Geef zorgverleners de ruimte

Geef zorgverleners de ruimte image
De overheid zit zorgverleners veel te dicht op de huid, stellen Marcel Canoy, Arthur Ten Have en Wija Oortwijn. Het steeds verder uitdijende toezicht gaat uit van bureaucratie en wantrouwen. Dit leidt tot irritatie bij patiënten, drijft de administratieve lasten op en demotiveert het personeel. De zorg is gebaat met minder regels en meer steekproefsgewijze controle achteraf.

Combineren van betaalbaarheid en kwaliteit van zorg

Er wordt veel geklaagd over de gezondheidszorg. Almaar stijgende zorgkosten, excessieve salarissen van specialisten, ondervoede ouderen in verzorgingshuizen, ziekenhuizen in financiële problemen. Is het echt zo erg?

We betalen zo’n 13 procent van het bruto nationaal product aan zorg. Hiervoor krijgen we heel wat terug, want het is veel waard om gezond ouder te worden. Het nieuwe zorgstelsel met een basisverzekering, acceptatieplicht, verbod op premiedifferentiatie en risicoverevening is een belangrijke stap vooruit. Tussentijdse evaluaties laten zien dat het stelsel redelijk tot goed scoort. Vrijwel alle partijen willen dan ook verder met het stelsel. Is alle negatieve publiciteit onterecht?

Niet echt. Een groeiende groep (chronisch zieke) ouderen die relatief veel gebruikmaakt van de zorg, toenemende bureaucratie en onvoldoende aandacht voor preventie zijn voorbeelden van de problemen in de gezondheidszorg. De betaalbaarheid van de zorg komt steeds meer onder druk te staan. De vraag is hoe we betaalbaarheid en kwaliteit kunnen combineren.

Laten we onze blik eerst op de patiënt richten. Stel de patiënt centraal, roepen alle politieke partijen. Dat is mooi, maar naast rechten gelden ook plichten. Dat betekent opdagen bij afspraken, bij kleine kwalen niet naar de spoedeisende hulp gaan en niet naar de huisarts gaan als er niets aan de hand is (zoals nu te vaak gebeurt). Eigen bijdragen van patiënten zijn electoraal niet populair maar kunnen niettemin een belangrijk effect bewerkstelligen.

Eigen bijdrage te laag

Nederland kent internationaal gezien zeer lage eigen bijdragen (8 procent van de zorgkosten, tegen 20 procent gemiddeld in OESO-landen). De crux is de eigen bijdragen zo vorm te geven dat ze een remmend effect hebben zonder dat het tot bezuinigingen op noodzakelijke zorg leidt. Dit kan door het verhogen van het verplicht eigen risico, door huisartsenzorg onder het verplicht eigen risico te laten vallen of eigen bijdragen voor verschillende vormen van zorg in te voeren. Om de solidariteit overeind te houden, kunnen bepaalde groepen uitgezonderd worden, eigen bijdragen inkomensafhankelijk gemaakt of tot een plafond beperkt worden.

De plichten van patiënten gaan verder dan meebetalen. Veel van de gezondheidklachten zijn mede het gevolg van gedrag. Ziekten als diabetes of hart- en vaatziekten kunnen met stevige percentages worden teruggedrongen door relatief eenvoudige aanpassingen zoals meer bewegen en gezonder eten. Bovendien liggen er indirecte baten in het verschiet in de vorm van lager ziekteverzuim, hogere productiviteit en een hoger geluksniveau. Hoewel de winst voor het oprapen lijkt, blijkt deze toch lastig te realiseren, vooral bij kwetsbare groepen. Het tamboereren op een gezonde levensstijl resoneert helaas niet bij iedereen.

Er is dus meer nodig dan alleen patiënten op hun leefstijl wijzen. De overheid moet sterker inzetten op preventie, in samenwerking met het bedrijfsleven, gemeenten en zorgverleners. In toenemende mate heeft ook de verzekeraar een rol. Meer dan nu zullen verzekeraars mensen moeten stimuleren hun gedrag te veranderen. Passief, door consistente en strikte polisvoorwaarden, en actief door bijvoorbeeld deelname aan beweegprogramma’s te vergoeden. Preventie gebruiken als sturingsinstrument gebeurt in de verzekeringswereld nog niet vaak.

Versimpel toezicht

Tot slot kan de overheid ook bijdragen aan een verbetering van de zorg door het toezicht te versimpelen. De veranderingen in het nieuwe stelsel geven partijen meer vrijheid om initiatieven te ontplooien. De politiek wil wel vrijheid voor ondernemers, maar geeft blijk van onvoldoende vertrouwen in zorgprofessionals. Ze tuigt een imposant bouwwerk van regels en controle op en bij ieder incident wordt om meer regels en controle gevraagd. Het huidige doorgeschoten toezichtmodel zorgt voor irritatie bij patiënten, drijft administratieve lasten op, leidt tot onnodige scholing en demotiveert personeel.

Een overgang naar toezicht op basis van een beperkt aantal regels en strenge steekproefsgewijze controle achteraf levert winst op. Een voorbeeld is de invoering van standaard indicatieprotocollen waarbij de zorgverlener digitaal een geprotocolleerd aanvraagformulier invult. Een ander voorbeeld is om zorgprofessionals de status van ‘trusted partner’ te geven, waarbij indicatieadviezen automatisch worden omgezet in een indicatiebesluit en er slechts achteraf steekproefsgewijs wordt gecontroleerd.

Door versimpeld toezicht hoeven medewerkers in de zorgen patiënten minder formulieren in te vullen. Het vergroot de arbeidsvreugde en creëert ruimte voor ondernemerschap. De kwaliteit van zorg stijgt doordat patiënten de dienstverlening als plezieriger zullen ervaren als er minder bureaucratie en wantrouwen heersen. Hierbij past wel een streng sanctiebeleid bij administratieve misstanden en creatief declaratiegedrag – geen denkbeeldig scenario zoals bleek uit recent onderzoek van deze krant.

Nederland kan meer gebruikmaken van zijn kracht. Terwijl toegankelijkheid is gegarandeerd kunnen zorgaanbieders en verzekeraars concurreren op prijs en kwaliteit. Door patiënten medeverantwoordelijk te maken voor hun gezondheid, zowel financieel als anderszins, door preventie te bevorderen en onnodige bureaucratie terug te dringen, stellen we betaalbare en hoogwaardige zorg ook in de toekomst veilig.

Dit artikel is eerder verschenen in NRC Handelsblad van 1 juni 2010.

Te citeren als

Marcel Canoy, Arthur ten Have, Wija Oortwijn, “Geef zorgverleners de ruimte”, Me Judice, 2 juni 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.