Artikelen

Les DSB-affaire: toezichthouder moet initiatief terugpakken

Arnoud Boot - 20 okt 2009 - Financiële markten - 1004 keer bekeken - 1 reactie

Met het bevriezen van alle bankactiviteiten van DSB Bank sloot de Nederlandsche Bank alle alternatieve oplossingen uit, stelt Arnoud Boot. Bovendien heeft het gebruik van deze noodregeling de kans op een ‘run on the bank’ in de toekomst vergroot. Veel duidelijker moet worden over welk deel van de bankactiviteiten de toezichthouder absolute controle heeft.

Toezichthouder in spagaat
Wie na deze week nog het idee heeft dat het bankwezen iets met normaal ondernemen te maken heeft, is van een andere planeet. Een bank is speciaal, ze heeft zelf een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar als er iets misgaat, verwacht de maatschappij dat de overheid en toezichthouder de spaarders en rekeninghouders beschermen tegen problemen.

En ziedaar de onmogelijke spagaat van de toezichthouder: de maatschappij verwacht steeds meer, maar tegelijkertijd is de toezichthouder zijn natuurlijke gezag kwijt en kan daardoor steeds minder. Tezamen met de vluchtigheid van de 24-uurs mediacirkel lijkt de toezichthouder telkens achter de feiten aan te lopen.

Ook nationaal toezicht schiet tekort
Deze constateringen zijn buitengewoon gevaarlijk. Ze suggereren een onvermijdelijkheid, en die kunnen wij ons niet veroorloven. De regelgeving en het toezicht op de Nederlandse financiële sector behoeft aanpassing. Dit is geen kwestie van zwartepieten. Neen, actie is nodig om het financieel stelsel stabiel te maken en verdere problemen voor te zijn.
De kredietcrisis wees op internationale tekortkomingen in het toezicht. Maar nu na alle perikelen rond DSB Bank is het evident dat er ook grote nationale tekortkomingen bestaan. En erger nog, de nationale en internationale problemen in het bankwezen en toezicht versterken elkaar.

Aanwakkeren van ‘run on the bank’
Een gemeenschappelijk kenmerk is dat vertrouwen in het bankwezen niet meer bestaat en het geringste incident onrust geeft. Wie denkt dat dit vertrouwen weer terugkomt, is naïef. Structurele maatregelen zullen hiervoor in de plaats moeten komen. Hoe dit te verwezenlijken?
Maar eerst: wat mankeerde er aan de noodregeling die De Nederlandsche Bank (DNB) afgelopen maandag voor DSB afkondigde? De noodregeling bevroor alle activiteiten, geen spaarder of rekeninghouder kon nog bij zijn geld. Dit heeft twee gevolgen.

Het eerste is dat zodra sprake werd van deze noodregeling, geen oplossing meer binnen handbereik viel. De rekeninghouders van DSB werden opgeroepen om rekeningen bij andere banken te openen. Dit betekent dat het klantenbestand wegloopt. Er valt daarna weinig meer door te verkopen voor de bewindvoerders, de klanten zijn immers weg.
Dit is raar. Immers, 98 procent van de rekeninghouders (en spaarders) van DSB is verzekerd via het depositogarantiesysteem. Waarom kunnen zij dan niet bij hun geld en waarom kan het spaarbedrijf en betalingsverkeer niet veiliggesteld worden waardoor het ‘gewoon’ doorloopt?

Dit heeft nog een tweede effect, en dat is mogelijk nog schadelijker. Als iedereen weet dat bij een probleem men niet meer bij zijn geld kan, dan gaat men van tevoren, na het eerste het beste gerucht, het geld van zijn rekening halen. De mogelijkheid van een noodregeling lokt dus een bankrun uit. En de 24-uurs media-economie biedt ideale mogelijkheden voor geruchten hierover. En zo had Pieter Lakeman een perfecte voedingsbodem voor zijn oproep – de noodregeling als een tijdbom die door hem kon worden geactiveerd.

Onteigeningswet
Een aanpassing in het toezichtregime is voorgesteld. Wouter Bos maakte in maart bekend (nogal ongelukkig, tijdens de problemen van ING) dat hij een onteigeningswet voor banken in zijn gereedschapkist wilde hebben. Hiermee zou makkelijker bij banken kunnen worden ingegrepen.

Dit lijkt aardig gezien de moeite die Wellink en Bos hadden om de rechter te overtuigen van de wenselijkheid de noodregeling toe te passen op DSB Bank. Maar zonder duidelijk te maken hoe met een bank wordt omgegaan na onteigening, werkt de angst dat een dergelijk ‘gereedschap’ wordt ingezet destabiliserend. Conform de Amerikaanse praktijk vereist een onteigeningswet een garantie op continuering van de bankactiviteiten.

Veilig stellen betalingsverkeer en spaarbedrijf
Een andere suggestie uit de kredietcrisis is dat we het publieke deel van het bankwezen moeten veiligstellen van het ‘struikroverkapitalisme’ dat financiële markten in bankiers losmaken. Dus het betalingsverkeer en het spaarbedrijf (en volgens sommigen ook de kredietverstrekking aan midden- en kleinbedrijf) zouden moeten worden veiliggesteld.
De discussies hierover zijn blijven steken in de constatering dat dit moeilijk te realiseren is. Het momentum om iets hierin te kunnen veranderen, was bijna voorbij. De op zich overzichtelijke problemen bij DSB komen als geroepen. Er kwam nu geen financiële markt aan te pas (DSB deed daar niet aan), maar nu dreigt het publieke deel niet alleen te worden bedreigd, maar zelfs vernietigd.

