Exorbitante beloningen en het belang van het goede voorbeeld

Exorbitante beloningen en het belang van het goede voorbeeld image

Afbeelding ‘Euro Banknotes’ van Cristian Santinon (CC BY-ND 2.0)

6 jan 2009 |
Exorbitante beloningen in de financiële wereld worden vaak gerechtvaardigd door te wijzen op de hoge productiviteit die tegenover het loon staat. Hoge beloningen zijn echter lang niet altijd het resultaat van hoge productiviteit maar van machtsposities van bepaalde sociale groepen, levend in een decadente subcultuur. Decadentie kan alleen maar worden doorbroken door het goede voorbeeld te geven.

In de Van Dale wordt ´decadentie´ omschreven als een toestand van gebrekkige innerlijke en morele kracht. En dat is nu precies wat er in onze samenleving aan de hand lijkt te zijn. Morele kracht en wilskracht moeten zorg dragen voor voldoende cohesie, maar lijken steeds zwakker te worden. De verdwijning van vele restricties in de financiële wereld vormen hiervan een goede illustratie. Niet alleen wettelijke restricties zijn opgeheven, maar ook restricties van morele aard. Zo lezen we in het boek De prooi van journalist Smit over de ABN/AMRO de heer Hazelhoff (ABN) verzuchten dat klanten niet meer worden beoordeeld op hun moraal, en dat beleggers alleen nog maar worden verwezen naar een prospectus, en naar de kleine lettertjes. Verderop in het boek wordt duidelijk dat er al jaren te weinig aandacht is voor de ‘accountability’. Toch worden er zeer kostbare plannen gesmeed om zo snel mogelijk tot forse koersstijgingen te komen; later zien we wel hoe dat in termen van kosten en kostentoewijzing moet worden gevat. De beloning van topbestuurders is dermate uit de hand gelopen dat dit de sociale vrede ondermijnt. Er is geen rechtvaardiging te vinden voor bijvoorbeeld de exorbitante beloningen van adviseurs van investeringsbanken na het sluiten van weer een deal met betrekking tot fusies en overnames.

Hoe komt dit?

Mijn stelling is dat dit het gevolg is van een gebrekkige werking van de psychisch-sociale mechanismen waardoor dergelijke adviseurs zich korte termijn machtsposities kunnen veroorloven. De man in de straat noemt dit diefstal en chantage. Helaas weten neoklassieke economen toch te suggereren dat de economische logica dergelijke beloningen dicteert. Neoklassieke economen hebben een economische wereld geconstrueerd waarin mensen leven die maar één probleem hebben, dat is het probleem van de schaarste aan natuurlijke middelen. Ze hebben geen sociaal probleem – per veronderstelling zijn relaties tussen mensen van louter economische aard -, en ze hebben geen psychisch probleem – ze zijn perfect rationeel en hebben zich zelf dientengevolge volledig onder controle. In deze wereld zorgen vrije markten voor prijzen die de schaarste van goederen en diensten goed weerspiegelt. Neoklassieke analyse is kortom een poging om het economische aspect van menselijk gedrag in kaart te brengen.

Er is echter meer dan de economische ratio

Naast het typisch economische probleem zijn mensen gevoelig voor hun status ten opzichte van andere mensen, en trachten in groepsverband het respect van relevante andere groepen te krijgen. In deze sociale wereld gaat het om een plaats in de maatschappelijke rangorde, en verklaren mensen zich superieur aan anderen. In de bankwereld is dat bijvoorbeeld ABN versus AMRO, en investeringsbanken versus ‘gewone’ banken. Kosten noch moeite worden gespaard om prestige in de financiële subcultuur te krijgen ten koste van anderen. De sociale logica (sociologie) van het zogeheten ‘us versus them’-mechanisme wordt gelukkig beperkt door de capaciteit van mensen om morele normen te ontwikkelen. De morele restricties die de cultuur oplegt aan dit spel verschillen naar tijd en plaats: zo zien we meer en minder beschaafde (sub)culturen de economische processen sturen.

In de psychische wereld vinden doorlopende ‘onderhandelingen’ plaats tussen de verschillende behoeften of emoties enerzijds, en een beoordelende instantie of ratio (met andere woorden de ‘ik’ van de persoon) anderzijds. De ratio is het vermogen tot categoriseren en logisch analyseren, en heeft tot taak te beoordelen of de bevrediging van een bepaalde zich aandienende behoefte of emotie het langetermijnbelang van de persoon dient of niet. Personen zonder een goed ontwikkelde wil hebben niet voldoende innerlijke kracht om zichzelf onder controle te houden. Gebrekkig zelfrespect kan leiden tot verwoede pogingen tot compensatie in termen van economisch en sociaal succes. Een gebrekkig functioneren van de psychische en sociale logica bevordert decadent gedrag.(1)

