Artikelen
Werkloze weinig gebaat bij mobiliteitscentra UWV
Ronald Dekker - 07 jul 2009 - Arbeidsmarkt - 1888 keer bekeken - 3 reactiesHet UWV zou in deze crisistijd succesvol zijn in het aan het werk helpen van werklozen. Een eenvoudige vergelijking van het aantal mensen dat de WW inkomt en weer uitgaat in voorgaande jaren laat zien dat deze claim nergens op is gebaseerd, stelt econoom Ronald Dekker.
Goed nieuws is altijd welkom in slechte tijden
De mobiliteitscentra van het UWV ‘lijken te werken’, zo meldden NOS Teletekst, nu.nl, De Pers en Spits vorige week. Op 30 juni had dagblad de Telegraaf dit positieve nieuws ook al gebracht. Uit cijfers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou blijken dat 43.000 mensen via de mobiliteitscentra een andere baan gevonden hebben in de eerste vijf maanden van dit jaar. Daaronder waren vijfduizend werknemers die nog voordat ze daadwerkelijk werkloos werden aan een baan werden geholpen. Dat is verheugend nieuws in deze barre crisistijden. De baanzekerheid staat onder druk, doordat veel mensen worden ontslagen, maar daar lijkt tegenover te staan dat er werkzekerheid geboden kan worden door middel van het snel verkrijgen van een nieuwe baan.
Mobiliteitscentra werken helemaal niet zo goed
Maar klopt dit verhaal wel? Is het UWV werkbedrijf werkelijk zo succesvol met haar mobiliteitscentra? Deze zijn immers pas vanaf maart 2009 volledig operationeel, dus het ligt niet voor de hand dat er al grootse prestaties zijn te melden. Daarover wist het Financieele Dagblad van 29 juni al het volgende te melden: "Effect mobiliteitscentra op voorkomen werkloosheid ongewis wegens gebrek aan cijfers."
Om dit verder te onderzoeken, kijken we naar publiekelijk beschikbare in- en uitstroom cijfers uit de WW over de afgelopen tien jaar (zie CBS-Statline). Daaruit valt op te maken dat de instroom in de WW in de eerste vier maanden van 2009 hoog is (135.480), maar niet hoger dan in de jaren 2003 (136.070), 2004 (143.670) en 2005 (145.540). Als we dezelfde vergelijking doen voor de uitstroom naar werk, is deze in de eerste vier maanden van 2009 behoorlijk laag (47.510), maar ook beduidend lager dan de uitstroomcijfers voor 2003 tot 2005 (respectievelijk 59.820, 72.310 en 75.030). Kortom, de diepte van de huidige crisis vertaalt zich (nog) niet in substantieel hogere instroomcijfers, maar wel in beduidend lagere uitstroomcijfers. Aan het werk komen, dat is tot nu toe het grootste het probleem, niet werk kwijtraken.
Dat wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar de verhouding tussen de instroom in de WW en uitstroom uit de WW. Deze ratio schommelde in de jaren 2003-2005 tussen de 44 en 52 procent en voor 2009 is dit percentage een magere 35 procent. Het UWV slaagt er in voor elke drie werklozen die binnenkomen er één weer te laten uitstromen naar werk. In eerdere jaren was die verhouding veel beter, rond de twee staat tot één. Dat is in het licht van de huidige crisis allemaal niet zo verrassend, het werk ligt immers niet voor het oprapen, maar op basis van deze getallen komt het wat potsierlijk over om te stellen dat de mobiliteitscentra ‘werken’. Bij een instroom in de WW die niet hoger is dan in de voorgaande jaren slaagt het UWV Werkbedrijf met haar mobiliteitscentra er nu niet in om minimaal zo ‘succesvol’ te zijn als vijf, zes jaar geleden.
Veel vacatures en werkzoekenden blijven buiten kaartenbakken UWV
Te vrezen valt dat de mensen die nu een baan vinden dat voornamelijk zelf hebben gedaan, ook diegenen die een andere baan vonden zonder daadwerkelijk in de WW in te stromen. Dat is niet erg. Werknemers regelen hun eigen werkzekerheid door goed geschoold te blijven en wendbaar en weerbaar te zijn. Een systeem van arbeidsvoorziening zoals de mobiliteitscentra moeten werkzoekenden daarbij zo goed mogelijk ondersteunen. In het bijzonder moet het UWV Werkbedrijf proberen het informatieprobleem van werkzoekenden te reduceren door betrouwbare informatie te verstrekken over de beschikbare vacatures. Ook in tijden van crisis hebben bedrijven vaak nieuwe mensen nodig. Deze bedrijven hebben een vergelijkbaar informatieprobleem: welke (vak)mensen zijn er beschikbaar voor deze vacature? Ook hierbij zou het UWV Werkbedrijf een grote rol kunnen spelen.
