De onmacht van de Federal Reserve

De onmacht van de Federal Reserve image
3 nov 2010 | | 1591 keer bekeken
Tien jaar geleden dachten vrijwel alle economen dat monetair beleid superieur was aan begrotingsbeleid als instrument om de economie te stimuleren. Monetair beleid was voorspelbaarder, sneller, en zadelde een land naderhand niet op met een grotere schuldenlast, althans zo dacht men toen. Dat verklaart waarom het Amerikaanse stelsel van centrale banken, toen de dot-com bubbel in de loop van 2000 barstte, de korte termijn rente in 13 stappen verlaagde van 6,5 tot 1 procent, een destijds historisch laag niveau. Deze manier van stimuleren van de economie is echter rampzalig gebleken.

De lage rente wakkerde een bubbel op de huizenmarkt aan en Amerikaanse consumenten gingen op grote schaal de overwaarde in de eigen woning te gelde maken door nieuwe hypotheken af te sluiten. In 2005 werd maar liefst 750 miljard dollar aan de eigen woning onttrokken, oftewel 5 procent van het Amerikaanse bruto nationaal product. De extra consumptieve bestedingen leidden nauwelijks tot economische groei in de Verenigde Staten. China en de olie-exporterende landen plukten daarentegen de vruchten van het ruime monetaire beleid in de VS. Terwijl de groei van de Amerikaanse economie in reële termen afzwakte van 4,1 procent in het eerste kwartaal van 2004 tot 1,3 procent in het derde kwartaal van 2007, groeide de Chinese economie in die jaren met een robuuste 10 tot 14 procent.

Toch vestigen de VS wederom al hun hoop op monetair beleid om de economie uit het slop te halen. Bij de G-20 vorige week in Zuid-Korea zette centralebankpresident Bernanke zijn plannen uiteen voor zogenoemde kwantitatieve versoepeling. Omdat de federal funds rate – het belangrijkste rentetarief – al bijna nul procent bedraagt, kan de Federal Reserve (Fed) die niet verder verlagen. In plaats daarvan wil de Fed op de secundaire markt staatsobligaties met een langere looptijd aankopen waardoor de lange rente daalt. Deze week zal zij naar verwachting een begin maken met aankopen ter waarde 100 miljard dollar per maand. In 2009 werd het Amerikaanse stelsel van centrale banken op deze manier al de trotse bezitter van 1500 miljard dollar aan schuldbewijzen.

De vraag is of deze nieuwe noodgreep veel zal uitrichten. Een kwart van de huizen in de VS met een hypotheek is ‘onder water,’ dat wil zeggen dat de waarde van de woning lager is dan de hypotheek die erop rust. Zowel bedrijven als huishoudens in de VS zijn op dit moment bezig hun schuldenlast te verminderen. Hoe laag de rente ook is, ze zullen niet staan te springen om nieuwe schulden te maken. Om diezelfde reden zijn ook Amerikaanse banken niet gul met het verstrekken van kredieten. Zij gebruiken het geld liever om de balans op te schonen en het eigen vermogen te versterken. Bovendien zien de banken zich vanwege de foreclosure chaos, waarbij huiseigenaren mogelijk ten onrechte uit hun huis zijn gezet, gedwongen extra voorzieningen op de balans te nemen.

Dat de Federal Reserve zelf ook allerminst gerust is op de uitkomst van deze nieuwe ronde kwantitatieve versoepeling mag blijken uit de vragenlijst die ze afgelopen week stuurde naar obligatiehandelaren en investeerders. De Fed wilde weten, zo berichtte Bloomberg News op 28 oktober, welke verwachtingen zij koesteren ten aanzien van de omvang van de kwantitatieve versoepeling en het effect ervan op de rente. De respondenten konden kiezen tussen aankopen van 0 dollar, 250 miljard dollar, 500 miljard dollar of 1000 miljard dollar over een periode van zes maanden.

Als de op handen zijnde aankopen van de Fed de consumptieve bestedingen wel aanwakkeren, dan ligt het voor de hand dat een groot deel van de economische groei in China zal neerslaan, net zoals dat na het uiteenspatten van de dot-com bubbel is gebeurd.

Dat is het belangrijkste bezwaar tegen de huidige focus op vraagstimulering: die leidt af van de structurele problemen waar de Amerikaanse economie mee kampt. Vele jaren van historisch lage rente hebben tot economische scheefgroei geleid ten gunste van sectoren die in hoge mate met vreemd vermogen worden gefinancierd: de financiële sector, de huizenmarkt en de private equity sector. Dit is ten koste gegaan van sectoren die meer op risicokapitaal zijn aangewezen. De kosten van eigen vermogen (de zogenoemde equity risk premium) zijn hoger dan van vreemd vermogen, en er is een brain drain opgetreden ten gunste van de financiële sector en private equity firma’s omdat daar de beloningen hoger zijn.

Door de globalisering en daarmee gepaard gaande offshoring zijn miljoenen banen in de Amerikaanse maakindustrie verloren gegaan, met name in de zogenoemde rust belt. In sommige regio’s is de werkloosheid de afgelopen jaren tot boven de 20 procent opgelopen. Het mag dan ook niet verbazen dat de kandidaten van de Tea Party-beweging juist daar zo populair zijn. Niet alleen de koopwaar van prijsvechters als Walmart wordt in China vervaardigd, ook de nieuwste Mercedessen rollen tegenwoordig in China van de band.

Om nieuwe banen te creëren voor de lagere en middenklasse is innovatie nodig, bijvoorbeeld op het gebied van milieu- en voedseltechnologie. Want met Twitter en Facebook alleen redden de Verenigde Staten het niet, 200 miljoen twitteraars en een half miljard Facebook-vrienden ten spijt.

* Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in het Financieele Dagblad van 3 november 2010

Bron foto: John Lawlor, Flickr

Te citeren als

Heleen Mees, “De onmacht van de Federal Reserve”, Me Judice, 3 november 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.