Bezetting vormt enorme kostenpost voor Israël

Bezetting vormt enorme kostenpost voor Israël image
10 jun 2010 | | 2141 keer bekeken
De voortdurende bezetting van de Westelijke Jordaanoever en het in de tang houden van de Gazastrook kost de Israëlische overheid jaarlijks een kleine 5 miljard euro, dat is bijna 10 procent van de begroting, becijfert econoom Ad van de Gevel. De kosten van de bezetting zijn sterk gestegen na de tweede Intifada. Vanwege verdringing van uitgaven aan onderwijs, gezondheidszorg en armoedebestrijding heeft dit beleid bovendien bredere sociale kosten voor Israël.

Snelgroeiende kostenpost

Israël betaalt een hoge prijs voor de uitbreiding van het grondgebied die begonnen is na de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 tussen Israël en de Arabische buurlanden Egypte, Jordanië and Syrië. Van 1967 tot 1987, de eerste twee decennia van de bezetting, waren de kosten voor Israël relatief laag en werden deze min of meer gecompenseerd door voordelen. Maar sinds de Tweede Intifada (Intifada betekent Opstand), die duurde van september 2000 tot november 2004, zijn de kosten van de bezetting dramatisch gestegen terwijl de voordelen afnamen.

De voortdurende bezetting door Israël en de confrontatie tussen Israël en de Palestijnen is buitengewoon schadelijk geweest voor beide partijen maar speciaal voor de Palestijnen. In dit artikel worden alleen de kosten voor Israël besproken. Het kernpunt van dit artikel is dat voor Israël het voortdurende conflict een zware sociale, financiële en economische last is geworden. Het ondermijnt economische groei, vormt een sterke belasting voor de begroting, beperkt de sociale ontwikkeling, is uitputtend voor het leger, verdeelt het land politiek en bedreigt de toekomst van het land als een Joodse staat. Bovendien leidt het tot de dood en verwondingen van duizenden Israëli’s.

Het feit dat dit buiten Israël nauwelijks bekend is vormt geen verrassing maar wat wel opvalt, is dat de sociale en economische kosten van de bezetting geen regelmatig onderdeel zijn van het politieke en maatschappelijk debat in de media in Israël.

De nederzettingen

Een constante provocatie die voortdurend tot conflicten heeft geleid is de vestiging van nederzettingen op Palestijns grondgebied sinds eind jaren zeventig. Deze kolonies vormen een enorme belemmering om een politiek compromis te bereiken. Israël heeft duizenden hectaren grond van de Palestijnen ingenomen waarop het talrijke nederzettingen heeft gevestigd en waar nu honderdduizenden Israëlische burgers leven. De regering van Israël heeft een consistent beleid gevoerd om Joodse burgers met behulp van financiële prikkels en subsidies er toe aan te zetten om naar de West Oever te migreren. Daar de nederzettingen omringd zijn door inheemse Palestijnen, worden de kolonisten voorzien van uitgebreide beveiligingsinstallaties die bemand zijn door (jonge) bewapende soldaten. Volgens internationaal recht zijn de nederzettingen in de bezette gebieden illegaal. Artikel 49 van Deel I van de Vierde Geneefse Conventie zegt: ”De bezettende macht zal geen delen van zijn eigen burgerbevolking deporteren of overbrengen naar het gebied dat het bezet houdt.”

De afscheidingsmuur

Sinds 2002 is Israël begonnen met de bouw van de Afscheidingsmuur. Dit project dat nog steeds onder constructie is kost bij benadering 2,35 miljard euro. Het was de bedoeling om de vrije toegang van de Palestijnen tot Israël te stoppen om aldus de acties van de zelfmoordbrigades onmogelijk te maken. Als de Muur gebouwd zou zijn volgens de Wapenstilstandlijn van 1949 zou deze 313 kilometers lang zijn geweest. Maar de Muur is zo opgezet dat grote delen Palestijns grondgebied zijn geannexeerd. Dit maakt de Muur meer dan tweemaal zo lang, dat wil zeggen 790 km. Hoewel de constructie van de Muur een eenmalige zaak is zijn er continu onderhoudskosten.

