Elk land zijn eigen economische waarheid

Alternative
Afbeelding ‘Alternative für Deutschland’ van James Rea (CC BY-NC 2.0)
3 mei 2013 | | 1047 keer bekeken
Als de oorzaak van de eurocrisis alleen buiten de eigen grenzen wordt gezocht, dan is dat het einde van Europa. Een gezamenlijk Europa kan alleen voortbestaan als politieke leiders hun analyse van wat er mis is gegaan en hoe het anders moet niet laten bepalen door nationale grenzen. Dit stelt Eelke de Jong. Voorbeelden van hoe het niet moet zijn de huidige standpunten over de eurocrisis van Alternative für Deutschland en van de Franse socialisten.

Nationale tendens in economische analyses

Tijdens het afscheidsseminar van Coen Teulings als directeur van het Centraal Planbureau hebben drie sprekers een mening gegeven over de Europese schuldencrisis. De Fransman Jean Pisani-Ferry benadrukte de rol van betalingsbalansonevenwichtigheden bij het ontstaan van deze crisis. De Duitser Jürgen von Hagen ging in op de noodzaak van begrotingsdiscipline. De Engelsman (met Nederlandse wortels) Martin Wolf becommentarieerde op zijn bekende cynische wijze het ongelukkig huwelijk dat de euro heeft gebracht. Een huwelijk waar we ook nog eens niet zomaar uit kunnen stappen. Vervolgens werd Teulings een bundel aangeboden uitgegeven door TPEdigitaal, die voor deze keer weer analoog was gegaan.

In een reactie stelde Teulings dat hem tijdens zijn directeurschap was tegenvallen dat in de economische analyses en aanbevelingen van de Europese schuldencrisis er telkens een sterke nationale tendens te ontwaren valt. De afscheidsmiddag was er naar mijn mening een goed voorbeeld van. Nu wil het toeval dat in de tijd dat het Tijdschrift Politieke Economie nog gedrukt werd, ondergetekende daarin een artikel heeft gepubliceerd dat juist dit thema aansnijdt.

In 2002 heb ik in het artikel “De ECB onder vuur: een botsing van culturen?” gewezen op de nationale tendensen in het economisch denken. In dat artikel betoogde ik dat Duitsers en Fransen een volstrekt verschillende, zo niet tegengestelde, traditie en denkwijze hebben met betrekking tot onafhankelijke instituten. Politiek onafhankelijke instituten kennen de Fransen niet. Zo was de Banque de France altijd een onderdeel van het Ministerie van Financiën. In Frankrijk is de politiek altijd de machtigste en kan ze nooit aan een onafhankelijk instituut onderworpen worden. Bovendien zo betoogde ik, hadden we al verschillende voorbeelden hiervan gezien, fraai samengevat in president Chirac’s uitspraak dat de president van de Europese Centrale Bank ECB) ‘un petit functionaire’ is. Naar mijn mening heeft dit fundamentele verschil in inzicht de oplossing voor de huidige crisis bemoeilijkt. Vooral ook omdat het tijd kostte om tot overeenstemming te komen.

Kortzichtig

Helaas hebben de moeizaam bereikte oplossingen niet geleid tot een gedeelde visie. Integendeel, de verschillen lijken juist groter te zijn geworden. Ik heb het ‘genoegen’ mogen hebben tijdens een economencongres aanhangers van een Alternative für Deutschland te horen spreken. Zelden heb ik zulke eendimensionale denkers gehoord. Alle problemen zijn het gevolg van onbeheerste overheidsuitgaven, die veroorzaakt worden door culturele verschillen. De laatste zijn in steen gegoten en dus is het opbreken van de euro het enige alternatief. Geen woord over mogelijke fouten van Duitse banken. Aan de andere kant staan de Griekse demonstranten die alle ellende toeschrijven aan het harde oordeel van de Duitsers met name Angela Merkel. Eind april heeft de socialistische partij in Frankrijk een vergelijkbaar oordeel geveld. De begrotingsregels van de eurozone worden toegeschreven aan de zelfzuchtige en starre houding van Merkel die alleen denkt aan Duitse spaarders en Duitse kiezers. Geen woord over de verbluffende inactiviteit van de Franse president Hollande op het gebied van economische hervormingen. Allemaal feiten die in lijn zijn met de door mij in 2002 beschreven nationale culturele verschillen.

