Bedrijfseconomiesommetjes staan ver van de realiteit

Bedrijfseconomiesommetjes staan ver van de realiteit image
Afbeelding ‘My Accountant’ van Bill Alldredge (CC BY-SA 2.0)
Wie het Staatspraktijkdiploma (SPD) voor het onderdeel Cost en Management Accounting wil bemachtigen wordt nauwelijks geconfronteerd met de problemen van de praktijk. Alle echte problemen – onzekerheid, ontwikkelen van een bedrijfsstrategie, informatie verzamelen en overdracht – worden weggeredeneerd en examens lijken alleen maar te draaien om het maken van sommen om de sommen. Het wordt tijd dat hier verandering in komt, aldus de bedrijfseconomen Verbrugge en van de Loo.

SPD-examen

Een van de oudste diploma's in Nederland is het SPD, voluit Staatspraktijkdiploma. De opleiding is breder dan vroeger en trekt grote aantallen studenten, meestal met een MBO-achtergrond of niet-financiële achtergrond, die in het bezit van het diploma willen komen. Wij vragen ons af of de opzet wel op de praktijk is afgestemd. Tenslotte bestaat er ook het HEAO-BE/BA-diploma. Kritisch hebben we daarom eens gekeken naar een recent deelexamen; Cost & Management Accounting van 6 maart 2012. Management accounting ondersteunt managementbeslissingen. Dat zou dus praktisch toepasbaar moeten zijn, maar hoe praktisch is deze module werkelijk?

Sommen om de sommen

De eerste opgave gaat over break-even-analyse, die steunt op de indeling in constante en variabele kosten. De examenkandidaten wordt gevraagd van alles te berekenen. Ongetwijfeld wordt hier braaf het examenprogramma gevolgd, maar wij missen de rol die deze berekeningen in managementbeslissingen kunnen spelen. Het bedrijf in de opgave draait al jaren; dus waarom nu opeens een break-even-analyse over het bestaansrecht van de onderneming in kwestie? Het lijkt alsof de berekeningen het doel zijn en niet de ondersteuningsbehoefte bij het management.

Een tweede gebrek in de opgave is de impliciete veronderstelling dat de constante kosten niet vallen te beïnvloeden. In de praktijk blijken constante kosten wel degelijk beïnvloedbaar. Dit vergroot de beleidsopties voor het management, maar betekent ook meer werk voor de ondersteuning. Het is een uitdaging de mogelijkheden om constante kosten te beïnvloeden te ontdekken; die vaardigheid zouden SPD-ers juist moeten beheersen. Wij vragen ons sterk af of SPD-ers worden getraind om deze informatie boven tafel te krijgen.

De tweede opgave vraagt de optimale gebruiksduur van een machine vele jaren vooruit te berekenen. Dit blijkt een resultante van (verwachte) reservecapaciteit, (verwachte) restwaarde en (verwachte) complementaire kosten. Het lijkt ons niet zinvol en ook geen realistische situatie om de gebruiksduur jaren vooruit te berekenen. Vervanging van machines is afhankelijk van andere factoren. Bovendien zijn de gegevens uit de opgave eigenlijk schattingen en verwachtingen. Bij investeringsbeslissingen is het de kunst goede schattingen en verwachtingen uit het eigen bedrijf los te krijgen; over die vaardigheid zouden SPD-ers moeten beschikken. Wij vragen ons sterk af of SPD-ers in de juiste vaardigheden worden getraind om deze informatie boven tafel te krijgen.

De derde opgave examineert over een eeuwigdurende hype, die maar moeilijk wortel schiet in de praktijk; Activity Based Costing. Hierbij worden kosten toegerekend aan activiteiten, die via het werkelijk gebruik ervan doorbelast worden aan producten of klanten/gebruikers. Veel theoretische vragen worden hierover gesteld in het examen en enkele berekeningen. Helaas wordt gekozen voor een productiebedrijf als casus, terwijl er veel meer dienstverlenende bedrijven zijn. Onze ervaring is dat het voordeel van ABC voor bedrijven niet zozeer de scherpere kostprijs is, maar wel het inzicht in de drijvende krachten achter de kostenontwikkeling, zodat kosten beter beheerst kunnen worden. Het opsporen van de drijvende krachten is in de praktijk lastig (interviews afnemen, begrip van het bedrijfsproces), maar wel zeer relevante kennis.