Operatie ‘Gegoten lood’ (in het Engels: Cast Lead)

Een van de belangrijkste gebeurtenissen van Israëls bezetting waren de luchtaanvallen aangevuld met een grondoffensief op de Gazastrook van 27 december 2008 tot 18 januari 2009. Het doel van Israël was het uitschakelen van de militaire infrastructuur van Hamas om raketten op Israël af te vuren en om de tunnels tussen de Gazastrook en Egypte voor de smokkel van o.a. wapens te vernietigen. Behalve de ongeveer 1300 doden onder de inwoners van de Gazastrook werden er 20.000 gebouwen verwoest of beschadigd, met een geschatte materiële schade van 1,3 miljard euro. De vernietigde productiecapaciteit is geschat op 1,6 miljard euro. Hoewel Israëls leger een duidelijk militair voordeel had ten opzichte van Hamas in aantallen, training en uitrusting kan men niet stellen dat Israël het conflict met Hamas heeft gewonnen. Enige tijd na de aanval vuurde Hamas nog steeds raketten en mortiergranaten op Israël af. Het productieverlies ten gevolge van de aanval op Gaza is voor Israël geschat op bijna een half miljard euro. Sinds de terugtrekking van de Israëli’s uit Gaza in 2005 is Gaza volledig van de wereld afgesneden, wat nog eens bevestigd is door het gewelddadige optreden van het Israëlische leger tegen een hulpkonvooi bestemd voor Gaza.

De kosten

De kosten van de bezetting eisen een steeds toenemende tol van de Israëlische maatschappij. De Israëlische beslissing om de ontwikkeling van de Palestijnse economie te voorkomen heeft er toe bijgedragen dat de Palestijnen zich tegen de bezetting blijven verzetten.

De kosten van de bezetting gelden voor Israël als een welvaartsverlies vanwege gemiste investeringsmogelijkheden omdat er controle moet worden uitgeoefend over de bezette gebieden.

Het is onmogelijk de kosten van de nederzettingen te scheiden van de kosten van de bezetting zelf. Hierbij is er sprake van een vicieuze cirkel: civiele uitgaven leiden tot militaire uitgaven en deze leiden weer tot meer civiele uitgaven.

De Israëlische regering houdt systematisch de gegevens over de kosten van de bezetting en nederzettingen geheim op grond van nationale veiligheid. Zelfs ministers hebben geen toegang tot de feitelijke data omtrent deze kosten. Men wil publieke verontwaardiging in Israël vermijden over de voorkeursbehandeling die de kolonisten genieten.

Israël genereert ook inkomsten vanwege de controle over de bezette gebieden. Hierbij valt te denken aan de sociale zekerheidsbijdragen van Palestijnse arbeiders, hun contributies aan de Histadrut (de Federatie van vakbonden in Israël), het voordeel dat Israëlische ondernemingen genieten door de lonen van Palestijnse arbeiders, die dagelijks heen en weer reisden langs de controleposten aan de Muur, relatief laag te houden. Over de periode 1970 tot 2008 komt Shir Hever (2005) tot een totaal inkomen voor Israël van 7,2 miljard euro. Hierbij is niet inbegrepen de internationale hulp die Israël van de VS ontvangt.

Ook moet rekening gehouden worden met een rentefactor. De middelen die zijn gebruikt voor de bezetting hadden op een alternatieve manier rendabel aangewend kunnen worden, zoals voor infrastructurele projecten, onderwijs, schuldaflossing etc. Shir Hever kwam via samengestelde interest tot een rentefactor tot 2005 van 3,54.

Een onderscheid kan gemaakt worden tussen directe en indirecte kosten van de bezetting. De directe kosten bestaan uit de subsidies aan de kolonisten en de kosten van hun beveiliging, terwijl de indirecte kosten betrekking hebben op de sociale kosten van de bezetting in termen van stijgende inkomensongelijkheid, toeneming van de armoede, ongunstige ontwikkelingen in onderwijs, gezondheid, pensioenfondsen en het verlies aan status in de internationale opinie. Met betrekking tot de indirecte kosten is het moeilijk een causaal verband aan te tonen met de bezetting, maar het samenvallen ervan met de bezetting is opvallend.

