Een, twee, drie, economie

Standbeeld van Adam Smith
Afbeelding ‘Adam Smith’ van Kate Hopkins (CC BY-NC-SA 2.0)
7 nov 2012 | | 1463 keer bekeken

Het trieste nieuws bereikte ons dat Jules Theeuwes op 6 november 2012 is overleden. Het is triest, niet alleen omdat Jules Theeuwes veel voor de economiegemeenschap – nationaal en internationaal – heeft betekend, maar vooral omdat hij humor, warmte, inzicht en prachtige stijl van schrijven combineerde. Als ode en herinnering aan Jules, plaatst de redactie van Me Judice zijn bijdrage aan het dit jaar uitgebrachte ebook Nieuwe kijk op economie gevraagd, waar hij uit de doeken doet dat economie meer is dan plat marktdenken. Volgens hem gaat er een drie-eenheid schuil achter een goede economische analyse. Daarin staan individuele beslissingen, wederzijdse beïnvloeding en de beoordeling van het resulterende maatschappelijk resultaat centraal. Dit is precies het raamwerk dat nodig is om de onvolkomenheden van de echte economie te analyseren. Dat daarbij fouten worden gemaakt is onvermijdelijk. De economische wetenschap is nooit helemaal af. Economen die de zegeningen van ongebreidelde marktwerking zingen vormen de uitzondering, niet de regel.

 

De kredietcrisis was in oktober 2008 net losgebarsten toen een nederige Alan Greenspan, die gedurende achttien jaar president van de Amerikaanse centrale bank was geweest, tijdens een hoorzitting van het Amerikaanse Congres bekende dat hij te veel vertrouwd had op marktwerking en dat hij fout zat met zijn beleid van deregulering van de financiële markten. Zijn bekentenis was voor de rest van de wereld het bewijs dat economen alleen de mantra van de markt zingen. Dat zij streng geloven dat vrijemarktwerking naar het land van melk en honing leidt, terwijl iedereen die niet ideologisch blind is, kan zien dat marktwerking alleen maar chaos brengt.

De laatste jaren zijn niet bepaald een glorietijd voor economen. Op de schaal van de maatschappelijke waardering staan ze nog net boven de bankiers. Het economisch denken versmallen tot een Händeliaans Hallelujah van de markt doet echter onrecht aan de economie als wetenschap. De economie is vele malen rijker.

De economische trits

De essentie van het economisch denken is een aanpak die uit drie innig verbonden delen bestaat. Het begint met het in kaart brengen van de individuele beslissingen van consumenten, ondernemers en beleidsmakers. Denk aan de beslissing van een huisvrouw om een baan te zoeken, de beslissing van een ondernemer om te investeren in een nieuw product en de beslissing van de overheid om de winstbelasting te verlagen voor innoverende bedrijven. Deel twee is dan het bestuderen van de wederzijdse invloed van al die individuele beslissingen op elkaar. De investeringsbeslissing van de ondernemer wordt positief beïnvloed door de belastingbeslissing van de overheid en door de succesvolle lancering van het nieuwe product ontstaan vacatures waarop de huisvrouw reageert en een baan vindt. Deze wederzijdse beïnvloeding leidt tot een sociaal resultaat dat meer is dan de som der delen. Net zoals een combinatie van spinazie, eieren, boter, bloem, melk en kaas leidt tot een soufflé. Die soufflé kan rijzen of inzakken. Op een vergelijkbare manier kan het maatschappelijke resultaat van alle individuele beslissingen resulteren in een toe- of afname van de welvaart. Het derde en laatste deel van de economische trits is de beoordeling in welvaartstermen van het maatschappelijke resultaat van de individuele beslissingen.

De eerste toepassing van deze drie stappen ooit, door Adam Smith in 1776, is tegelijk het begin van de economische wetenschap. Smith stelde dat wanneer consumenten en ondernemers hun eigen belang nastreven (deel 1: individuele beslissingen) en op de markt hun waren aanbieden en hun geld besteden gestuurd door de marktprijs (deel 2: wederzijdse beïnvloeding) er een onzichtbare hand werkzaam is die er voor zorgt dat de welvaart wordt gemaximaliseerd (deel 3: beoordeling). Meer dan tweehonderd jaar later weten economen dat het vermoeden van Adam Smith over de genadige werking van de onzichtbare hand alleen maar een theoretische mogelijkheid is. Tegelijk hebben ze geleerd dat de aanpak in drie delen bijzonder flexibel is en handig, niet alleen voor de studie van volmaakte markten maar ook voor de analyse van reële markten waarin bedrijven een strategisch spel spelen om een concurrent te weren of waarbij een onwetende consument het bos wordt ingestuurd met een woekerpolis. De aanpak in drie delen is ook nuttig voor de analyse van macro-economische onevenwichtigheden, het ontwerpen van welvaartsverhogend overheidsingrijpen en het bestuderen van andere economische mechanismen dan de markt zoals hiërarchische relaties (principal-agent) en budgetmechanisme. De economische aanpak in drie delen leent zich voor veel toepassingen.

Drie implicaties

De economische aanpak waarbij uitgaande van de individuele beslissingen via het maatschappelijk resultaat iets wordt gezegd over de welvaart van ons allen, heeft drie implicaties die regelrecht ingaan tegen de beschuldiging dat economie alleen maar gaat over de zegeningen van de vrije markt.

