Ga het experiment aan: legaliseer de cannabisteelt

Groep demonstranten
Afbeelding ‘Hanfparade 2008 (Berlin)’ van Julia Seeliger (CC BY 2.0)
5 dec 2011 | | 2145 keer bekeken
Er is maar één manier om uit te vinden wat de effecten zijn van legalisering van de teelt van cannabis voor de handel: door het uit te proberen. Dit stelt Jan van Ours. Het bestaande onderzoek geeft geen duidelijke redenen het niet te doen. Wachten op nog meer onderzoek is zinloos. Maatschappelijk gezien zijn er veel redenen het experiment aan te gaan, vooral het wind uit de zeilen nemen van de georganiseerde misdaad. Nederland leek tot voor kort de belangrijkste kandidaat voor een dergelijk experiment, maar Californië lijkt nu het voortouw te nemen.

Cannabis bijzonder populair

In geen enkel land ter wereld is cannabis gelegaliseerd. In sommige landen is het gebruik quasi-legaal zoals in Nederland, mogen cannabis planten worden geteeld voor eigen gebruik zoals in Australië of wordt cannabis verschaft voor medische doeleinden zoals in Californië, maar over het algemeen is de teelt, de distributie en het gebruik van cannabis verboden. Toch is cannabis de meest populaire drug. Volgens schattingen gebruikte in 2009 tussen 2.8% en 4.5% van de wereldbevolking in de leeftijd van 15 tot 64 jaar – corresponderend met 125 à 200 miljoen mensen – cannabis minstens één keer in het afgelopen jaar (UN Office on Drugs and Crime, 2011).

Tabel 1 Cannabisgebruik (%)

t1vo

Bron: Van Laar (2011)

Tabel 1 geeft gegevens over cannabisgebruik in verschillende landen en volgens verschillende maatstaven: gebruik ooit, gebruik laatste jaar (= recent gebruik) en gebruik laatste maand (= huidig gebruik). De variatie in gebruik ooit is substantieel van een lage 21% in Zweden tot een hoge 42% in de Verenigde Staten. De variatie in recent cannabisgebruik is eveneens groot van een lage 1% in Zweden tot een hoge 14% in Italië. Tenslotte loopt de variatie van huidig cannabisgebruik van 1% in Zweden tot 7% in Spanje en de Verenigde Staten. Opvallend zijn ook de verschillen tussen gebruik ooit en recent gebruik. Waar in Nederland van de bevolking van 15 tot 64 jaar 25% ooit cannabis gebruikte heeft slechts 7% dat ook in het afgelopen jaar gedaan. Met andere woorden, voor een belangrijk deel van de gebruikers is cannabis niet erg verslavend (zie ook Van Ours, 2006, voor details).

Duidelijk is dat het verbieden van cannabis niet werkt. Cannabis is de meest populaire illegale drug en legalisering van cannabis zou daarom hoger op de politieke agenda moeten komen. Caulkins et al. (2012) geven zeven argumenten om een legale cannabismarkt in de Verenigde Staten te creëren: de mogelijkheid om belastingen te heffen, het elimineren van arrestaties, het bestrijden van de zwarte markt en de hiermee verbonden corruptie en geweld, het realloceren van justitiële middelen, het garanderen van productkwaliteit, het vergroten van de keuzemogelijkheden van de consument en het beheersen van het gebruik onder jongeren. Deze argumenten zijn voor een deel ook van toepassing op Nederland. Het legaliseringsdebat is vaak emotioneel met krachtige standpunten van voor- en tegenstanders. De voorstanders van legalisering bagatelliseren de gezondheidseffecten van cannabisgebruik. De tegenstanders gaan voorbij een het feit dat legale substanties zoals alcohol en tabak ook grote gezondheidsrisico's kennen (Hall en Lynskey, 2009).

Het Nederlandse voorbeeld

Nederland heeft een cannabisbeleid waarin de bescherming van de volksgezondheid centraal staat en dat voor de gebruikers nagenoeg legalisering betekent. Sinds 1976 is het bezit van een kleine hoeveelheid cannabis voor persoonlijk gebruik toegestaan. De verkoop van cannabis in zogenaamde coffeeshops is onder voorwaarden eveneens toegestaan. Tot die voorwaarden behoort dat er per transactie niet meer dan 5 gram cannabis mag worden verkocht, dat er geen hard drugs mogen worden verkocht, dat er niet geadverteerd mag worden, dat de coffeeshop geen overlast mag veroorzaken en dat er niet wordt verkocht aan een persoon onder de 18. De burgemeester kan een coffeeshop sluiten als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan. Aanbod en distributie van cannabis zijn echter verboden zodat het merkwaardige verschijnsel zich voordoet dat de verkoop van cannabis via de voordeur min of meer legaal is terwijl de aankoop van cannabis via de achterdeur illegaal is.

