De manke EMU: de M kan niet zonder E

Europese vlaggen
Afbeelding ‘Council of Europe Flags’ van Nathan Guy (CC BY-SA 2.0)
Wil de EMU en dus de euro een toekomst hebben dan moeten Europese beleidsmakers zich veel sterker richten op een verdergaande economische unie. Aldus Steven Brakman en Harry Garrretsen. De monetaire unie met haar euro berust op drijfzand zolang de economische unie niet voldoende serieus wordt genomen. Voorkom daarom de onevenwichtigheden die nu binnen Europa bestaan zodat later harde ingrepen in bijvoorbeeld lonen of prijzen dan minder nodig zijn.

Voortbestaan eurozone

Ook dit jaar zal de discussie over het voortbestaan van de huidige economische en monetaire unie (EMU) en dus van haar boegbeeld, de euro, weer oplaaien. De zuidelijke EMU-landen zullen een beroep moeten blijven doen op financiële (nood)steun. Alleen met verdergaande bezuinigingen en hervormingsmaatregelen zal aan de steunverzoeken gehoor worden gegeven. Politici zullen waarschuwende woorden spreken en erop blijven wijzen, dat bezuinigen weliswaar een pijnlijk proces is, maar dat het belangrijk is voort te gaan met het terugdringen van de overheidsschulden en de begrotingstekorten om het voortbestaan van de EMU en de euro te garanderen.

Het is evident dat sanering van de overheidsfinanciën voor een land als Griekenland onontkoombaar is, maar de recente geschiedenis van de EMU leert dat een deugdelijker begrotingsbeleid op nationaal of EU niveau geen voldoende voorwaarde is voor een stabiele EMU. Politici en beleidsmakers hebben in dat opzicht weinig geleerd van de fouten in het Verdrag van Maastricht uit 1990 dat de basis vormt voor de huidige EMU. In dit verdrag staan de welbekende begrotingscriteria rond het toegestane overheidstekort (3% van het bbp) en overheidsschuld (60% van het bbp) centraal. De opstellers van het verdrag dachten dat dergelijke simpele begrotingsregels zouden volstaan voor een stabiele monetaire unie. Op alle fronten is dit een vergissing gebleken. Niet alleen bleken de begrotingsregels manipuleerbaar en uiteindelijk nauwelijks afdwingbaar, maar voor een stabiele gemeenschappelijke munt blijkt dat veel meer nodig is dan een paar eenvoudige beleidsregels. Dit inzicht dringt slechts moeizaam door in de discussie en dat is jammer omdat daarmee uiteindelijk de EMU en de euro in de gevarenzone blijven.

Echte convergentie

De les van de huidige eurocrisis is niet alleen dat wij aangescherpte begrotingsregels of grensoverschrijdend bankentoezicht nodig hebben, maar vooral dat de economieën van de EMU landen meer naar elkaar toe moeten groeien en daar waar dat niet het geval is er effectieve aanpassingsmechanismen nodig zijn om economische onevenwichtigheden tussen de EMU landen op te vangen. Dit vraagt om beleid waarbij in de kern de E van de EMU veel serieuzer wordt genomen; de monetaire unie is geen blijvertje zonder een sterkere economische unie.

Het cruciale belang van de E voor de toekomst van de EMU komt dwingend naar voren door te beseffen dat met de invoering van de euro de wisselkoers als beleidsinstrument werd opgegeven. Is een land te duur dan bood een devaluatie uitkomst, waarmee concurrentieverhoudingen konden worden hersteld, althans op de korte termijn. Het verlies van het wisselkoersinstrument moet dus gecompenseerd worden door andere instrumenten die ofwel de kans op onevenwichtigheden tussen landen verkleinen of een alternatief aanpassingskanaal bieden. Landen kunnen ook goedkoper worden door loon- en prijsaanpassingen, daarnaast zouden werklozen in het ene land kunnen verhuizen naar het andere land, of werklozen ontvangen een werkloosheidsuitkering uit landen waar het relatief goed gaat. En hier wringt de schoen. Het huidige beleidsinstrumentarium in de eurolanden schiet, anders dan in de VS, ten aanzien van al deze wisselkoersalternatieven tekort. Loon- en prijsaanpassingen stuiten op grote weerstand, migratie verloopt in de praktijk stroef, en belastingoverdrachten van het ene naar het andere land kan op weinig steun rekenen in de diverse parlementen. Voortgang op dit terrein betekent kort gezegd een verdieping van de economische unie en zonder die voortgang blijft de EMU en de euro, alle plannen voor een begrotings- of bankenunie ten spijt, op één been hinken.

