De remmende voorsprong van leven op een aardgasbel

Schoorsteen, kolencentrale Nuon (Amsterdam)
Afbeelding ‘Kolencentrale Nuon (Coentunnel, Amsterdam)’ van Gert Jan Kole (CC BY-NC-ND 2.0)
21 okt 2011 | | 2380 keer bekeken
De gevestigde belangen van de Nederlandse olie- en gassector verhinderen dat er een echte transitie wordt gemaakt naar een duurzame energievoorziening. Volgens de Tilburgse milieueconoom Zoeteman moet de overheid wakker geschud worden opdat zij geen steun verlenen aan de oude, vervuilende technologie.

Nederland dankt zijn naam aan de lage ligging in de delta van enkele rivieren. Wie vanuit het kalkmassief van de Noord-Franse kust de lage landen inrijdt, begrijpt waarom ze de noordelijker kusten Pays-Bas hebben genoemd. Nederland heeft deze positie benut als uitvalsbasis voor een koloniaal imperium en later als handelscentrum tussen de wereld en het Duitse achterland. Nederland Distributieland werd eind vorige eeuw de leus die aan deze positie werd ontleend. Tegelijk ondernam Nederland op milieugebied een ambitieus beleid om het inmiddels behoorlijk vervuilde land weer schoon te krijgen. De omschakeling van kolen op aardgas gaf hiervoor in de jaren zestig van de 20ste eeuw de klaroenstoot. Nederland wist zich steeds weer op te stoten in de vaart der volkeren. En nu lijkt dat allemaal ineens voorbij. Nederland is een relatief vuil land in de EU, met de grootste haven, de grootste concentratie olieraffinaderijen en de hoogste intensiteit aan vrachtverkeer op het continent. Het is goed in het behandelen en transporteren van bulkgoederen bestemd voor Europa en heeft een stoer, wat conservatief imago. Tegelijk loopt het steeds meer achter waar het om meer subtiele hoogwaardige innovaties op energiegebied gaat. Is het elan van enkele decennia geleden verdwenen?

Nederland niet vernieuwend

Nederland is een land geworden dat zijn naam een nieuwe betekenis geeft door samen met België onderaan lijstjes van vernieuwende landen te bungelen, zeker waar het om de transitie naar duurzame energie gaat. De revolutie op energiegebied richting hernieuwbare energiebronnen gaat grotendeels aan Nederland voorbij (zie figuur 1).

Figuur 1:België, VK en Nederland achterlopers in EU bij hernieuwbare energie introductie, stand 2007

Figuur 1:België, VK en Nederland achterlopers in EU bij hernieuwbare energie introductie, stand 2007
Bron: Eurostat, mei 2009.

Nederland lijkt gefixeerd geraakt op zijn oriëntatie op olie en gas en de aansluiting te verliezen op de ontwikkelingen in andere EU-landen. Waarom kan Nederland zo moeilijk afscheid nemen van fossiele brandstoffen? Daarvoor zijn vele oorzaken aan te wijzen maar voor een belangrijk deel zijn deze terug te voeren tot het verslaafd zijn aan diezelfde aardgasbel die ons na het kolentijdperk schone lucht bezorgde en onze economie een boost gaf.

Olie en aardgas hebben het energiebeleid van de Nederlandse overheid al decennia beheerst en doen dit nog steeds. Samen met België kent Nederland het meest intensieve gebruik van fossiele brandstoffen in de EU (zie figuur 2). Onze economie is er deels op ontworpen. De ligging aan zee en de nabijheid van het hart van het oude industriële Europa spelen daarbij een grote rol. Vanuit deze positie zijn energie-intensieve industrietakken zoals olieraffinaderijen, chemische concerns en hoogovens aangetrokken. Nog steeds spelen deze factoren een rol en het daarop afgestemde overheidbeleid dat dergelijke activiteiten faciliteert.

Figuur 2: België en Nederland meest intensieve gebruikers fossiele brandstoffen in EU in 2007

 Figuur 2: België en Nederland meest intensieve gebruikers fossiele brandstoffen in EU in 2007
Bron: Eurostat, mei 2009

Om dezelfde redenen willen internationale energiebedrijven hun kolencentrales nog steeds aan de Nederlandse kust bouwen. Tegelijkertijd investeren die energiebedrijven, aangemoedigd door veel aantrekkelijker overheidsvoorwaarden dan in Nederland, in duurzame energie in andere Europese landen, zoals Duitsland, Spanje en recent ook het VK (REN21, 2011; RWE, 2011). De energietransitie bij de grote elektriciteitsbedrijven is echter geheel van de baan na vergunningverlening door het laatste kabinet Balkenende voor de bouw van vier nieuwe kolencentrales. Dat de transitie zich toch een weg probeert te banen bij lagere overheden, kleinere bedrijven en woningcorporaties komt door andere dynamiek dan die welke de rijksoverheid aanstuurt. Steden zien hier vaak een eigen verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld in het kader van het wereldwijd succesvolle Mayors Climate Initiative (Underwood, 2009).

