Ambtenaren aan de knoppen betekent pas echt crisis

Ambtenaren aan de knoppen betekent pas echt crisis image
Sterker overheidsingrijpen in de economie moet een nieuwe crisis voorkomen, is nu vaak te horen. Maar een overheid die de economie in de greep probeert te krijgen gooit een land pas echt in een crisis, stellen economen Van der Mandele en Van Witteloostuijn. Zij laten de grote kenner van centrale aansturing spreken: de Hongaarse econoom János Kornai. Deel een van een tweeluik over de lessen van Janos' werk.

Planeconomie Nederland

Een groot deel van de Nederlandse economie wordt direct of indirect gerund door de staat. Het onderwijs is een bekend voorbeeld. Het ministerie van OC&W wordt regelmatig vergeleken met een relict uit de oude DDR. Veel van wat op scholen gebeurt, is vastgelegd in een voortdurende stroom van directieven van hogerhand. De bulk van het Nederlandse budget voor wetenschappelijk onderzoek wordt bureaucratisch verdeeld op basis van een oerwoud van thematisch aangestuurde programma’s. De laatste tijd staan ook woningbouwcorporaties en ziekenhuizen quasipermanent in de schijnwerpers. Ook daar is de rol van de overheid dominant. Met het oogmerk om daadkrachtig de huidige financiële crisis te bestrijden bemoeien Wouter Bos cum suis zich ook meer en meer met de private sector. Het lijkt wel alsof in zekere zin de muur nog altijd overeind staat – niet in Berlijn, maar overal en nergens verdekt opgesteld in de Nederlandse samenleving. Vanuit dit perspectief zijn veel van de inzichten van de Hongaarse econoom János Kornai (1928), een groot kenner van communistische stelsels, nog bijzonder actueel.

Kornai: hoe gaat het werkelijk bij centrale aansturing

Kornai werd geboren als Kornhauser. Zijn vader, een advocaat in goeden doen, en oudere broer werden door de Duitsers vermoord. Toen Hongarije door de Russen werd veroverd op het instortende Derde Rijk, leek het hem beter zijn nogal Duits-Joods klinkende naam te veranderen in Kornai. Hij bekeerde zich tot het communisme en ging werken bij een krant. Hij was een zeer capabel en loyaal partijlid – een schaarse combinatie van eigenschappen in het Stalinistische Hongarije – zodat hij snel carrière maakte in de journalistiek. Na afloop van de tijdelijke dooiperiode in 1954 bleek hij echter de “verkeerde”, minder Stalinistische, kant te hebben gekozen. Hij wist, na openbare zelfkritiek, arrestatie of erger te vermijden. Wel viel hij in ongenade. Hij kreeg een klein baantje bij de Wetenschappelijke Academie. Daar lag zijn salaris driekwart lager dan bij de krant. Deze vloek is echter een zegen gebleken, omdat hem hiermee een wetenschappelijke loopbaan werd opgedrongen.

Zijn eerste boek uit 1957, tevens proefschrift, baarde veel opzien. Naar eigen zeggen was dit een eerste studie van een centraal geleid economisch stelsel die niet werd geschreven vanuit een normatief perspectief (hoe het zou moeten), maar vanuit een positivistisch gezichtspunt (hoe het werkelijk gaat). Opmerkelijk is de onderzoeksmethode, grotendeels gebaseerd op anonieme vraaggesprekken met zowel leiders van bedrijven als ministeriële planners. De voornaamste conclusie is dat de regelmatige en ernstige tekorten in de toenmalige Hongaarse samenleving niet veroorzaakt werden door menselijke fouten of pech, maar door intrinsieke kenmerken van het systeem. In zijn proefschrift gaf Kornai de planeconomie nog niet op. Om het systeem op orde te brengen zou het nodige veranderd moeten worden in de opzet van de planning, evenals in de wijze waarop beloningen en sancties werden berekend. Omdat hij precies wist wat wel acceptabel was voor de machthebbers en wat niet, slaagt hij erin het boek gepubliceerd te krijgen. Hij wist het zelfs in vertaling in het buitenland te verspreiden, mede dankzij het feit dat hij in het boek verzweeg dat hij inmiddels het Marxisme de rug had toegekeerd.

De ideale wijze van centrale planning

In 1958, twee jaar na de Hongaarse opstand, bereikten de zuiveringen de Wetenschappelijke Academie. Kornai werd ontslagen. Hij wist zich in leven te houden met een aantal baantjes bij het Ministerie van Lichte Industrie. Hij zette zijn onderzoek echter voort. Vooral zijn samenwerking met de wiskundige Tamás Lipták was uiterst vruchtbaar. Het duo zou meerdere spraakmakende artikelen publiceren, die ook in zeer prominente Westerse vaktijdschriften verschenen (zie bijvoorbeeld beide bijdragen aan Econometrica in 1962 en 1965). Eén en ander vond plaats met medewerking van het ministerie waar Kornai toen werkte. Dit is des te opmerkelijker, omdat Lipták gedurende een bepaalde periode wegens betrokkenheid bij een illegale publicatie in de gevangenis zat. Het ging de redacties van de Hongaarse bladen daarom te ver om Lipták als medeauteur van deze artikelen te vermelden: slechts een dankwoord werd opgenomen voor de welwillende bijdrage van het instituut waar Lipták voor zijn arrestatie werkte. De goede verstaander wist wie daarmee werd bedoeld.

