Arbeidsmarktgevolgen crisis worden schromelijk onderschat

Arbeidsmarktgevolgen crisis worden schromelijk onderschat image
13 nov 2009 |
De gevolgen van de crisis lijken mee te vallen. Maar dat is slechts schijn, aldus de Amsterdamse econoom De Beer. Een toekomst waarin de werkloosheid structureel zal oplopen ligt meer voor de hand. Onorthodoxe maatregelen zijn nodig, zoals een tijdelijke algemene arbeidstijdverkorting, een ‘eenmalig pardon’ voor oudere werknemers om vervroegd uit te treden en een reële loondaling.

Crisis lijkt mee te vallen

Iedere maand brengen de laatste werkloosheidscijfers van het CBS een zucht van verlichting teweeg. We mogen dan de diepste economische recessie sinds mensenheugenis doormaken, tot nu toe valt daar eigenlijk weinig van te merken. Het beleid om de gevolgen van de crisis te verzachten lijkt daarmee opmerkelijk succesvol. Zo zitten er zo’n 30.000 werknemers in de deeltijd-WW, die anders wellicht ontslagen zouden zijn. Het feit dat de overheid niet plotseling op de bezuinigingsrem heeft getrapt, maar het begrotingstekort fors laat oplopen, scheelt ook duizenden banen. Verder hebben veel schoolverlaters besloten om nog een tijdje door te leren in plaats van zich bij het loket van het UWV Werkbedrijf te melden. Daarnaast blijft veel werkloosheid verborgen, doordat zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) die hun opdrachten zien teruglopen, zich niet onmiddellijk als werkloze melden – ze hebben immers toch geen recht op een werkloosheidsuitkering – maar simpelweg een terugval in hun inkomsten accepteren. Dat geldt mogelijk ook voor veel flexwerkers die vanwege hun korte en onregelmatige arbeidsverleden geen aanspraak maken op een WW-uitkering.

Niet meer dan een dip?

De meevallende werkloosheidscijfers hebben bij velen de indruk doen postvatten dat deze crisis toch niet veel anders is dan een gewone dip, zoals we die elk decennium wel een keer meemaken. Er is momenteel weinig te merken van een gevoel van urgentie. Tekenend daarvoor was dat de regering en de sociale partners het afgelopen half jaar méér oog hadden voor de mogelijkheden van mensen met een zwaar beroep om in 2026 tot 67 jaar door te werken dan voor de huidige arbeidsmarktproblematiek.

Ten onrechte. De werkloosheid zal het komende jaar sterk oplopen. Ga maar na. De economie krimpt dit jaar met bijna vijf procent, terwijl de werkgelegenheid nauwelijks daalt. Veel bedrijven draaien met hetzelfde personeelsbestand dus een aanzienlijk lagere omzet en teren fors in op hun reserves. Dat kun je misschien een jaartje volhouden, maar geen twee jaar. Als de economie komend jaar niet fors aantrekt, zullen veel bedrijven zich alsnog gedwongen zien massaal personeel te ontslaan. Te meer doordat in veel bedrijven de deeltijd-WW afloopt en de buffer van zzp’ers en flexwerkers inmiddels is verdwenen. Er zit dan niets anders op dan in het vaste personeel te snijden. Ook als de economie volgend jaar stabiel is of licht groeit, moeten we er serieus rekening mee houden dat honderdduizenden mensen hun baan zullen verliezen. De werkloosheid zal dan omhoog schieten naar acht procent of meer van de beroepsbevolking.

Maar, zo valt regelmatig te beluisteren, die werkloosheid zal van korte duur zijn. Door de vergrijzing en de krimp van de beroepsbevolking ontstaan er over een paar jaar juist tekorten aan arbeidskrachten. Als de economie aantrekt, zal de werkloosheid snel dalen en hebben we iedereen weer hard nodig. Reden te meer om iedereen die nu even aan de zijlijn staat, startklaar te houden om weer direct te kunnen invallen zodra de werkgelegenheid zich herstelt. Om twee redenen is deze verwachting veel te optimistisch.

