

En dan is er natuurlijk het gebruik van de tamboerijn: moed inspreken bij bedrijven, beleggers en consumenten. Maar dat is onder de huidige omstandigheden niet effectief. Als het slecht gaat staan mensen niet open voor goed nieuws en pep talk. Bovendien is het niet zonder risico. De belegger die indertijd gehoor gaf aan de oproep van minister Van der Hoeven, hoe zou die zich nu voelen?

Gelukkig is er een alternatief. De overheid, in casu het ministerie van Financiën, kan zelf de aandelenmarkt opgaan? Als we “met zijn allen” denken dat de markt ondergewaardeerd is – premier Balkenende zegt dat het allemaal psychologie is -, maar we “geen van allen” kunnen of durven daar in ons eentje iets aan te doen, dan is het toch mooi als iemand dat namens ons allemaal doet?

De voordelen zijn evident. Direct aandelen kopen heeft snel effect, anders dan het doen van overheidsinvesteringen in infrastructuur. Er is geen afhankelijkheid van de bereidheid en het vertrouwen van marktpartijen. Het is geen weggegooid geld, want als de overheid kennelijk van mening is dat de economie slecht draait door een gebrek aan vertrouwen, en dat aandelen te goedkoop zijn, dan zijn de beleggingen een koopje en zullen ze op termijn een mooi rendement voor de staatskas opleveren. Dat geldt zowel direct als indirect. De overheid heeft in de toekomst koerswinst, en als de economie hierdoor wordt aangezwengeld komt er meer belastinggeld binnen, en hoeven er minder werkloosheidsuitkeringen betaald te worden. Kortom, langs twee kanalen kassa voor de staatskas.

Zitten er ook nadelen aan dit beleid? De overheid als belegger in particuliere bedrijven, dat klinkt als een paardenmiddel, en voor sommigen misschien zelfs als een wezenlijke inbreuk op ons systeem. De overheid krijgt invloed, moet of mag stemrecht op de aandeelhoudersvergadering benutten, bedrijven kunnen failliet gaan waardoor de aandelen waardeloos worden, het kan worden gezien als staatssteun, enzovoort. Kortom, een beleid als dit kan rekenen op zowel ideologisch als praktische tegenwerpingen – al kun je je afvragen wat die eerste waard zijn in een tijd dat buitenlandse staatsfondsen in “onze’ aandelen kunnen gaan, en De Nederlandsche Bank de garantie aan spaarders renteloos voorschiet aan het bankwezen. Hoe dat ook zij, gelukkig is er een alternatief waar die principiële bezwaren niet op van toepassing zijn. De overheid kan in plaats van de aandelen zelf, futures op die aandelen kopen (zie kader). Het liefst op een index natuurlijk, zoals de AEX, want dan hoeft er niet actief voor het ene of het andere bedrijf gekozen te worden. Een index future is een contract waarbij je nu afspreekt dat je in de toekomst (datum naar keuze) de index koopt tegen een nu afgesproken prijs. De overheid is met een ‘index future’ contract op zak dus geen aandeelhouder. Niks wezenlijk ander systeem, niks staatsinmenging in het reilen en zeilen van bedrijven. Het idee om als overheid macro beleid te voeren via de stock market index is in de jaren tachtig geopperd door Stanley Fischer en Robert C. Merton (1984).  Het is een logische volgende stap om in plaats daarvan index futures als instrument te gebruiken, maar dat is pas later ontstaan, want die futures werden pas rond die tijd geintroduceerd. Dit type beleid is dus al aangedragen ver voordat de crisis de kop op stak, en kwam onlangs weer als mooi beleidsalternatief ter sprake tijdens een debat tussen Nobelprijswinnaars Samuelson, Solow en Merton, maar wordt niet benut.

Moraal van het verhaal: als de overheid denkt dat de beurs ondergewaardeerd is, en als de overheid van mening is dat het goed zou zijn als we sneller uit het dal komen, dan doet zij er verstandig aan het beleidsrepertoire uit te breiden. Kortom, kabinet: “put your money where your mouth is.”


Appendix: Futures en termijncontracten in een notedop
Een future is een gestandaardiseerde variant van een “forward contract”, in het Nederlands termijncontract. Als twee partijen een forward contract sluiten, spreken ze onderling af dat de een de ander op een nu vastgelegde toekomstige datum een nu vastgelegde hoeveelheid tegen een nu vastgestelde prijs zal leveren, waarbij de betaling pas plaatsvindt bij levering. Wie nu een hotel boekt via Internet voor augustus tegen een tarief dat nu is vastgesteld maar dat pas van de creditcard wordt ingehouden in augustus, die sluit in feite een termijncontract met het hotel. Beide partijen weten waar ze aan toe zijn, maar er is nog geen betaling gedaan, en er is nog niet in de hotelkamer geslapen.

