Appèl tegen corruptie is geen bedrijfseconomisch sommetje

Appèl tegen corruptie is geen bedrijfseconomisch sommetje image

Afbeelding ‘Initial R’ van kladcat (CC BY 2.0)

13 mrt 2014 | | 548 keer bekeken
De aandacht voor anti-corruptie neemt binnen het bedrijfsleven snel toe. Veel nadruk wordt daarbij gelegd op regelgeving, toezicht en sancties. Maar het bestrijden van corruptie moet geen bedrijfseconomische som worden volgens Muel Kaptein. Bedrijfsethische drijfveren om zich niet in te laten met corruptie zijn net zo belangrijk. Een verruiming van de ethiek van bedrijven is al gaande, al moeten bedrijven niet worden overvraagd.

Toenemende aandacht

Vorige week woensdag organiseerde werkgeversorganisatie VNO-NCW tezamen met de Internationale Kamer van Koophandel een bijeenkomst voor ondernemers over anticorruptie. Deze bijeenkomst is geen uitzondering maar weerspiegelt de toenemende aandacht voor corruptie van en voor bedrijven. Zo organiseerde eind vorig jaar advocatenkantoor Houthoff Buruma een conferentie over corruptie waar maarliefst 300 Nederlandse bedrijfsjuristen op afkwamen. En naast allerlei rondetafels en seminars over dit onderwerp verschenen recent enkele boeken over corruptie voor bedrijven, zoals het Anti-Corruption Ethics and Compliance Handbook for Business van de OECD en Wereldbank, het Ethics and Compliance Training Handbook van de ICC en het Nederlandse boek Ondernemen zonder Corruptie (Van Woerden e.a., 2013). Maar waarom is er deze toenemende aandacht? Want al in de jaren zeventig van de vorige eeuw is anticorruptie op de bedrijfsagenda gezet door de Amerikaanse overheid en de ICC en is het altijd al het meest besproken onderwerp in de codes van bedrijven geweest (zie o.a. Kaptein en Klamer, 1991).

Bedrijfseconomische drieschaar

De toenemende aandacht van ondernemingen voor ABC, dat staat voor anti-bribery en corruption, is te verklaren door een drietal stimulansen.

De eerste stimulans is een toenemende wet- en regelgeving. Een belangrijke katalysator hierbij is de sinds juli 2011 geldende Engelse Bribery Act die vanwege haar extraterritoriale werking verstrekkende consequenties heeft. Zelfs het hebben van een tussenpersoon in Engeland is al voldoende grond om een Nederlands bedrijf aldaar strafbaar te stellen voor omkoping door haar elders in de wereld. Een andere impuls komt van het World Economic Forum die vorig jaar richtlijnen voor bedrijven heeft gepubliceerd om zakelijke partijen door te lichten op corruptie.

De tweede stimulans is meer toezicht. De Department of Justice en Securities Exchange Commission die toezicht houden op de naleving van de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act hebben meer middelen dan ooit tot hun beschikking om toe te zien op bedrijven. Eind 2012 heeft ook de OECD Nederland aangespoord om strikter de wetgeving op ABC te handhaven. Niet voor niets heeft het OM een landelijke corruptie officier aangesteld. Maar ook andere toezichthouders laten zich steeds meer horen. Zo heeft DNB in 2013 ABC als sectorbreed toezichtthema gekozen. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat bij 24% van de bedrijven de commissarissen aan de directie vragen hebben gesteld over het gevoerde anti-corruptiebeleid.

De derde stimulans is hogere sancties. De recent ingevoerde Engelse Bribery Act hanteert aanzienlijk hogere boetes en gevangenisstraffen dan de Amerikaanse FCPA. En Minister Opstelten heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om in Nederland de straffen voor omkoping aanzienlijk te verhogen. Als het aan hem ligt wordt de gevangenisstraf voor niet-ambtelijke omkoping verdubbeld .

Gevolg van deze verhoogde aandacht is het toenemend aantal bedrijven dat wordt beboet. De tien hoogste schikkingen voor overtredingen van de FCPA zijn allen de afgelopen zes jaar getroffen. En recent nog heeft de Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa een schikking getroffen van $384 miljoen, waarmee het de vierna hoogste schikking ooit is.

