Artikelen

Doorbreek taboe op winst bij ziekenhuizen

Lans Bovenberg, Marcel Canoy - 27 jul 2009 - Gezondheidszorg - 1708 keer bekeken - 1 reactie

Het is goed dat minister Klink winstuitkering bij ziekenhuizen gaat toestaan, stellen economen Lans Bovenberg en Marcel Canoy. Dat maakt het makkelijker ziekenhuizen op een professionele manier te besturen. Het is wel zaak financiers aan te trekken die voor het langetermijnbelang gaan.

Winst de in zorg is niets nieuws
Recentelijk ontvouwde minister van Volksgezondheid Ab Klink zijn plannen om winstuitkering bij ziekenhuizen mogelijk te maken. De voorwaarde is dat zij zich omvormen tot maatschappelijke ondernemingen. Ziekenhuizen die winst maken, wekken nog altijd maatschappelijke weerzin op. Men kan winst moeilijk rijmen met de menselijke maat die past bij het genezen van mensen. Maar is deze angst terecht?

Ten eerste maken ziekenhuizen al vele jaren winst. Apothekers, zorgverzekeraars en toeleveranciers maken ook winst. Specialisten verdienen ook een royaal belegde boterham. Banken verschaffen vreemd vermogen in de vorm van achtergestelde leningen en ontvangen daarvoor vaak een aanzienlijke risicopremie. Winst in de zorg is dus niets nieuws.

Ten tweede zijn er genoeg sectoren waar winst en de menselijke maat hand in hand gaan. Zelfs in de op dit moment weinig populaire bancaire sector kent men de Triodos bank of de microkredieten die door de Grameen Bank verleend worden. Iets voor andere mensen betekenen en er tegelijkertijd zelf beter van worden vormt al sinds Adam Smith de basis voor een gezonde economie.

Private investeringen juist nu nodig
Er is nu meer reden dan ooit om winstgerichtheid bij ziekenhuizen te overwegen. Door de kredietcrisis zijn alle sectoren op zoek naar risicodragend kapitaal, trekken banken zuinige gezichten en zit de overheid op zwart zaad. Dit treft ziekenhuizen in het bijzonder.

Zij hebben recent meer financiële verantwoordelijkheden gekregen en kampen met hoge schulden. Tegelijkertijd vragen de vergrijzing en de schaarste aan personeel om forse investeringen in technologische en organisatorische innovaties. Het is niet eenvoudig een elegante oplossing te vinden voor deze toenemende behoefte aan risicodragend kapitaal van ziekenhuizen.

De premies kunnen omhoog, het basispakket kan worden uitgekleed of de eigen bijdrage kan omhoog, maar dat zijn allemaal maatregelen met nadelige gevolgen voor bevolkingsgroepen die het toch al moeilijk hebben. Meer ruimte voor winst bij ziekenhuizen kan uitkomst bieden, omdat het private investeerders kan verleiden te investeren in de gezondheidszorg. Dan hoeft de sector niet alleen haar hand op te houden bij de overheid.

Winstuitkering logische vervolgstap
Winstgerichtheid is ook het logische sluitstuk van het beleid dat is ingezet. In toenemende mate zijn ziekenhuizen verantwoordelijk voor hun eigen financiële huishouden. Men dient de capaciteit uit eigen omzet te financieren. Dit betekent onontkoombaar dat instellingen zelf meer risico's lopen. Dit vergroot hun behoefte aan risicodragend vermogen dat in slechte tijden kan fungeren als stabiliserende factor.

Het op peil houden van zorg als arbeid en kapitaal schaarser worden vraagt om stakeholders die waken over efficiënt gebruik van deze middelen. De zorgkwaliteit dient daarbij voorop te staan, maar wordt al bewaakt door de inspectie, de NZa, patiëntenverenigingen, de politiek en de media.

Private investeerders hebben prikkels om te zorgen dat de winst ook goed wordt geïnvesteerd in het ziekenhuis. Zij kunnen op lange termijn het beste rendement halen op hun investering. Zij houden zo het management scherp en kunnen nuttige expertise inbrengen. Dit stimuleert maatschappelijk ondernemerschap in de zorg. Investeerders kunnen zorgen dat zorginstellingen zich concentreren op die activiteiten waarin ze goed zijn. Slechte prestaties worden niet langer met de mantel der liefde bedekt.

Waarborg kwaliteit van zorg
Private investeerders kunnen deze rol alleen vervullen als er waarborgen zijn dat hun belang op de lange termijn is gericht en dat zij zich inzetten om de reputatie voor hoogkwalitatieve zorg van de betrokken instellingen te koesteren. Ervaringen uit het buitenland (Duitsland, VS) zijn gemengd. Er zijn geen aanwijzingen dat de zorgkwaliteit in het geding komt, maar er kan wel een prikkel ontstaan om lucratieve behandelingen te stimuleren.

