Artikelen
De beste voorspeller van het crisisverloop is de geschiedenis
Harry Garretsen - 12 feb 2009 - Economische geschiedenis - 1626 keer bekeken - 1 reactieHet maken van goede voorspellingen in tijden van zwaar weer is bijna onmogelijk. Ook de nieuwe (punt)voorspellingen van het CPB en IMF zullen waarschijnlijk de oude overtreffen in droefheid. Het is veel nuttiger om de historische analyses achter de cijfers en voorspellingen te lezen dan de puntvoorspellingen van de modellenbouwers, aldus de Groningse econoom Harry Garretsen.
Halverwege februari publiceert het Centraal Planbureau haar nieuwe ramingen voor de Nederlandse economie. Nog maar krap twee maanden geleden, op 8 december 2008, voorspelde het CPB een krimp van 0,75% voor 2009 en een magere groei van 1% voor 2010. De CPB-voorspellingen zijn echter door de aanhoudende stortvloed aan tegenvallende economische berichten alweer achterhaald. De rekenmeesters van het CPB of, in internationaal verband, het IMF en de Europese Commissie lopen amechtig achter de feiten aan. Het IMF kwam eind januari in Washington met groeiramingen naar buiten die van een totaal andere orde waren dan haar eigen voorspellingen van november 2008. Het IMF denkt nu dat de groei van de wereldeconomie in 2009 zo goed als volledig tot stilstand komt terwijl eind 2008 nog een groei van ruim 2% werd voorzien. Wat de precieze cijfers ook mogen zijn waarmee het CPB nu naar buiten komt, het zal geen goed nieuws zijn. Een krimp van 2% voor 2009 en ook een negatieve groei voor 2010 lijkt het beste te zijn waarop we thans kunnen rekenen. Maar met een beetje pech zal de inkt van ook deze raming nog nauwelijks droog zijn of het CPB zal in somberte al weer voorbij zijn gestreefd door andere voorspellers.
Voorspellen is onbegonnen werk
De enorme uitslagen in de economische voorspellingen en het kat en muisspel met de zich alsmaar verdiepende crisis valt echter de voorspellers niet aan te rekenen. Integendeel, de modellenbouwers in Den Haag of Washington weten maar al te goed dat voorspellen in tijden van een financiële crisis bijkans onbegonnen werk is. De onzekerheidsmarges die in normale tijden de ramingen al omgeven, zijn thans zo groot dat bijna elke redelijk klinkende voorspelling in de foutenmarge valt. De belangrijkste reden hiervoor is dat de modellen waar de ramingen op zijn gebaseerd, bijkans per definitie zijn gestoeld op data uit normale(re) tijden. Het CPB weet dit natuurlijk ook en laat dan ook niet na te benadrukken hoe groot de onzekerheidsmarges zijn. Zo bevatte de uitstekende analyse in het CPB-document dat behoort bij de schattingen van 8 december j.l. al de aanzet tot de nieuwe schattingen die ons volgende week zullen bereiken. Er viel bijvoorbeeld te lezen dat als de wereldhandel en de bancaire kredietverlening nog verder zouden inzakken, de economische groei zeker 1% lager zou uitkomen. De eerste weken van 2009 hebben in dit verband alleen maar meer slecht nieuws opgeleverd en dan resulteert al snel een krimp van minstens 2% voor dit jaar en een aanhoudende recessie voor volgend jaar.
Let op de achterliggende analyses
In het publieke debat blijven vaak alleen de groeicijfers van de voorspellingen van instanties als het CPB of het IMF hangen als betrof het de lotto met het rijtje van winnende getallen. Dat is jammer, omdat zowel het CPB in de genoemde december-notitie als het IMF in bijvoorbeeld haar World Economic Outlook (WEO) van oktober 2008 in hun uitgebreide analyses haarfijn aangeven waar we met z’n allen zo ongeveer op aankoersen. De meer en minder recente geschiedenis van financiële crises staat (helaas) bol van bancaire crises en ander crisisleed in allerlei soorten en maten. Zo turfden IMF-onderzoekers in alleen de periode 1970-2007 al 124 bankencrises. Meer specifiek laat de WEO van oktober 2008 voor 17 episoden met bancaire “stress” zien dat gemiddeld genomen de economieën in kwestie zomaar 2-3 jaar in recessie verkeren en dat in de crisisjaren het totale verlies aan nationaal inkomen (ten opzichte van normale tijden) kan oplopen tot 20%. Op haar beurt benadrukt het CPB dat de recente historie van grote bankencrises een beeld oplevert van economieën die drie achtereenvolgende jaren krimpen. Het typische patroon van een bankencrisis die zich eerst tot de bankensector beperkt, dan overslaat naar de reële sector van de economie, en vervolgens de economie in kwestie in een flinke recessie doet belanden, klinkt ook ons ondertussen vertrouwd in de oren.
