De lerarenbeurs is een gemengd succes

29 apr 2015 |
De lerarenbeurs is in 2008 ingesteld om bestaande leraren de kans te geven om een bachelor- of masteropleiding te volgen. Volgens onderzoek van CPB-econome Suzanne Heijnen is de lerarenbeurs een gemengd succes. Toewijzing van een lerarenbeurs verhoogt de kans op zowel deelname als afronding van een opleiding voor deelnemers uit de eerste aanvraagronde met 10 tot 20 procentpunten. De keerzijde is dat het leeuwendeel van de gefinancierde opleidingen ook zonder de lerarenbeurs gevolgd zou zijn. De beurs is voor een groot deel een substituut voor bestaande financiering uit reguliere scholingsbudgetten van scholen en uit eigen bijdragen van docenten.

De lerarenbeurs

Sinds 2008 kunnen bestaande leraren de lerarenbeurs gebruiken voor het volgen van een bachelor- of masteropleiding aan een hbo-instelling of universiteit. Het doel van de lerarenbeurs is om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen – het draagt bij aan een ‘leven lang leren’ – en om het beroep aantrekkelijker te maken. Leraren uit het primair en voortgezet onderwijs, middelbaar en hoger beroepsonderwijs en leraren uit het speciaal onderwijs mogen er gebruik van maken. Bestaande leraren kunnen een opleiding volgen die vakverdiepend of -verbredend is. Een tweedegraads docent Nederlands kan bijvoorbeeld een vakverdiepende eerstegraads masteropleiding Nederlands of een vakverbredende tweedegraads bacheloropleiding Engels volgen. Leraren krijgen de beurs voor inschrijfkosten, reiskosten en studiemateriaal. Scholen ontvangen compensatie voor het regelen van een vervanger tijdens het studieverlof.

Aantallen en kosten

Over de periode 2008-2013 zijn in totaal ruim 46 duizend aanvragen voor de lerarenbeurs ingediend en 40 duizend aanvragen toegekend, verdeeld over zeven tranches. Per tranche maakte gemiddeld 2.9 procent van alle docenten gebruik van de lerarenbeurs. Leraren in het primair en voortgezet onderwijs vragen de meeste beurzen aan. De master Special Educational Needs is verreweg de meest gevolgde opleiding.

Tussen 2008 en 2013 was in totaal bijna 400 miljoen euro gemoeid met de toegewezen beurzen. Het merendeel (220 miljoen euro) gaat naar scholen als compensatie voor het regelen van studieverlof, het andere deel (175 miljoen euro) naar leraren als compensatie voor de studiekosten. De gemiddelde kostprijs van een lerarenbeurs is meer dan verdubbeld in vijf jaar tijd van ruim 6 duizend euro in 2008 naar ruim 14 duizend euro in 2013. Belangrijke verklaringen hiervoor zijn een verdubbeling van de maximale vergoeding voor inschrijfgelden en studiekosten en het afschaffen van de mogelijkheid om de lerarenbeurs aan te vragen voor korte opleidingen en cursussen.

Hoe is effectiviteit geschat?

In de eerste ronde in 2008 was sprake van een discontinuïteit in de toekenning van beurzen. Het budget voor de lerarenbeurs is gemaximeerd per ronde en de beurzen werden toegekend op volgorde van binnenkomst. Rondom het moment waarop het budget uitgeput raakte in de eerste ronde, hebben in principe gelijke aanvragers de beurs wel ontvangen vlak voor uitputting van het budget en de beurs niet ontvangen vlak na uitputting van het budget. Beursaanvragers die in de eerste ronde te laat waren konden in een volgende ronde alsnog een beurs aanvragen, maar desondanks zien we een zeer duidelijke afname in de kans op het ooit krijgen van een lerarenbeurs vlak na de datum waarop het budget uitgeput raakte. We schatten de effecten van de lerarenbeurs door gebruik te maken van deze min of meer toevallige variatie in toewijzing rondom de afkapdatum.

Uitkomsten onderzoek

Toewijzing van de lerarenbeurs verhoogt de kans op hoger-onderwijsdeelname en –afronding met 10 tot 20 procentpunten. De kans op afronding bij de groep zonder beurs (54 procent) is lager dan de kans op deelname (77 procent). Verhoging van de kans op deelname en afronding met 10 tot 20 procentpunten is daarom relatief sterker voor afronding (17-42 procent stijging) dan voor deelname (12-29 procent). Daarnaast suggereren de schattingsresultaten beperkte positieve effecten van de lerarenbeurs op de kans om in het onderwijs te blijven (gemiddeld 3 tot 5 procentpunt), die met name geconcentreerd zijn bij leraren in het voortgezet onderwijs en bij leraren die nog niet gestart waren met de opleiding op het moment van aanvraag.