Bedrijven onderling kunnen ook termijncontracten sluiten. Een bakker die weet dat hij volgend jaar meel nodig heeft, en zekerheid wil over de prijs, kan nu alvast een termijncontract sluiten met een boer die de meel tegen die tijd levert. Dat kan ook voor de boer voordelig zijn: die weet dat hij op die en die dag zo en zoveel geld zal ontvangen. Wie weet krijgt hij met het termijncontract in de hand ook nog wel een bedrijfskrediet van de bank.

Termijncontracten zijn derivaten. Ze kunnen worden gebruikt als verzekering zoals hierboven uitgelegd, maar ook voor speculatieve doeleinden. Iemand die helemaal geen bakker is en geen meel nodig heeft, maar denkt dat er een meeltekort zal komen en dat niemand daar nu erg in heeft, die kan op termijn meel kopen tegen een nu vastgestelde prijs. Tegen de tijd dat hij het meel geleverd krijgt, is de prijs gestegen en kan hij het met winst doorverkopen. Daarbij hoeft hij het meel helemaal niet zelf in handen te krijgen: zijn termijncontract is nu goud waard.

Een future is zoals gezegd een gestandaardiseerd termijncontract, een contract dat op de beurs wordt verhandeld. De boer en de bakker hoeven elkaar niet te kennen: ze kunnen allebei op de beurs terecht. De future hoeft niet een contract in goederen te zijn. Er kunnen en worden futures verhandeld in valuta, in individuele aandelen, maar ook in een mandje aandelen. De index is een mandje aandelen, en een indexfuture is dus een gestandaardiseerd termijncontract waarbij een mandje aandelen in casu de index, in de toekomst van eigenaar verwisselt. Het is vaak niet eens zo dat de koper van de future zelf ooit de aandelen in handen krijgt: hij kan de future, die is immers gestandaardiseerd, doorverkopen zonder de aandelen zelf in bezit gehad te hebben (zie verder Bodie et al., 2009).

Referenties:

Bodie, Z.,  R. C. Merton en D.L. Cleeton, 2009, Financial Economics, 2nd edition, Pearson Prentice Hall.

Fischer, S. en  R.C. Merton, 1984, "Macroeconomics and Finance: The Role of the Stock Market." In Essays on Macroeconomic Implications of Financial and Labor Markets and Political Processes. Vol. 21, edited by K. Brunner and A. H. Meltzer. Amsterdam: North-Holland Publishing Company.


Deze bijdrage is op 16 januari 2009 in verkorte vorm verschenen in NRC Handelsblad.

Citeer dit artikel als:
Henriëtte Prast, 2009, "Hoe Wouter Bos Nederland uit de vertrouwenscrisis kan leiden", Me Judice, jaargang 2, 16 januari 2009.

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Reacties
  • 29 januari 2009 13:25 - G H

    Een boeiend artikel, dat voor mij een nieuw licht werpt op de discussie over de invloed van overheidsbeleid op de reële economie. Dit is een zeer relevant punt, alles ziet er immers naar uit dat overheidsingrijpen (budgettair beleid) wel eens het laatste redmiddel kan zijn om een ongekende neergang af te remmen. Het voorstel van prof. Prast komt neer op het steunen van de aandelenmarkt, via aankopen van aandelenfutures. Hierdoor zou de economie worden "aangezwengeld" met als voordeel dat hogere koersen "direct effect" hebben. Het hele voorstel met de toelichting klinkt  helaas nogal als een van de bekende gratis-lunchideeën zoals die regelmatig door niet-economen worden geopperd. Want via welk mechanisme zouden hogere koersen - waar ik so wie so niet op reken - de reële economie moeten steunen? Het mechanisme dat daarvoor gewoonlijk zorgt zijn de vermogenseffecten op de particuliere consumptie en eventueel op de investeringen. Dat wil zeggen dat de bestedingseffecten van het overheidsbeleid, waar we het toch van moeten hebben, uit de particuliere sector moeten komen. Zou dat werken in deze situatie? Consumenten reageren veel minder op koersstijgingen dan dalingen; ze hebben bovendien andere zorgen, zoals de oplopende werkloosheid. En bedrijven kijken voor hun investeringen op dit moment meer naar de verwachte afzet (nihil) en de problematische kredietverlening.

    Kortom, dit is een zeer ongeloofwaardig en slecht onderbouwd voorstel.

  • 29 januari 2009 10:28 - Bert Scholtens

    No Future?


