Een perfect getimede recessie

Een perfect getimede recessie image
Afbeelding ‘Vacancies No No’ van Tim Green (CC BY 2.0)
18 dec 2008 | | 2697 keer bekeken
Nu de Nederlandse economie op een recessie afstevent en de werkloosheid dreigt op te lopen, is het het juiste moment om oude oplossingen uit de mottenballen te halen. Een variant op de vut-regelingen uit de jaren tachtig zou ook anno 2009 goede diensten kunnen bewijzen.

Een economische crisis komt nooit gelegen. Maar iedere periode van hoogconjunctuur wordt nu eenmaal gevolgd door een recessie. Gegeven dit feit, mogen we ons gelukkig prijzen met de timing van de komende recessie. Immers, Nederlandse werkgevers zaten eind september nog met bijna 240 duizend openstaande vacatures, waar slechts 135 duizend werklozen tegenover stonden. En komend jaar, als de geboortegolf van 1946 63 jaar wordt, zal een recordaantal werknemers met (vervroegd) pensioen gaan. Terwijl de Commissie-Bakker zich dit voorjaar nog grote zorgen maakte over het dreigende tekort aan arbeidskrachten, lost dit probleem zich nu soepeltjes op doordat de vraag naar arbeid als gevolg van de crisis terugvalt.

Een recessie brengt echter onvermijdelijk onprettige gevolgen met zich mee. De meeste zorgen baart telkens weer de stijgende werkloosheid. Die veroorzaakt immers veel persoonlijk leed, zowel psychisch als door het verlies aan inkomen. Het Centraal Planbureau verwacht dat de werkloosheid in 2009 met nog slechts 50.000 oploopt. Maar voor 2010 voorziet het CPB een veel sterkere stijging, tot een half miljoen werklozen. De vergrijzing van de beroepsbevolking biedt echter kansen om het banenverlies op een minder pijnlijke manier op te vangen. In plaats van personeel gedwongen te ontslaan, zouden bedrijven het voor hun oudere werknemers aantrekkelijker kunnen maken om een of twee jaar eerder uit te treden. Bij de meeste pensioenregelingen is het mogelijk om al vanaf zestig jaar uit te treden tegen een lagere pensioenuitkering. Als bedrijven dat pensioenverlies zouden compenseren, besparen zij de kosten van de sociale plannen die zij met de vakbonden moeten afsluiten als zij personeel collectief willen ontslaan. Net zoals vervroegde uittreding in de jaren tachtig werd gebruikt om de sociale gevolgen van de recessie te verzachten, zo zou dit instrument ook nu kunnen worden benut om te voorkomen dat de werkloosheid sterk oploopt.

Op korte termijn mag het eerder uittreden van de ouderen dan gunstig uitpakken, op langere termijn zijn de gevolgen heel wat minder gunstig, zo luidt een veel gehoorde opvatting. Vanaf 2011 begint de bevolking van 15-64 jaar, waaruit vrijwel alle werkenden afkomstig zijn, te krimpen. Daarom verwacht de Commissie-Bakker dat we aan de vooravond staan van structurele krapte op de arbeidsmarkt. Als de werkgelegenheid trendmatig met één procent per jaar groeit en de beroepsbevolking langzaam krimpt, zal het tekort aan arbeidskrachten met een kleine honderdduizend per jaar toenemen. Dat mag gunstig zijn voor de werklozen – zelfs voor de harde kern in de bijstand is er dan weer hoop op een baan! Maar het zal veel bedrijven in problemen brengen doordat zij er niet in slagen geschikt personeel te vinden. Dat kan een forse rem zetten op de economische groei. Het kabinet, de sociale partners en de Commissie-Bakker zijn het er dan ook over eens dat de arbeidsparticipatie in Nederland verder omhoog moet, naar tachtig procent van de bevolking van 15-64 jaar.

De verwachting van structurele krapte op de arbeidsmarkt gaat er echter ten onrechte van uit dat het aantal banen onafhankelijk is van het aantal beschikbare arbeidskrachten. Als dit juist was, zou de werkloosheid het laagst zijn in die landen waar de beroepsbevolking krimpt en het hoogst in landen waar de beroepsbevolking snel groeit. Daarvan is echter geen sprake. Twee tegenvoorbeelden illustreren dit. De Duitse beroepsbevolking is tussen 1997 en 2007 met 1,4 procent gekrompen, terwijl de werkloosheid in die periode bijna onveranderlijk op het hoge niveau van 8 à 9 procent lag. In Ierland groeide de beroepsbevolking daarentegen met liefst 25 procent, terwijl de werkloosheid halveerde en onder de vijf procent zakte.

De verklaring hiervoor is dat vraag en aanbod van arbeid op elkaar reageren. We spreken niet voor niets van een arbeidsmarkt. Als zich op de arbeidsmarkt meer mensen aanbieden, past de vraag naar arbeid zich na verloop van tijd hieraan aan, waardoor de werkloosheid niet oploopt. Omgekeerd reageren bedrijven op een krimpende beroepsbevolking door de vraag naar arbeid te verminderen, bijvoorbeeld door versneld technologische vernieuwingen door te voeren of hun productie naar het buitenland te verplaatsen (zogenaamde offshoring). Bijgevolg hoeft de werkloosheid niet te dalen en hoeft er geen structurele krapte te ontstaan. Uiteindelijk bepaalt niet de groei of krimp van de beroepsbevolking de krapte op de arbeidsmarkt, maar de starheid of flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Deze stelling is al sinds de jaren tachtig gemeengoed in de arbeidsmarkttheorie, maar lijkt de laatste tijd wat vergeten te zijn.

Als na de recessie geen periode van structurele krapte op de arbeidsmarkt volgt, is er ook geen reden om te blijven hameren op de noodzaak van een hogere arbeidsparticipatie. Als de vraag naar arbeid de komende jaren inzakt, is het een zegen dat zoveel babyboomers het arbeidsproces versneld verlaten. En als daarna de economie weer aantrekt, zal de vraag naar arbeid zich geleidelijk aanpassen aan het beschikbare aanbod. Nederland kan dan weer een periode tegemoet gaan waarin economische groei vooral voortvloeit uit een hogere productiviteit (als gevolg van technologische en sociale innovatie) in plaats van uit een grotere inzet van arbeid, zoals de afgelopen twee decennia het geval was. Zo zal de economische recessie ertoe bijdragen dat we de overgang van een groeiende naar een krimpende beroepsbevolking soepel doorkomen. Natuurlijk, een recessie blijft een onprettige ervaring, maar de huidige economische crisis had nauwelijks op een beter moment kunnen komen!

Dit artikel is tevens geplaatst in het NRC Handelsblad van donderdag 18 december .

Referentie:

Beer, P.T. de, 2008, ‘Krimpende arbeidsmarkt: nieuw perspectief, oude problemen’ Beleid & Maatschappij, jaargang 35, no. 4: 278-288.

Te citeren als

Paul de Beer, “Een perfect getimede recessie”, Me Judice, 18 december 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.