Enquêteresultaten onder leraren uit alle tranches plaatsen de effecten uit de eerste tranche in perspectief. Deze suggereren dat het effect op hoger-onderwijsdeelname in de meest recente tranches groter is geworden. Ten opzichte van de eerste tranche geven circa tien procentpunten meer leraren uit de meest recente tranches aan dat ze de opleiding niet gevolgd zouden hebben als ze geen lerarenbeurs hadden ontvangen. Het positieve effect op deelname zou daarmee uitkomen op circa 20-35 procentpunten voor de meest recente tranches. Dat impliceert dat ook in de meest recente rondes de lerarenbeurs nog steeds grotendeels een substituut vormt voor zowel eigen bijdragen van docenten als voor financiering uit reguliere scholingsbudgetten van scholen. In totaal hebben door de lerarenbeurs 4.000 tot 12.000 extra leraren deelgenomen aan het hoger onderwijs.

Trends in deelname en afronding

De kans op deelname aan de bachelor- of masteropleiding onder degenen die een beurs toegewezen hebben gekregen is gemiddeld 90 procent. Dit betekent dat één op de tien leraren niet deelneemt aan de opleiding waarvoor ze een beurs hebben ontvangen. Gemiddeld zijn twee op de tien leraren gestopt met de opleiding zonder het diploma te halen. Van de leraren die in de eerste tranche (medio 2008) een beurs toegewezen kregen hebben gemiddeld zeven op de tien de opleiding afgerond binnen vijfeneenhalf jaar na aanvraag (eind 2013). Het aandeel dat de betreffende opleiding heeft afgerond loopt terug over de opvolgende tranches. Dit komt doordat aanvragers uit latere tranches nog vaker bezig zijn met de opleiding waarvoor ze de beurs hebben ontvangen. De kans op afronding is significant hoger voor vrouwen, jongere leraren, leraren uit het primair onderwijs, leraren die een masteropleiding volgen (vergeleken met een bacheloropleiding) en docenten die al begonnen waren met de opleiding op het moment van de aanvraag. Vooral het verschil in de kans op afronding tussen jongere en oudere leraren is opvallend groot: de jongere leraren hebben 25 procentpunten hogere kans op afronding dan leraren uit de oudste leeftijdscategorie.

Conclusie en discussie

De lerarenbeurs zorgt voor extra scholing van bestaande leraren. Toch zou het grootste deel van de gefinancierde opleidingen ook zonder de lerarenbeurs gevolgd zijn. Het effect van de lerarenbeurs kan iets worden verhoogd door geen aanvragen meer toe te staan voor opleidingen die al zijn gestart vóór de aanvraag van de lerarenbeurs. Deze opleidingen worden vaak al gefinancierd uit reguliere scholingsbudgetten van scholen of uit eigen bijdragen van leraren. Het toestaan van aanvragen voor opleidingen die al begonnen zijn vergroot het gedeelte van de financiering dat wordt besteed aan studies die toch wel gevolgd waren door leraren (deadweight loss).

In de toekomst verwacht men een tekort aan leraren in het voorgezet onderwijs in bètavakken (natuurkunde, scheikunde, wiskunde) en talen (Nederlands, Engels, Frans, Duits). De lerarenbeurs kan een bijdrage leveren aan het verminderen van (voorspelde) schaarste in het aanbod van leraren voor de tekorten. CentERdata voorspelde in 2014 dat de gemiddelde onvervulde vraag voor de komende jaren voor deze tekortvakken uitkomt op circa 900 fte bachelor-opgeleide leraren en 230 fte master-opgeleide leraren per jaar (CentERdata, 2014). In 2013 werden circa 530 beurzen voor bachelor-opleidingen en 400 beurzen voor masteropleidingen in de tekortvakken toegekend. Bij een geschat effect van 25 procentpunten hogere onderwijsdeelname en -afronding zou de bijdrage aan de geraamde onvervulde vraag in de tekortvakken uitkomen op ruim 40 procent bij master-opgeleide leraren en op circa 15 procent bij bachelor-opgeleide leraren.

Referenties

CentERdata (2014), De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel in po, vo en mbo,update oktober 2014, Rapport, Tilburg.

Steeg, M. van der en R. van Elk (2015), The effect of schooling vouchers on higher education participation and completion by teachers, CPB Discussion Paper 305.

Heijnen, S.M.M., M. van der Steeg en T. Oomen (2015), Evaluatie van de Lerarenbeurs: Aanvragers, Deelname en Afronding, CPB Achtergronddocument.

Te citeren als

Suzanne Heijnen, “De lerarenbeurs is een gemengd succes”, Me Judice, 29 april 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.