De praktijk is echter dat veel bedrijven hun vacatures niet bij het UWV Werkbedrijf melden omdat ze geen hoge verwachtingen hebben van de werkzoekenden die daar in de kaartenbakken staan. Aan de andere kant zijn hoogopgeleide werkzoekenden ook niet erg onder de indruk van de dienstverlening van de arbeidsvoorziening. Deze twee processen zorgen er voor dat de informatieproblemen op de arbeidsmarkt niet voldoende worden teruggebracht en dat daarmee de arbeidsmarkt dus minder goed functioneert.
Conclusie
Wanneer de nieuwe Mobiliteitscentra erin slagen om de scepsis bij werkgevers en werkzoekenden weg te nemen en hun rol als informatiemakelaar beter te vervullen, dan is de kans aanwezig dat de mobiliteitscentra echt gaan ‘werken’. Dat is niet alleen belangrijk nu het slecht gaat, maar vooral ook wanneer de krapte op de arbeidsmarkt op termijn weer toeslaat.
Te citeren als:
Ronald Dekker, 2009, “Werkloze weinig gebaat bij mobiliteitscentra UWV”, Me Judice, jaargang 2, 7 juli 2009
Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice
2 september 2009 9:21 -
Administrator van MeJudice
Fata Morgana:
Er zijn (door UWV, noch door SZW) helemaal geen “juichende persberichten uitgestuurd over het functioneren van de Nederlandse arbeidsmarkt en de rol van UWV daarin”. Er waren zelfs überhaupt geen persberichten. Er is slechts - op 30 juni jl. – door de Minister van SZW een informatiepakket aan de 2de Kamer gestuurd waarin sober wordt gerapporteerd dat in de eerste 5 maanden van 2009 op de ‘werkpleinen’ (= lokale vestigingen van UWV) 5000 mensen naar ander werk zijn begeleid voordat ze werkloos werden en 38.000 mensen gedurende de eerste drie maanden van hun werkloosheid. Die cijfers worden niet gewaardeerd op veel of weinig. Wel wordt geconstateerd dat het aantal mensen dat begeleid is naar ander werk vóór ze werkloos werden, vooralsnog onder de oorspronkelijk gestelde target ligt. Over de resultaten van specifiek de mobiliteitscentra wordt nog helemaal niets gemeld. Aan UWV wordt verzocht om in haar verslag over de periode mei - augustus daarover meer concrete gegevens te verstrekken.
Kortom, Ronald Dekker bindt de strijd aan met lichtzinnige parafrases in krantenartikelen, niet met daadwerkelijke prestatieclaims van UWV.
Losse Flodder:
Ronald Dekker stelt dat “UWV Werkbedrijf er nu niet in slaagt om minimaal zo succesvol te zijn als vijf, zes jaar geleden”. Hij construeert een indicator die aangeeft dat “UWV er nu in slaagt één op de drie mensen die de WW binnenkomen weer te laten uitstromen naar werk. In eerdere jaren was die verhouding veel beter, rond de twee staat tot één”.
Het zij nogmaals gezegd: zijn indicator deugt niet. Je kan, over een korte periode van 4 maanden genomen, het volume van de uitstroom uit de WW niet simpelweg rechtstreeks in verband brengen met de instroom gedurende dezelfde periode. In de eerste 4 maanden van 2009 stroomden 47.510 mensen uit naar werk, in diezelfde periode van 2005 waren dat er 75.030. Dat inderdaad grote verschil is helemaal niet vreemd. Weliswaar was de instroom over die 4 maanden niet veel kleiner (145.540 in 2005 en 135.480 in 2009), maar eind december 2004 hadden 323.400 mensen een WW uitkering, eind december 2008 waren dat er slechts 170.830. Ook die mensen in het WW bestand waren allemaal gegadigden om in de eerste 4 daaropvolgende maanden uit te stromen, resp. uit te stromen naar werk. Natuurlijk was de uitstroom naar werk in 2005 dan veel groter dan in 2009. Dat heeft als zodanig nog niets te maken met betere UWV prestaties toen dan nu.