Volgens Korf (2002) vertoont de ontwikkeling van de cannabis consumptie in Nederland een vergelijkbare ontwikkeling met die in de omringende landen met een restrictiever beleid. Tot in het midden van de jaren zeventig waren er geen coffeeshops in Nederland. Daarna nam hun aantal snel toe tot een piek van ongeveer 1500 begin jaren negentig. In 2009 waren er in iets minder dan in 1 op de 4 gemeenten een of meerdere coffeeshops. Tussen 1999 en 2009 daalde het aantal coffeeshops van 846 naar 666 (Bieleman en Nijkamp, 2010). Die afname heeft te maken met sluitingen in de buurt van scholen en sluitingen vanwege overlast, soms om buitenlandse toeristen te weren. Volgens Wouters et al. (2010) is er sinds kort sprake van een verandering in het cannabisbeleid van een gezondheidsperspectief naar een handhavingsperspectief. Een recente ontwikkeling die in deze lijn past is de voorgenomen introductie van de zogenaamde “wietpas” die nodig is om toegang te verkrijgen tot coffeeshops en buitenlandse toeristen buitensluit.

California Proposition 19

Volgens Kilmer et al. (2010) heeft Californië altijd voorop gelopen als het gaat om cannabisbeleid. In 1975 verminderde Californië de straf voor bezit van een kleine hoeveelheid cannabis van gevangenisstraf tot een kleine boete. In 1996 werd cannabisteelt en -gebruik toegestaan voor medische doeleinden. Momenteel heeft Californië meer dan 1000 zogenaamde “medische marihuana winkels”. In november 2010 werd een referendum in stemming gebracht dat bij acceptatie cannabis gelegaliseerd zou hebben. Dit referendum – Proposition 19 – werd ternauwernood verworpen met 53.5% van de kiezers die tegen het voorstel stemden. Over enkele jaren kan het kantje boord de andere kant op zijn. En volgens de regels van het volksreferendum moeten de politici uitvoeren wat de meerderheid beslist en zal cannabis in Californië gelegaliseerd worden.

Effecten van cannabisgebruik

Zorgen over cannabisgebruik hebben betrekking op de relatie met misdaad. Cannabisgebruik zelf leidt niet tot criminele activiteiten maar de georganiseerde misdaad is betrokken bij de aanvoer van cannabis en verdient daar goed mee. Verder is er zorg dat cannabis leidt tot gebruik van hard drugs hoewel het bewijs daarvoor nagenoeg ontbreekt (Van Ours, 2003). De grootste zorg betreft de gezondheidseffecten en ook daar is er wel veel onderzoek verricht maar zijn er nauwelijks harde conclusies. Bovendien zijn de gezondheidsrisico's van drugsgebruik klein in vergelijking met risico's van ander zogenaamd riskant gedrag zoals roken, drinken, slechte eetgewoonten en weinig lichaamsbeweging (Cawley en Ruhm, 2011). In hun overzichtsstudie geven Hall en Degenhardt (2009) aan dat de relatie tussen drugsgebruik en (geestelijke) gezondheid vrijwel alleen in epidemiologisch onderzoek is bestudeerd. Ze concluderen dat de resultaten van dit onderzoek gemengd zijn met sommige studies die een positieve associatie rapporteren en andere studie die geen associatie vinden. Werb et al. (2010) concluderen dat het onderzoek onvoldoende is om een causaal verband te suggereren tussen cannabisgebruik en psychose. Van Ours en Williams (2011a en 2001b) vinden weliswaar een causaal effect van cannabisgebruik op psychische gezondheid maar de omvang van dit effect is betrekkelijk gering.

