Angst en jaloezie beheersen Nederlandse economie

Interview met Geert Wilders op het binnenhof
Afbeelding ‘Bovenop het nieuws’ van Roel Wijnants (CC BY-NC 2.0)
18 aug 2011 | | 3980 keer bekeken
De Nederlandse economie komt maar moeilijk op gang. In dit essay betoogt Arjen van Witteloostuijn dat het gebrekkige tempo van vooruitgang te wijten is aan de intolerantie en geslotenheid die de Nederlandse regering ten toon spreidt in woord en beleid. Een kleine open economie kan slechts floreren bij de gratie van een even grote openheid in politiek en samenleving.

Met de rug naar de wereld

De wereld staat in brand. De Verenigde Staten balanceren langs de rand van de schuldenafgrond, de Eurolanden rommelen van het ene naar het andere crisisberaad, en in de Arabische wereld is de revolutionaire geest uit de fles. De stabiele tijd van de Koude Oorlog is lang geleden, evenals die van de Nieuwe Economie. Intussen moet het oude Westen nieuwe evenwichten vinden in een toekomst met verstoorde machtsverhoudingen, ecologische uitdagingen en demografische verschuivingen. De Nederlandse politiek heeft hierop gereageerd door deuren en ramen te sluiten. Naar het buitenland wordt gewezen als de grote veroorzaker van alle ellende. De Arabische wereld wordt gezien als een exporteur van een agressieve godsdienst, van de Chinezen kwordt gezegd dat zij banen en bedrijven wegkapen, en naar Europa wordt gerefereerd als een geldverslindende bemoeial.

Ook het buitenland in het eigen binnenland is een bron van zorg voor de politiek. Illegale immigranten ondermijnen de welvaartstaat, Polen houden landgenoten werkloos, Nederlandse Marokkanen en Turken met dubbele paspoorten verschuilen zich in een Islamitisch paard van Troje, en economische vluchtelingen trachten van onze riante uitkeringen te profiteren. Geen wonder dat Henk en Ingrid hun heil zoeken bij een politicus die zegt wat zij denken. Helaas is dat gedachtengoed vooral een mengsel van economische onnozelheid en xenofobe onzin.

Vreemde definitie van vrijheid

Het moet gezegd: Geert Wilders beschikt over een subtiel gevoel voor humor. Zijn beweging Partij voor de Vrijheid noemen is immers een knap staaltje ironie. Een partij is het niet en de Wildersiaanse logica is voornamelijk geënt op de inperking van vrijheden. Het is een raadsel welke economieleerboeken Geert Wilders cum suis hebben geraadpleegd, maar zij pleiten zonder blikken of blozen voor het terugschroeven van Europese integratie, voor het inperken van internationale arbeidsmobiliteit en voor het buiten de deur houden van Chinezen en ander banenafpakkers. Ook zijn serieuze binnenlandse hervormingen uit den boze. Samen met de SP vecht de PVV uit wie zich de sociaal-conservatiefste partij van Nederland mag noemen. Het ontslagrecht is heilig, evenals de riante hypotheekrente-aftrekregeling en het recht op een onbetaalbaar vroeg pensioen. Hoe dat straks moet als de vergrijzing gepaard gaat met toenemende krapte op de arbeidsmarkt, is blijkbaar van latere zorg.

Tegelijkertijd wordt een kruistocht tegen “de elite” en de linkse kerk gevoerd. Cultuur, media en wetenschap – broeinesten van linksige vooringenomenheid – krijgen rancuneuze rekeningen gepresenteerd. Kortom: de vrijheid waarvoor de PVV staat, is heel bijzonder. Het is de vrijheid om het buitenland buiten de deur te houden; het is de vrijheid om het binnenlandse buitenland de deur uit te zetten; het is de vrijheid om broodnodige hervormingen tegen te houden. Het is een invulling van vrijheid die wordt gevoed door angst en jaloezie. Het gevolg is een programma dat zich op verkeerde prioriteiten richt – een schadelijk mengsel van xenofoob rechts en conservatief links.

