Corporate governance code nodig voor ziekenhuizen

Corporate governance code nodig voor ziekenhuizen image
17 feb 2009 |
Ziekenhuizen worden in toenemende mate verantwoordelijk gemaakt voor de diensten die ze leveren. Die verantwoordelijkheid kunnen ze alleen waarmaken als snel vooruitgang geboekt wordt met corporate governance, het veranderen van de organisatie van maatschappen van specialisten en het beschikbaar komen van goed vergelijkingsmateriaal.

De prestaties van ziekenhuizen zijn meer dan ooit in de aandacht. Falende artsen (Twente), tochtige operatiekamers (IJsselmeer), slecht presterende ziekenhuizen die willen fuseren (Zeeland) en financiële problemen (Den Bosch) - het zijn geen vrolijke verhalen. Maar het is niet allemaal treurnis wat de klok slaat. Er waait een frisse wind als gevolg van nieuwe financiers (Slotervaart), maatschappen van specialisten worden geprikkeld om kostenbewust te werken (Onze Lieve Vrouwen Gasthuis), wachtlijsten lopen terug (Tiel) en de patiënt komt vaker centraal te staan (Sittard).

Marktwerking bij ziekenhuizen moet zo worden ingevoerd dat de positieve resultaten de negatieve verhalen gaan overstemmen. Overigens hoort een deel van de negatieve verhalen bij de transitie. Als gevolg van de invoering van het nieuwe zorgstelsel wordt de kwaliteit van ziekenhuizen immers vaker met elkaar vergeleken. Dat leidt tot meer transparantie, ook over slecht presterende ziekenhuizen. Dat is winst. Vroeger waren sommige ziekenhuizen namelijk ook niet best, maar wisten we dat niet.

Ziekenhuizen krijgen steeds meer verantwoordelijkheden. Ze mogen een deel van de prijzen zelf bepalen en zijn in toenemende mate verantwoordelijk voor het financieren van investeringen en het vastgoed. Er is ook steeds meer aandacht van media en politiek voor topsalarissen, medische misstanden en fusies. Deze ontwikkelingen richting eigen verantwoordelijkheid zijn op zichzelf gewenst, omdat het ziekenhuizen de juiste prikkels geeft doelmatige en hoogkwalitatieve zorg aan te bieden. Wel zijn er ook risico’s.

Een eerste risico is dat er een kans bestaat dat ziekenhuizen failliet gaan, met als mogelijk gevolg gebrek aan zorg in de betreffende regio. Op zich is het heel gezond dat er ook in de zorg een zekere dreiging tot faillissement is. Als tekorten altijd aangevuld worden, hebben instellingen geen prikkel om efficiënte diensten te leveren. Ook kan het verfrissend zijn als na een faillissement nieuwe partijen de arena betreden. Soms is het zelfs de enige mogelijkheid tot toetreding. Maar het is dan wel zaak de boel snel vlot te trekken. Het gehannes bij de IJsselmeerziekenhuizen is geen goed voorbeeld. Deze ziekenhuizen presteerden al zo lang onder de maat dat bijzondere maatregelen nodig waren. Maar het heeft ook tot een hoop gedoe geleid en tot een reddingsoperatie die door de Nederlandse Zorgautoriteit aanvankelijk terecht als volkomen ondeugdelijk werd gekwalificeerd. De casus laat ook zien dat het een onzalig idee is om twee slecht presterende ziekenhuizen maar te laten fuseren in de hoop dat het dan ‘spontaan’ goed komt. Een dreiging tot faillissement is dus op zich prima, maar er dient wel snel en ordentelijk opgetreden te worden als het zover komt.

Een tweede risico ontstaat door de inzet van private financieringsbronnen. De stijgende zorgkosten en de noodzakelijkheid van grote investeringen maken dat het steeds meer gebruikelijk wordt privaat geld in ziekenhuizen te stoppen. Recentelijk zijn daar meerdere voorbeelden van te zien geweest, zoals bij het Slotervaartziekenhuis, het IJsselmeerziekenhuis en het Vlietland Ziekenhuis in Schiedam.

Een private financier kan weliswaar schulden snel saneren, heeft middelen om te investeren om de zorgkwaliteit te verbeteren en kan de bestaande patronen in de interne organisatie doorbreken. Maar er zijn echter ook risico’s. Is de bedrijfscultuur bij ziekenhuizen al klaar voor grootscheepse, private financiële injecties? Ten eerste lijkt het goed besturen (corporate governance) van ziekenhuizen nog heel kwetsbaar. In december 2005 heeft de branche weliswaar een zorgbrede governance code opgesteld, maar die wordt lang niet altijd nageleefd en een nieuwe code is alweer in de maak. Ten tweede komen ziekenhuizen nog te vaak weg bij wanbeleid. De vergelijkbaarheid zit weliswaar in de lift (www.kiesbeter.nl) maar staat feitelijk nog in de kinderschoenen. Tot slot hebben in de meeste ziekenhuizen maatschappen van specialisten alleen verantwoordelijkheid voor de opbrengsten en niet voor de kosten, met bedenkelijke gevolgen voor de prikkels van specialisten en uiteindelijk betaalbaarheid van de zorg.

Ziekenhuizen bevinden zich in een lastig parket. Marktwerking kan uitkomst bieden omdat meer middelen beschikbaar komen om in de zorg te investeren en ziekenhuizen op de goede manier geprikkeld worden om betaalbare en hoogkwalitatieve zorg te bieden. Maar om te zorgen dat het nieuwe zorgstelsel echt goed gaat functioneren, moet staatssecretaris Bussemaker voortmaken met de nieuwe governance code, moeten maatschappen snel omgeturnd worden en moeten betere cijfers beschikbaar komen om ziekenhuizen te vergelijken.

* Dit stuk vormt een deel van Canoy’s oratie, uitgesproken op 6 februari 2009. Dit artikel is eerder verschenen in Trouw op 17 februari.

Te citeren als

Marcel Canoy, “Corporate governance code nodig voor ziekenhuizen”, Me Judice, 17 februari 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.