Gedurfde oplossingen voor de wereldvoedselcrisis

Gedurfde oplossingen voor de wereldvoedselcrisis image
18 jul 2008 |
Voedselrellen, honger, ondervoeding en aanbodgedreven inflatie: we zitten midden in een mondiale voedselcrisis. In dit artikel bespreekt een van de belangrijkste ontwikkelingseconomen mogelijke oplossingen op korte, middellange en lange termijn.

Volgens onderzoek van de Wereldbank zullen de grondstoffenprijzen op (middel)lange termijn op het huidige, hoge niveau blijven en zullen daardoor zo’n honderd miljoen mensen in honger en armoede vervallen. Voedselrellen, uitgelokt door een verdubbeling of verdriedubbeling van de prijzen van basisvoedsel, hebben ons de afgelopen maanden een eerste indruk gegeven van wat er kan gebeuren als we concrete maatregelen om de precaire voedselsituatie aan te pakken, verder uitstellen. Begin juni van dit jaar zijn staatshoofden, landbouwkundigen en hoofden van internationale organisaties in Rome bijeen geweest om een oplossing voor de problemen te vinden. De slotverklaring bevat ambitieuze maatregelen voor het meest urgente probleem: humanitaire hulp aan de getroffen landen. De in de slotverklaring aangekondigde maatregelen zijn echter niet voldoende om de voedselcrisis op te lossen (1).

Twee maanden geleden heb ik in een hoorzitting van het Amerikaanse Congres over de wereldvoedselcrisis een reeks voorstellen gedaan die het lot van de meest kwetsbare groepen op deze wereld werkelijk zouden kunnen verbeteren.

Maatregelen op korte termijn

Het is cruciaal dat er bij voedselschaarste snel noodhulp wordt geboden en dat er voldoende capaciteit is om voedsel snel en goedkoop naar de zwaarst getroffen gebieden te krijgen. Goede initiatieven op dit gebied, die de afgelopen maanden al door diverse regeringen zijn aangekondigd, zijn meer geld en betere coördinatie tussen de overheidsinstellingen die voor voedselhulp verantwoordelijk zijn. Verder roept de slotverklaring op tot het lokaal of in de regio inkopen van voedselhulp. Dit is een belangrijke stap vooruit.

Meer ambitie zou echter nog meer opleveren. We moeten streven naar volledige afschaffing van de gebonden voedselhulp (waarbij donorlanden hun overschotten dumpen in de vorm van voedselhulp). Gebonden voedselhulp is een schoolvoorbeeld van slecht beleid dat de effectiviteit van de hulp beperkt en twijfel zaait over de motieven van het donorland. Mijn collega Kim Elliot heeft gezegd dat loskoppeling van de Amerikaanse voedselhulp de ter plaatse beschikbare hulp zou verdubbelen zonder extra kosten voor de Amerikaanse belastingbetaler.

We kunnen op korte termijn overigens meer doen dan alleen maar op verzoek humanitaire en technische hulp bieden. Concrete maatregelen om de oververhitte markten te laten afkoelen zouden ook helpen. Peter Timmer en Tom Slayton adviseren bijvoorbeeld versoepeling van de WTO-regels die China en Japan verbieden een deel van hun rijstvoorraad te verkopen of te doneren. Dat hoeft in die landen zelf overigens niet tot risico’s te leiden: vorig jaar nog is 400.000 ton rijst uit de Japanse voorraden als veevoer gebruikt omdat deze niet langer geschikt voor menselijke consumptie werd gevonden.

Maatregelen op middellange termijn

Om de ‘prikkels’ die het huidige wereldlandbouwsysteem kenmerken in de juiste richting om te buigen, is gezamenlijk optreden nodig. Zo moet het beleid dat boeren stimuleert om grond niet te gebruiken voor voedselproductie, worden geschrapt. Ook moet de WTO nieuw leven worden ingeblazen door deze een rol te geven bij het oplossen van de problemen in de wereldlandbouw die door de voedselcrisis aan het licht zijn getreden.

Met beleid dat de productie van biobrandstoffen bevordert, onttrekken we grond aan de voedselproductie. We hebben absoluut meer kennis nodig over de rol die biobrandstoffen in het algemeen kunnen spelen bij duurzame ontwikkeling, maar er zijn nu al sterke aanwijzingen dat de Amerikaanse maïsethanolregeling heeft bijgedragen aan de stijging van de voedselprijzen. Ook vanuit milieuoogpunt bestaat er twijfel of maïsethanol wel de beste alternatieve brandstof is. Inmiddels bedraagt de olieprijs 125 dollar per vat, en daarmee is de oorspronkelijke reden voor de regeling, namelijk de vraag naar en concurrentiepositie van maïsethanol stimuleren, komen te vervallen. Het is gezien de huidige voedselcrisis dan ook onnodig en misplaatst dat de Verenigde Staten erop staan ‘de krenten uit de pap’ van de ethanolregeling te handhaven, zoals de ethanoldoelstelling of hoge in- en uitvoerrechten op concurrerende brandstoffen. Afschaffing hiervan zou beter voedsel- én beter milieubeleid zijn.

