Beoordeel scholen niet op het aantal geslaagde leerlingen

Beoordeel scholen niet op het aantal geslaagde leerlingen image
15 mei 2009 |
Een leerling die het goed doet op de schoolexamens, maar slecht op het centraal schriftelijk is slachtoffer van de druk op scholen om zo veel mogelijk leerlingen te laten slagen. Beter is het scholen af te rekenen op het succes van leerlingen nadat zij de school hebben verlaten, met of zonder diploma, stelt de Tilburgse econoom Jan Bouwens.

Schoolexamens te laag niveau

Reeds jaren is het staande praktijk dat middelbare scholen fantastische schoolexamenresultaten combineren met zeer middelmatige of ronduit slechte centrale schriftelijk eindexamenresultaten. Volgens de inspectie van het onderwijs maakt reeds 15 procent van de scholen zich schuldig aan deze praktijk. Deze week kreeg een hele VWO-klas van een niet nader te noemen middelbare school een negen voor een Engels schoolexamenonderdeel (het betreft niet het hele schoolexamen waarvoor men een negen kreeg, maar een onderdeel).

Scholen stellen hun schoolexamens zelf samen en hun docent kijkt de resultaten na. Hiermee kan het aantal geslaagden worden gestuurd in de door de school gewenste richting. Voor het centraal schriftelijk eindexamen ligt dat wat moeilijker, omdat er een externe corrector meekijkt naar de resultaten. Maar zelfs daar wordt gestuurd, zo stelt de inspectie onderwijs jaarlijks met verdriet vast. Omdat de eigen docent het werk eerst nakijkt en dan pas de externe corrector moet de laatste bij vermoedde bevoordeling door de eigen docent behoorlijk diep gaan, wil het geflatteerde cijfer naar beneden worden bijgesteld. Binnen het middelbaar beroepsonderwijs is het nog erger, daar kent men geen centraal schriftelijk examen. Het belangrijke doel is daar: voer het aantal diploma’s op.

Nu ziet de onderwijsinspectie dat de examens van een te laag niveau zijn en spreekt zij haar zorg uit. Ik hoor de Tweede kamer al roepen: meer inspectie en meer toezicht. Maar is dat wel nodig? De inspectie klaagt al jaren over een tekort aan mensen om de taken uit te voeren. Kunnen we die taak niet verlichten? Ja dat kan.

Meet succes na schoolverlaten

We moeten scholen niet langer op de perverse maatstaf van het aantal geslaagden aanspreken. In plaats daarvan kunnen we bij aanvang van de school een nulmeting uitvoeren op basis waarvan we het niveau van de leerlingeninstroom vaststellen. Vervolgens laten we de school beslissen hoe het onderwijsproces in te richten en bij voorkeur het examen zelfstandig te organiseren. Maar dan volgt de afrekening. Elk cohort dat de school verlaat (met of zonder diploma!) wordt beoordeeld op het succes dat daarna volgt. Leerlingen van het VWO worden beoordeeld op het succes van de leerlingen in het vervolgonderwijs (halen ze als student hun eerste jaar en met welke punten), leerlingen van ROC’s en HBO's worden eveneens bekeken op hun succes. Dat kan zijn in het vervolgonderwijs of bij (het vinden) van de eerste baan en het daarmee verbonden salaris.

Door als maatstaf ‘het succes na de opleiding te nemen’ ontnemen we de school de mogelijkheid tot ongeoorloofde sturing. We kunnen afstappen van de slagingseis om in plaats daarvan vast te stellen of de school de kans op succes van de leerling daadwerkelijk heeft beïnvloed. We kunnen een eerlijke meting uitvoeren door scholen onderling te vergelijken op hun succes.

Nu zult u zeggen, maar dat geeft een prikkel om alleen de beste leerlingen aan te nemen. Dat is niet waar. Juist doordat we de kwaliteit van de instroom meten, houden we rekening met niveauverschillen. Scholen kunnen zich zelfs specialiseren op de verbetering van leerlingen met een achterstand. Ze worden immers aangesproken op de prestaties van hun leerlingen gegeven hun achtergrond.

Eigen docent moet niet centraal schriftelijk nakijken

Nu zal onmiddellijke invoering van de ‘succes na de opleiding maatstaf’ uitblijven. Laten we dan om te beginnen de centraal schriftelijke examens alleen nog maar na laten kijken door externe correctoren. Hiermee kunnen we de belangrijkste perverse mechanismen in een slag verwijderen. In de eerste plaats kan de docent zijn eigen leerlingen niet meer matsen bij het nakijken van het centraal schriftelijk eindexamen. In de tweede plaats zal het de docent ertoe brengen het schoolexamen strenger na te zien. Het zou immers te opvallend zijn als de uitslagen van het schoolexamen verder uit de pas gingen lopen met het centraal schriftelijk eindexamen. Ook de inspectie hoeft minder werk te doen. Bovenal is het gunstig voor de eindexamenkandidaat. Hij hoeft niet langer bang te zijn met een geflatteerd cijfer het vervolgonderwijs in te gaan in de veronderstelling dat het wel goed zit!

Toezichtraden en overheid mogen de scholen op basis van het naschoolse succes van de leerling aanspreken! Het is zorgwekkend dat overheid en toezichthouders de scholen nog altijd niet aanspraken op het ongewenste gedrag dat de inspectie jaar-op-jaar constateert.

*Dit artikel is ook verschenen in de Volkskrant van 15 mei 2009: Flickr, ccarlstead

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice

Te citeren als

Jan Bouwens, “Beoordeel scholen niet op het aantal geslaagde leerlingen”, Me Judice, 15 mei 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.