Ongezonde samenklontering belangen

Door deze ontwikkelingen hebben de Staat en het met olie en gas werkzame bedrijfsleven decennialang een op een monopolie gelijkend organisatiecomplex opgebouwd dat beider belangen dient. Zo kon Shell Nederland een belangrijk deel van haar inkomsten aan de aardgaswinning ontlenen, terwijl de Staat via haar aandeel in de opbrengsten van de aardgaswinning over een gegarandeerde substantiële inkomstenbron beschikte. Tot voor kort werden deze miljarden via het Fonds Economische Structuurversterking deels in de nationale economie geïnvesteerd, deels werd hiermee het financieringstekort bestreden. Storting van deze opbrengsten op een pensioenrekening voor alle burgers, zoals in Noorwegen, is in Nederland nooit overwogen. De aardgasbaten werden een hoeksteen van het begrotingsbeleid van Financiën en het energiebeleid van Economische Zaken. Daarbij kreeg de overheid een dubbelrol van het enerzijds bevorderen van duurzame energie en tegelijk profiteren van de oude energie.

Het grote goed van de aardgasbel heeft zo het zicht op een noodzakelijke transitie naar duurzame energie in Nederland vertroebeld. En krachten die belang hebben bij het handhaven van de status quo zijn tot diep in het overheidsapparaat geïnstitutionaliseerd.

Door deze gang van zaken heeft de particuliere olie- en gassector, gedomineerd door Shell, een stevige en goed georganiseerde positie binnen de Nederlandse economie. Shell heeft sinds 2000 besloten in te zetten op haar klassieke rol als olie&gas concern om de winst op te krikken tot het niveau van ExxonMobile en is daarmee geen pleitbezorger van de transitie. Zij zijn een essentiële schakel bij de olie- en gasexploitatie op onder andere de Noordzee, de werkzaamheden van de Gasunie en participeren in denktanks van de overheid zoals op het gebied van innovatie en het internationale energiebeleid. Ook voeren zij een krachtige lobby bij leden van het kabinet wanneer hun belangen aan de orde zijn. Twee van de negen trekkers van de door minister Verhagen van EL&I ingestelde topteams zijn (oud) Shell mensen.

Geen krachtige tegenkrachten

De actoren die de van onderop plaatsvindende transitie bewerkstelligen zijn niet zo goed georganiseerd en hebben minder directe toegang tot het Haagse machtscentrum. Overal ter wereld is dit het geval maar in landen om ons heen, zoals Duitsland, Frankrijk en ook het VK, heeft de overheid zelf een nieuwe koers ingezet (DOECC, 2011) Zij moesten soms omdat het hen aan bruikbare fossiele grondstoffen ontbrak. Maar in Engeland is met de gaswinningen op de Noordzee de situatie redelijk vergelijkbaar met die in Nederland. Nederland denkt nog genoeg aardgas te hebben om voorlopig de ogen voor de noodzaak van een echte transitie te kunnen sluiten. Maar het is de vraag of de rekening die Nederland daarvoor later gaat betalen in de vorm van een technologische achterstand, een geringere werkgelegenheid in de duurzame energiesector en een duurzame energie infrastructuur die sterk achterblijft bij die in belangrijke ons omringende EU lidstaten, gerechtvaardigd is.(RLI, 2011) Er liggen immers forse economische kansen voor de clean tech industrie en ICT sector ( Hajer, 2011; Innovatieplatform & Roland Berger, 2010). Ook zal voor het zakendoen in Europa het kunnen aantonen dat de bij de productie gebruikte energie duurzaam is opgewekt van steeds meer belang worden voor Nederlandse bedrijven.

* De auteur dankt prof. Annemieke Roobeek voor haar commentaar.

Referenties

DOECC (2011), UK Renewable Energy Roadmap, London: Department of Energy and Climate Change, July.

Hajer M. (2010), De energieke samenleving: op zoek naar een sturingsfilosofie voor een schone economie, Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving.

Innovatieplatform & Roland Berger (2010), Duurzame energie: economisch groeigebeid voor Nederland met groenpotentie, Amsterdam, Roland Berger.

RLI (2011), Remmen los, Advies versnelling van de transitie naar een duurzame energiehuishouding in Nederland, Den Haag, Raden voor de Leefomgeving, 19 oktober.

REN21 (2011), Renewables 2011 Global Status Report, Paris, REN21 Secretariat

RWE (2011), RWE and Essent form a leading renewables generation positioning North West Europe.

Underwood K. (2009), EU Mayors Sign Covenant of Mayors Climate Initiative, Business & Politics, 2 December.

Te citeren als

Bastiaan Zoeteman, “De remmende voorsprong van leven op een aardgasbel”, Me Judice, 21 oktober 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.