Voorkom onevenwichtigheden

Naast het omgaan met economische onevenwichtigheden tussen de EMU landen, zou het voorkomen hiervan ook veel hoger op de beleidsagenda moeten staan. Impopulaire maatregelen, zoals belastingoverdrachten tussen landen of scherpe loon-en prijsaanpassingen zijn dan minder nodig. Hiertoe is economische convergentie tussen lidstaten noodzakelijk. Sterke verschillen in het inkomen per hoofd of sterk uiteenlopende betalingsbalansoverschotten en tekorten bevorderen de gedachte dat het voortbestaan van de euro onhoudbaar is en stimuleren speculatie tegen de euro. De speculatieve huizenzeepbel in Spanje had voorkomen kunnen worden als de Spaanse centrale bank in samenspraak met de ECB eerder had ingegrepen door middel van kredietbeperkingen. Nationaal beleid dient niet alleen gevoerd te worden met het oog op het binnenland, maar ook gericht te zijn op het voorkomen van structureel uit elkaar lopende ontwikkelingen. In dit verband stelde het Centraal Planbureau al eerder de Nederlandse loonontwikkeling ter discussie; gezien de ontwikkelingen in Europa zou in noordelijk Europa minder de nadruk op loonmatiging kunnen worden gelegd. Met andere woorden, aanpassingen zijn niet alleen een Griekse aangelegenheid.

Rapport Van Rompuy

Op dit moment heeft de Europese Centrale Bank de acute eurocrisis bezworen door aan te kondigen ‘te doen wat nodig is.’ Dit heeft tijdelijk rust gegeven op de financiële markten, zoals blijkt uit de dalende rentevoeten in bijvoorbeeld Griekenland als Spanje. Maar het blijft slechts een noodverband. Het rapport van Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad, dat de huidige EMU beleidsagenda in Brussel bepaalt, borduurt grotendeels verder op de oude monetaire weg uit het Verdrag van Maastricht. Er is sprake van een bankenunie, verdergaande begrotingsdiscipline, en heel verdekt een begin van een discussie over overdracht van nationale beslisbevoegdheid in de richting van Brussel, waardoor grensoverschrijdende belastingoverdrachten in de toekomst wellicht tot de mogelijkheden behoren. Het is een rapport op kousenvoeten, waar de verdieping van de economische unie wel wordt genoemd maar achteraan bungelt. De voorgestelde maatregelen zijn voornamelijk gericht op budgettaire en financiële criteria, maar door een hint te geven in de richting van een federaal Europa wordt ook een voorzichtig begin gemaakt met een discussie over hoe het verlies van het wisselkoersinstrument te compenseren. Het is nog niet veel, maar het is een begin.

Neem Economische Unie serieus

Wil de EMU en dus de euro een toekomst hebben, dan is het onontkoombaar het verlies van het wisselkoersinstrument te compenseren door het beleid veel meer te richten op een verdergaande economische unie. Het ware beter geweest ten tijde van het Verdrag van Maastricht dit al te onderkennen en niet zo nadrukkelijk voor de politiek geïnspireerde begrotingsregels te opteren als onderbouwing van de monetaire unie. Door de huidige crisis zijn we er hardhandig aan herinnerd dat hoe ‘gezond’ de nationale overheidsfinanciën van de EMU landen ook mogen zijn, de monetaire unie met haar euro in Europa op drijfzand berust zolang de economische unie niet voldoende serieus wordt genomen.

* Dit artikel verscheen eerder in verkorte vorm in de Volkskrant van 8 januari 2013.

Te citeren als

Steven Brakman, Harry Garretsen, “De manke EMU: de M kan niet zonder E”, Me Judice, 8 januari 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.