De gelegenheid maakt de dief

De gelegenheid maakt de dief image
26 sep 2010 | | 3120 keer bekeken
Het bestrijden van woninginbraak gaat om het beperken van de uitnodiging ertoe. Het is de gelegenheid die de dief maakt, stellen Marcus Felson en Ben Vollaard. Woninginbraak heeft niets met geldgebrek te maken: veel inbrekers zijn jongeren rond de 16, 17 jaar uit de eigen buurt. Zij haken af als een inbraak net wat moeilijker wordt gemaakt. Dat gaat beter met maatregelen zoals buren die elkaars woning in de gaten houden dan met politietoezicht.

Inbreker is een pure opportunist

De typische inbreker is geen nietsontziende crimineel, maar een 16 of 17-jarige jongen uit de buurt die zijn kans schoon ziet. Soms hoeft hij niet eens een deur of raam open te breken. Vaak slaat hij overdag toe, dan zijn de meeste mensen niet thuis. Toch let hij altijd goed op en kiest zijn doelwit met zorg. Als het te moeilijk en riskant is, dan haakt hij af. Vaak gaat hij dan wat anders doen, naar vrienden of tv kijken.

Het is een misverstand dat inbrekers hoe dan ook ergens binnen proberen te komen en als dat niet lukt een auto-kraak of iets dergelijks plegen. De meeste daders hebben allerlei andere opties. Een kleine groep is drugsverslaafd. Zij hebben voortdurend geld nodig. Maar zelfs voor deze groep is het bekend dat zij het rustiger aandoen als diefstal al te moeilijk is.

En leid ons niet in verzoeking…

Zo lang inbraak een relatief makkelijk manier is om aan geld te komen, blijft het een verlokking. Dat heeft niets met geldgebrek of zwak onderwijs te maken. Slechte sloten, weinig zicht, buren die elkaar niet kennen, een open achterdeur, voor iedereen toegankelijke achterpaden, een touwtje uit de brievenbus, daar gaat het om. Het zijn allemaal uitnodigingen tot diefstal. Wanneer de gelegenheid geboden wordt, dan is de verzoeking voor veel mensen te groot.

Voor een agent zijn inbraken vooral frustrerend. Hij komt bijna altijd te laat. De meeste inbraken kosten niet meer dan een tot drie minuten. Daar kan geen enkele agent tegenop. Af en toe weet de politie toch een dader te pakken. Dat is bijzonder en belangrijk, maar de pakkans blijft hoe dan ook klein. En daarmee blijft de gelegenheid tot inbraak bestaan.

Toezicht van bewoners zelf

Bewoners moeten daarom niet te veel van de politie verwachten. Wat wel helpt is eens bij de buren langs te lopen, vooral als ze zicht hebben op de achterkant van het huis. Als buren elkaar kennen, dan lopen onbekende personen veel sneller in de gaten. Heel belangrijk voor de veiligheid zijn gepensioneerden, bejaarden en ook bijvoorbeeld gehandicapten die noodgedwongen veel thuis zijn. Hen leren kennen kan de inbraakkans fors verlagen.

Ook is het nuttig het huis tegen inbraak te beveiligen met solide hang- en sluitwerk, er voor te zorgen dat de bovenlichtjes niet makkelijk zijn te forceren en dat de buitenlamp bij beweging aanknipt. Een inbreker die met goed beveiligde deuren en ramen te maken heeft, moet lawaai maken. Dat lawaai heeft menige inbraakpoging doen stranden.

Afspraken met woningcorporaties

Ook de gemeente kan de gelegenheid tot inbraak beperken. Denk bijvoorbeeld aan afspraken met woningcorporaties om bij renovatie van woningen niet alleen de keuken te vernieuwen, maar ook het hang- en sluitwerk. Ook is het zinnig naar de toegang tot achterpaden te kijken. Bij nieuwbouw van woningen kan de gemeente vragen om een ontwerp volgens het Politiekeurmerk Veilig Wonen, waarbij met al deze dingen meteen rekening wordt gehouden.

Weinig zinnig is het als gemeente en politie brede preventiecampagnes starten. De inwoners in folders, radiospotjes of zelfs in persoon vertellen wat ze tegen inbraak moeten doen is niet effectief. Onderzoek laat zien dat bewoners daar totaal niet op reageren – ook niet wanneer daar subsidies tegenover staan. Inbraak heeft voor de meeste mensen in alle dagelijkse drukte geen prioriteit. De boodschap om meer aan preventie te doen komt daarom niet aan.

Motivatie hoog direct na inbraak

Bewoners luisteren wel naar een preventieadviseur als er net is ingebroken. En als de preventieadviseur het de bewoners makkelijk maakt, bijvoorbeeld door aanpassingen tegen kostprijs te regelen, dan kan dit echt een verschil maken. Het is daarom een goed plan van gemeenten als Den Bosch om het moment direct na een inbraak hiervoor te gebruiken. Dit is extra belangrijk, omdat herhalingsinbraken veel voorkomen. De kans op een nieuwe inbraak is in de eerste week na een inbraak tot wel tien keer zo hoog. Inbreken in hetzelfde huis is wel zo makkelijk. Inbrekers komen graag terug om dingen die zij gemist hebben alsnog te halen. Of ze komen voor de net nieuw gekochte apparatuur.

Bewoners zelf doen er goed aan na een inbraak bij alle buren die zicht hebben op hun woning langs te gaan. Iedereen kan zo een extra oogje in het zeil houden. Bovendien zijn de buren dan gewaarschuwd dat zij misschien de volgende keer aan de beurt zijn. Op al deze eenvoudige manieren is het inbrekers moeilijker te maken. Met minder gelegenheid tot inbraak kan het aantal inbraken in Nederland verder omlaag.

Dit artikel is eerder verschenen in het Brabants Dagblad van zaterdag 25 september 2010.

Te citeren als

Marcus Felson, Ben Vollaard, “De gelegenheid maakt de dief”, Me Judice, 26 september 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.