Tot de subsidies voor de kolonisten worden gerekend: de investeringsprojecten in de landbouw; de kosten van onderwijs in de nederzettingen; gezondheidszorg; huisvesting; vestiging van industriezones; gemeenten in nederzettingsgebieden ontvangen hogere overheidsbijdragen dan normale gemeenten; aanleg van wegen naar de nederzettingen; belastingvoordelen voor de kolonisten; aanleg van watervoorzieningen in de nederzettingen; bepaalde transfers (douane opbrengsten) naar de Palestijnse Autoriteit. In totaal zijn de subsidiekosten aan de kolonisten geschat op 18,7 miljard euro.

Tot de beveiligingskosten ter controle van de bezette gebieden worden gerekend: compensatie aan Israëlische burgerslachtoffers van Palestijnse gewelddadigheden; uitgaven voor toezicht en binnenlandse veiligheid; de voortdurende wijziging in de locatie van de Afscheidingsmuur (geschat op 2,39 miljard euro); de terugtrekking uit Gaza met evacuatie van ongeveer 8000 kolonisten in september 2005 (geschat op 2,07 miljard euro inclusief compensatie voor hen). In totaal bedragen deze beveiligingskosten 56,8 miljard euro. Deze zijn drie keer zo hoog als de subsidies voor de kolonisten. De belangrijkste reden voor de enorme hoogte van de bezettingskosten is de Palestijnse tegenstand.

Samenvattend kunnen de netto directe kosten van de bezetting over de periode 1970 – 2008 worden geschat op 68,2 miljard euro. Op jaarbasis komt dit nu neer op 4,8 miljard euro, ofwel 8,7 procent van de begroting. De overheid besteedt 7.500 euro voor de gemiddelde Israëlische burger, maar meer dan het dubbele voor de gemiddelde kolonist. Deze bedragen moeten niet statisch worden geïnterpreteerd: zij groeien voortdurend.

In deze calculatie is geen rekening gehouden met de compensatie die Israël uiteindelijk bij de beëindiging van het conflict zal moeten betalen aan de Palestijnen, maar ook aan de eigen kolonisten. Dit maakt dat de schatting slechts het topje van de ijsberg is.

Wie betaalt deze kosten?

Het merendeel van de kosten wordt direct betaald door de Israëlische overheid via de begroting die weer gevoed wordt door belastingen. Een deel wordt ook betaald door overheidsinstellingen zoals het Instituut voor Sociale Zekerheid, de Wereld Zionistische Organisatie en de Israëlische Loterij. Maar de Amerikaanse burgers en de Palestijnse bevolking dragen ook een deel van de last. De Europese Unie heeft voor Israëlische producten uit de niet-bezette gebieden tariefpreferenties verleend. De vraag is of, als de V.S. ophouden met steun en hulpverlening Israël stopt met de bezetting? De Palestijnse bevolking levert een bijdrage via door Israël afgedwongen belastingheffing. Palestijnse belastingopbrengsten worden tegen hen gebruikt doordat Israël de Muur bouwt, wegen afsluit en controleposten installeert. Voorts onttrekt Israël productiemiddelen (grond) aan de Palestijnen en maakt het hen onmogelijk concurrentievermogen op te bouwen.

De winsten van de bezetting

De bezetting veroorzaakt niet alleen aanzienlijke economische schade in Israël maar gaat ook gepaard met een belangrijke inkomensherverdeling. De kolonisten profiteren van een hoge levensstandaard vergeleken met andere Israëli’s. De militaire industrie profiteert van de eindeloze noodzaak tot meer beveiligingsmaatregelen en de voortdurende stijging van de militaire uitgaven. Ook particuliere beveiligingsondernemingen beginnen te floreren. Het militair industrieel complex gebruikt de bezette gebieden als proeftuin voor nieuwe wapensystemen. De financiële sector (banken en verzekeringsmaatschappijen) maakt grote winsten dank zij de realiteit van de bezetting. Ook de media en mobiele telefoonsector profiteren van de paniek onder Israëlische burgers. Het Joodse publiek geniet van een hogere status bij de vergelijking met de Palestijnse bevolking.

