De crisis een kans? Alleen voor welgestelde intellectuelen

De crisis een kans? Alleen voor welgestelde intellectuelen image
30 dec 2009 | | 3151 keer bekeken
De huidige crisis zorgt niet voor een terugkeer van ‘zachte waarden’, eerder het omgekeerde, stelt hoogleraar economie Henriette Prast. Economische groei leidt tot tolerantie en een open houding; economische neergang tot wantrouwen, egoisme en intoleratie. Deze en andere ‘ irrationele’ gedragseffecten een plek geven in economische modellen geeft een beter inzicht in hoe de economie werkt.

Het einde van de frivoliteit

„Ik bespeur bij de meeste intellectuelen … een werkelijk pervers crisisgejubel met als refrein: ‘Godzijdank gaat alles nu naar de verdoemenis!’ De laatste vijfentwintig jaar waren voor intellectuelen een barre tijd. Want overal waar frivoliteit, luxe en mode domineren, worden intellectuelen overbodig. Het dogma van de intellectuele praktijk bestaat erin dat de mensen arm zijn… Nu er recessie is, heerst algemene voldoening van links tot rechts.”

Aldus de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in een interview in Vrij Nederland eerder dit jaar. Heeft hij gelijk? In elk geval betoogde menig intellectueel het afgelopen jaar dat we te veel waarde hebben gehecht aan het economische, en dat er dankzij de crisis meer aandacht zal komen voor ‘zachte waarden’. Dat laatste is ironisch, want het zou betekenen dat we ons over die crisis niet zo druk hoeven maken: geld, dat is toch maar materie; fijn die crisis, dan kunnen we ons mooi op de zachte waarden storten. Het is ook een luxe standpunt, van intellectuelen die zelf hun materie op orde hebben – zie Sloterdijks uitspraak.

Moraliteit en economische groei

Maar bovenal is het feitelijk onjuist. De vermeende tegenstelling tussen harde en zachte waarden is er namelijk niet – integendeel. Dat laat Harvard-econoom Benjamin Friedman (niet te verwarren met Nobelprijswinnaar Milton Friedman) zien in zijn boek The moral consequences of economic growth dat in 2006 verscheen, dus ruim voor het uitbreken van de financiële crisis. Juist in tijden van economische groei zijn mensen namelijk toleranter ten opzichte van de minderbedeelde medemens. Waarom? Een stijgend inkomen betekent een stabiele positie in de samenleving. Dat leidt tot een open houding en tot acceptatie van sociale mobiliteit van nieuwe groepen.

In een stagnerende economie overheerst – behalve misschien bij Sloterdijks intellectuelen – de angst om de eigen positie te verliezen, wat leidt tot intolerantie, egoïsme en wantrouwen van alles wat ‘vreemd’ is. In lijn met de gedragseconomie betoogt Friedman dat niet het inkomensniveau het individuele welbevinden bepaalt, maar het feit dat iemand er op vooruitgaat: economische groei, kortom. Hij onderbouwt zijn analyse empirisch voor de VS en West-Europa in de afgelopen anderhalve eeuw, en laat en passant voor een groep van 200 landen ook zien dat economische groei significant bijdraagt aan democratische ontwikkeling – met China als de uitzondering die de regel bevestigt. Dit alles betekent niet dat economische groei geen risico’s met zich meebrengt – denk aan de manier waarop we omgaan met de planeet. Maar het is juist in tijden van voorspoed dat er de middelen beschikbaar zijn om deze nadelige gevolgen te vermijden. Dat gebeurt niet vanzelf, hier ligt een taak voor de overheid.

Mens goed te vangen in wiskundige modellen

Niet alleen de economische groei, ook de economische wetenschap werd het afgelopen jaar flink onder vuur genomen. Er was vooral kritiek op het modelmatige, exacte, wiskundige karakter ervan. Over dat soort kritiek zei de eerder deze maand overleden Nobelprijswinnaar Paul Samuelson ooit: „Those who can, do science; those who can’t, prattle about its methodology.” Natuurlijk, mensen zijn geen machines, en economiebeoefenaren hebben lang onvoldoende oog gehad voor de systematische irrationaliteit die de mens kenmerkt. Maar het is een misverstand te denken dat wiskundige modellering enerzijds, en het erkennen van hoe mensen van vlees en bloed in elkaar zitten anderzijds, niet samengaan. Goede modellen, met verstand gebruikt, verrijken onze kennis. Ook als het gaat om de financiële crisis. Een voorbeeld. De algemene opinie luidt dat de financiële crisis is veroorzaakt door opzettelijk krediet aan mensen die een veel te duur huis kochten. Maar een recente studie van de Harvard Business School laat iets heel anders zien. Meer dan 80 procent van de probleemhypotheken in de VS is pas subprime geworden nadat huiseigenaren hun hypotheek oversloten.

De gouden ketens van de badkamer

Ook bij ons is oversluiten niet ongebruikelijk. Stel, u heeft een huis dat sinds de aankoop in prijs is gestegen, en de hypotheekrente is flink gedaald. Als u oversluit worden uw rentelasten lager, en daarom mag u het hypotheekbedrag verhogen. U gebruikt het extra geleende geld voor het verbeteren van uw woning: een tweede badkamer bijvoorbeeld – iets wat bij ons fiscaal gefaciliteerd wordt. We zijn een paar jaar verder, u heeft nog steeds dat huis, met die extra badkamer, en nu stijgt de rente, komt er aan de huizenprijsstijging een einde, en woont u ineens te duur. Geen nood: u verkoopt die tweede badkamer en lost daarmee een deel van de hypotheek af. Helaas – een huis is ondeelbaar. De onderzoekers van de Harvard Business School noemen dit het ratchet of pal-effect.

Het betekent dat ook als er niemand kwade bedoelingen heeft, en markten gewoon hun werk doen, een asymmetrie zit in hypothecaire kredietverlening. U kunt kleiner gaan wonen, maar de financiële en psychologische kosten daarvan zijn erg hoog. Dus blijft u op uw plek, totdat de problemen zo groot zijn dat u – in de VS kan dat – uw sleutel in de brievenbus van de bank gooit. Als iedereen in hetzelfde schuitje zit, leidt dat tot een crash op de huizenmarkt. De huizenprijsdaling in de VS, 1.500 miljard dollar tussen juni 2006 en december 2008, was beperkt gebleven tot 280 miljard als er geen hypotheken waren overgesloten.

Het ironische is dat het pal-effect niet zou optreden als de extra hypotheek niet wordt gebruikt voor verbetering eigen woning, maar voor de aanschaf van een tweede woning of een poenige boot – datgene wat we onverstandig noemen, en wat Financiën en de financiële toezichthouders via regelgeving hebben ontmoedigd.

Dit artikel verscheen eerder in Schinkel’s forum in NRC Handelsblad op dinsdag 29 december 2009.

Referenties

Benjamin Friedman, 2006, The moral consequences of economic growth, Random House UK.

Amir E. Khandani, Andrew W. Lo en Robert C. Merton, 2009, Systemic Risk and the Refinancing Ratchet Effect, Harvard Business School Working Paper, No. 10-023.

Te citeren als

Henriëtte Prast, “De crisis een kans? Alleen voor welgestelde intellectuelen”, Me Judice, 30 december 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.