Waar blijft de praktijk?

Wij vinden de deelexamenopgaven van SPD 'Cost & Management Accounting' weinig praktijkgericht. De rode draad in de opgaven bestaat uit het toepassen van rekenregels ("Bereken dit, bereken dat, ..."). We missen de wisselwerking met niet-financiële managers, wier beslissingen ondersteund en bijgestuurd zouden moeten worden. Noodgedwongen wordt in de opgaven gewerkt met de aanname dat alle informatie tot de beschikking van de beslisser is. Maar in de praktijk is het vergaren hiervan moeilijk en vergt sociale vaardigheden, die belangrijker zijn dan het kunnen toepassen van berekeningen. En het onder de knie krijgen van die vaardigheden zou tenminste onderdeel moeten zijn van de opleiding. Die vaardigheden hebben te maken met communiceren, luisteren, de juiste vragen stellen, niet bedreigend overkomen, anderen het gevoel geven dat je wilt ondersteunen, een probleem op kunnen en willen lossen.

Wat zou het SPD-examen moeten toetsen?

In onze speurtocht hebben wij de exameneisen van de SPD niet boven water kunnen krijgen. Dit brengt ons tot de slotvraag wat het SPD-examen dan wel zou moeten toetsen. Die toets dient aan te sluiten bij de behoefte die organisaties hebben. Het is immers een praktijkdiploma. Er wordt in de praktijk meer beroep gedaan op financieringsspecialisten of 'financials' die aan de business-kant van de organisatie staan. Anders gezegd, financials die pro-actief en kritisch meedenken met de strategie van de onderneming, die business-cases kunnen uitwerken, die informatie genereren die de beslissingen van de organisatie beter onderbouwen en daarmee de onzekerheid wegnemen. Financials opereren steeds meer als business-partners, zonder zelf op de stoel van de beslisser te gaan zitten. 

Dat leidt tot de conclusie dat het SPD-examen moet bestaan uit een combinatie van het beheersen van rekenkundige methodieken (de sommen) en vaardigheden om met directe omgevingsfactoren om te gaan en deze ook toepassen. Het verwerven van deze vaardigheden wordt eigen gemaakt door het oefenen met het oplossen van cases (solistisch maar ook in groepsverband). In het examen zou hier dan ook veel meer ruimte voor moeten worden ingeruimd. Dit betekent dat een business-case door de kandidaat tijdens het examen wordt opgelost Een andere mogelijkheid is een behandeling van een business-case in teamverband en waarin de inbreng van de kandidaat wordt beoordeeld.

Een ander voorbeeld is het oefenen met rollenspellen in de opleiding; dit stimuleert de SPD-er zijn adviesvaardigheden te ontwikkelen en gebruiken; op assertieve en pro-actieve wijze zijn rol in te vullen. En in het examen moet de invulling van die rol met behulp van een rollenspel getoetst worden. Dit betekent wel een andere manier van toetsen. Kortom, naast kwantitatieve toetsen, moet er meer aandacht voor de kwalitatieve kant van het vak komen. Wij zien in onze praktijk dat oplossingen voor vraagstukken binnen organisaties steeds meer tot stand komen op basis van grondige vakkennis en consensus daarvan in team-verband te delen en te bereiken. Dit vereist andere, lees: gedragsvaardigheden in de praktijk waarin de SPD-er zijn of haar rol veel beter kan invullen.

Te citeren als

Rene Verbrugge, Daan van de Loo, “Bedrijfseconomiesommetjes staan ver van de realiteit”, Me Judice, 31 januari 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.