Legaliseringsdebat

De discussie over legalisering van cannabis wordt gekenmerkt door onwetendheid over wat de gevolgen van legalisering zullen zijn. Criminele activiteiten verbonden aan de handel en de teelt van cannabis zullen afnemen. De prijs van cannabis zal wel omlaag gaan en het gebruik omhoog. Of dat negatieve gezondheidseffecten zal hebben is onzeker. Volgens Caulkins et al. (2011) is het verbieden van een nauwelijks gebruikte substantie gemakkelijker dan het verbieden van drugs die veel worden gebruikt. Omgekeerd geldt dat legalisering van een veel gebruikte drug zoals cannabis waarschijnlijk geringe effecten zal hebben op het gebruik ervan.

Zonder verder onderzoek is het moeilijk om de consequenties van legalisering van cannabis in al zijn facetten te overzien. Maar, onderzoekers hebben nogal eens de neiging om van mening te verschillen en zelfs als ze het met elkaar eens zouden zijn is het twijfelachtig of politici veel waarde daaraan zouden hechten. De hoop dat beleid gebaseerd kan worden op de resultaten van voortgezet onderzoek is ijdele hoop. De keuze tussen het smalle pad van de legalisering of de brede weg van de handhaving van de openbare orde en het restrictieve beleid vraagt om verstandige en daadkrachtige politici (1). In plaats van nog decennialang door te modderen zou het verstandig zijn om nu al het smalle pad van de legalisering van cannabis op te wandelen (2). Als Nederland dit niet doet is het wachten op de bevolking van Californië.

Referenties

Bieleman B. and N. Nijkamp (2010) Coffeeshops in Nederland 2009, Intraval, Rotterdam.

Caulkins J.P., Reuter P. and Coulson C. (2011) Basing drug scheduling decisions on scientific ranking of harmfulness: false promise from false premises, Addiction, 106, 1886-1890.

Caulkins J.P., Kilmer B., MacCoun R.J., Pacula R.L. and Reuter P. (2012) Design considerations for legalizing cannabis: Lessons inspired by analysis of California's proposition 19, Addiction, 106, forthcoming.

Cawley J. and Ruhm C. (2011) The economics of risky health behaviors, NBER Working Paper 17081.

Hall W. and Degenhardt L. (2009) The adverse health effects of non-medical cannabis use, Lancet, 374, 1383-1391.

Hall W. and Lynskey M. (2009) The challenges in developing a rational cannabis policy, Current Opinion in Psychiatry, 22, 258-262.

Kilmer B., Caulkins J.P., Pacula R.L., MacCoun R.J. and Reuter P.H. (2010) Altered State? Occasional Paper Rand.

Korf D.J. (2002) Dutch coffee shops and trends in cannabis use, Addictive Behaviors, 27, 851-866.

United Nations Office on Drugs and Crime (2011) World Drugs Report, United Nations, New York.

Van Laar M.W. (2011) Nationale Drug Monitor, Trimbos-Instituut, Utrecht.

Van Ours J.C. (2003) Is cannabis a stepping-stone for cocaine? Journal of Health Economics, 22, 539-554.

Van Ours J.C. (2006) Dynamics in the use of drugs, Health Economics, 15, 1283-1294.

Van Ours, J.C. (2008) Waarom 'soft' drugsbeleid beter werkt dan `hard' drugsbeleid, Me Judice, jaargang 1, 24 september 2008.

Van Ours J.C. (2012) The long and winding road to cannabis legalization, Addiction, 107, forthcoming; zie ook: Van Ours J.C. (2011) The long and winding road to cannabis legalization, CentER Discussion Paper, forthcoming.

Van Ours J.C. and Williams J. (2011a) Cannabis use and mental health problems. Journal of Applied Econometrics, 26, 1137-1156; see also: Van Ours, J.C. and J. Williams, Cannabis use and mental health problems, VOX, 19 September 2009.

Van Ours J.C. and Williams J. (2011b) The effects of cannabis use on physical and mental health, CEPR Discussion paper 8499.

Werb, D., Fischer B. and Wood E. (2010) Cannabis policy: time to move beyond the psychosis debate, International Journal of Drug Policy, 21, 261-264.

Wouters M., Benschop A. and Korf D.J. (2010) Local politics and retail cannabis markets: the case of Dutch coffeeshops, International Journal of Drug Policy, 21, 315-320.

Noten

(1) Want de brede weg die velen volgen, en de ruime poort waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang – Mattheus 7:13.

(2) Zie Van Ours (2012) en Van Ours (2008)

Te citeren als

Jan van Ours, “Ga het experiment aan: legaliseer de cannabisteelt”, Me Judice, 5 december 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.