Go Big

Go Big image
20 dec 2008 | | 2404 keer bekeken
De crisis gaat zeker tot 2010 duren. En dus moet de overheid, om met Paul Krugman te spreken, een 'Go big' strategie kiezen: een omvangrijk stimuleringspakket. Voorts zal alleen een gezamenlijk – en liefst zelfs mondiaal – plan uitkomst bieden. De logische implicatie voor Europa van deze 'Go big' aanpak is het voorlopige einde van het huidige stabiliteitspact. Als Europa niet voor kiest voor omvangrijke stimulering wacht een lange periode van stagnatie.

Vorige week heeft Paul Krugman de Nobelprijs economie in ontvangst genomen. “Go Big” was de conclusie die hij trok aan aan het einde een interview dat hij onlangs gaf aan CNN. Het was zijn kernachtige samenvatting van wat de wereld te doen staat in de huidige economische crisis die zich in sneltreinvaart aan het ontvouwen is. “Go big” betekent volgens Krugman dat door de overheid dramatisch moet worden ingegrepen in de economie in de vorm van keynesianisme in een modern jasje. Van halfbakken maatregelen kan weinig worden verwacht. En juist daarvan is momenteel sprake, ondanks de honderden miljarden waarmee mondiaal wordt gesmeten. De minister-president Balkenende heeft pas onlangs het woord recessie in de mond genomen. En ook bij minister van Financiën Bos, in een vraaggesprek in Trouw, kwam het hoge woord eruit: de Nederlandse economie krimpt. Ook het Centraal Planbureau komt stap voor stap met realistischer – en ergo somberder – voorspellingen. In opiniestukken wordt inmiddels met enige regelmaat de parallel getrokken met de economische crisis van de dertiger jaren van de vorige eeuw – een donkere bladzijde uit de geschiedenis die bijna iedereen slechts kent van horen zeggen.

Ten tijde van een economische crisis kan een overheid in feite drie beleidsinstrumenten inzetten: monetair, stimulerings- en protectionistisch beleid. Over het derde instrument – protectionisme – kunnen wij kort zijn: dat is desastreus. Het monetaire beleidsinstrument is allang bot geworden. Hele en halve nationalisaties van delen van het bankwezen, opgeblazen kredietgaranties, ongekende renteverlagingen en oproepen aan het bankwezen tot ruimhartige kredietverstrekkingen aan, in de kern, gezonde bedrijven lijken weinig effect te sorteren. Dat het bankwezen terughoudend is geworden met kredietverleningen is volstrekt begrijpelijk omdat in een recessie bedrijven vaker failliet gaan en burgers sneller in schulden vastlopen. Lenen in dergelijke omstandigheden is riskant, zeker voor financiële instellingen die zelf ook wankel op de benen staan. Helaas wordt hierdoor de recessie verder verdiept. Hooguit kan daarom verdere nationalisatie van het bankwezen soelaas bieden, maar deze route kan op weinig steun rekenen in financiële en politieke kringen.

Deze snelle diagnose impliceert dat het andere instrument, vergroting van de overheidsbestedingen of verlaging van de overheidslasten, steeds meer aan belang wint. Overheden zijn in het algemeen echter terughoudend met het stimuleren via begrotingsbeleid omwille van ten minste drie redenen: (1) de effecten worden vaak pas merkbaar als de conjunctuur alweer aan het aantrekken is; (2) de rente wordt opgedreven ten gevolge van de grotere vraag op de kapitaalmarkt door de overheid; en (3) particulier initiatief wordt verdrongen door inefficiënte overheidsinvesteringen en onbeheersbare overheidsfinanciën. De huidige omstandigheden zijn echter dermate afwijkend van de normale conjunctuurcyclus, dat deze op zichzelf juiste argumenten momenteel niet van toepassing zijn. De huidige crisis gaat zeker tot in 2010 duren, waardoor ook traag opgang komende bestedingseffecten op tijd zullen komen. De rente wordt door het monetaire beleid sowieso laag gehouden, waardoor van een renteopdrijvend effect niet of nauwelijks sprake zal zijn. En aan particulier initiatief is momenteel zoveel gebrek dat de overheid maar beter in actie kan komen, hoe log het overheidsapparaat ook moge zijn.

De Nederlandse regering heeft een stimuleringspakket ter waarde van, op papier, ongeveer één procent van het bruto binnenlands product aangekondigd. Met dat pakket wordt vooral in de marge gerommeld. De versnelde uitvoering van geplande projecten in de infrastructurele sfeer zet niet alleen te weinig zoden aan de dijk, maar stuit daarnaast direct op vertragende belemmeringen. Vervroegde afschrijvingen van bedrijfsinvesteringen zijn even nuttig, maar impliceren uiteindelijk slechts uitstel van executie.

Werktijdverkorting is een bureaucratisch instrument dat alleen verlichting voor korte tijd geeft. Kortom: als Balkenende en Bos conjunctuurbeleid deze keer werkelijk serieus willen nemen, kunnen drastischer maatregelen niet lang op zich laten wachten. Een omvangrijke verlaging van het tarief in de eerste belastingschijf ligt voor de hand: dat vergroot het besteedbare inkomen en verlaagt de kosten van arbeid. Daarnaast kunnen ambitieuze publieke werken worden gelanceerd. Een voorbeeld is het aanleggen van een ‘rondje Randstad’ in de vorm van een moderne lichtspoorverbinding tussen de vier grote steden. Daarmee worden direct ook twee andere heren bediend: die van het verkeersinfarct en het milieudrama.

Binnen Europa geven de overheidsfinanciën helaas wel de nodige hoofdbrekens. Het probleem is dat sommige landen in het kader van het stabiliteitspact, waarbij de eurolanden hebben afgesproken te streven naar een sluitende overheidsbegroting met maximale conjuncturele tekorten van drie procent van het bbp, wel ruimte hebben om stimuleringsbeleid te voeren, maar veel andere niet.

Na jaren van restrictief overheidsbeleid verkeert Nederland in de gelukkige omstandigheid ruimte te hebben om te stimuleren, maar dat geldt bijvoorbeeld niet voor de grote economieën van Duitsland en Frankrijk. Door deze uiteenlopende omstandigheden in de sfeer van de overheidsfinanciën in het eurogebied zijn de verschillen tussen landen te groot om binnen het kader van het stabiliteitspact tot overeenstemming te komen. In open economieën hebben stimulerende bestedingsmaatregelen alleen effect als deze gezamenlijk met het omringende buitenland worden genomen. Als Nederland als enige de bestedingen zou verhogen, dan ‘lekken’ de effecten grotendeels weg naar het buitenland zonder dat wij daar zelf van profiteren. Alleen een gezamenlijk – en liefst zelfs mondiaal – plan biedt uitkomst. In feite betekent een Europese aanpak van de huidige crisis daarmee het voorlopige einde van het stabiliteitspact. Als Europa niet ervoor kiest om voor een Krugmaniaans ‘go big’ te gaan, dan wacht een lange periode van stagnatie. Daarom heiligt het doel deze keer de middelen. Nadat de stofwolken van de crisis zijn neergedaald, komt straks de tijd van fors reparatiewerk in de vorm van een nieuw stabiliteitspact.

Dit is de onverkorte versie van de bijdrage die op 18 december 2008 in het NRC Handelsblad verscheen onder de titel 'Hoog tijd om het volk aan het werk te zetten'.

Te citeren als

Steven Brakman, Arjen van Witteloostuijn, “Go Big”, Me Judice, 20 december 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.