Amerikaanse toestanden op de Nederlandse arbeidsmarkt

Amerikaanse toestanden op de Nederlandse arbeidsmarkt image
26 apr 2010 |
De officiële werkloosheidcijfers en -voorspellingen ontnemen ons de zicht op wat er werkelijk gaande is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dat is de stelling van de Nijmeegse econome Sent die een zorgwekkende toename ziet van het aantal werkende armen. Het huidige beleid miskent dit harde feit en laat dit onvoldoende meewegen in de plannen voor de komende jaren.

Terwijl de economie langzaamaan lijkt op te krabbelen uit een diep dal, blijft de werkloosheid toenemen. Blijkens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van afgelopen donderdag is 6,1% van de beroepsbevolking werkloos, wat neerkomt op 472.000 personen. Tegelijkertijd valt er gejuich te beluisteren, omdat de eerdere voorspelling van het Centraal Planbureau (CPB) van een werkloosheidspercentage oplopend tot 8,75% in 2010 niet bewaarheid lijkt te worden. Wat deze cijfers evenwel verdoezelen, is de zorgwekkende toename van het aantal werkende armen.

De huidige situatie in Nederland roept bij mij herinneringen op aan de verkiezingscampagne in de Verenigde Staten in 1996 tussen de Republikein Bob Dole en de Democraat Bill Clinton, waarbij de laatste uiteindelijk als winnaar uit de bus kwam. Opvallend is dat tijdens de campagne vooral de eerste aandacht vroeg voor Amerika’s werkende armen. Ik woonde in die tijd in de Verenigde Staten en in 2004, na een vijftienjarig verblijf in aldaar, kon ik de ongelijkheid niet langer aanzien en ben ik teruggekeerd naar Nederland. Echter, tot mijn grote teleurstelling vond ik ook hier een enorme groep werkende armen. Erger, arme Nederlanders blijven steeds langer arm.

De harde feiten

Ruim tien jaar geleden had 10 procent van de beroepsbevolking van ruim 7 miljoen mensen laagbetaald werk (minder dan 10 euro bruto per uur). In 2008 was dat opgelopen tot 18 procent (1,4 miljoen werknemers). Deze groep bestaat grotendeels uit flexwerkers. Denk hierbij aan uitzendkrachten, oproep- en invalkrachten en mensen met stukloon, zoals postbezorgers. Met circa 600.000 flexwerkers kent Nederland een relatief groot aantal vergeleken met de rest van Europa.

Armoede komt ook beduidend vaker voor onder zelfstandigen dan onder werknemers. Dit komt deels omdat zij de bescherming missen van het minimumloon en van cao-afspraken over lonen. Nederland kent ongeveer 300.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Juist die flexwerkers en zelfstandigen hebben tijdens de crisis de zwaarste klappen te verduren gekregen. En tegelijkertijd staan economen te juichen om de flexibele schil die zij vormen.

Het antwoord van het kabinet

Het kabinet heeft wel een aantal specifieke maatregelen genomen om de armoedeval terug te dringen, waaronder de aanpassing van allerlei kortingen, premies en toeslagen. Als alleenstaande, werkende moeder ben ik erg blij met de inkomensafhankelijke combinatiekorting, een heffingskorting voor het combineren van werk en zorg voor kinderen. De eerlijkheid gebiedt me evenwel om te zeggen dat ik het ook zonder die heffingskorting met mijn twee kinderen prima kan rooien van mijn hoogleraarsinkomen.

Wat wel zorgwekkend is, is het relatief hoge aandeel vrouwen in huishoudens met een laag inkomen. De totale bevolking bestaat voor iets meer dan de helft uit vrouwen. In de huishoudens die onder de lage-inkomensgrens leven, vormen zij echter de meerderheid. Zo bedroeg hun aandeel in 2005 bijna 55%. En onder de 65-plussers was hun aandeel maar liefst 69%.

Bezuinigingen lossen probleem ‘arme’ werkenden niet op

En nu stelt één van de ambtelijke werkgroepen belast met het zoeken naar mogelijkheden om te bezuinigen voor om het minimumloon met 10 procent te verlagen om werk meer betaalbaar te maken. In totaal zou die maatregel ruim 1,3 miljard euro op kunnen leveren. Als additionele mogelijkheid wordt geopperd om ook het bijstandsniveau met 10 procent te verlagen zodat mensen meer geprikkeld worden om te gaan werken. Naar schatting zou het aantal werklozen met tienduizend afnemen.

Dat soort voorstellen mag dan de werkgelegenheid stimuleren, maar daarmee los je het probleem van de toename van het aantal werkende armen niet op. Bovendien geniet een toenemend aantal werkenden toch al geen bescherming van het minimumloon. Daar komt bij dat de werkloosheid nu weliswaar toeneemt, maar dat de arbeidsmarkt in de toekomst krap zal worden als gevolg van de ontgroening en vergrijzing.

Op naar een nieuw sociaal akkoord

Nederland is sterker uit de crisis aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw gekomen door het ‘Akkoord van Wassenaar,’ gesloten tussen de Nederlandse overheid en de organisaties van werkgevers en werknemers met een overeenkomst tot loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting. Nu is het moment aangebroken voor een nieuw sociaal akkoord, gericht op het tegengaan van de groeiende tweedeling tussen werknemers in vaste dienst aan de ene kant en flexwerkers en zelfstandigen aan de andere kant. Denk hierbij, bijvoorbeeld, aan een nieuwe wet waarmee flexwerkers beter worden beschermd. En zorg dat de faciliteiten (zoals scholing) van de CAO ook voor flexwerkers van toepassing zijn. Regel, bijvoorbeeld, een wettelijk verplichte verzekering voor zelfstandigen voor de financiële gevolgen van ziekte en arbeidsongeschiktheid.

De economie heeft de flexibiliteit en de innovativiteit van flexwerkers en zelfstandigen vooral gezien de toekomstige krapte op de arbeidsmarkt hard nodig. Een groter aantal belastingbetalers helpt ook met het gezond houden van de overheidsfinanciën, vooral met het oog op de toenemende druk op de begroting als gevolg van de vergrijzing van de bevolking.

In de woorden van mijn favoriete Nederlandse filosoof, Johan Cruijff: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel.’ Kortom, laten we de crisis aangrijpen als kans om middels een sociaal akkoord de modernisering van de arbeidsmarkt op economisch en sociaal wenselijke wijze aan te pakken om zo sterker de toekomstige economische ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden.

* Een verkorte versie van dit artikel verscheen in de Volkskrant van 24 april 2010.

Te citeren als

Esther-Mirjam Sent, “Amerikaanse toestanden op de Nederlandse arbeidsmarkt”, Me Judice, 26 april 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.