    Reactie op Prast “Hoe Wouter Bos Nederland uit de vertrouwenscrisis kan leiden”.

     

    Van alle bizarre plannen om de kredietcrisis op te lossen gooit het idee van Henriëtte Prast hoge ogen om de hoofdprijs in de wacht te slepen. Prast, gevoelseconoom, hoogleraar persoonlijk financiële planning, en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wil dat de regering futures (ofwel een termijncontract) op een aandelenindex zoals de AEX gaat kopen. Prast stelt de aandelen nu sterk ondergewaardeerd zijn. Dat is slecht voor het vertrouwen en daar moet iets aan gedaan worden. Dankzij futures lossen we volgens haar alle problemen op. Een future is een contract waarbij je nu afspreekt dat je in de toekomst producten koopt tegen een prijs die je nu alvast afspreekt. Door futures te kopen zou de overheid de prijs van aandelen opkrikken en daarmee komen we volgens Prast weer uit de crisis. De futures zijn volgens haar een koopje en behaalt de regering op termijn een enorme koerswinst. Zo trekt de economie weer aan en krijgt Bos meer belastinginkomsten. Door futures op de aandelenindex te kopen wordt de overheid geen aandeelhouder en krijgt ze ook geen zeggenschap. Hebben we dus ook geen last van staatsinmenging, aldus Prast.

     

    Waarom is dit een bizar idee? Er zijn drie belangrijke redenen. Ten eerste is het maar de vraag of de aandelen ondergewaardeerd zijn. Een van de belangrijkste determinanten van de aandelenprijs is de verwachte huidige waarde van de toekomstige kasstromen van het bedrijf. En met die kasstromen gaat het in een recessie niet zo goed natuurlijk. Of de prijs van aandelen nu echt te laag is, is niet zo eenvoudig vast te stellen. Prast levert in ieder geval geen enkel steekhoudend bewijs voor haar stelling dat de aandelen te laag geprijsd zijn. Mensen die in aandelen beleggen weten dat koersen kunnen stijgen en dalen. Daarnaast kun je je afvragen of het zo erg is dat aandelenkoersen dalen. Waarom moet de overheid de beleggers eigenlijk te hulp schieten op kosten van de samenleving als geheel? Is daar een maatschappelijke noodzaak voor? Moeten deze mensen zonder de koerssteun van Bos hun toevlucht zoeken tot het verkopen van de straatkrant en de nacht doorbrengen onder de brug of bij het Leger des Heils?


    De tweede reden is de relatie tussen futuresprijzen en aandelenkoersen. Hier spant Prast het paard achter de wagen. Want er is geen mechanisch verband tussen futuresprijzen en aandelenprijzen. Soms bepalen in sommige markten de futuresprijzen de prijzen van de onderliggende waarden, maar juist op de aandelenmarkt komt dit erg weinig voor. Het automatische verband dat Prast suggereert (hogere aandelenkoersen door het vertrouwensignaal dat uitgaat van het kopen van futures) is niet onderbouwd. Het succes van de koersmanipulatie is daarom geenszins verzekerd.


    De derde reden is dat het financieel onverantwoord is om je in de schulden te steken om futures te kopen. Winst is volgens Prast gegarandeerd en met die winst kan de economie aangezwengeld worden. Dit is een onbegrijpelijk advies. Speculeren met geleend geld loopt slecht af als de behaalde rendementen de kosten niet te boven gaan. Als de koersen van de aandelen niet voldoende stijgen maakt de staat een fors verlies. Bovendien moet er in het termijncontract een leveringsdatum worden afgesproken. Bos moet dan inschatten wanneer de koersen gaan stijgen. Zelfs voor onze minister van financiën is dit geen eenvoudige taak. Het komt er dus op neer dat WRR-lid Prast de overheid aanraadt te speculeren met geleend geld. Met zulke vrienden heeft dit kabinet geen vijanden nodig.

     

    Bert Scholtens en Laura Spierdijk


    Werkzaam bij de Vakgroep Financiering respectievelijk Vakgroep Econometrie van de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen

