Flex-bv: voor Steve Jobs of Tedje van Es?

Keynote van Steven Jobs
Afbeelding ‘Steve Jobs Keynote’ van Ben Stanfield (CC BY-NC-SA 2.0)
4 okt 2012 | | 993 keer bekeken

Op 1 oktober 2012 is in Nederland de flex-bv ingevoerd. Een regeling die het ambitieuze startende ondernemers makkelijk maakt om een bv te beginnen met nul euro startkapitaal.  De Utrechtse econoom Stam verwacht dat de flex-bv alleen voor zeer ambitieuze ondernemers een goed vehikel is, omdat de eenmanszaak voor vele kleine ondernemers toch fiscaal aantrekkelijker is. Daarnaast kan de flex-bv misbruik oproepen en moet men naast meer starters ook rekening houden  met meer faillissementen.

Introductie Flex-bv

De flex-bv moet het makkelijker maken om een besloten vennootschap (bv) op te richten. De regels voor een bv worden versoepeld, met als meest in het oog springende verandering de afschaffing van het verplichte startkapitaal (de zogenaamde kapitaalseis) van 18.000 euro. De achterliggende gedachte is dat het makkelijker moet worden voor (startende) ondernemers om de aansprakelijkheid voor eventuele schulden te verschuiven van de natuurlijke persoon van de ondernemer naar een rechtspersoon. Dit is vooral van belang voor ondernemingen waar veel in geïnvesteerd wordt, met potentieel hoge opbrengsten, maar ook een grote kans op mislukking, met de daarbij komende schulden.

Voor ambitieuze ondernemers

De bv is in dit opzicht dus vooral bedoeld om ambitieus ondernemerschap te faciliteren, waarbij de ondernemer wel het initiatief neemt om in grootschalige innovatie te investeren, maar niet zijn privévermogen in de waagschaal legt. Uit internationaal onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het gebruik van een bv voor een nieuwe onderneming sterk positief samenhangt met de prestaties van de onderneming na de start (Harhoff et al. 1998; Storey 1994). Dit betekent niet per se een directe causale relatie, ondernemers met de ambitie om te groeien zullen bijvoorbeeld eerder kiezen voor een bv dan voor een eenmanszaak als rechtsvorm. Naast het afstand doen van aansprakelijkheid op grote schulden, kan de bv ook fiscaal aantrekkelijk zijn bij grote winst uit de bedrijfsvoering, en tevenst kan een bv bedrijfsoverdracht eenvoudiger maken.

Voor Nederland als geheel kan de flex-bv dus ambitieus ondernemerschap faciliteren, en ook de vlucht van Nederlandse ondernemingen naar bijvoorbeeld Engeland stopzetten. In de periode 2001-2005 betrof dit ruim 5000 bedrijven (Becht et al. 2006). In Engeland is het al lange tijd mogelijk om zonder startkapitaal een Ltd (met “limited liability”) op te richten, wat aantrekkelijk was voor Nederlandse ondernemers. Een vorm van zogenaamde “regulatory competition”. Een mogelijk nadeel van het verlagen van de drempels voor bv’s is de verhoging van het aantal faillissementen (zie Harhoff et al. 1998; Storey 1994), omdat enerzijds het aantal risicovolle nieuwe ondernemingen toeneemt, en anderzijds het mogelijk makkelijker wordt om schulden te parkeren in een nieuwe bv en daardoor schuldeisers in grotere mate te schaden (vgl. Akerlof en Romer 1993).

Geen kapitaalseisen

In de laatste tien jaar is er in enorm veel landen (o.a. Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Polen, Zweden) verlaging van de kapitaalseisen voor registratie van bv's doorgevoerd, met als gevolg een toename van het aantal bv's (of equivalenten) in die landen, maar ook een toename van nieuwe bedrijven in het algemeen (Braun et al. 2011). De meeste landen hebben een forse reductie van de kapitaalseisen ingevoerd (een verlaging van 40 tot 90 procent, of zelfs tot een symbolisch bedrag). De Nederlandse reductie van 18.000 euro naar 0 euro is wel een van de radicaalste reducties.

