Financiële tussenpersonen stellen eigen belang voorop in hetze tegen nieuw beloningsmodel

Financiële tussenpersonen stellen eigen belang voorop in hetze tegen nieuw beloningsmodel image
30 mrt 2010 | | 4447 keer bekeken
Het stormt in het land van de financiële intermediair. Nu was het daar al langer slecht weer. Sinds de omzet gerelateerde provisie is verboden en transparantie over beloningen verplicht is, staat het verdienmodel van de assurantietussenpersoon onder druk. De consument die een verzekering aanschaft, heeft recht om te weten wat hij de tussenpersoon voor het advies of de bemiddeling betaalt, zo heeft de wetgever terecht besloten voor complexe financiële producten.

De storm die nu raast, is ontstaan nadat het Verbond van verzekeraars op 18 maart een position paper heeft uitgebracht. In dat stuk wordt uitgelegd wat al langer bekend was. De enige mogelijkheid om de wettelijk vereiste transparantie handen en voeten te geven, is door de consument expliciet te laten instemmen met de door de tussenpersoon te ontvangen beloning. Dat wordt Customer Agreed Renumeration (CAR) genoemd. De consument en de tussenpersoon spreken samen van tevoren af hoeveel tijd er wordt besteed aan financieel advies en tegen welk tarief. Vervolgens kan dit via de polis worden betaald in de vorm van een combinatie van afsluit- en doorlopende provisie. Betaling kan in de vorm van een fee per uur of een vast bedrag.

Een met de consument overeengekomen beloning is een onlosmakelijk onderdeel van een transparante markt. Immers op een transparante markt kent de consument alle beloningscomponenten van de tussenpersoon en kan hij direct onderhandelen. Ook kan hij stemmen met voeten, dat wil zeggen naar een andere tussenpersoon gaan als de ene tussenpersoon te hoge kosten rekent of te lage kwaliteit levert.

De vereniging van financiële dienstverleners, Adfiz, is vorige week een actie gestart tegen CAR. Waarom? Omdat zij van mening zijn dat hiermee de belangen van de Nederlandse consument èn die van het onafhankelijk intermediair voor lange termijn ernstig geschaad worden. Het eerste is regelrechte onzin; CAR is juist in het voordeel van consumenten. Het tweede zal best juist kunnen zijn, maar mag geen reden zijn om het eigen belang boven het consumentenbelang te stellen. CAR kan lastig zijn voor tussenpersonen. Die zal zijn werkwijze zo moeten inrichten dat hij de consument duidelijk kan maken waarvoor die betaalt. Dat betekent dat hij zijn uren moet bijhouden, zijn taken moet omschrijven en zijn tarieven moet berekenen. De consument kan dit vergelijken met andere tussenpersonen, waardoor de concurrentie in het intermediair toeneemt.

Omdat de branchevereniging Adfiz kennelijk niet houdt van concurrentie en transparantie, roept zij nu de verzekeraars op om niet langer aan te sturen op het CAR-model. Adfiz doet dat middels een op zich onschuldige handtekeningenactie. Het maakt echter wel pijnlijk duidelijk welk beperkt belang kennelijk aan transparantie wordt gehecht door de branchevereniging en de ondertekenaars van de petitie.

Ondertussen trachten sommige tussenpersonen individuele verzekeraars onder druk te zetten om zich uit te spreken tegen CAR en voor het provisiestelsel. Dat is een schijntegenstelling. In principe kan binnen CAR elke beloningsingrediënt worden toegepast: afsluit- en doorlopende provisie, uurtarieven of abonnementen – zo lang de consument maar precies weet hoeveel geld met elk van deze ingrediënten gepaard gaat en hij er maar in toestemt.

CAR is een transparant systeem dat de consument een centrale, beslissende rol geeft. Het leidt tot efficiëntieverhoging in de distributiekolom doordat het de concurrentie tussen intermediairs verhoogt en doordat het intermediairs stimuleert om de goedkoopste en beste aanbieder te adviseren. De actie tegen CAR van een deel van het intermediair stelt de rest van het intermediair in een slecht daglicht. Het maakt maar één ding duidelijk: een wettelijk verplicht CAR-model is misschien zo’n gek idee nog niet, zowel voor complexe als voor schadeverzekeringen.

Baarsma onderzocht in 2008 de beloningsvormen in de intermediaire distributiekolom van complexe verzekeringsproducten, in opdracht van het Verbond van Verzekeraars en het intermediair (NVA en NVBA).

Te citeren als

Barbara Baarsma, “Financiële tussenpersonen stellen eigen belang voorop in hetze tegen nieuw beloningsmodel”, Me Judice, 30 maart 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.