Als we het verhoudingsgewijs bekijken, dan resulteert ook niet een resultaatverval van 1 staat tot 2 naar 1 staat tot 3, maar een véél kleiner verval, dat allerlei oorzaken kan hebben.
De volgende tabel geeft cijfers. Daarin zijn dus de instroom in januari t/m april en het bestand eind december van het voorafgaande jaar bij elkaar opgeteld (kolom 3).
We kunnen de percentages uit kolom 5 omzetten in het soort verhoudingscijfer dat Ronald Dekker hanteert. We zien dan een verval in de kans op uitstroom naar werk niet van 1 op 2 naar 1 op 3, maar slechts van gemiddeld 1 op 6 in 2003-2005 naar 1 op 6,4 in 2009.
Dat verval kan allerlei oorzaken hebben. Bijvoorbeeld zou de opnamecapaciteit van de markt nu beroerder kunnen zijn dan in zes jaren geleden. Een heel duidelijke handicap op dit moment is in ieder geval al gelegen in de leeftijdsamenstelling van de WW. Het aandeel 45-plussers eind december 2003-2005 was gemiddeld 48%, hetgeen eind december 2008 was gestegen tot 61%. Ouderen, zoals we allemaal weten, stromen niet gemakkelijk uit naar werk.
Tot slot:
Ronald Dekker moet niet verbaasd spelen dat zijn artikel reactie oproept. Daar is de internet-site ‘Me Judice’ toch voor in het leven geroepen? Het is overigens niet een officiële UWV reactie. Dat zou een onmogelijke opgave zijn voor UWV, om steeds weer op elk kritisch krantenartikel als organisatie, d.w.z. met alle interne afstemming die dat vergt, te reageren. Dit is een reactie van een medewerker van UWV. Hij is zich samen met zijn collega’s zeer bewust van de beperkte markteffecten die een openbaar orgaan voor arbeidsbemiddeling en reïntegratie kan bewerkstelligen. Des te meer neemt hij er daarom aanstoot aan, wanneer de resultaten ten onrechte te negatief worden voorgesteld.
Hij snapt ook helemaal niet dat zijn reactie geen deel zou zijn van een zinvol debat over het functioneren van de Nederlandse arbeidsmarkt en de rol van het UWV daarin. Zo’n debat vooronderstelt een adequaat beeld van de resultaten van UWV/CWI/Arbeidsvoorzieningsorganisatie door de tijd heen. Vervolgens kunnen we natuurlijk nog verder discussiëren over wat er anders en ook eventueel beter zou kunnen.
Kortom, als we deze zaak hebben opgehelderd, ben ik er zeker voor in de discussie over publieke dienstverlening op de arbeidsmarkt verder voort te zetten. Die discussie gaat in de komende jaren sowieso weer oplaaien.
Ronald van Bekkum
31 augustus 2009 11:23 -
Ronald Dekker
De reactie van het UWV, bij monde van Ronald van Bekkum, komt op mij wat defensief over. Ik ben niet op jacht. Ik heb slechts geprobeerd om te laten zien dat de hosanna verhalen die over de mobiliteitscentra in de pers verschenen, niet gebaseerd zijn op een gunstige verhouding tussen instroom in de WW en uitstroom naar werk. Verder moge duidelijk zijn dat de stromen op de arbeidsmarkt en het functioneren van die arbeidsmarkt maar in beperkte mate afhankelijk zijn van het UWV en haar mobiliteitscentra. Het merendeel van de werk-naar-werk transities komt zonder tussenkomst van het UWV tot stand. Dat gegeven relativeert het belang van het UWV, in goede en slechte tijden. De door Van Bekkum voorgestelde indicator is een verdedigbare keuze, maar heeft ook een aantal nadelen. Door een grotere noemer (gemiddeld bestand+gemiddelde instroom) te nemen wordt het verloop van de indicator over de tijd 'gedempt'. Dat wil zeggen dat de economische omstandigheden niet of nauwelijks in de indicator tot uiting komen. Inconsistent is verder dat voor de teller niet de gemiddelde uitstroom, maar de 'som van de uitstroom' is genomen. Dat zorgt voor 4 keer hoger percentage. Mijn keuze voor een eenvoudige ratio van uitstroom en instroom is een bewuste keuze geweest. Immers, ik probeerde het functioneren van de arbeidsmarkt te relateren aan de economische omstandigheden, in het bijzonder de crisis. In de onderstaande grafiek is te zien hoe de beide indicatoren zich tot elkaar verhouden over een langere tijdsperiode (1998-2009)
De donkerblauwe lijn representeert de simpele uitstroom/instroom indicator en heeft een vergelijkbaar verloop als de groei van het BBP (lichtblauwe lijn). De roze lijn heeft een ‘gedempter’ verloop en heeft daarmee nauwelijks verband met de BBP-groei. Verder is te zien dat beide indicatoren een negatieve trend vertonen. In de huidige tijd gaat het ‘slechter’ dan eind jaren ’90.