Economie en nationale cultuur

Mooi voor mij dat ik in ieder geval op een bepaald aspect gelijk heb gekregen, maar wat schieten we daar mee op? Ik denk dat er voor verschillende groepen lessen uit te trekken zijn. Allereerst voor ons als academische economen. We moeten, lijkt mij, als beroepsgroep accepteren dat er nationale verschillen in economisch denken en handelen zijn. Net als vele andere professies worden denkbeelden over de economie en met name over de beste vorm van een economie beïnvloed door haar omgeving. Vaak is dat de natie. Iets dergelijks geldt ook voor andere sociale wetenschappen en voor geneeskunde. Binnen de laatste wetenschap bestaan grote verschillen over de meest gewenste behandelingswijze. Ook daar vallen de verschillen voor een belangrijk deel te verklaren uit verschillen in nationale waardepatronen. Voor het academische onderwijs betekent het dat we onze studenten op deze verschillen moeten wijzen. Zelf doceer ik al meer dan 10 jaar het vak Culture and economic behavior, waarin ik laat zien hoe verschillen in waardepatronen tussen landen de verschillen in instituties kunnen verklaren. Sinds de Europese schuldencrisis bestuderen we in hoeverre verschillen in culturen de verschillende reacties op de crisis kunnen verklaren.

Gemeenschappelijk standpunt

Als we ons bewust zijn van de verschillen dan zie ik als volgende stap om als professionele economen uit verschillende landen naar elkaars verklaring en mening te luisteren en via een open communicatie te proberen tot begrip van elkaars standpunt te komen. Vervolgens is dan wellicht de deur open voor een min of meer gemeenschappelijk standpunt. In zekere zin is dat al gebeurd. In het voor het Wetenschappelijk Instituut van de Christen Unie geschreven rapport “De euro gewogen” is geprobeerd een evenwichtig oordeel te geven over de verschillende mogelijkheden. Zelfs het in opdracht van de PVV opgestelde rapport over de euro begint met een uitstekend verhaal over het aandeel van de Noord-Europese investeerders in het ontstaan van de crisis.

Op de schouders van de politieke leiders ligt de taak om oplossingen over het nationale sentiment heen te tillen. Zij dienen uit te leggen dat naast de in de eigen cultuur dominante verklaring er nog andere visies bestaan die ook correct zijn. Concreet, naast te weinig begrotingsdiscipline in Griekenland en Portugal was het de uitbundige kredietverlening door banken in Ierland en Spanje. Hierbij speelden ook Franse, Duitse en Nederlandse banken een rol. Dit uitleggen wordt steeds belangrijker nu de crisis voortduurt. Steeds meer mensen worden getroffen en steeds vaker voor een lange periode. Leiders hebben dan de taak kwetsbaren te beschermen. Men moet dan durven uitleggen dat men datgene gedaan heeft dat nodig was om de kosten voor de zwakkere te minimaliseren, of waar dat (wellicht door de haast) niet is gebeurd, maatregelen te nemen waardoor het alsnog gebeurt. Aannemende dat men de euro wil behouden, dienen politieke leiders de politieke opinie om te vormen naar een meer Europese visie en aan te tonen dat men de zwakkere beschermt en de corrupte leiders aanpakt. Door over een “we” versus “ze” tegenstelling heen te stappen kunnen we tot een gezamenlijk ideaal komen. Een andere weg naar een gezamenlijk Europese samenleving lijkt mij er niet te zijn

Referenties

E. de Jong, De ECB onder vuur: een botsing van culturen?, Tijdschrift voor Politieke Economie, 23(4)

Te citeren als

Eelke de Jong, “Elk land zijn eigen economische waarheid”, Me Judice, 3 mei 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.