Altruisme voor eigen parochie

bordje
Jamie Sanford, Flickr.
16 okt 2015 | | 295 keer bekeken
Wie hoog opgeeft over het belang van vertrouwen in intermenselijk verkeer, moet ook oog hebben voor de onvermijdelijke schaduwzijde daarvan: wantrouwen, afkeer, discriminatie, buitensluiten van mensen buiten de groep. Op individueel niveau geldt zelfs dat een hogere mate van pro-sociaal gedrag samengaat met een hogere mate van discriminatie van buitenstaanders. Deze spanning verdient meer aandacht in economisch onderzoek, stelt Bart Nooteboom.

Evolutie

Altruïsme bestaat, zo is duidelijk aangetoond in empirisch onderzoek. Het bestaat bij mensen en bij sommige mensapen. In het bijzonder bij de Bonobo, zoals Frans de Waal heeft laten zien (De Waal 2013). Altruïsme blijkt van nature aanwezig te zijn, als een instinct. De Waal wijst er ook op dat als altruïsme tegen de menselijke natuur in ging, cultuur in haar taak om altruïsme te bevorderen geen aangrijpingspunt zou hebben. Maar altruïsme geldt vooral binnen de eigen groep, en niet daarbuiten. Het is ‘parochiaal’.

Het was een tijd lang een puzzel hoe altruïsme als instinct, als ‘iets in onze genen’, de evolutie zou hebben kunnen overleven. Zou het niet verdwijnen doordat altruïsten genetisch weggeconcurreerd worden door opportunistische egoïsten? Altruïsme is wel goed voor de groep, maar niet groepen maar individuen hebben de genen. Theoretisch is een argument ontwikkeld dat het alleen overleefd kan hebben indien het gepaard ging met enige bescherming van een altruïstische groep tegen een invasie van opportunistische buitenstaanders die in evolutionaire selectie voordeel hebben door te parasiteren op altruïsten.

Met andere woorden, de hypothese is dat altruïsme gepaard gaat met een instinctieve argwaan en discriminatie tegenover ‘indringers’. Ziedaar de evolutionaire wortels van vreemdelingenhaat. Omdat het instinctief is, is het zo moeilijk met cultuur en met rationale argumenten te verdrijven. Het zit ‘in de onderbuik’. Maar helemaal onmogelijk is het niet. Er is een basis van altruïsme binnen de groep waarop kan worden gebouwd. Met invoelbare plaatjes van de ellende van asielzoekers, bijvoorbeeld.

Empirie

Precies dat altruïsme binnen en argwaan buiten de groep is aangetoond in een berg van literatuur, in psychologie en sociologie, waar het bekend staat als parochiaal altruïsme. Er is een belangrijke kwalificatie (zie bijvoorbeeld De Dreu et al 2014). Er ligt meer gewicht op interne solidariteit en voorkeur dan op externe afkeer. Dat vergroot de hoop daar wat tegen te kunnen doen.

Interne voorkeur is, niet verwonderlijk, sterker naarmate samenwerking binnen de groep en concurrentie tussen groepen belangrijker zijn. Meer verwonderlijk is dat het ook sterker is voor meer op anderen georiënteerde, ‘pro-sociale individuen. Men zou kunnen verwachten dat die mensen meer welwillend zouden zijn tegenover buitenstanders, maar dat blijkt dus niet het geval. Met andere woorden, een sterkere oriëntatie tegenover anderen reduceert niet maar versterkt discriminatie van buitenstaanders.

Liefdeshormoon

Carsten de Dreu et al. (2011) onderzochten het effect van het ‘liefdeshormoon’ of ‘knuffelhormoon’ Oxytocine. Hier zou men ook kunnen verwachten dat het discriminatie van outsiders vermindert, maar ook hier blijkt het tegengestelde het geval. Het intensiveert voorkeur voor de eigen groep, rivaliteit tussen groepen en discriminatie.

Zou Wilders meer pro-sociaal zijn dan andere Nederlanders, of lijdt hij aan een overproductie van oxytocine?

Mensapen

In zijn onderzoek van mensapen vond de Waal ook empathie binnen de groep en wantrouwen van buitenstaanders. Dat geldt echter niet voor Bonobos. In plaats van oorlog bedrijven zij de liefde met indringers, op even promiscue wijze als binnen de groep, en zij vermijden aldus spanning en conflict tussen groep en buitenstaanders.

De Waal beweert dat mensen kenmerken gemeen hebben met zowel Chimpansees en Bonobos, vanwege een gemeenschappelijke voorouder. Kan cultuur hierop voortbouwen om de Bonobo in ons te stimuleren? Duitsers als de Bonobos van Europa?

Economie

De analyse is ook van belang voor goed begrip van vertrouwen (Nooteboom 2002). Als de mens enerzijds een instinct heeft van eigenbelang en individuele overleving en anderzijds een instinct voor loyaliteit in de groep, in parochiaal altruïsme, dan verklaart dat de spanning tussen wantrouwen en vertrouwen, en de fragiliteit van vertrouwen in buitenstaanders.

De economische wetenschap doet er goed aan om naast eigenbelang en wantrouwen ook systematisch aandacht te besteden aan altruïsme en vertrouwen, met de grenzen daarvan, in de basisveronderstellingen over menselijk gedrag.

Vertrouwen, ook tegenover buitenstaanders, binnen grenzen, is nodig om te putten uit de economische voordelen van diversiteit, vooral voor innovatie.

Dit stuk verscheen eerder in het Engels op de blog http://philosophyonthemove.blogspot.nl

Referenties

De Dreu, Carsten K.W., Daniel Balliet & Nir Halevy, Parochial cooperation in humans: Forms and functions of self-sacrifice in intergroup conflict, Advances in Motivation Science, 1(2014), p. 1-47.

De Dreu, Carsten K.W., Lindred L. Greer, Gerben A. van Kleef, Shaul Shalvi & Michael J.J. Handgraaf, 2011, Oxytocin promotes human ethnocentrism, Proceedings of the National Academy of Sciences USA, 108, p. 1262-1266.

Nooteboom, Bart, 2002, Trust: forms, functions, foundations, failures and figures, Edward Elgar.

Waal, Frans de, 2013, The Bonobo and the Atheist: In search of humanism among the primates.

Te citeren als

Bart Nooteboom, “Altruisme voor eigen parochie”, Me Judice, 16 oktober 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.