Geluksonderzoek is gelukje voor economie

Geluksonderzoek is gelukje voor economie image
Afbeelding ‘~Part 2~ how about a Smile? :)’ van Jithin Radhakrishnan (CC BY-NC-ND 2.0)
10 dec 2015 | | 306 keer bekeken
Het geluksonderzoek heeft de economische discipline een socialer gezicht gegeven, stelt Bruno Frey. Aanvankelijk was het geluksonderzoek een ondergeschoven kindje, maar inmiddels wordt het gezien als een zinvolle uitbreiding van de standaardeconomie. Het zorgt er bovendien voor dat de blik wat minder gefixeerd is op het nationaal inkomen, wat onbetaalde activiteiten buiten beschouwing laat.

Afwijkende resultaten van het geluksonderzoek

Het geluksonderzoek heft de afgelopen jaren boeiende en belangrijke resultaten bereikt. Sommige van deze resultaten zijn bekend in de standaardeconomie - dat wil zeggen de economie zoals die wordt onderwezen aan universiteiten en elders. Enkele van de bekendste resultaten zijn bijvoorbeeld:

  • Personen met een hoger inkomen noemen zichzelf gelukkiger (hun subjectieve levensgeluk is hoger) dan personen met een lager inkomen. Bekend is echter ook dat een hoger inkomen in steeds mindere mate voor extra levensgeluk zorgt. Mensen wennen heel snel aan een hoger inkomen. Bovendien vergelijken ze zich voornamelijk met personen die een hoger inkomen hebben, wat hun geluksniveau vermindert.
  • Een van de belangrijkste geluksfactoren zijn goede sociale relaties. Wie veel goede vrienden heeft en een hechte band met zijn familie, is veel tevredener over zijn leven dan iemand die in een sociaal isolement leeft.
  • Een goede lichamelijke en psychische gezondheid is een van de belangrijkste geluksfactoren. Omgekeerd is er ook een samenhang: wie gelukkig is, wordt minder snel ziek.
  • Wie het voordeel heeft dat hij in een democratie leeft, is gelukkiger. Bovendien zijn mensen tevredener als zo veel mogelijk politieke beslissingen op decentraal niveau worden genomen.

 

Sommige van deze resultaten komen grotendeels overeen met de verwachtingen van economen, maar niet noodzakelijkerwijs met het alledaagse begrip. Vaak wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat mensen in ontwikkelingslanden gelukkiger zijn dan mensen in landen met een hoger gemiddeld inkomen. Empirisch geluksonderzoek toont met een overweldigende hoeveelheid verschillende internationale onderzoeksgegevens aan dat het zeer bevorderlijk is voor het geluk om in een rijker land te wonen. Veel mensen geloven ook dat kunstenaars ongelukkig zijn omdat ze alleen dan productief kunnen zijn en nieuwe dingen kunnen maken. Ook dit vermoeden wordt door empirisch onderzoek weerlegd.

Enkele belangrijke resultaten van geluksonderzoek zijn echter in tegenspraak met de visie van de standaardeconomie die uitgaat van rationeel handelende en op zichzelf gerichte individuen.

Hieronder staan afzonderlijke determinanten van geluk, de uitspraken gelden ceteris paribus. Alle andere invloeden worden constant gehouden om te kunnen focussen op de geluksdeterminant in kwestie. De resultaten zijn afkomstig uit meervoudige, niet-lineaire schattingsvergelijkingen, waarbij tientallen bepalende factoren voor geluk tegelijkertijd worden bekeken.

Als voorbeeld drie resultaten:

  • Werklozen zijn veel ongelukkiger dan personen die werk hebben. Tot dit resultaat komt het geluksonderzoek, zelfs als bij de meervoudige regressie het inkomen van de werklozen constant wordt gehouden. Vanuit het perspectief van de standaardeconomie is dat vreemd, want werklozen zouden gelukkiger moeten zijn. Ze hoeven niet te werken. Werk wordt in deze theorie gezien als een belasting of als kosten, maar uit empirisch bewijs blijkt het tegendeel.
  • Zelfstandigen werken meer uren en harder dan mensen in loondienst. Bovendien hebben ze over het algemeen een lager inkomen en lopen ze grotere risico's. Toch blijkt uit zorgvuldig empirisch onderzoek dat zelfstandigen gelukkiger zijn.
  • Volgens de standaardeconomie verhoogt meer geld en vrije tijd het nut. Maar uit empirisch geluksonderzoek blijkt het tegendeel: wie geld doneert of vrijwilligerswerk doet, is gelukkiger dan personen die minder of niets geven.

Verklaringen achteraf

De moderne economische wetenschap kan achteraf overtuigende verklaringen leveren voor fenomenen. Maar dit is iets heel anders dan voorspellingen die worden gedaan voordat er onderzoeksresultaten zijn. Soms zijn ex post verklaringen belangrijk, maar je mag ook van een wetenschap verwachten dat deze accurate voorspellingen kan doen.