Garanties
Het vluchtige tijdperk waarin we verzeild zijn geraakt, maakt het bijna onvermijdelijk om relatief kortlopende spaargelden en tegoeden bij banken te garanderen. Doen we dat niet, dan hebben geruchten (en Lakeman) vrij spel. Maar als de overheid die garanties gaat bieden, wie zorgt er dan voor dat banken niet nog eens extra risico gaan nemen?
De oplossing hiervoor is niet om aan de argeloze spaarder te vragen zijn bank ‘in de gaten te gaan houden’. Dat kan die niet. De toezichthouder moet dit doen, maar die heeft hulp nodig. Er moeten bijvoorbeeld eisen gesteld worden aan hoe deposito’s gebruikt mogen worden. Het is onvoorstelbaar dat in het internationale bankwezen is toegestaan dat door overheden verzekerde deposito’s min of meer vrij kunnen worden gebruikt door banken. Ja, men kan er zelfs mee gokken op de financiële markt.

Ik voorzie een blijvende instabiliteit in het bankwezen. De ongrijpbaarheid van de sector is groot. Dit moet worden ingedamd. De toezichthouder moet het initiatief terugpakken. Veel duidelijker zal moeten worden op welk deel de toezichthouder absolute controle heeft (het publieke deel). Dit vereist beter gereedschap en betere wet- en regelgeving. Alleen geruststellende woorden van de toezichthouder hebben weinig effect.

* Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 19 oktober 2009.

Zie ook MJtv met Arnoud Boot over DSB.

Te citeren als:
Arnoud Boot, 2009, “Les DSB-affaire: toezichthouder moet initiatief terugpakken”, Me Judice, jaargang 2, 20 oktober 2009

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Reacties
  • 22 oktober 2009 10:40 - Ralph Panhuyzen

    DSB is als een niet al te lang geleden neergezet appartementsgebouw waar meerdere mensen wonen. Nu gaan de geruchten al een tijdje dat dit gebouw niet bepaald veilig is. Niet een balkonnetje dat scheef hangt, maar echt structureel. Maar goed, denken de meeste mensen, daar hebben we toch Bouw- en Woningtoezicht voor. Van deze instantie komt evenwel geen signaal. Daarom hebben sommige bewoners besloten een man als Lakeman in te huren. Die is na een tijdlang met de gebouweigenaar gebakkeleid te hebben, zonder hem overigens ooit persoonlijk te spreken hebben gekregen naar ik heb begrepen, het zat. Hij zegt dat mensen beter kunnen vertrekken. Verwijtbaar? Nee. In het belang van zijn clienten het handigst? Misschien niet.


    Was een anderssoortige dramatische actie mogelijk die tot resultaat had geleid? Nee, gezien de koppigheid van de eigenaar en het feit dat er geen sjoege kwam van dat 'Bouw- en Woningtoezicht'. U voelt al, dat is de Nederlandse Bank (en de AFM). Die hadden veel ellende kunnen voorkomen, en hadden in een gevorderd proces een matigende invloed kunnen uitoefenen. Te laat ingrijpen betekende de ondergang van DSB. Ik denk dat er bijna in definitie grond zou moeten zijn om DNB nader aan de tand te voelen (claim). Want zou zo iets (bij voorbaat?) geen kans van slagen hebben, dan is er klaarblijkelijk geen stok achter de deur voor het hebben van deugdelijk toezicht! En dat is juist waar 'minder geletterden' (vaak klant bij DSB) op rekenden!


    Voormalig AFM-voorzitter Docters van Leeuwen wees er jaren geleden al op dat mensen om iedere euro en iedere mogelijke extra soebatten bij de aanschaf van een nieuwe auto. Maar als het om financiele producten gaat, vertrouwen ze blindelings op de man in het krijtstreeppak. Deels de schuld van de klant. Maar voor een veel groter deel de schuld van autoriteiten. Waarom? Omdat een autodealer brochures en prijslijsten kan tonen. Transparantie kortom, want een andere dealer kan precies hetzelfde. De overheid stelde niet eens als eis dat provisies zichtbaar waren. Ik denk dat velen niet eens goed hebben beseft dat tussenpersonen op deze manier hun geld verdienen, misschien wel de meeste provisie ontvangen van providers met de meest twijfelachtige polissen. Overigens heeft de ('huis'?)notaris die de 'nodige' actes heeft laten passeren, ook het een en ander uit te leggen.


    Wonen. Voeding (volksgezondheid). Onderwijs. Allemaal zaken die we serieus nemen; waarvoor instanties bestaan, toezicht. Waar geld nu precies naar toe gaat en wat er mee wordt gedaan, daar hebben (veel) consumenten zich niet mee beziggehouden. Idem dito de overheid. Je kunt niet de suggestie van toezicht hebben. Gaan mensen (en politici) er nl. op vertrouwen. En vervolgens dat toezicht niet hebben!

Reageren
Auteurs
    • Arnoud Boot Arnoud Boot

      Universiteit van Amsterdam, University of Michigan en CEPR

Aanmelden voor de nieuwsbrief