Banken: roekeloos geld binnenharken, maar nu met eed

zeehond
Afbeelding ‘Seal tongue’ van @Doug88888 (CC BY-NC-SA 2.0)
25 okt 2013 |
Iedereen moet een stap terug en structureel hervormen, behalve de bankensector. Zodra de banken hun buffers hebben versterkt en de ‘vuile activa’ zijn geschoond, kunnen zij weer op de oude voet verder, stelt Dik Degenkamp. De ethische codes en eden zijn cosmetische ingrepen, terwijl het probleem ligt bij de onderliggende structuur van de sector. Die blijft uitnodigen tot graaien en misleiden.

Banken buiten schot

De crisis bereikt nu haast alle bevolkingsgroepen. Voortdurend hoor je roepen dat structurele hervormingen noodzakelijk zijn. Dat geldt dan voornamelijk de arbeidsmarkt, de pensioenen en nog meer onderwerpen waarbij vooral de factor arbeid het moet ontgelden. Terwijl toch de ‘kapitaal’- sector een belangrijke oorzaak is van de economische en sociale ellende waar wij in zitten, blijft die sector structureel zo goed als geheel buiten schot.

De op kosten van de Nederlandse belastingbetaler geredde Nederlandse banken worden niet structureel aangepakt, maar kunnen zodra zij hun buffers hebben versterkt en de ‘vuile activa’ zijn geschoond, weer vrolijk ouderwets verder. Ouderwets verder, want geen enkele bank wordt verplicht de saaie nutsbank-activiteiten echt los te maken van de investeringsbank-activiteiten. Banken worden niet echt gesplitst, het blijft bij ‘ring fencen’: hekwerken waar makkelijk overheen kan worden geklommen.

Het kabinet heeft zich achter het advies van de Commissie Structuur Nederlandse banken geschaard en die commissie – met flink wat bank’verwanten’ en onder leiding van oud-bankdirecteur Wijffels – wist wel hoe zij banken moest beschermen.

Structuur

Over het geheel wordt een ‘lik’ ethiek gesmeerd in de vorm van een bankierseed. Dijsselbloem maakt het nog bonter door hele massa’s bankmensen – dus niet alleen bankbestuurders, maar ook bij voorbeeld de beleggingsadviseurs – te verplichten tot zo’n onzinnig ritueel. Onzinnig, want het gedrag van mensen verandert niet door twee vingers in de lucht te steken.

Gedrag van mensen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de rol die zij vervullen binnen bestaande structuren; antropologen zoals journalist Joris Luyendijk hebben daar kennelijk meer oog voor dan veel economen. De structuur, de omgeving bepaalt immers in welhaast overwegende mate het gedrag van mensen. Bankiers zijn hoogstwaarschijnlijk geen grotere slechteriken dan andere mensen, maar mensen die opereren in een omgeving waar de ‘gewoonheid van het graaien’ heerst, zullen gemakkelijk bezwijken voor de verleiding.

Het is dus hoogstnoodzakelijk dat deze structuren worden aangepakt om extreem graai- en misleidingsgedrag zo veel mogelijk de kop in te drukken. Codes waarin staat dat de klant centraal moet worden gesteld zijn wat dat betreft misleidende afleidingsmanoeuvres. Terwijl naar buiten door banken de dominee wordt gespeeld, worden intern medewerkers onder druk gezet om flink meer financiële producten te verkopen (zie bijvoorbeeld Frankfurter Allgemeine Zeitung, 2 oktober, p. 21).

De Nederlandse financiële sector is zoals bekend het waterhoofd van de Nederlandse economie en terugbrengen tot normale proporties verlaagt de risico’s aanmerkelijk. Als pensioenfondsen ook bereid worden gevonden geld in nutsbanken te steken, dan is de zogenaamde funding gap ook geen onoverkomelijk probleem. De ongeveer drie honderd miljard spaargeld die banken nodig hebben om hun hypotheken te financieren, zijn met overheidsgarantie goed door pensioenfondsen te dekken; dit gat valt goed te dichten. Uiteraard draait de belastingbetaler ook weer voor alles op als het desondanks misgaat, maar dat is nu ook al het geval.

Dit brengt op een tweede probleem: hoe groot is het gat eigenlijk ? Of ruimer, hoe betrouwbaar zijn de cijfers. Daarvoor komen wij bij de accountants. Die komen er de laatste tijd ook niet erg goed van af. Verbazingwekkend is dat niet, want ook daar zit het structureel ‘goed’ fout. Accountants hebben een wettelijk monopolie, middelgrote en grote ondernemingen zijn verplicht hun cijfers door een accountant te laten controleren. Maar die controleur wordt betaald door degene die gecontroleerd wordt. Dat is een onwerkbare situatie, er is sprake van een schizofrene dubbele binding. Controleurs moeten niet financieel afhankelijk zijn van gecontroleerden.

Daarom zou het goed zijn om de maatschappelijk belangrijke ondernemingen –zoals bij voorbeeld banken – te laten controleren door accountants die niet betaald worden door de betrokken ondernemingen, maar waarvan de controle wordt gefinancierd door een algemeen heffingssysteem. Verder kan de nu geldende wettelijke controleplicht van jaarcijfers, en dus het wettelijk monopolie van accountants, beter worden opgeheven. Wie dan een accountant inschakelt doet het dan niet omdat het nu eenmaal moet, maar omdat de onderneming er zelf belang bij heeft. De accountant heeft er dan zelf ook belang bij over voldoende professioneel kritische houding te beschikken (‘PKH’). De beroepsorganisatie die hierover nu massaal PKH-cursussen gaat organiseren, zou er beter aan doen zich met structurele problemen bezig te houden, dan nu met zieleknijperig gezwets. Ik vrees echter dat de gevestigde belangen in de praktijk aan het langste eind zullen trekken; dus, op naar de volgende crisis!

Te citeren als

Dik Degenkamp, “Banken: roekeloos geld binnenharken, maar nu met eed”, Me Judice, 25 oktober 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.