Dat betekent niet per definitie dat het UWV nu slechter presteert dan in de jaren ’90, maar het werpt wel de vraag op wat er dan wel aan de hand is. Hoe dan ook, het hier gepresenteerde empirisch materiaal geeft (opnieuw) geen aanleiding om juichende persberichten uit te sturen over het functioneren van de Nederlandse arbeidsmarkt en de rol van het UWV daarin.
Het is in het belang van werkenden, werkzoekenden, beleidsmakers en het UWV zelf dat we beter zicht krijgen op de effectiviteit van het UWV in hun rol als arbeidsmarkt(informatie)makelaar. Dan hoeft het UWV zich niet direct aangevallen te voelen wanneer er een kritisch stukje in de krant verschijnt, hoeft ze zich niet meer druk te maken over haar PR en kan het zich op haar belangrijke taak concentreren.
Ronald Dekker, ReflecT (UvT) en Econ. van Innovatie (TUD)
25 augustus 2009 11:17 -
Administrator van MeJudice
Het zal in de komende jaren voor UWV niet gemakkelijk worden om blijvend aannemelijk te maken dat zij als publieke bemiddelings- en reïntegratieinstelling haar geld waard is. De conjunctuurcyclus van haar reputatie neigt neerwaarts te gaan, wanneer die van de arbeidsmarkt al weer enige tijd in opgaande lijn beweegt. Net als eerder het geval was bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en het CWI. Wanneer aan het begin van de recessie een groeiende stroom mensen de NWW registratie binnenkomt en een uitkering aanvraagt, gelooft iedereen onmiddellijk dat ze echt werkloos zijn en moeilijk werk kunnen vinden. Echter, wanneer veel mensen al langere tijd een uitkering ontvangen terwijl het aantal vacatures toeneemt, wordt weldra betwijfeld of het allemaal echt onvrijwillige werkloosheid is en ontstaat ook veel kritiek op de tekortschietende effectiviteit van de publieke diensten voor arbeidsbemiddeling en –reïntegratie.
Ronald Dekker wil deze keer de eerste zijn die de publieke dienstverlening onder vuur neemt. Hij wacht niet tot de arbeidsmarkt iets aantrekt, maar ziet nu al zwakke prestaties. Eerst in het Nederlands Dagblad (8 juli), daarna in het Brabants Dagblad (9 juli) en nu op de site Me Judice betoogt hij dat “bij een instroom in de WW die niet hoger is dan in de voorgaande jaren UWV Werkbedrijf er met haar mobiliteitscentra niet in slaagt om minimaal zo ‘succesvol’ te zijn als vijf zes jaar geleden”. In 2003-2005 stroomden jaarlijks op elke 100 personen die de WW inkwamen tussen 44 en 52 uit naar werk, in de eerste 4 maanden van 2009 waren dat er slechts 35.
Hij trekt zijn conclusies echter iets te snel. In zijn redenatie zit een elementaire denkfout. De uitstroom uit de WW, en dus ook “uitstroom naar werk” als deel daarvan, is geen functie van de instroom alleen, maar van de “som van instroom plus het al aanwezige bestand”. Want dat omvat alle gegadigden voor uitstroom. De uitstroom naar werk was in 2003-2005 tussen 20% en 22% van ‘bestand plus instroom’. In 2009 was die proportie 21%. In vergelijking met voorheen dus helemaal geen slechter resultaat.
De volgende tabel geeft de cijfers zelf:
Toch moeten we Ronald Dekker misschien wel bedanken. Zijn schrijven heeft ons al in een vroeg stadium doen beseffen dat het jachtseizoen weer is geopend. Het geeft tijd om de verdediging zo goed mogelijk te organiseren.
Ronald van Bekkum
Beleidsadviseur bij UWV