De eerste implicatie is dat een econoom niet alleen beschrijft hoe een markt werkt en tot welk resultaat dat leidt, maar ook beoordeelt hoe het maatschappelijk resultaat scoort in welvaartstermen. Meer dan anders volgt uit de beoordeling dat echte markten soms minimaal, soms groots, maar meestal falen en niet tot optimale welvaart leiden. Vervuiling van wateroppervlakte, werkloosheid en woekerpolissen zijn allemaal voorbeelden van marktfalen. Het werk van de econoom begint pas echt bij het falen van de markt. Over een perfecte markt is niets te zeggen. Over de correctie van een falende markt heel veel.

De tweede implicatie is dat de economische trits een sjabloon is waarop eindeloos en creatief kan worden gevarieerd. Neem bijvoorbeeld het vakgebied van de industriële organisatie, een vakgebied dat gaat over de werking van echte markten. In dat vakgebied staat niet de volmaakte marktwerking centraal maar juist de oligopolistische markt met niet meer dan enkele marktspelers die over marktmacht beschikken en een strategisch spel spelen om de ander te slim af te zijn, wat dramatische gevolgen kan hebben voor de rest van de samenleving. Een ander voorbeeld is de arbeidsmarkt waar werkzoekenden op zoek gaan naar hun ideale baan maar niet op voorhand weten bij welke werkgever die te vinden is. Het zoeken naar de ideale baan kost tijd en moeite en dat leidt ertoe dat men niet eeuwig blijft zoeken maar op een bepaald moment genoegen neemt met een baan die niet perfect maar goed genoeg is. De implicatie is dat in de arbeidsmarkt veel mensen niet op hun ideale baan zitten en dat veel werkgevers niet de ideale werknemer hebben. De economische analyse van de oligopolistische productmarkt en van de arbeidsmarkt met zoekkosten staat mijlenver van het simplistische marktdenken en van de verheerlijking van de markt.

De derde en laatste implicatie is dat elk van de drie delen van de economische trilogie op zichzelf onderwerp is van economisch onderzoek. Er is in de afgelopen jaren een nieuw economisch vak gegroeid, behavioral economics, waarin wordt bestudeerd hoe mensen beslissingen nemen. De keuzes die mensen maken zijn vaak irrationeel en worden beïnvloed door emoties, gevoelens van rechtvaardigheid en empathie voor het geluk van anderen. De homo economicus als rationele, op zichzelf gerichte lustcalculator heeft al lang het pand verlaten. Over behavioral economics wordt gepubliceerd in de beste economische tijdschriften en in onverbiddelijke internationale bestsellers die in luchthavens te koop worden aangeboden. De wederzijdse beïnvloeding van individuele beslissingen en het sociale resultaat hiervan wordt nagebootst in economische laboratoria. De economie is nog niet zo lang geleden ook een experimentele wetenschap geworden. Het welvaartscriterium beperkt zich al lang niet meer tot de huidige bevolking maar duikt ook op in lastige onderwerpen als de afruil van welvaart tussen de huidige en toekomstige generaties.

Drie conclusies

Het aantal economen dat na zijn dood regelrecht naar de hemel gaat, is net als onder andere lagen van de bevolking minimaal, bijna nul zeg maar. Tegelijk zijn economen niet beter of slechter dan de rest van de mensheid. Het is menselijk wanneer economen een verkeerde beleidsbeslissing nemen. Het is net zo menselijk om te leren van fouten en de economische wetenschap in de loop van de tijd te verbeteren door voortschrijdend inzicht. Dat is de eerste conclusie. De tweede conclusie is dat de economie in zijn drieledige aanpak beschikt over een zeer flexibel instrument om op basis van individuele beslissingen te begrijpen hoe maatschappelijke resultaten tot stand komen en om die in welvaartstermen te beoordelen. Die aanpak is nuttig op zeer diverse plekken: voor de mededingingsautoriteit in zijn oordeel over een fusie, voor een bedrijf dat een nieuwe markt wil betreden, voor het planbureau dat verkiezingsprogramma’s moet doorrekenen en voor de overheid die de verzorgingsstaat wil verbeteren. De beschuldiging van de rest van de samenleving na de schuldbekentenis van Alan Greenspan dat economen alleen maar blind geloven in de markt en verder niets te bieden hebben, is geheel onterecht. Ten derde, de economische aanpak in drie delen is een handig sjabloon voor creatieve variaties en eindeloze mogelijkheden voor de econoom om zijn vak te vernieuwen en te verbeteren. Er zit in de aanpak van de economie nog voor jaren materiaal voor Nobelprijzen.

* Aan alle auteurs in het boek is gevraag drie boeken te noemen waardoor men economie beter is gaan begrijpen. Jules leverde de volgende tekst aan. "Drie publicaties op jeugdige leeftijd gelezen, die mijn economisch denken aanmerkelijk hebben beïnvloed en mijn passie voor het vak hebben vergroot (zonder dat ik overigens altijd begreep wat er stond)":

1. John R. Hicks (1939). Value and Capital: An Inquiry into Some Fundamental Principles of Economic Theory. Oxford: Clarendon Press.

2. John Maynard Keynes (1936). The General Theory of Employment, Interest and Money. London: MacMillan.

3. Deirdre N. McCloskey (1985). The Rhetoric of Economics. Wisconsin, University of Wisconsin Press.

Te citeren als

Jules Theeuwes ✝, “Een, twee, drie, economie”, Me Judice, 7 november 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.