Extra bezuinigen is geen keuze maar harde noodzaak

Extra bezuinigen is geen keuze maar harde noodzaak image
Afbeelding ‘President Abbas arriveert bij het Catshuis’ van Minister-president Rutte (CC BY 2.0)
24 mrt 2012 | | 2409 keer bekeken
De economie staat er slecht voor volgens de recente CPB-cijfers. De vraag of de Nederlandse regering extra moet bezuinigen of niet is het dilemma waar de partijen in het Catshuis mee zitten. Volgens de Tilburgse econoom Mujagic moet de regering en het Nederlandse volk nu de pijn slikken. De staatsschuld is te hoog en bestrijding van inflatiegevaar verdient de voorkeur ook al gaat dat ten koste van de groei op de korte termijn.

Magere jaren

Een begrotingstekort van 4,6 procent van de totale economie dit jaar en nog eens te veel in het rood tot en met 2015. Daar komt nog eens bij dat de economie dit jaar krimpt en in de jaren erna is er slechts een magere groei, mits alles meezit zoals dat de eurocrisis niet verergert. De staatsschuld loopt daardoor op de komende jaren. Net als de werkloosheid. De koopkracht zakt elk jaar tot en met 2015. Dat was de boodschap van het Centraal Planbureau op de eerste lentedag van 2012.

Extra bezuinigen of niet?

Daarmee is de situatie nog slechter dan eerder gemeld. En dus is de vraag: moet de Nederlandse regering meer dan geplaned bezuinigen? Nog voordat de ronkende CPB-modellen die resultaten uitspuwden, gaf de directeur van het CPB Coen Teulings de regering alvast als advies niet meer te bezuinigen dan de bij het aantreden van het kabinet-Rutte geplande 18 miljard euro. Hij kreeg bijval uit academische hoek, sociale partners en zelfs uit het buitenland.

De redenering om niet meer te bezuinigen komt uit de keynesiaanse hoek. Nu bezuinigen zorgt ervoor dat de vraag daalt, waardoor ook de groei verder omlaag tuimelt. De overheden krijgen dan zowel aan de inkomsten als de uitgavenkant met tegenvallers te maken, zoals meer uitkeringen en minder belastingopbrengsten, waardoor de schuldenlast verder stijgt, er weer bezuinigd moet worden, de groei verder onder druk komt et cetera.

Het is ontegenzeggelijk waar dat bezuinigingen de economische groei op de korte termijn omlaag drukken. Met de keynesiaanse recepten is an sich weinig mis. Maar dan had Europa en Nederland wel ook in de goede tijden keynesianisme moeten omarmen. Keynes adviseerde inderdaad dat de overheid haar uitgaven moet verhogen wanneer de vraag wegvalt. Met andere woorden, zit het economische tij tegen dan is de overheid haast verplicht meer uit te geven dan wat ze ontvangt en dus een begrotingstekort te creeren.

Om die rol te kunnen vervullen adviseerde Keynes echter óók dat de overheden in economisch goede tijden overschotten realiseren. Dat stuk hebben nagenoeg alle Europese landen, Nederland incluis, nagelaten. Alleen Zweden en Finland behaalden sinds de jaren negentig vaker dan niet een begrotingsoverschot. Nederland slaagde erin sinds 1980 in slechts in vijf jaren een begrotingsoverschot te behalen. Gemiddeld was er elk jaar een begrotingstekort van 3,1 procent. Dat terwijl de gemiddelde economische groei in dezelfde periode 2,2 procent bedroeg.

Staatsschuld gewoon te hoog

Afgezien van dit selectieve winkelen in Keynes’ gereedschapskist wordt te makkelijk een nieuwe maar cruciale factor in het Westen vergeten: de staatsschulden zijn zeer waarschijnlijk te hoog. Dat wil zeggen, de omvang ervan is zodanig dat de schulden de groei afremmen. Uit recente onderzoeken weten we dat de kritieke zone tussen 80 en 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp) ligt. In nagenoeg alle Westerse landen is de staatsschuld óf al te hoog óf in de buurt van die grens.

Dit betekent dat niet bezuinigen de economische groei op de korte én op de lange termijn omlaag zal drukken en zo de schuldenlast alleen zal vergroten. Aan de andere kant staat dat wél bezuinigen de economische groei alleen op de korte termijn omlaag duwt. Op de middellange en lange termijn stuwt wel bezuinigen nu de economische groei juist omhoog, waardoor onder meer de schuldenlast kan zakken naar beheersbare niveaus. Het zijn geen fijne opties, maar wél bezuinigen heeft duidelijk de voorkeur boven níet bezuinigen.

Wel bezuinigen zorgt ervoor dat er in ieder geval het vooruitzicht is op lagere schulden in de publieke en private sector in de toekomst. Dat op zijn beurt genereert een krachtig en gunstig vertrouwenseffect, waardoor de langetermijnrentes kunnen dalen omdat het risico van faillissementen van Westerse landen afneemt. Niet bezuinigen vergroot dat risico juist en stuwt de rentes omhoog.

Bestrijding inflatiegevaar

Een lager risico op faillissement van Westerse landen betekent ook minder gevaar dat die landen, om dat te voorkomen, naar de geldpersen bij de centrale banken zullen grijpen om schulden af te lossen. Dat is iets wat vroeg of laat tot een uit de hand lopende inflatie leidt. Aangezien de prijzen in de toekomst door de bevolkings- en welvaartgroei in opkomende landen en uitputting van grondstoffen toch al onder sterke opwaartse druk zullen staan, is alles wat het inflatiegevaar kan reduceren, zeer welkom. Hoe groter het inflatiegevaar, des te hoger de langetermijnrentes worden op termijn. Niet bezuinigen heeft ook hier juist het tegenovergesteld effect.

Extra bezuinigen schaadt de economische groei op de korte maar niet op de middellange en lange termijn. Niet bezuinigen leidt tot een lagere economische groei op de korte, middellange én lange termijn. Het rekensommetje is dan simpel. Extra bezuinigen om de overheidsfinancien gezonder te maken, levert per saldo meer op als we verder kijken dan 2012. Daarom moet Rutte meer dan die 18 miljard euro bezuinigen.

* Dit stuk verscheen eerder in de Volkskrant van 23 maart 2012.

Te citeren als

Edin Mujagic, “Extra bezuinigen is geen keuze maar harde noodzaak”, Me Judice, 24 maart 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.