Alleen harde economische noodzaak doorbreekt rolpatronen

Alleen harde economische noodzaak doorbreekt rolpatronen image
4 mrt 2011 |
De rol van de vrouw in het economische verkeer is diep verankerd in de cultuur van een regio. En de cultuur heeft weer wortels in hoe de productie vroeger was georganiseerd. Culturele waarden veranderen alleen onder hoge druk, ook die omtrent de rol van de vrouw. Mannen zullen alleen meer plaats maken voor vrouwen op de arbeidsmarkt als hun toegang tot welvaart hiervan afhangt, stelt Jan Bouwens.

Cultuur sterk constante factor

Het is een feit dat ons verleden in ons huidige handelen tot uitdrukking komt. Zo is de rol van de vrouw in onze westerse samenleving omstreden. We prediken gelijkheid maar dat is niet wat we terugzien. Als we vrouwelijke arbeidsparticipatie verklaren blijkt deze voor 68 procent landspecifiek te zijn. Noorwegen kent meer vrouwelijke arbeidsdeelname dan Nederland.

Hier ligt niet zo zeer een vrouwonvriendelijk beleid van het betrokken land aan ten grondslag, maar een diepgewortelde overtuiging over de rol van de vrouw. Deze rol kunnen we terugvoeren op van oudsher bestaande economische verhoudingen tussen man en vrouw. Deze verhoudingen zijn bepaald door de mate waarin de vrouw nodig was bij de productie van calorieën. De vrouw was onmisbaar op het land bij ontstentenis van de ploeg. Beschikte de etnische groep over een ploeg dan was de vrouw niet nodig voor de productie van de noodzakelijk calorieën. Het is precies in deze bevolkingsgroepen dat de vrouw in emancipatorisch opzicht achter liep en thans vele generaties later nog altijd achterloopt. Zo beschikten grote delen van Scandinavië en Afrika veel later over een ploeg dan gebieden die we nu kennen als Nederland en Engeland. Alberto Alesina, Paola Giuliano en Nathan Nunn (2010) onderzochten systematische verbanden tussen de vroege aanwezigheid van de ploeg en de huidige positie van de vrouw.

Huidige achterstand en de introductie van de ploeg

In de eerste plaats kijken de onderzoekers terug in de historie om vast te stellen of de vrouw afstammend van een etnische groep waar de ploeg pas later zijn intrede deed minder deelnam aan landbouwactiviteiten. Het antwoord luidt bevestigend. Inderdaad bestaat een aanzienlijk kleinere deelname van de vrouw aan landbouwactiviteiten als de ploeg bij de etnische groep van oorsprong aanwezig was.

Vervolgens kijken de onderzoekers naar de positie van de vrouw in onze huidige samenleving. In Europa zien we in Scandinavische landen dat emancipatie sterker is doorgedrongen dan in andere West-Europese landen. Op de GenderGap Index -gehanteerd door het World Economic Forum (2009 en 2010; Hausman, Tyson en Zahidi, 2009) strijden Zweden, IJsland, Finland en Noorwegen sinds de aanvang van de meting in 2006 steeds om plaats 1,2,3,4. Hoge cijfers op de GenderGap-Index gelden niet alleen voor Scandinavische landen maar gelden voor al die landen waar de ploeg een late introductie kende.

Op landniveau zien de onderzoekers terug dat opvattingen over de wat de “beste plaats is voor de vrouw” samenhangen met het tijdstip waarop in het betrokken land de ploeg werd ingezet voor landbewerking. Dit komt ook tot uitdrukking in de de facto deelname van vrouwen in het arbeidsproces. In het bijzonder zijn vrouwen juist in die landen ondervertegenwoordigd in de maakindustrie; zijn ze minder vaak ondernemer en bezetten ze minder vaak politieke functies. We zien zelfs terug dat in landen waar mannen meer zijn gewaardeerd om hun productieve bijdrage (landen met ploeg) ook meer mannen worden geboren. Groepen die generaties geleden naar de USA emigreerden, nemen minder deel aan het arbeidsproces en hebben minder geëmancipeerde opvattingen dan groepen waar afkomstig uit volken waar de ploeg pas laat in gebruik werd genomen.

Emancipatie vergt cultuurschok

De conclusie lijkt onontkoombaar: emancipatie van de vrouw is in de oudheid bepaald. We kunnen de vrouw niet emanciperen in landen als Nederland tenzij we een cultuurschok teweeg brengen die de verhouding tussen man en vrouw in beweging brengt. De vraag is, kan dat?

