Afschaffing hypotheekrenteaftrek geen gepasseerd station

Afschaffing hypotheekrenteaftrek geen gepasseerd station image
1 jun 2010 | | 3751 keer bekeken
Het beperken van de hypotheekrenteaftrek heeft zoveel bijkomende nadelen voor betrokkenen dat die beter achterwege gelaten kan worden, stelt Roel Beetsma. Of er goede overgangsregelingen komen voor bestaande huizenbezitters is nog maar de vraag. Het echte probleem op de woningmarkt is bovendien niet de hypotheekrenteaftrek, maar het profiteren van kunstmatig laag gehouden huren door mensen met een goed inkomen.

Goede overgangsregelingen voor huizenbezitters onzeker

De hypotheekrenteaftrek is een van de hete hangijzers in de huidige verkiezingsstrijd. Veel economen steunen de afschaffing ervan. Om verschillende redenen is afschaffing echter geen goed idee. In de eerste plaats wordt een grote groep getroffen door zowel hogere maandelijkse lasten als een daling van de waarde van hun huis. Voor de betrokkenen liggen de omvang en duur van hun hypotheek vast. Ze kunnen dus onmogelijk ontsnappen aan de verhoging van hun netto rentelasten als de aftrek afgeschaft wordt. In het verleden heeft de rente aftrek de huizenprijzen fors opgedreven. Mensen hebben daarom veel betaald voor een woning en hebben dus hoge maandelijkse rentelasten. De aftrek verkleint deze rentelasten en compenseert hun dus op deze wijze. Uiteraard waren de bruto rentelasten nooit zo hoog geweest als de renteaftrek niet ooit in het leven was geroepen. Het argument dat de renteaftrek de hoge inkomens subsidieert gaat dus niet op. Echter, gegeven het feit dat de renteaftrek ooit is ingevoerd, zal de afschaffing ervan een grote groep mensen in de problemen brengen. Uiteraard zou afschaffing met allerlei overgangsregelingen kunnen worden omgeven die de gevolgen voor de getroffenen verkleinen. A priori zijn daar echter geen garanties voor en het is moeilijk te voorspellen welke kant de bal uit gaat rollen wanneer de renteaftrek eenmaal op de schop gaat.

Kapitaal verdampt

Huizenbezitters zullen ook getroffen worden door een waardedaling van hun huizen. Vaak wordt dit gebagatelliseerd, maar dan is de vraag waarom starters op de woningmarkt zoveel baat zouden hebben bij afschaffing van de renteaftrek, zoals vaak wordt beweerd. Feit is dat niemand precies weet hoe groot de waardedaling kan zijn, maar 20 procent is niet onmogelijk, vooral niet in een situatie waarin mensen al onzeker zijn over hun toekomstige financiële situatie. Een toekomstige regering neemt dus nogal wat risico door te gaan morrelen aan de aftrek. Veel van de huizenbezitters die door een waardedaling worden getroffen zullen een groot vermogensverlies lijden op een huis waar ze in het verleden veel geld voor hebben betaald en waar ze bovendien een forse overdrachtsbelasting op hebben betaald. Effectief verliezen ze een groot deel van hun welvaart; ze hebben veel betaald voor iets wat nu ineens veel minder waard blijkt te zijn.

Gevaar voor economisch herstel

Afschaffen van de rente aftrek heeft ook negatieve repercussies voor de economie als geheel. Het negatieve effect op het besteedbare inkomen van huizenbezitters ondermijnt de vraag naar goederen en diensten en daarmee het economische herstel. Het economische herstel wordt echter nog op een andere manier ondermijnd. Een waardedaling van de eigen woning hindert de mobiliteit op de arbeidsmarkt. Vooral wanneer de waarde van de woning daalt tot onder de waarde van de hypotheek, zal het voor veel mensen onmogelijk worden om te verhuizen voor een nieuwe baan. Immers de hypotheek kan niet meer afgelost worden met de verkoop van het eigen huis. Dit nadeel weegt vooral zwaar voor een zich herstellende economie waar nieuwe banen ontstaan binnen nieuwe bedrijven en op andere plaatsen dan waar men woonachtig is. Immers iemand die werkloos is geworden en die weer een baan wil vinden zal in principe overal moeten solliciteren. Het economische herstel zal dus gehinderd worden doordat mensen minder gemakkelijk in staat zijn te verhuizen naar plaatsen waar ze een nieuwe baan kunnen krijgen.

Tenslotte, in zoverre het voortbestaan van de hypotheek rente aftrek de huizenprijzen hoog houdt, geeft dit een prikkel tot de bouw van nieuwe woningen, waarbij ontwikkelaars bovendien meer dan voorheen rekening kunnen houden met wat mensen graag willen. Dit is goed voor de bouwsector en, belangrijker nog, het zorgt voor een vergroting van ons huizenbestand. Het nut dat we als collectief ontlenen aan wonen hangt uiteindelijk af van de omvang en kwaliteit van ons woningbestand.

Het grootste probleem: de sociale huurmarkt

De grootste verstoringen in de woningmarkt bevinden zich in de sociale huurmarkt. Denk hierbij vooral aan het “scheef wonen”: mensen die toen ze nog een laag inkomen hadden een goedkope huurwoning betrokken, maar die vervolgens daar zijn blijven wonen toen hun inkomen steeg. Deze huurders bezetten woningen die eigenlijk voor een heel andere doelgroep bestemd zijn. Zij zouden naar duurdere huurwoningen moeten doorstromen of, beter nog, een huis moeten kopen. Het bezit van een eigen huis geeft mensen een prikkel om te werken aan verbetering van hun eigen buurt en moet daarom zoveel mogelijk gestimuleerd worden.

Te citeren als

Roel Beetsma, “Afschaffing hypotheekrenteaftrek geen gepasseerd station”, Me Judice, 1 juni 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.