De Eurofuik of waarom terugkeer gulden geen optie is

De Eurofuik of waarom terugkeer gulden geen optie is image
Afbeelding ‘Europa Trauert (Europe Mourns)’ van drakegoodman (CC BY-NC-SA 2.0)
19 nov 2011 |
Op speciaal verzoek van de redactie van Me Judice hebben een aantal economen zich gebogen over de vraag of een terugkeer van de gulden een wijs plan is. In deze bijdrage neemt de Rotterdamse econoom Arnold het dilemma onder de loep en verwacht hij niet veel heil van een Nederlandse exit. De achterblijvende EU-partners zullen hoogstwaarschijnlijk ook niet met deze stap instemmen.

Gedane zaken…

Waren we maar nooit aan die euro begonnen, denkt menig Nederlander. Jaloers kijken we naar een land als Denemarken, dat wel de vruchten plukt van vrijhandel en wisselkoersstabiliteit, maar niet hoeft bij te dragen aan de financiering van de schuldenlanden.

Had Nederland net als Denemarken in 1992 een uitzonderingspositie moeten bedingen voor wat betreft de invoering van de eenheidsmunt? Misschien wel. Een economische analyse toen had kunnen opleveren dat de micro-economische voordelen gering zijn en de macro-economische risico’s groot. Maar dat was 20 jaar geleden, en in de tussentijd is er veel veranderd.

Waarom terugkeer gulden niet moet

Zo is de onderlinge verwevenheid tussen de eurolanden sterk toegenomen, vooral in het financiële stelsel. Dit levert problemen op bij de ontvlechting. Joseph Stiglitz heeft dit het beste verwoord met zijn uitspraak “It’s hard to unscramble a scrambled egg”. Een plotselinge herintroductie van wisselkoersrisico in een uitgangssituatie waarin de vorderingen en verplichtingen niet goed zijn gematched, zal resulteren in omvangrijke balanseffecten voor bedrijven en financiële instellingen. De kans op chaos is groot. Een tweede onzekerheid betreft de waarde van de nieuwe gulden. Die zou wel eens sterk kunnen stijgen, met alle nadelige gevolgen voor onze concurrentiepositie.

De grootste verandering sinds 7 februari 1992 is echter dat de Nederlandse regering haar handtekening heeft gezet onder het Verdrag van Maastricht. En die handtekening maakt dat de kosten van een herinvoering van de gulden prohibitief hoog zijn. Het Verdrag van Maastricht voorziet immers niet in een gemakkelijke exit uit de eurozone. De juridische consequentie van een terugkeer naar de gulden is dat Nederland uit de EU stapt. Voorstanders van een terugkeer naar de gulden gaan er voor het gemak vanuit dat daar wel een mouw aan wordt gepast en dat Nederland gewoon deel kan blijven uitmaken van de interne markt. De baby (de interne markt) wordt dan niet met het badwater (de euro) weggegooid. Maar daarvoor zijn we afhankelijk van de medewerking van de andere EU-landen. Kunnen we op hun goede wil rekenen?

De eurofuik

Mijns inziens getuigt het van een grote naïviteit om er vanuit te gaan dat een terugkeer naar de gulden in een goede onderlinge harmonie met onze europartners zal geschieden. Integendeel, een Nederlandse ‘alleingang’ zal zeer slecht vallen. Wanneer Nederland niet langer genegen is om zwakke broeders in crisistijd bij te staan, zullen de resterende eurolanden hun markten niet langer open houden voor Nederlandse exportproducten. Het gecombineerde effect van een waardestijging van de nieuwe gulden en van handelsrepresailles van de EU zal een slachting aanrichten onder de exportindustrie. Kortom, Nederland zit gevangen in de eurofuik. Wij kunnen hier maar beter op een positieve manier mee omgaan en er samen met onze europartners het beste van te maken.

Te citeren als

Ivo Arnold, “De Eurofuik of waarom terugkeer gulden geen optie is”, Me Judice, 19 november 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.