De toe te brengen schok moet een reëel welvaartseffect met zich meebrengen voor man en vrouw. Onderzoek naar zulke schokken en hun effecten is gedaan en we kunnen dus kijken of we voldoende effect teweeg kunnen brengen. Ik wil hiertoe twee studies aanhalen: de studie over landeigenaren van Rafael Di Tella, Sebastian Galiani, en Ernesto Schargrodsky (2007) en de studie over parkeerbonnen van Raymond Fisman en Edward Miguel (2007).

De kneedbaarheid van de cultuurfactor

Verandering opvattingen. Rafael Di Tella, Sebastian Galiani en Ernesto Schargrodsky (2007) laten zien dat opvattingen heel snel veranderen zo gauw als de economische context zich dramatisch wijzigt. Zij kijken of mensen sterker geloven in een kapitalistisch georganiseerde samenleving als zij van bezitloze in landeigenaar veranderen. Zo’n 1.800 arme families vestigden zich onder begeleiding van een priester op braakliggend land ver buiten de stad Buenos Aires. Allen gingen ervan uit dat het niemandsland betrof. Dat was niet het geval. Het betrof onverkaveld land in eigendom van een groot aantal landeigenaren. Na de verdrijving van de Argentijnse Junta in de jaren 80 werd een wet aangenomen die erin voorzag de eigenaren uit te kopen ten gunste van de landbezetters. Echter, de geboden prijs en de wet werden door een deel van de rechtmatige eigenaren aangevochten in de rechtbank. Daarmee werd een deel van de bezetters eigenaar en een aantal niet.

Cultuurschok door eigendom. Het blijkt dat de nieuwe landeigenaren inderdaad kapitalistischer’ opvattingen hebben dan de nog altijd arme landbezetters. De nieuwe eigenaren verbinden geld aan geluk en menen dat welvaart meer afhangt van het individu dan van het lot. Daarnaast vertrouwen zij er meer op dan de landlozen dat ze samen met hen overigens vreemde mensen welvaart kunnen creëren. Samengenomen duiden deze resultaten erop dat de nieuwe eigenaren meer waarde hechten aan welvaart en welvaartvergroting dan de arm gebleven landbezetters. Deze overtuiging leeft ongeacht of ze waar of onwaar is. Opvattingen veranderen dus snel als de economische omstandigheden vernaderen. Als vrouwen aan mannen toegang zouden (kunnen) geven tot de arbeidsmarkt, zou de opvatting die zijn oorsprong vindt in ploeggebruik belangrijk kunnen verminderen.

Verandering handelen. Een ex-collega van me werd eind jaren 70 door Philips in Italië bij Ignis gestationeerd. Toen hij voor het eerst zijn inkomsten aangaf werd hij gesommeerd bij de inspecteur van belastingen. Onwetend ging hij met zijn belastingaangifte bij de personeelsafdeling van Ignis langs om advies te vragen. Die gingen heel hard lachen. Het was namelijk de bedoeling dat de je 10% van je werkelijke inkomen aangaf en een deel van het verschuldigde bedrag in bankbiljetten toevoegde in het formulier dat aan de inspecteur werd gestuurd. Mijn ex-collega moest dus zijn gedrag aanpassen. Nu is dat slechts een anekdote.

De cultuurschok van parkeerbonnen: van corruptie naar regelopvolging

Raymond Fisman en Edward Miguel bekijken systematisch hoe snel mensen van een andere cultuur hun gedrag aanpassen aan een nieuwe cultuur zo gauw als de economische prikkels sterk genoeg zijn. Zij bestuderen het parkeergedrag van VN-diplomaten in New York. In een aantal landen (in bijvoorbeeld de landen uit de voormalige Sovjet Unie, Zuid Amerika of Afrika) is het min of meer geaccepteerd dat burgers ambtenaren omkopen. Fisman en Miguel gebruiken de corruptiemaatstaf van Kaufman en anderen (2005) om landen in te delen op de mate van corruptie.

De auteurs zien dat diplomaten uit de meer corrupte landen naar believen parkeren op plaatsen waar dat niet is toegestaan. De diplomaten ontvangen net als andere inwoners van New York een parkeerbon. Betalen doen zij echter nooit, zich beroepend op hun diplomatieke onschendbaarheid. Omdat dit gedrag op zeker moment de spuigaten uitloopt bepaalt de VN dat de betrokken diplomaten kunnen worden uitgezet als zij hun gedrag voortzetten. Onmiddellijk verandert hun gedrag. Er wordt niet meer fout geparkeerd en bonnen worden betaald. Als de prikkels sterk genoeg zijn, verandert gedrag dus van de ene op de andere dag.