De bezetting duurt voort zolang Israël nog de middelen daartoe heeft, mede dank zij Amerikaanse (militaire) steun waarbij de Israël lobby in de V.S. een belangrijke rol speelt. Bekend is de uitspraak van Henry Kissinger: “For every time that the U.S. gives to Israel for free, Israel’s neighbours buy four tanks from the U.S.”

Indirecte effecten van de bezetting door Israël

De last van de bezetting begint zijn tol te eisen van de Israëlische maatschappij en de effecten daarvan beginnen zichtbaar te worden. Aan de druk om de defensiebegroting te verhogen is tegemoet gekomen door te bezuinigen op de civiele delen van de begroting. Hierdoor zijn de sociale regelingen in Israël in het gedrang gekomen, zoals het sociale zekerheidssysteem, het pensioensysteem, het (hoger) onderwijssysteem, de volksgezondheid en de huisvestingsprogramma’s. Het is moeilijk causaliteit aan te tonen tussen de bezetting en deze indirecte effecten, maar de associatie met de bezetting is opvallend. Het is onmogelijk voor Israël om twee vlaggen tegelijkertijd te verdedigen.

Inkomensongelijkheid

Sinds 1985 zijn steeds meer collectieve middelen aangewend ten behoeve van de bedrijvensector en minder voor publieke doeleinden. Huishoudens in de top inkomensklassen hebben door belastingverlaging hun inkomensaandeel zien toenemen ten koste van de middeninkomens en de lagere inkomens. Dit is ook te zien aan de inkrimping van de middenklasse in Israël.

Armoede

Tussen 1998 en 2007 is de armoede toegenomen, voornamelijk onder Arabische families, waarbij de armen voortdurend armer werden. Meer dan 20 procent van de huishoudens in Israël bevinden zich in 2008 beneden de armoedegrens, vergeleken met een OESO gemiddelde van 11 procent. In 1996 was dit in Israël 15 procent. Dit is vooral toe te schrijven aan het opzettelijk snijden in de sociale zekerheid, kindertoelagen, werkloosheidsuitkeringen en de uitkeringen van honderd duizenden immigranten uit de voormalige Sovjet Unie en Ethiopië. De sociale cohesie is sterk aan erosie onderhevig geworden.

Onderwijs

De onderwijsbegroting heeft sterk te lijden gehad van de bezetting. Tussen 2001 en 2006 is het aantal onderwijsuren per leerling met 15 procent gedaald. Tussen 1995 en 2003 zijn in de OESO de nationale bestedingen aan onderwijs per leerling gestegen met 33 procent, terwijl dit in Israël slechts 2 procent was. Opvallend is dat de Shohat Commissie in Israël, die de situatie in het hoger onderwijs onderzocht in juli 2007 de aanbeveling deed om het budget voor het hoger onderwijs niet te verhogen. De Brodet Commissie, die de defensie-uitgaven onderzocht, deed in mei 2007 de aanbeveling om de defensie begroting voor de volgende tien jaren te verhogen met 2,5 miljard euro. Het defensiebudget zal elk jaar toenemen met een bedrag dat gelijk is aan de jaarlijkse begroting voor onderwijs. Israël heeft gekozen voor wapens in plaats van universiteitsgraden.

Gezondheid

In 1994 had Israël nog een genereus mandje van nationale gezondheidsdiensten. Maar in 1998 werd besloten het overheidsaandeel in de financiering te verminderen en te verschuiven naar particuliere gezondheidsfondsen. Deze schoven de last door naar de consumenten via verplichte bijbetalingen (eigen risico) voor medicijnen en diensten. Het gevolg was dat per huishouden de financiële last meer dan verdubbelde.

Pensioenfondsen

In 2003 werd een groot aantal pensioenfondsen genationaliseerd en daarna verkocht aan verzekeringsmaatschappijen. Vanaf 2003 werden pensioenbesparingen gedirigeerd naar de kapitaalmarkt met slechts 30 procent naar gegarandeerde overheidsobligaties. In de huidige globale financiële crisis hebben de pensioenfondsen ernstige verliezen geleden.

Samenvattend, de toenemende uitgaven voor de militaire beveiliging zijn ten koste gegaan van de economische zekerheid voor de Israëli’s. De sociale kosten van de bezetting zijn erg hoog en het zal zeer moeilijk voor Israël worden om tegelijkertijd op zowel het defensie paard als het sociale paard te blijven wedden.