Meer starters, maar ook meer faillissementen

De verwachting voor Nederland is dat de flex-bv ook tot een toename van het aantal nieuwe bv's zal leiden (nu ongeveer een derde van alle nieuwe bedrijven), en vooral tot een toename van risicovolle bedrijven (radicaal innovatieve en op groei georiënteerde start-ups), maar dat dit ook gepaard zal gaan met een toename van het aantal faillissementen. Het netto effect voor de Nederlandse economie hangt af van de mate waarin enkele risicovolle nieuwe bedrijven er in slagen om succesvol op grote schaal te innoveren, zodat de negatieve effecten van niet geslaagde risicovolle innovaties ruimschoots gecompenseerd worden.

Daarnaast kunnen nog andere negatieve en positieve effecten optreden. Het is bijvoorbeeld de vraag in hoeverre het verlagen van de drempels voor de registratie van een bv leidt tot meer misbruik van de bv om van schulden af te komen. De omvang van dit negatieve effect is tamelijk onzeker en zal pas na enige tijd pas waar te nemen zijn. Daarnaast zullen er minder bedrijven dan voorheen zich registreren in Engeland om gebruik te maken van de lage kapitaalseisen aldaar. Dit positieve effect is goed in te schatten, maar levert eigenlijk alleen een correctie op korte termijn op.

Het aantal nieuwe bedrijven zal waarschijnlijk niet veel toenemen omdat voor veel (potentiële) starters de eenmanszaak de fiscaal meest aantrekkelijke rechtsvorm blijft. Pas bij een winst van minstens 150.000 tot 200.000 euro wordt de bv financieel aantrekkelijker dan de eenmanszaak. Dit komt vooral door de in Nederland ingestelde stimuleringsmaatregelen, zoals de startersaftrek, de zelfstandigenaftrek en de MKB winstvrijstelling die wel gelden voor de eenmanszaak, maar niet voor de bv.

Geen wondermiddel

Concluderend, Nederland doet mee met de internationale trend om de barrières voor de registratie van een besloten vennootschap te verlagen, vooral door het volledig afschaffen van de kapitaalseis. Dit faciliteert ambitieus ondernemerschap, dat tot meer grootschalige innovatie in Nederland kan leiden. Daarnaast wordt de reguleringsconcurrentie met bijvoorbeeld Engeland opgeheven, en zullen dus meer Nederlandse ondernemers weer gewoon hun bv in Nederland registreren. Naast deze positieve effecten, kan een verhoging van het aantal faillissementen worden verwacht, zowel als gevolg van de toename van het aantal risicovolle nieuwe ondernemingen alsook eenvoudiger misbruik van de bv. Tenslotte zal het effect van de invoering van de flex-bv niet zo positief uitpakken voor het totaal aantal nieuwe ondernemingen, vanwege de bestaande stimuleringsmaatregelen in Nederland die wel voor de eenmanszaak gelden, maar niet voor de bv.

Referenties

Akerlof, G.A. en Romer, P.M. , 1993, Looting: The Economic Underworld of Bankruptcy for Profit. Brookings Papers on Economic Activity, 1993(2): 1-73.

Becht, M., Mayer, C. en Wagner, H.F. , 2006, Where Do Firms Incorporate? ECGI Working Paper No 70/2006.

Braun, R., Eidenmuller, H., Engert, A. en Hornuf, L. , 2011, Does Charter Competition Foster Entrepreneurship? A Difference-in-Difference Approach to European Company Law Reforms. ECGI Working Paper No 308/2011.

Harhoff, D., Stahl, K. en Woywode, M. , 1998, Legal Form, Growth and Exit of West German Firms--Empirical Results for Manufacturing, Construction, Trade and Service Industries, Journal of Industrial Economics, 46(4): 453-488.

Storey, D.J. , 1994, Understanding the Small Business Sector. London: Routledge.

Te citeren als

Erik Stam, “Flex-bv: voor Steve Jobs of Tedje van Es? ”, Me Judice, 4 oktober 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.