In reactie op de stijgende voedselprijzen leggen sommige voedselexporterende landen uitvoerbeperkingen op: een uitstekend voorbeeld van hedendaagse problemen in de wereldlandbouw die met de huidige (en voorgestelde) WTO-regels niet goed op te lossen zijn. Uitvoerbeperkingen zijn om twee redenen schadelijk. Ten eerste gooien dit soort beperkingen olie op het vuur doordat ze de voedselprijzen alleen maar verder opdrijven: bij sommige grondstoffen zorgen uitvoerbeperkingen voor prijsstijgingen tot twintig procent. Een tweede en belangrijker reden is dat uitvoerbeperkingen bij boeren de prikkel wegnemen om te investeren in verhoging van de productie.

Uitvoerbeperkingen illustreren ook de zwakte van de wereldhandel in landbouwproducten. Een gebrekkige toegang tot markten in goede tijden en uitvoerbeperkingen in slechte tijden zijn zelfversterkende factoren die strategisch handelen en eigenbelang bevorderen ten koste van het gemeenschappelijk belang. Wat nodig is, is een stelsel dat kan waarborgen dat in- en uitvoer zonder beperkingen kunnen verlopen, in goede én slechte tijden. Met alleen beloften om de Doha-ronde nieuw leven in te blazen, komen we er niet, al kunnen we daarmee de onderhandelingen een duwtje in de rug geven. De Doha-ronde (2) houdt zich momenteel bezig met de traditionele bescherming van de landbouw in de vorm van heffingen en subsidies. Om te komen tot een wereldhandelsstelsel dat in staat is de huidige problemen in de landbouw het hoofd te bieden, moeten we toe naar een bredere agenda en ook de discussie aangaan over alle handelsbelemmeringen, zoals uitvoerbeperkingen, beleid rond biobrandstoffen en regels voor genetisch gemodificeerde organismen. Om Afrika de kans te geven nieuwe landbouwtechnieken toe te passen, moet het beleid voor genetische modificatie, vooral in de EU, duidelijker en transparanter worden en vrij van protectionisme. De Verenigde Staten en de Europese Unie moeten het voortouw nemen bij pogingen om tot internationale overeenstemming te komen.

Maatregelen op lange termijn

Een gunstig bijeffect van de huidige crisis is dat de landbouw weer in het middelpunt van de belangstelling staat. Decennia van verwaarlozing van de landbouw hebben ons veel gevoeliger voor voedselcrises gemaakt en bijgedragen aan de groei van het aantal hongerigen. De afgelopen weken is er echter een hele stroom ontwikkelingshulp van regeringen en multilaterale organisaties richting de landbouw op gang gekomen.

Maar geld alleen is niet genoeg als dat niet op de juiste wijze wordt ingezet om de productiviteit van de landbouw in ontwikkelingslanden te verhogen, vooral in Afrika. De Afrikaanse landbouw heeft niet de technologische productiviteitswinst geboekt die we kennen uit Azië en Latijns Amerika. En omdat de koopkracht van Afrikaanse landen gering is, zal de eigen markt voor landbouwproducten die productiviteitsstijging niet teweegbrengen. Daarvoor is internationale actie nodig. De ontwikkelde landen en multilaterale donoren moeten ingrijpende maatregelen nemen om de prikkels en instellingen voor onderzoek naar de Afrikaanse landbouw te verbeteren. Zo moeten bestaande structuren als de Consultative Group on International Agriculture Research worden versterkt en creatieve manieren worden bedacht om onderzoek en toepassing daarvan te bevorderen.

Conclusie

Om de problemen van de huidige voedselcrisis op te lossen, moet de internationale gemeenschap de handen ineenslaan. De ontwikkelde landen moeten daarbij het voortouw nemen. Japan en China moeten snel toestemming krijgen hun rijstvoorraden uit te voeren als noodhulp, en de VS moet de gebonden voedselhulp afschaffen. Op middellange termijn moeten we via de WTO gezamenlijk de verstoringen in de landbouw en de handel in landbouwproducten aanpakken. In dat kader moeten ook de biobrandstofregelingen van de EU en de VS worden vervangen door groen beleid dat niet de krenten uit de pap pikt. Op lange termijn moeten meer geld en versterkte instellingen zorgen voor meer landbouwkundig onderzoek en productiviteitswinst in ontwikkelingslanden, vooral in Afrika.

Voetnoten:

1 Ik wil hier niet de Verklaring van de topconferentie over de wereldvoedselvoorziening bespreken, maar me concentreren op de onderwerpen die overeenkomen met mijn eigen voorstellen.

2 Onderhandelingsronde tussen verschillende landen georganiseerd door de Wereldhandelsorganisatie met als doel de handelsbarrières in de wereld op te heffen en vrije internationale handel mogelijk te maken.

Te citeren als

Arvind Subramanian, “Gedurfde oplossingen voor de wereldvoedselcrisis”, Me Judice, 18 juli 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.