De internationale status

Het conflict met Palestina heeft Israëls standing in de wereld als een democratische staat, die zich gecommitteerd heeft tot de handhaving van mensenrechten, ernstige schade berokkend. De voortdurende diplomatieke isolering maakt Israël steeds meer afhankelijk van de V.S. De Verenigde Staten geeft jaarlijks 1,3 miljard euro militaire hulp, maar de politieke steun aan Israël is ook heel belangrijk. Zo hebben de V.S. Israël aangezet om lid te worden van de OESO. In Europa is er geen politieke wil om een strategische positie in te nemen ten aanzien van Israël die onafhankelijk is van die van de V.S.

Politiek

In Israël zijn regeringen opgestaan of gevallen over hun standpunt in de Palestijnse kwestie en niet over de sociaal economische agenda. Premiers ware primair bezig met het conflict: onderhandelen met de Palestijnen, hen bestrijden, de internationale druk weerstaan, coalitieregeringen handhaven met het oog op ontwikkelingen in het conflict.

Actiegroepen: de BDS Beweging

Sinds 2005 zijn de vreedzame protesten door het uitoefenen van economische pressie van particuliere actiegroepen tegen de bezetting bekend als de BDS Beweging (BDS staat voor boycot, desinvestering en sancties). Na de aanval van Israël op de Gazastrook is de druk op Israël sterker geworden. Er zijn honderden campagnes met verschillende niveaus van succes. Een succesvoorbeeld is Veolia, die in Jeruzalem een lichtgewicht treinsysteem (een tussenvorm van trein, tram en metro) wilde opzetten, dat ook de nederzettingen zou aandoen. Vanwege de BDS campagne ”Derailleer Veolia” werd in augustus 2009 afgezien van dit project.

Conclusie

Israëls voortdurende controle over de Palestijnse gebieden is een zware last voor Israël geworden. Het is een illusie te denken dat Israël de bezette Palestijnse gebieden kan blijven controleren en zich steeds meer grond kan blijven toe-eigenen zonder rekening te houden met de collectieve aspiraties van het Palestijnse volk voor soevereine ontwikkeling. Vredesonderhandelingen zullen een oplossing moeten bieden voor een aantal kwesties: de fundamentele mensenrechten en soevereiniteit voor de Palestijnen inclusief een rechtvaardig aandeel in het grondgebied en de waterbronnen, de opheffing van de Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, de ontmanteling van de Afscheidingsmuur. De Palestijnen zullen de staat Israël moeten erkennen en afzien van terreuractiviteiten gericht op Israël. De internationale gemeenschap zal om dit te bewerkstelligen druk en dwang moeten uitoefenen op beide partijen. Niet alleen de toenemende last van de directe maar met name ook van de indirecte kosten van de bezetting zullen Israël dwingen om de bezetting te beëindigen. Israël zal baat hebben bij een verhoging van de levensstandaard van de Palestijnen.

Een pessimistische voorspelling voor een bevredigende vredesoplossing is dat Israël zal blijven doorgaan met het vestigen van nederzettingen in de West Oever en Oost Jeruzalem en niet zal toegeven aan druk die op Israël wordt uitgeoefend. Maar er zijn ook positieve aanwijzingen. De BDS beweging zal in toenemende mate agressiever worden en succes boeken bij het aanbrengen van schade aan de profiteurs van de bezetting. De Israëlische samenleving zal in toenemende mate weerstand bieden tegen de bezetting vanwege de stijgende sociale kosten. De internationale gemeenschap zal grenzen stellen aan de uitbreiding van nederzettingen en Israël verantwoordelijk stellen voor haar acties.

Referenties:

A.J.W. van de Gevel, The Cost of Occupation for Israel; Kwartaalschrift Economie, Nummer 1, 2010.

Shir Hever, The Settlements—Economic Cost to Israel, Alternative Information Center, Bulletin II, July 2005.

Te citeren als

Ad van de Gevel, “Bezetting vormt enorme kostenpost voor Israël”, Me Judice, 10 juni 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.