Emancipatie vergt schok van het nieuwe

Handelen en denken kan dus worden veranderd als we financiële belangen sterk opschudden. Als we emancipatie willen afdwingen dan helpen quota niet. In tegendeel, de hantering van quota geeft bij bestaande opvattingen een argument om zwakke vrouwen te benoemen opdat de man macht houdt. Ook zal het denken over de vrouw (hoort in het huis) er niet door veranderen. In dat licht is ook het thans door Talent naar de Top ingezette beleid waarin bedrijven een charter ondertekenen waarmee ze vastleggen een diversiteitbeleid te ontwikkelen niet echt hoopgevend. De mannen zullen knarsetandend het beleid invoeren maar raken niet innerlijk overtuigd. Maatschappelijk verandert er niets omdat niet het individu maar het bedrijf wordt aangesproken. Zolang emancipatie geen maatschappelijke norm is, zal deze moeilijk zijn in te voeren op bedrijfsniveau. Voor het individu betekent voorrangsbeleid dat vaak onderdeel is het ingezette diversiteitbeleid niet minder dan een bedreiging van de bestaande positie.

Om de bedoelde effecten teweeg te brengen, zijn paardenmiddelen nodig vergelijkbaar met wat in Argentinië gebeurde (mensen ineens relatief veel rijker maken) of in New York (toegang tot welvaart afpakken).

Naar analogie zou in het geval van emancipatie van de vrouw het volgende beleid kunnen worden ingevoerd: de man heeft geen toegang tot werk tenzij de vrouw ook werkt. Onhaalbaar maar evident de manier om de man ertoe te bewegen het belang van vrouwenparticipatie “in te zien”. Alleen als zijn toegang tot welvaart afhangt van deelname aan het arbeidsproces zal hij zijn gedrag aanpassen en na verloop van tijd ook zijn denken. Wellicht zouden we de man ook kunnen overhalen door hem te belonen voor emancipatiebevorderende activiteiten. Zou zouden we kunnen overwegen de man ouderschapsverlof te geven en de vrouw niet. Natuurlijk is ook zo’n voorstel omstreden maar als deze in een land wordt genomen, neemt de kans toe dat meer mensen emancipatie serieus nemen.

Onderzoek van Nabanita Gupta, Ronald Oaxaca en Nina Smith (2006) laat zien dat als vrouwen ouderschapsverlof ruim opnemen, ze juist nog verder achterop gaan lopen in vergelijking met de man. Alleen drastische maatregelen werken om een cultuurschok teweeg te brengen. Als we hiertoe niet bereid zijn, zullen we nog generaties lang met verschillen tussen man en vrouw moeten leven.

* Een eerdere versie van dit artikel is 2 maart verschenen in het Financieele Dagblad.

Referenties

Alesina, Alberto, Paola Giuliano en Nathan Nunn (2010), The Origins of Gender Roles: Women and the Plough, working paper MIT.

DiTella, Rafael, Sebastian Galiani and Ernesto Schargrodsky (2007), The formation of beliefs: evidence from the allocation of land titles to squatters, The Quarterly Journal of Economics, February 2007.

Fisman,Raymond and Edward Miguel (2007), Corruption, norms, and legal enforcement: Evidence from diplomatic parking tickets, Journal of Political Economy, vol. 115, no. 6.

Gupta, Nabanita Datta; Oaxaca, Ronald L.; Smith, Nina (2006), Swimming upstream, floating downstream: Comparing women's relative wage progress in the United States and Denmark, Industrial and Labor Relations Review, vol. 59 (2006) nr. 2 p.243-266

Hausman, Ricardo, Laura D. Tyson, and Saadia Zahidi. 2009. The Gender Gap Report. Geneva: World Economic Forum.

Hausman, Ricardo, Laura D. Tyson, and Saadia Zahidi (2010), The Global Gender Gap, Report 2010,

Kaufmann, Daniel, Aart Kraay, and Massimo Mastruzzi, “Governance Matters IV: Governance Indicators for 1996–2004,” World Bank Policy Research Working Paper Series No. 3630, 2005.

Te citeren als

Jan Bouwens, “Alleen harde economische noodzaak doorbreekt rolpatronen”, Me Judice, 4 maart 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.