Feiten en beleid doen er niet toe

Het minderheidskabinet Rutte-Verhagen laat zich gijzelen door een cocktail van Wildersiaanse economische onnozelheid en xenofobe paniekzaaijerij. Feiten doen vaak niet ter zake. Populistisch geronk doet het veel beter dan feitelijke kennis. Met “fact-free politics” zijn stemmen te winnen. Jaar in jaar uit blijkt dat de veiligheid in Nederland erop vooruit is gegaan. Toch kondigt minister Opstelten vrijwel wekelijks met barse stem de zoveelste maatregel aan om weer wat aan de niet bestaande grote onveiligheid te doen (Misdaadmeter 2011, AD, 11 juni 2011). Over Europa wordt heel veel geklaagd, net zoals over vrijwel alle andere buitenlanden. Maar zonder Europa en die andere buitenlanden was Nederland een economische woestenij. Economische welvaart gaat moeilijk samen met geslotenheid en intolerantie (Chua, 2007). Van etnische en religieuze conflicten van weinig economisch heil te verwachten (Alesina en La Ferrara, 2005), terwijl tolerantie voor verschillen economische activiteiten juist ten goede komt (Boone et al., 2011).

Centraal in het economisch beleid van het Rutte-kabinet staat een ombuigingsprogramma van 18 miljard euro. Ondanks alle retoriek over het ongekend hervormingsgezinde karakter van het Rutte-kabinet, komen veel ombuigingen neer op boekhouden van de koude grond, met een dun vernisje dat een weldoordachte neoliberale visie moet suggereren – of op het ouderwetse smeden van poldercompromissen, dat de indruk van doelgerichtheid moet wekken. Een voorbeeld van het eerste zijn de bezuinigingen op cultuur en kunst, en van het tweede het akkoord dat met zorgpartijen is gesloten. Cruciale hervormingen, zoals die van de arbeids- en woningmarkt, zijn taboe verklaard. Minister-president Rutte beweegt door de media als een voortdurend lachende optimist. Achter deze vrolijkheid gaat een beleid van schraalheid schuil.

Veel van het gevoerde beleid doet uiteindelijk ook weinig ter zake. De economische structuur blijft ongemoeid als straks 500 animal cops door de straten dwalen of als op grote delen snelweg 10 kilometer per uur harder mag worden gereden. Ernstiger is de toon die zich afzet tegen het buitenland en de elite. Dat schept een onaangenaam klimaat van angst en jaloezie – van intolerantie en geslotenheid.

Destructief klimaat

Angst en jaloezie zijn niet bepaald de ingrediënten die een moderne economie in een veranderende wereld nodig heeft. Zo’n economie zou adaptief, creatief, gastvrij en speels moeten zijn. Zo’n samenleving zou moeten investeren in duurzaamheid en vernieuwing. Zo’n economie zou de elite moeten koesteren, ook als die uit het buitenland komt. Op zo’n land zouden de inwoners - ongeacht herkomst - trots moeten zijn. Het kabinet en zijn gedoogpartner stralen echter het tegendeel uit: kneuterige kleinzieligheid en in zichzelf gekeerde dommigheid. Het gevolg is dat angst en jaloezie regeren, met alle schadelijke gevolgen van dien voor de economische toekomst van deze ooit zo open, gastvrije en vooruitstrevende Maas-Rijn-delta.

Referenties

Alesina, A. en E. La Ferrara (2005), “Ethnic Diversity and Economic Performance”, Journal of Economic Literature XLIII: 762-800.

Boone, C., A. Brouwer, J. Jacobs, A. van Witteloostuijn & M. de Zwaan (2011), “Religious Pluralis mand Organizational Diversity: an empirical test in the city of Zwolle, the Netherlands, 1851-1914”, Sociology of Religion (te verschijnen).

Chua, A. (2007), Day of Empire: How Hyperpowers Rise to Global Dominance – and Why They Fail, Doubleday.

Te citeren als

Arjen van Witteloostuijn, “Angst en jaloezie beheersen Nederlandse economie”, Me Judice, 18 augustus 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.