Bedrijfsethische drieschaar

Met de stok van regels, toezicht en sancties worden ondernemingen aangezet om ABC inhoud te geven. Maar als dit de enige drijfveren voor bedrijven zijn dan verwordt ABC al snel tot een bedrijfseconomisch vraagstuk waarin calculerend, opportunistisch en instrumenteel gedrag op de loer liggen. Immers als bijvoorbeeld de pakkans of vervolgingskans laag is dan zet dit de deur open tot corruptie. Of als er regels in een bepaald land ontbreken dan betekent dit dat alles mag. Daarom is het van belang dat bedrijven het belang van ABC doordenken vanuit hun bedrijfsethiek en dat anderen hierop ook een appèl doen. Er zijn mijn inziens drie belangrijke bedrijfsethische redenen te geven voor het belang van ABC. Daarbij volg ik de drie grootste ethische stromingen (Kaptein en Wempe, 2002).

Vanuit de gevolgenethiek bezien, met als grondleggers Jeremy Bentham (1748-1832) en John Stuart Mill (1806-1873), behoren bedrijven die acties te ondernemen die resulteren in het meeste maatschappelijke nut. Belangrijkste drijfveer voor ABC in dan de grote maatschappelijke kosten van omkoping en corruptie. Wereldwijd wordt de schade hiervan geschat op vijf procent van het mondiale BBP, of te wel US$ 2,6 biljoen per jaar (World Economic Forum, 2012). Corruptie belemmert onder andere economische ontwikkelingen (remt innovatie af, vermindert efficiëntie en leidt tot verkeerde besteding van schaarse publieke middelen), ondermijnt democratieën (bevordert dictaturen), dupeert burgers (vanwege een slechtere kwaliteit van producten en diensten) en leidt tot onnodige milieuschade (doordat milieuwetten worden omzeild door middel van omkoping). De huidige situatie in Oekraïne laat zien wat de hoge kosten van corruptie zijn.

De beginselethiek, met als boegbeelden Immanuel Kant (1724-1804) en John Rawls (1920-2002), voegt daaraan toe dat ABC onwenselijk is omdat het indruist tegen de rechten van mensen en ondernemingen. Namelijk het recht op concurrentie binnen grenzen en eerlijk zakendoen. Een basisprincipe van de markt is dat keuzen worden gemaakt op basis van kwaliteit en prijs en niet wie – het meeste aan – steekpenningen betaalt. Corruptie en omkoping werken marktverstorend en -vervuilend. Omkoping valt, Kant volgend, ook nooit tot een algemeen principe te maken omdat niemand uitgesloten zou willen worden van kansen op de markt vanwege louter het niet betalen van steekpenningen.

De deugdenethiek voert nog een andere redenen aan om zich als bedrijf niet in te laten met corruptie. Plato (427-347) en Aristoteles (384-322) hielden al voor dat het niet alleen gaat om wat men doet en bereikt maar ook om wie men is. Beschikt men wel over de gewenste eigenschappen en kwaliteiten? Corruptie tast de betrouwbaarheid van een bedrijf aan omdat het een organisatie onvoorspelbaar maakt, het tast de integriteit aan omdat de organisatie ontwricht raakt, het tast de eerlijkheid en openheid aan omdat corruptie doorgaans heimelijk plaatsvindt en het tast de duurzaamheid aan omdat de onderneming niet gericht is op duurzame waardecreatie voor de samenleving maar op eigen gewin.

Verruiming bedrijfsethiek

Dat bedrijven naast een economische ook een ethische verantwoordelijk voor ABC dragen zegt nog niet tot hoever dit strekt. De ontwikkelingen binnen de rechtspraak, samenleving, wetenschap en bedrijfsleven laten ons zien dat er een verruiming van de bedrijfsethiek gaande is. Deze verruiming voltrekt zich in vier richtingen.

Allereerst wordt er van bedrijven een ruimere ethische verantwoordelijkheid verwacht. Het gaat niet langer om alleen omkoping van ambtenaren maar ook om omkoping tussen bedrijven. Het gaat ook niet alleen om het niet betalen van steekpenningen maar ook om het niet betalen van zogenaamde ‘facilitating payments’. En het gaan niet alleen om feitelijke corruptie maar ook om het vermijden van de schijn daarvan of alleen al de intentie daartoe. Basisidee achter deze verbreding is het besmettingseffect. De aanpak van grote corruptievraagstukken kan niet zonder de aanpak van kleine vraagstukken. Immers grote corruptie begint vaak in het klein en veel kleine corruptie heeft ook grote gevolgen. Evenzo werkt het niet om in een bedrijf het omkopen van ambtenaren wel te verbieden en van private partijen wel toe te staan: de kans op besmetting is dan te groot.