Gevolgen crisis domineren gevolgen vergrijzing

In de eerste plaats valt het effect van de vergrijzing in het niet bij dat van de crisis. De beroepsbevolking zal de komende tien jaar met hooguit 20.000 personen per jaar krimpen. Het verlies aan banen als gevolg van de crisis bedraagt echter minimaal het tienvoudige hiervan. We hebben dus tien jaar krimp van de beroepsbevolking nodig om de gevolgen van de crisis te compenseren. Een fors economisch herstel kan deze periode weliswaar verkorten, maar uitgaande van het patroon van eerdere recessies zal het zeker een jaar of zes, zeven duren voor de werkloosheid weer naar het lage niveau van 2008 is teruggekeerd. We kunnen ons dus beter maar voorbereiden op een langdurige periode van hoge werkloosheid.

Arbeidsvraag past zich aan

In de tweede plaats is het ook op langere termijn zeer de vraag of we te maken zullen krijgen met structurele krapte op de arbeidsmarkt. Deze verwachting was vorig jaar voor de commissie-Bakker reden om te pleiten voor een forse verhoging van de arbeidsparticipatie om toekomstige tekorten aan arbeidskrachten te voorkomen. Een boodschap die veel beleidsmakers en politici met grote regelmaat herhalen. Zij gaan er echter ten onrechte van uit dat de vraag naar arbeid (het aantal banen) en het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Als dat waar zou zijn, zouden landen of regio’s met een krimpende beroepsbevolking een lagere werkloosheid hebben dan landen of regio’s met een groeiende beroepsbevolking. Dat blijkt echter niet het geval te zijn. Integendeel, er is eerder sprake van het omgekeerde. Daarvoor zijn twee verklaringen: een krimpende (beroeps)bevolking gaat doorgaans samen met een afname van de vraag naar goederen en diensten, simpelweg doordat er minder consumenten zijn. Bovendien trekken bedrijven naar die gebieden waar het meeste geschikte arbeidsaanbod is. De banen volgen dus de mensen. Er is daarom geen reden om te verwachten dat er na de crisis een periode van structurele krapte op de arbeidsmarkt zal volgen. En evenmin een periode waarin de werkloosheid tot het verleden zal behoren. Integendeel, het probleem van hardnekkige werkloosheid, dat zo typerend was voor de jaren tachtig en de eerste helft van de jaren negentig, is weer helemaal terug en zal ons voorlopig ook niet meer verlaten.

Geen besef van urgentie

In dit licht bezien is het gebrek aan besef van urgentie bij de overheid en de sociale partners zorgelijk. Zij lijken op het konijn dat als aan de grond genageld in de koplampen van een aansnellende auto kijkt. Het ware te wensen dat zij hun meningsverschil over de AOW even vergeten om de koppen bij elkaar te steken en te bezien hoe een scherpe toename van de werkloosheid valt te voorkomen. Daarvoor zijn waarschijnlijk onorthodoxe maatregelen nodig, zoals een tijdelijke algemene arbeidstijdverkorting, een ‘eenmalig pardon’ voor oudere werknemers om vervroegd uit te treden en een reële loondaling. De uitkeringsinstanties – het UWV en de gemeentelijke sociale diensten – zullen scherpe prioriteiten moeten stellen omdat zij niet al hun cliënten een reëel perspectief op werk kunnen bieden. Anders dan Divosa, de vereniging van sociale diensten, in haar op 12 november gepubliceerde monitor bepleit, is het niet zinvol re-integratieactiviteiten in een periode van crisis te richten op de meest kwetsbare groepen, die ook in economisch gunstiger tijden al weinig kans maakten. Aan hen valt op dit moment weinig anders te bieden dan sociale bescherming – inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, vrijwilligerswerk. Het zal al moeilijk genoeg zijn om te voorkomen dat degenen die nu hun baan verliezen langdurig aan de kant blijven staan.

In de jaren tachtig duurde het lang voordat de ernst van de crisis tot politici en sociale partners doordrong. Daardoor kwamen veel maatregelen te laat. We zullen een kwart eeuw later die fout toch niet herhalen?

* Dit is een verkorte versie van de lezing die de auteur op 12 november heeft gehouden voor het VNG-Divosa-congres ‘Meer dan ooit! Kansen verbinden’.

Te citeren als

Paul de Beer, “Arbeidsmarktgevolgen crisis worden schromelijk onderschat”, Me Judice, 13 november 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.