Om deze gevaren te bezweren moeten er goede indicatoren voor kwaliteit zijn. Dit voorkomt dat investeerders worden verleid om op kwaliteit te bezuinigen. Het biedt verzekeraars ook de legitimiteit om slecht presterende aanbieders uit te sluiten. Voorts moeten bekostigingssystemen zo worden ingericht dat instellingen geen prikkel hebben om zich alleen op lucratieve behandelingen te concentreren. Ook moet gewerkt worden aan een bedrijfscultuur waarin het dienen van de patiënt voorop staat en niet het maximaliseren van de productie. Tenslotte moeten verzekeraars in een goede positie gebracht worden om overproductie bij zorgaanbieders te voorkomen.

Aan al deze voorwaarden is op dit moment nog niet voldaan. Het verdient daarom aanbeveling om hieraan te werken en tegelijkertijd een aantal experimenten te doen bij instellingen waarbij wel aan de voorwaarden is voldaan. De minister kan het taboe op winstuitkering doorbreken, maar het kabinet heeft de knoop nog niet door durven hakken.

*Dit artikel is eerder verschenen in Het Financieele Dagblad, 11 juli 2009.

Te citeren als:
Lans Bovenberg en Marcel Canoy, 2009, “Doorbreek taboe op winst bij ziekenhuizen”, Me Judice, jaargang 2, 27 juli 2009

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Reacties
  • 3 januari 2010 20:34 - tom sikkes

    In het licht van de nieuwe inrichting van de gezondheidszorg ben ik van mening dat het van groot belang is om invulling te geven aan de onderstaande voorwaarden:

    1) Het is dringend gewenst om de individuele consument zo toe te rusten dat deze zich een mening kan vormen over de kwaliteit en de prijs van de dienstverlening die door individuele zorgverleners (ziekenhuizen en zelfstandige behandel centra) wordt geboden. Op basis van deze kennis dient de consument als klant de aanbiedingen van verzekeraars kritisch te kunnen beoordelen.
    Ook als het om de zorg gaat, zal de consument kiezen voor goede kwaliteit tegen een betaalbare prijs. Wellicht kan een andere invulling van het eigen risico (zie onder 3) ook bijdragen aan een inhoudelijke beoordeling door de consument van de dienstverlening door de zorgverlener.

    Er dient met spoed een geheel zelfstandige consumentenplatform t.b.v. de gezondheidszorg te worden ingericht.

    2) De “maatschappelijke ondernemingsvorm” mag niet alleen van toepassing worden verklaard op organisaties in de gezondheidszorg. Deze ondernemingsvorm dient evenzo te gelden voor alle organisaties die binnen de semipublieke sector vallen.

    Marktwerking moet leiden tot winstgerichtheid en het moet daarmee mogelijk zijn om kapitaal aan te trekken. De klanttevredenheid en de waardering voor de werknemer in de organisatie zijn belangrijke voorwaarden om een efficiënte en kwalitatief duurzame ontwikkeling van de gezondheidszorg te bereiken.

    3) Ik stel voor om de kosten van de zorg in het A-segment via de algemene middelen te financieren.
    Via dit segment wordt een hoogwaardig zorgaanbod in stand gehouden waarbij directe levensbedreiging een rol speelt.
    De onderhandeling over de prijs en de kwaliteit kan op algemeen niveau gevoerd worden tussen de zorgverleners en de verzekeraars.
    De financiering dient naar mijn mening niet te geschieden via de zorgverzekeraar.
    Ten behoeve van de behandeling kunnen er ook geen afspraken gemaakt worden tussen individuele zorgverzekeraars en individuele zorgverleners (ziekenhuizen).
    In het segment A is de consument volledig vrij in zijn/haar keuze van de zorgverlener en het ziekenhuis.
    Ik stel voor het eigen risico voor behandelingen in het A-segment op te heffen en het eigen risico voor behandelingen in het B-segment te verhogen.

    4) De zorg in segment A, ook wel basispakket genoemd vormt het hart van ons zorgstelsel.
    Tot nu toe wordt dit pakket door de overheid vastgesteld, waarbij het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) een belangrijke adviserende rol heeft.
    De heren Werner Brouwer en Frans Rutten doen in hun artikel “niet alleen medici moeten bepalen wat in het basispakket hoort “ (Me Judice, jaargang 2, d.d. 1 augustus 2009), een oproep tot het opnieuw leven inblazen van het Kwaliteitsinstituut.

    5) Alvorens de consument volwaardig de positie als klant heeft verworden, is een fusie tussen zorgverzekeraar en ziekenhuis uitgesloten.

    d.d. 3 januari 2010
    Tom Sikkes
    Vinkeveen

Reageren
Auteurs
Aanmelden voor de nieuwsbrief