Crisis zonder massawerkloosheid; in Nederland kan het

Crisis zonder massawerkloosheid; in Nederland kan het image
10 aug 2010 |
Tijdens de crisis is de werkloosheid in Nederland maar weinig opgelopen en nu daalt die alweer. Arbeidsmarkteconoom Rob Euwals geeft een aantal verklaringen. De vraaguitval is mede opgevangen door een lagere omzet van zelfstandigen en het verwisselen van baan van tijdelijke krachten. De crisis deed voor een deel onvervulde vacatures verdwijnen in plaats van banen. Werknemers hebben veel uren ingeleverd. Tenslotte blijken werkgevers voorzichtig in het ontslaan van personeel dat straks moeilijk te vinden zal zijn.

Crisis, maar werkloosheid daalt

Terwijl de grote recessie diepe wonden slaat in de overheidsfinanciën zijn de gevolgen voor de Nederlandse arbeidsmarkt relatief gematigd. De piek in de werkloosheid lag bij 6,1 procent, een percentage waar menig land zelfs in goede tijden jaloers op zou zijn. En de afgelopen drie maanden is de werkloosheid zelfs alweer gedaald.

Een voor de hand liggende verklaring voor de meevallende gevolgen is natuurlijk de omvang van de crisis. Die is tot nu toe zeker niet te vergelijken met de crisis van de jaren dertig en tachtig van de vorige eeuw. Toch is de vraaguitval naar goederen en diensten in de afgelopen periode fors geweest. De arbeidsmarkt heeft die klap echter verrassend flexibel opgevangen. Hoe komt dit? Er zijn verschillende mogelijk verklaringen, de een beter dan de ander.

Lage werkloosheid niet te danken aan ontmoedigingseffect

Een eerste mogelijke verklaring is dat door de stijgende werkloosheid minder mensen zich op de arbeidsmarkt melden, het ‘ontmoedigingseffect’. Deze verklaring gaat echter niet op. Alleen bij jongeren blijkt sprake van enige ontmoediging: in plaats van werk te zoeken, gaan ze langer naar school. De stijging van de onderwijsdeelname van jongeren is echter niet uitzonderlijk, die stijgt namelijk al vele decennia. Ouderen en vrouwen laten zich in het geheel niet ontmoedigen. Hun arbeidsaanbod stijgt al jaren gestaag en uit de meest recente cijfers blijkt dat deze stijging gewoon doorgaat. Er is ook weinig redenen voor deze groepen om zich te laten ontmoedigen. Voor ouderen is het tegenwoordig financieel aantrekkelijk om te blijven werken en vrouwen werken vaak in groeisectoren zoals de zorg.

Figuur 1: Werkloosheid in Nederland daalt alweer
Bron: NRC

Vacatures hoeven niet langer vervuld

Een tweede mogelijke verklaring, die meer hout snijdt, hangt samen met de gespannen arbeidsmarkt vóór de crisis. Het aantal openstaande vacatures was midden 2008 erg hoog. Door de gespannen arbeidsmarkt hadden bedrijven de afgelopen jaren grote moeite vacatures op te vullen. De terugvallende vraag leidde daarom bij bedrijven niet direct tot ontslagen. De eerste bezuinigingsronde was immers relatief gemakkelijk: de openstaande vacatures kwamen als eerste in aanmerking om geschrapt te worden, en dus niet de banen. Daarbij is ‘gemakkelijk’ een relatief begrip, bedrijven dienen intern aanzienlijk te schuiven met personeel.

Zelfstandigen en tijdelijke krachten vangen deel van de klap op

Een derde verklaring is het beëindigen van contracten met zelfstandigen en tijdelijke arbeidskrachten. De omzet van zelfstandigen is in de jaren 2008 en 2009 sterk gedaald. Zij hebben daarmee een deel van de klap opgevangen. Hun aantal gewerkte uren is overigens niet bijzonder gedaald. Waarschijnlijk zijn ze in deze lastige periode meer tijd kwijt aan acquisitie, en verder vullen ze hun tijd met achterstallige werkzaamheden. Tijdelijke krachten zijn snel inzetbaar bij een andere werkgever. Weliswaar kunnen ze werkloos worden bij het aflopen van hun contract, maar ze zijn ook mobiel. Bepaalde sectoren, zoals de industrie, zijn zwaar getroffen, maar andere sectoren, zoals de zorg, hebben nog steeds behoefte aan personeel. De mobiliteit van de tijdelijke krachten heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de snelle aanpassing van de arbeidsmarkt.

Uren inleveren

Een vierde verklaring is het verminderen van het aantal gewerkte uren van vast personeel. Bij een vraaguitval vervallen overwerkuren automatisch. Ook worden stuwmeren aan verlof opgemaakt. Mocht deze eerste afbouw van gewerkte uren, gepaard gaand met het schrappen van openstaande vacatures en het naar huis sturen van zelfstandigen en tijdelijke krachten niet voldoende zijn, dan heeft een bedrijf een laatste middel voordat zware middelen worden ingezet: een verzoek aan het personeel om minder uren te werken. Deels is dat gebeurd door inzet van de deeltijd-WW. Maar de omvang daarvan is, in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland, niet bijzonder groot. Voor een ander deel hebben werknemers bij bepaalde bedrijven vrijwillig uren ingeleverd om de terugval in de vraag op te vangen.

Anticiperen op toekomstige krapte op de arbeidsmarkt

Een vijfde en laatste verklaring is dat bedrijven terughoudend zijn geweest in het ontslaan van vast personeel. Dit uit angst geschoolde arbeidskrachten kwijt te raken en daardoor met tekorten te worden geconfronteerd wanneer de economie weer aantrekt. Natuurlijk zijn er gedwongen ontslagen gevallen en staan de kranten vol met berichten hierover. Maar de omvang van de gedwongen ontslagen is beperkt. De Nederlandse bedrijven draaiden in de jaren 2006 en 2007 uitzonderlijk goed. De beroepsbevolking vergrijst en de generatie van de babyboomers gaat de komende jaren met pensioen. Wellicht dat bedrijven hierdoor aarzelen personeel, en dan vooral de geschoolde krachten, te ontslaan. Zowel aan het ontslaan van personeel tijdens een crisis als aan het vinden van nieuw personeel na een crisis zijn hoge kosten verbonden. Wellicht anticiperen bedrijven op een langdurig krappe arbeidsmarkt.

Economisch herstel

De besproken verklaringen hebben bijgedragen aan het minder sterk oplopen van de werkloosheid. De flexibele reactie van de arbeidsmarkt kan echter de recente daling van de werkloosheid niet verklaren. Die kan alleen samenhangen met een herstel van de economie. Dat is natuurlijk goed nieuws. Net zoals de geringe toename van de werkloosheid kan worden opgevat als een compliment aan het gevoerde arbeidsmarktbeleid. Voor tevreden achteroverleunen is het echter te vroeg. Ten eerste zijn de economische vooruitzichten voorzichtig positief, maar is een terugslag niet uitgesloten. Ten tweede blijft er voor het beleid veel werk aan de winkel. De overheidsfinanciën zullen op orde gebracht moeten worden, en hopelijk zal dat worden gecombineerd met een verdere versterking van de arbeidsmarkt.

* Dit artikel is op 10 augustus 2010 verschenen in Schinkels Forum, een samenwerking tussen NRC Handelsblad en Me Judice.

Te citeren als

Rob Euwals, “Crisis zonder massawerkloosheid; in Nederland kan het”, Me Judice, 10 augustus 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.