  • 18 januari 2009 15:04 - Watze Berger

     Dit is een fundamentele denkfout! Je hoort het weinig maar de politici en centrale bankiers zijn zelf verantwoordelijk voor de ontstane kredietcrisis. Gratis geld maakt in ons allemaal een klein proleetje los om mooie dingen mee te doen. In eerste instantie ter meerdere eer en glorie van onszelf en in tweede instantie misschien ten gunste van een ander. Politici gaan graag de geschiedenis in als weldoeners. Wat is mooier dan strooien met geleend geld tegen lage rentes. In de regel leidt dit tot onverantwoorde bestedingen. De bankiers wordt verweten dat zij door het bestaande bonus systeem onverantwoorde risico's hebben genomen. Bonussen zijn slechts bijzaak. De ware reden is dat het zeer renderend was om met goedkoop geld idiote dingen te doen. Op zoek met eigen geld dan wel geleend geld naar hoger rendement. Wij weten inmiddels waar dit toe leidt. Stijgende grondstofprijzen, onroerend goed prijzen, geld onderbrengen tegen hoge spaarrentes bij niet bonafide banken en bedrijven. Icesave, Palminvest, easylife etc....Sterker nog het goedkope geld werd helemaal niet gebruikt om de economie mee te stimuleren maar om waanzinnige producten zoals subprime hypotheken mee te kopen. Bij een normale rente was dit nooit gebeurd.  En wat is het gevolg....... Een keiharde neerwaartse spiraal zodra de eerste beleggers besluiten winst te nemen. Dit alles heeft bovendien ook helemaal niets met de reële economie van doen. Een overheid die futures koopt om het vertrouwen op de financiële markten te herstellen begrijpt niet dat het vertrouwen in de onderlinge economie is gebaseerd op een sterke munt! Een sterke munt creëer je met spaarders. Sparen doe je alleen als de rente hoog genoeg is om je geld bij een bonafide instelling of bedrijf weg te zetten die een behoorlijk rendement garanderen. Met sparen worden wij rijker en hoe rijker we met zijn allen worden hoe meer wij uiteindelijk zullen gaan uitgeven. Het paard gaat drinken omdat hij het inderdaad vertrouwt. Het appeltje voor de dorst wordt alleen te gelde gemaakt indien wij nog wat overhouden voor moeilijke tijden. Alleen hierdoor was de gulden destijds een keiharde munt. De euro lijkt misschien hard maar is niet veel beter dan de dollar. Vergeet niet dat onze totale schuldenpositie per hoofd van de bevolking in Nederland hoger is dan in de VS. Ook de ECB maakt de zelfde fundamenteel denkfouten als de FED. Degene die nu beweren dat de Euro een zegen is kunnen dit alleen maar hard maken daar slechts 3 landen besloten hebben niet deel te nemen. Indien er geen euro was had het er anders uitgezien. De noordelijke Europese landen hadden hun voorsprong ten aanzien van de zuidelijke landen waarschijnlijk verder uitgebreid. De centrale banken voeren een korte termijn politiek die ons verder van huis brengt op lange termijn. Een economie gebaseerd op schulden is gedoemd ten onder te gaan en is zeker niet te redden door geld goedkoop te maken en nog meer schulden aan te gaan. Wij zijn met zijn allen een verwend volkje geworden. Wanneer het even tegen zit schreeuwen wij moord en brand. Het zal ons niet helpen. Door deze monetaire politiek worden degene die risico’s nemen schatrijk of straatarm. Per saldo gaat de gewone man er alleen maar op achteruit. Zolang spaargeld niets oplevert is het onmogelijk om vermogen op te bouwen en zit het merendeel na 30 jaar met een hoge hypotheekschuld die niet aftrekbaar is. Kortom wij kunnen veel beter door de zure appel heen bijten en de rente terug brengen naar een niveau van tenminste 4%. Met sparen zal uiteindelijke onze schuldenlast afnemen en de economie dankzij een harde munt opbloeien.   Watze Berger

  • 16 januari 2009 20:43 - Koen Krikke

    Uit het artikel spreekt de wanhoop: de normale interventies hebben allemaal nadelen. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Dit voorstel is daar een van. Met een aankoop door de overheid van futures op de AEX win je niet veel vertrouwen. Passende maatregel zou zijn om niet alleen te onderkennen dat we even een pas op de plaats maken, maar dat we ook nadenken over het nuttig besteden van de ruimte die dat geeft. Primair komt er tijd vrij. Het stimuleren van 'oplossingen' als verlof opnemen uit eventuele verlofstuwmeren, tijd aan opleiding besteden, of stimulansen (niet in geld maar in woord) om ouderschaps-verlof, mantelzorg e.d. aan te moedigen. Dat ontlast de dure werktijdverkorting-route. En het komt tegemoed aan het basisprobleem: de noodzaak om minder te produceren door de uitvallende vraag. Als we deze route met overtuiging en collectief inzetten, komt er vertrouwen en frisse moed. Want dergelijke acties kan iedereen begrijpen. Koop niet iets wat slechts een marginaal percentage van de Nederlanders snapt. Want dat is toch ook een les voor de persoonlijke financien? Koop geen producten die je niet begrijpt!

Reageren
Auteurs
Aanmelden voor de nieuwsbrief