Hoe werelden kunnen botsen

Een voorbeeld van een typisch economische analyse wordt door Jan Bouwens gegeven. Met behulp van de neoklassieke theorie rechtvaardigt hij dat topbestuurders met miljoenen dollars er van door gaan (Bouwens, 2008). Hij neemt aan dat de economische wereld een goede beschrijving en verklaring geeft van de reële wereld. Bedrijven zijn economische en rationele actoren en concurreren met elkaar op vrije markten. De eigenaren maximaliseren het rendement op hun vermogen, en op deze wijze werkt deze wereld perfect efficiënt. Bouwens verdedigt een prestatiebeloning, waarbij de aandelenkoers een uitdrukking vormt van waardecreatie, en dus van de prestatie van de financiële elite. De reële wereld wordt echter ook sterk door psychisch-sociale mechanismen beïnvloed. In deze wereld is de koers van het aandeel slechts één van de waarden, en dan ook nog een erg onbetrouwbare. Over een lange periode heeft zich hierin een enorme luchtbel ontwikkeld, die de afgelopen tijd – zonder dat er in de reële sector veel is veranderd – is leeggelopen. Om daar beloningen aan te koppelen, en dan dat ook nog een prestatiebeloning te noemen, gaat erg ver. De meeste fusies en overnames blijken op langere termijn een mislukking te zijn (Schenk, 2008). Schaarste aan ‘talent’, uitgedrukt in vraag en aanbod op de markten van managers en adviseurs zijn sterk sociaal bepaald – het is een relatief kleine kring van mensen die elkaar waardevol vinden. Een elite hoort het goede voorbeeld te geven, hetgeen niet gebeurt.(2) De rest van de maatschappij, inclusief de gewone werknemers van de financiële instellingen, ziet het met stijgend ressentiment aan, met alle gevolgen voor de productiviteit. Als de koersstijgingen in het verleden op het conto moeten worden geschreven van de toppers, dan geldt natuurlijk ook voor de enorme dalingen van de afgelopen tijd. Omdat het lastig is om verhaal te halen, moeten we deze praktijken zoveel mogelijk aan banden leggen.

De waarde van het goede voorbeeld

Wil de Westerse wereld haar beschaving in stand houden, zal deze gedragen moeten worden door sterke persoonlijkheden. Dit geldt uiteraard niet alleen voor de financiële wereld; ook andere sectoren van de maatschappij hebben te leiden onder de toenemende fragmentatie en gebrek aan cohesie. Topbestuurders moeten de waarden en normen van de Westerse cultuur hebben geïnternaliseerd, en deze met grote wilskracht in beleidsdaden omzetten. We hebben allemaal maar een beperkte wilskracht en een beperkte morele kracht. Maar op dit moment is de Westerse financiële wereld wel naar een heel bedenkelijk niveau gezakt.

Voetnoten:

(1) Layard (2008) gaat in zijn boek over ‘happiness’ ook uit van de driedeling economisch, sociaal en psychisch. Hierin bespreekt hij vele experimenten die illustreren hoe mensen omgaan met het probleem van controle over de ‘zelf’. Zelfs een serie cursussen in meditatie lijken een blijvend effect te hebben op het vermogen van een persoon om eigen doelen te stellen en die consequent na te streven (hoofdstuk 12).

(2) In het Financieele Dagblad van 13 december 2008 geeft Angelien Kemna (voormalig topbestuurder van ING) toe dat zij de enorme risico’s heeft zien aankomen, maar niet vaak en hard genoeg aan de bel heeft getrokken. “Mijn generatie mag dit niet zo achterlaten, dat mogen we niet laten gebeuren”. En even verder in het interview zegt ze: ik laat me liever leiden door principes dan door regeltjes. Je hebt daar wel moreel gezag voor nodig, en moeten leiders een rechte rug kunnen tonen. Echter "hebben we daarvoor andersoortige leiders nodig, en moeten we op een andere manier gaan belonen”. “Alleen toezicht versterken via regels of bonussen afschaffen is niet genoeg”.

Referenties:

Bouwens, J. (2008), “De heksenjacht op topbeloningen is geopend”, Me Judice, jaargang 1, 10 december 2008.

Layard, R. (2008), Happiness, Lessons from a New Science, Penguin Books, London.

Schenk, H. (2008), Firms, managers, and restructuring – Implications of a social economics view, in John Davis and Wilfred Dolfsma (red.) (2008), Companion to Social Economics, Cheltenham: Edward Elgar.

Smit, J., (2008), De prooi, Prometheus, Amsterdam.

Te citeren als

Piet Keizer, “Exorbitante beloningen en het belang van het goede voorbeeld”, Me Judice, 6 januari 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.