Ten tweede komen de verantwoordelijkheden van bedrijven verder te liggen. Vanuit het idee dat via bedrijven hun omgeving is te verbeteren, en vooral corrupte jurisdicties aangepakt kunnen worden, wordt van bedrijven niet alleen verwacht dat zij zelf zich niet schuldig maken aan corruptie zijn maar dat zij ook verantwoordelijk worden gehouden voor corruptie in hun omgeving. In dit verband gaat het niet alleen om dat bedrijven niet het initiatief nemen tot omkoping maar ook niet in gaan op het verzoek van anderen tot het betalen van steekpenningen. Eveneens zien we dat bedrijven een grotere verantwoordelijkheid toegedicht krijgen voor ABC in hun keten evenals met degenen met wie zij samenwerken, zoals tussenpersonen en joint ventures. Vandaar dat wetgevers veel belang hechten aan ‘due dilligence’ en dat bedrijven worden aangesproken op het zakendoen met corrupte regimes, zoals nu met de bedrijven gebeurt die grote opdrachten deden voor de voormalige regering in de Oekraïne.

De verantwoordelijkheid voor ABC wordt daarnaast steeds individueler. Vanuit het voorkomen dat mensen zich verschuilen achter hun organisatie en daardoor te weinig doen aan ABC wordt persoonlijke verantwoordelijkheid steeds belangrijker gevonden. Daarom ook dat de persoonlijke aansprakelijkheid wordt verruimd. Dit geldt niet alleen voor bestuurders maar ook voor poortwachters zoals commissarissen, compliance en risk officers en interne en externe accountants.

Ten slotte zien we dat een steeds grotere proactieve verantwoordelijkheid van bedrijven wordt verwacht. Omdat corruptie overal kan voorkomen en de schade dan veelal onomkeerbaar is, wordt van bedrijven verwacht dat zij niet alleen goed reageren op signalen van corruptie maar ook dat zij corruptie zoveel mogelijk trachten te voorkomen. Dit vergt van bedrijven een goed preventief ABC-beleid, goede invoering daarvan in de structuur en cultuur van de organisatie en het vervolgens systematisch monitoren daarvan. Hierin past ook het idee dat bedrijven geen standaard beleid moeten voeren maar dat dit toegesneden is op de specifieke corruptierisico’s waarmee zij worden geconfronteerd. Eveneens past hierin de ontwikkeling dat van bedrijven steeds meer een proactieve verantwoording wordt verwacht over hun gevoerde ABC-beleid. Zo heeft eind vorige maand het Europese Parlement en de Europese Raad besloten om grote bedrijven te verplichten hun gevoerde benadering over ABC in hun jaarverslag te laten uitleggen.

Moralisme

Bedrijfseconomisch en bedrijfsethisch bezien is de aandacht voor ABC dus aan te bevelen. Een groot gevaar ligt daarbij wel op de loer. En dat is het gevaar van moralisme. De verantwoordelijkheden van bedrijven voor ABC kunnen immers niet oneindig blijven toenemen. Corruptie zal immers nooit volledig zijn uit te bannen, zowel binnen het eigen bedrijf als in de keten. Evenmin kunnen bedrijven verantwoordelijk worden gesteld voor zaken die buiten hun invloed liggen of die zij in alle redelijk niet hadden kunnen weten. Als echter bij een bedrijf zelfs geen pennetje meer mag worden aangenomen en alles met minstens vier ogen moet gebeuren dan schieten we waarschijnlijk door. En voordat we het weten ontstaat er een kramp waarin niets meer mag en onvermijdelijke ethische dilemma’s worden weggedrukt. En dat kan bedrijfseconomisch èn bedrijfsethisch ook niet de bedoeling zijn.

Referenties

Kaptein, M. en H. Klamer (1991), Bedrijfscodes in Nederlandse Bedrijven, Den Haag: NCW.

Kaptein, M. en J. Wempe (2002), The Balanced Company: A corporate integrity approach. Oxford: Oxford University Press.

Woerden, M. J. van, M. Jurgens, M. Kaptein en J. T. C. Leliveld (2013), Ondernemen zonder Corruptie: Normenkader, management en praktijkervaringen. Deventer: Kluwer

World Economic Forum (2012), Global Agenda Council on Anti-Corruption. Annual Report.

Te citeren als

Muel Kaptein, “Appèl tegen corruptie is geen bedrijfseconomisch sommetje”, Me Judice, 13 maart 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.