Geschiedenis is beste voorspeller
De geschiedenis over de economische gevolgen van financiële crises biedt waarschijnlijk meer houvast dan het laatste rondje voorspellingen uit Den Haag of Washington. Helaas stemmen de lessen van de geschiedenis niet erg vrolijk. Verstandig beleid (saneren financiële sector, gericht stimuleren van de economie) helpt en zal de recessie minder diep en langdurig maken. Maar diezelfde geschiedenis leert ook dat een flinke recessie de bijna onvermijdelijke prijs is die moet worden betaald voor grootschalige financiële hoogmoed. Het lijkt erop dat de diverse economische voorspellingen stilaan convergeren naar een beeld dat akelig precies aansluit bij het historische beeld: (minimaal) 2 jaar krimp, oplopende werkloosheid en een forse stijging van de overheidsschuld. Los van welke nieuwe voorspelling dan ook zou dit voor landen als Nederland betekenen dat het slechte economische weer zeker tot 2011 zal aanhouden.
Citeer dit artikel als:
Harry Garretsen, 2009, "De beste voorspeller van het crisisverloop is de geschiedenis", Me Judice, jaargang 2, 12 februari 2009.
Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice
- 23 februari 2009 11:26 -
Piet Keizer
Harry Garretsen bespreekt de wijze waarop het CPB en andere voorspellers omgaan met de huidige crisis. hij komt tot de conclusie dat we beter naar de geschiedenis kunnen kijken om ons een idee te vormen van het te verwachten verloop. Hij constateert dat het IMF over de periode 1970-2007 124 bankcrises heeft geturfd, die een recessie van 2-3 jaar tot gevolg hadden. Het verlies aan nationaal inkomen liep hierbij op tot wel 20%. Ik wil hier graag de volgende kanttekeningen bij plaatsen.
Als we op deze wijze lessen proberen te trekken van de geschiedenis, gaan we wel uit van de veronderstelling dat gedurende de onderzochte periode geen lessen zijn getrokken. Vervolgens constateren we een kwantitatieve relatie tussen bankcrisis en recessie, en hopen dan ons voordeel er mee te kunnen doen. We veranderen ons gedrag en daarmee komt de gevonden relatie tot een eind! Vervolgens moeten we weer een tijd wachten alvorens weer een les te kunnen trekken uit de geschiedenis. In de realiteit gaat het natuurlijk niet zo. We reflecteren voortdurend en allerlei groepen hebben zo hun eigen interpretatie van de situatie, op basis waarvan ze hun strategie bepalen.
Een ander probleem lijkt me het volgende: zijn al die 124 bankcrises uit de periode 1970-2007 even groot en van eenzelfde karakter? En is de huidige crisis gewoon nummer 125? ik denk dat het zo niet zit.
We kunnen deze 'historische' benadering vergelijken met die van Jan Luiten van Zanden in zijn onlangs gepubliceerde mejudice-bijdrage. Daarin spreekt hij van trends en trendbreuken. Hij interpreteert de huidige crisis als een nieuwe trendbreuk - een nieuwe fase in de ontwikkeling van de wereldeconomie. Helaas vermeldt hij er niet bij hoe hij het verloop van de wereldgeschiedenis interpreteert, en wat het karakter is van de huidige crisis (misschien komt dat nog in een reactie op mijn reactie op zijn bijdrage). In een dergelijke benadering wordt in het algemeen aangenomen dat er een historische ontwikkeling is, die zich hoe dan ook doorzet. We kunnen - door kennis te nemen van deze ontwikkeling - het ons gemakkelijk maken door ons zo snel mogelijk aan te passen. Een dergelijke teleologische benadering heeft echter weer andere problemen - het voert te ver om daar in deze reactie op in te gaan.



ShareThis