De belangrijkste vrucht van deze samenwerking, die ook nu nog weinig aan relevantie heeft ingeboet, is een studie over “two-level planning”. Het is het antwoord van Kornai op de problematiek die hij in zijn proefschrift beschreef. De planbenadering zou als volgt moeten verlopen. Het centrum begint met aan iedere sector of aan elk bedrijf een aantal kwantitatieve doelstellingen voor te schrijven ten aanzien van zowel het verbruik van grondstoffen en productiemiddelen als de uiteindelijke opbrengsten. Iedere sector of ieder bedrijf berekent hoe deze doelstellingen optimaal kunnen worden bereikt met de daarbij behorende schaduwprijzen. Schaduwprijzen worden kunstmatig berekend met de bedoeling de marginale waarde van het betreffend product of productiemiddel aan te geven. Het centrum voegt deze schaduwprijzen in hun plan, en wijzigt de doelstellingen overeenkomstig. De productiequota worden toegewezen aan die sectoren of bedrijven waar de schaduwprijzen van de productiemiddelen laag en die van de producten hoog zijn. De nieuwe doelstellingen worden naar de sectoren of bedrijven doorgestuurd, die vervolgens nieuwe berekeningen maken, die weer opgestuurd worden naar het centrum, enzovoort. Kornai en Lipták toonden aan dat het resultaat van deze iteraties naar een optimaal nationaal plan convergeert.

Centrale planning binnen bedrijven

In theorie kunnen de honderdduizenden stukjes van de puzzel in elkaar vallen zodat elke baksteen en elke bloemkool uiteindelijk op het juiste moment tegen de laagste prijs bij elke individuele vrager binnen de hele economie terecht komt. Deze vorm van macrocentrale planning op landenniveau is in vergetelheid geraakt buiten Noord-Korea. In het bedrijfsleven is echter het tegendeel het geval. In veel grotere ondernemingen worden tegenwoordig varianten van deze procedure veelvuldig toegepast in een verwoede poging onderlinge transacties tussen bedrijfseenheden in optimale banen te leiden. Uiteindelijk worden te grote ondernemingen daardoor onbestuurbaar, met alle gevolgen van dien. In zekere zin overleeft zodoende het communistische gedachtegoed van centrale planning juist binnen de muren van ultrakapitalistische grootbedrijven. Met de voortdurende behoefte tot groei geeft datzelfde bedrijfsleven een krachtige impuls aan de verdere verspreiding van deze verlate erfenis van het Leninistische Marxisme.

Wanneer centrale planning werkt

Kornai stelt tegenwoordig dat zijn exercitie nog altijd relevant is voor de beoordeling van pogingen tot nationale planning, maar niet vanwege de wiskundige schoonheid van het voorgestelde algoritme der iteratie. Naar zijn huidige inzicht moet vooral worden gekeken naar de daaraan ten grondslag liggende condities. Als aan deze condities wordt voldaan, dan volgt bij hantering van het algoritme inderdaad een optimaal plan. Deze condities zijn:

(i) begrijpelijke en expliciete doelstellingen van de “bovenlaag”;

(ii) geen eigen doelstellingen van de “onderlaag”;

(iii) realistische taxatie van kwantitatieve beperkingen;

(iv) accurate – vervormde noch “aangepaste” – communicatie en rapportage tussen boven- en onderlaag;

(v) gedisciplineerde en snelle uitvoering van de procedure; en ten slotte

(vi) voldoende tijd om alle iteraties grondig te doorlopen.

Centrale aansturing overheid werkt alleen in theorie

Omdat in een communistische samenleving, of in welke samenleving dan ook, aan geen van voorwaarden kon worden voldaan, werd het optimum nooit bereikt – verre van dat. In 2004 heeft Kornai daarom gezegd dat de feitelijke conclusie van het artikel over “two-level planning” zou moeten luiden dat centrale sturing nooit goed kan werken.

Deze conclusie geldt niet alleen voor centraal geleide macrostelsels, maar ook voor publieke sectoren in Westerse samenlevingen zoals het onderwijs en de gezondheidszorg – of voor te grote ondernemingen die zichzelf centralistisch klem plannen. Ook daar wordt niet voldaan aan de zes eisen. Alle pogingen tot centraal geleide aansturing van bovenaf via bureaucratische planprocedures zijn tot mislukken gedoemd. Geen wonder dat de gezondheidszorg en het onderwijs in Nederland met hardnekkige problemen kampen, ondanks de ene na de andere centraal opgelegde hervorming. Het is buitengewoon treurig dat in een land dat eens een koppositie innam in de wetenschap en grossierde in Nobelprijzen, dat eens geroemd werd voor zijn brede talenkennis en het niveau van het wiskundeonderwijs, dat eens bewonderd werd om de kwaliteit van zijn verloskunde en kraamzorg, en waar ooit de halve wereld kwam kijken naar de aanpak van de verslavingszorg, zover in de ranglijsten is gedaald. Verklaarbaar is het wel in het licht van de diagnose van Kornai, omdat ministeries hardnekkig volharden in waanzinnige pogingen om publieke sectoren plan-Stalinistisch aan te sturen, met de ene na de andere mislukte hervorming tot gevolg. Volgens János Kornai zal dergelijke centrale sturing nooit werken. Hij kon wel eens gelijk hebben.

Bron foto: Peter Forret op Flickr

Referenties:

Kornai, J. (1957; Engelstalige editie van 1959), Overcentralization in Economic Administration, Oxford: Oxford University Press.

Kornai, J. & T. Lipták (1962), “Mathematical Investigation of Some Economic Effects of Profit Sharing in Socialist Firms”, Econometrica, 30: 140-161.

Kornai, J. & T. Lipták (1962), “Two-Level Planning”, Econometrica, 33: 141-169.

Te citeren als

Huigh van der Mandele, Arjen van Witteloostuijn, “Ambtenaren aan de knoppen betekent pas echt crisis”, Me Judice, 10 juli 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.