Voor de drie bovengenoemde bevindingen die in tegenspraak zijn met de standaardeconomie zijn verklaringen te geven die ex post zeker een verstandige economische argumentatie vormen. Wederom als voorbeeld enkele verklaringen:

  • Bij gelijk inkomen zijn werklozen ongelukkiger. Dit resultaat is achteraf eenvoudig te verklaren als er extra argumenten in de nutsfunctie worden meegenomen. Als sociale relaties, erkenning door andere personen en het gevoel van eigenwaarde het nut wezenlijk mee bepalen, bevinden werklozen zich in een ongunstigere situatie. Ze verliezen snel sociale contacten omdat ze niet meer in een werkomgeving zitten en worden mogelijk zelfs geminacht door anderen. Met name hun gevoel van eigenwaarde heeft het zwaar te verduren. Deze negatieve invloeden kunnen al snel zwaarder wegen dan het voordeel van een inkomen waar je niet voor hoeft te werken.
  • Zelfstandigen zijn gelukkiger. Als verklaring volstaat het om de nutsfunctie uit te breiden met een voorkeur voor risico. Wie zelfstandig wil werken, kan een duidelijke voorkeur voor risico hebben. Deze bevinding kan ook achteraf door systematisch verkeerde verwachtingen worden verklaard: de kans op succes wordt overschat en het risico op mislukking onderschat. Mogelijkerwijs zijn ook de kosten van een mislukking gering. Tot slot kan de nutsfunctie ook worden uitgebreid door aan de autonomie een intrinsieke waarde toe te kennen.
  • Geven maakt gelukkig. Wie andere personen helpt, verwacht dat hij daar iets voor terug krijgt. Als er sprake is van wederkerigheid kan het volgens de op eigen belang gebaseerde standaardeconomie rationeel zijn om andere mensen te helpen. En zelfs als dit niet het geval is, kunnen de gevers waardering krijgen in de maatschappij. Ze laten daarmee zien dat ze vermogend genoeg zijn om vrijgevig te zijn, waardoor ze hoger op de sociale ladder kunnen komen te staan.

 

De genoemde verklaringen zijn zinvol en zonder meer onder te brengen in de economische theorie. Maar in elk individueel geval zijn extra aannames nodig om tot een bevredigende verklaring te komen. Daar is niets op tegen, zolang de extra aannames niet ad hoc worden aangedragen. Als dat wel het geval is, kun je geen toetsbare hypothesen formuleren, wat in strijd is met een van de basisprincipes van empirisch onderzoek. Ter verduidelijking nogmaals het voorbeeld van de zelfstandigen. De standaardeconomie zou zeker niet voorspellen dat wie langer en harder werkt, minder verdient en meer risico draagt, een hoger nut heeft dan iemand die eenvoudiger werk doet en daarbij met weinig risico meer verdient. Zo'n uitspraak is alleen dan zinvol, als ze systematisch op grond van een bredere nutsfunctie wordt ontwikkeld, waarin met name het streven naar autonomie en voorkeur voor risico zijn meegenomen. Zo'n nutsfunctie moet voor de prognose worden gespecificeerd.

Conclusies

Het geluksonderzoek kan in twee opzichten als een geluk voor de economische wetenschap worden gezien.

Ten eerste verduidelijkt het moderne, interdisciplinaire en sterk empirisch georiënteerde geluksonderzoek de grenzen van de standaardeconomie. Ze maakt nieuwe aspecten zichtbaar die tot nu toe niet of ontoereikend in de economische theorie zijn meegenomen, zoals bijvoorbeeld sociale contacten en bepaalde politieke instellingen. Maar ook waarden als erkenning, autonomie of het uit een proces verkregen nut. Als zulke aspecten en waarden bij voorbaat onderdeel worden van een meer omvattende theorie, is dat een zinvolle uitbreiding van de standaardeconomie. Het geluksonderzoek kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren.

Ten tweede biedt het geluksonderzoek belangrijke inzichten voor economisch en sociaal beleid dat minder gefixeerd is op het nationaal inkomen. Als gevolg van de 'digitalisering van de wereld' zijn belangrijke activiteiten onbezoldigd geworden en worden niet meer op een markt afgewikkeld. Bijgevolg worden ze ook niet of nauwelijks meegenomen in het nationaal inkomen. Omdat erkenning door andere personen een wezenlijke drijfveer is voor menselijk handelen, wordt het betalen voor werk discutabel en komen er naast geld ook andere mogelijkheden (bijv. onderscheidingen) om deze behoefte te bevredigen. Het geluksonderzoek heeft ook een verband vastgesteld tussen levensgeluk en psychische gezondheid. In moderne maatschappijen zijn de ziektebeelden wezenlijk veranderd. Wat betreft de fysieke gezondheid is er aanzienlijke vooruitgang geboekt, maar psychische ziekten worden steeds belangrijker. Het geluksonderzoek heeft al in een vroeg stadium gewezen op het grote belang van erkenning en psychische gezondheid voor het welzijn.

Dit artikel is eerder verschenen op onze Duitse partnersite Oekonomenstimme en is uit het Duits vertaald door Kasper Maes.

Referenties

De onderbouwing voor de uitspraken in dit artikel zijn te vinden in onderstaande publicaties.

Dolan, Paul, Tessa Peasgood and Mathew White, Do we really know what makes us happy? A review of the economic literature on the factors associated with subjective well-being, Journal of Economic Psychology 29 (2008): 94-122.

Frey, Bruno S. und Alois Stutzer, Happiness Research: State and Prospects, Review of Social Economy (2005): 207-228.

Frey, Bruno S. und Claudia Frey Marti , Glück. Die Sicht der Ökonomie. Rüegger Verlag, Zürich/Chur, 2. Auflage 2010.

Gallus, Jana und Bruno S. Frey. Awards: A Strategic Management Perspective, Strategic Management Journal 2015: DOI: 10.1002/smj.2415.

Frey, Bruno S., Roger Lüthi und Margit Osterloh. Community Enterprises—An Institutional Innovation. Managerial and Decision Economics 33 (2012):427-439.

Layard, Richard, A New Priority for Mental Health. Centre for Economic Performance, London School of Economics, 2015.

Te citeren als

Bruno Frey, “Geluksonderzoek is gelukje voor economie”, Me Judice, 10 december 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.