Hervorming van het depositogarantiestelsel: Zoeken naar veiligheid, waken voor protectionisme

Hervorming van het depositogarantiestelsel: Zoeken naar veiligheid, waken voor protectionisme image
18 mrt 2010 | | 2779 keer bekeken
De Rabobank pleitte onlangs voor hervorming van het depositogarantiestelsel. Deze bank met triple A-status was niet blij dat de winsten worden gedrukt door de brokkenpiloten van DSB en IceSave. Dat is begrijpelijk, want het is ook oneerlijk dat het braafste jongetje van de klas nog het meest gestraft wordt voor zijn goede gedrag. Echter, de voorstellen van de Rabobank zijn niet bepaald concurrentiebevorderend volgens de Utrechts econoom Sanders. Ze stellen de bank opnieuw zelf centraal in plaats van dat ze de klant als uitgangspunt nemen.

Depositogarantiestelsel voldoet niet meer

Met de analyse dat ons huidige depositogarantiestelsel niet meer voldoet - het bevat teveel perverse prikkels en schuift de rekening door naar de veilige banken - is op zich niets mis. Het oorspronkelijke idee voor een depositogarantiestelsel stamt immers al weer uit de jaren dertig en de wereld en de rol van de financiële sector in de economie zijn toch echt drastisch veranderd sinds die tijd.¹ In de jaren dertig was een bankrekening met veel geld alleen voorbehouden aan mensen die ook heel goed in staat geacht konden worden om een bankbalans - die toen overigens stukken overzichtelijker was - te lezen en te doorgronden. Die oplettende en goed geïnformeerde depositohouder werd gezien als belangrijke drempel tegen de moral hazard die natuurlijk in elk depositogarantiestelsel op de loer ligt. Toen, pas in 1978, ook in Nederland een stelsel van depositogaranties werd ingevoerd was de keuze om het verzekerde bedrag op een maximum te stellen daarom ook in Nederland snel gemaakt.² Onder de Collectieve Garantieregeling waren deposito’s tot 20.000 gulden voor 100% en tot 40.000 gulden voor 95% gegarandeerd. En natuurlijk moesten de andere banken voor eventuele calamiteiten opdraaien. Een bankrun werd met dit stelsel immers voorkomen, en daar hadden zij toch zeker allemaal, naar rato van hun marktaandeel, belang bij. Maar de tijden zijn veranderd, zelfs sinds 1978.

Dat dit systeem al snel verworden is tot een stelsel waarbij de klanten hun geld simpelweg in brokken van 20.000 bij verschillende banken onderbrachten, en de controle op de bank rustig overlieten aan de toezichthouder, viel te verwachten en bracht in ieder geval nog risicospreiding. En dat banken in goede tijden nooit over het systeem klaagden, is ook wel te verklaren. Elk ander systeem, ook dat wat de Rabobank nu voorstelt, kost hen immers vooraf geld. Betaalde verzekeringspremie is weggegooid geld als het huis niet afbrandt. Het depositogarantiestelsel is in zijn huidige vorm gratis, tenminste zolang het goed gaat. En dat betekent meer werkkapitaal, en dus meer winst. Pas sinds het huis in 2008 geheel afbrandde, roepen ook de (veilige) banken om aanpassing. Maar laten we dat dan meteen goed doen.

Financiële eerste levensbehoeften

Vandaag de dag maakt elk bedrijf het salaris gewoon over op een betaalrekening. Daarvan doet het huishouden vervolgens de boodschappen en worden de rekeningen elektronisch betaald. En met pin- en bankrekeningnummer organiseren we vanachter de PC het hele economisch verkeer. De systeemfunctie van de banken is hierdoor enorm belangrijk geworden. De bescherming van betaal- en spaarrekeningen is allang niet meer primair noodzakelijk om banken tegen bankruns te beschermen. Ze is nodig omdat van consumenten, ook de hele, hele rijke, niet meer verwacht mag worden dat ze hun bank op risico’s gaan doorlichten. Dat kunnen de banken zelf nog wel, de credit rating agencies en toezichthouders nog maar nauwelijks en de consument dus al helemaal niet. Het geloof in een kritische, rationele en goed geïnformeerde vooruitkijkende consument is vooral in financiële markten volstrekt misplaatst. Mensen zijn doorgaans vrij apathisch in hun geldzaken, dolgedraaid als ze worden met ingewikkelde producten, adviseurs aan de deur of telefoon en dikke pakken kleine lettertjes. In dat soort gevallen heeft de consument recht op een terugval optie, een basis zekerheid en het recht om niet steeds scherp te hoeven zijn en te moeten kiezen. Zonder betaalrekening voor je transacties, een spaarrekening voor je levensloop en een hypotheek voor je huis kun je in de moderne Nederlandse economie niet mee. En wie dus niet wil kiezen, moet nog tenminste over die eerste financiële levensbehoeften kunnen beschikken.

Niet kiezen is ook een goede keuze

Banken zouden daarom alleen nog maar producten onder de naam betaalrekening, spaarrekening of hypotheek, (moeten) mogen verkopen in Nederland (of beter nog: Europa) als deze producten aan een aantal minimum eisen voldoen. Als we dat in het het auto- vlieg- en treinverkeer vragen, dan mag dat toch ook in het betalingsverkeer. Er zijn natuurlijk al volop condities aan de banklicentie verbonden. Maar deze condities schrijven alleen voor dat risico goed gemanaged moet worden, niet hoevéél risico de bank mag lopen. De toezichthouders proberen wel met de steeds ingewikkelder Basel akkoorden om dat risico via liquiditeits- en solvabiliteitseisen beheersbaar te houden, maar elke keer als de toezichthouder een gat in de regels gedicht heeft, bedenken de marktpartijen weer iets nieuws. Daarnaast geven die reserves de klant per definitie nooit volledige zekerheid. Een van de aanvullende eisen is wat mij betreft dan ook dat de banken hun deposito’s volledig, dus voor 100%, verzekeren bij een (uiteraard niet tot hetzelfde concern behorende) verzekeraar. Deze is vervolgens verplicht om die risico’s netjes te herverzekeren. En omdat dergelijk systeemrisico moeilijk te herverzekeren is, moet dat wellicht bij de overheid. De risico-inschatting en premiestelling bij een dergelijke verzekering voor bankdeposito’s kan rustig aan de markt worden overgelaten. De verzekeraar beschikt immers over de benodigde expertise en een groot eigen financieel belang om dat goed en streng te doen. Niet de toezichthouder en de (grote) klant kijken dan mee in de keuken van de bankier, maar de toezichthouder en een verzekeraar.

De banken op hun beurt betalen, zoals ook de Rabobank voorstelt, vooraf een premie die hen “straft” voor het nemen van risico. De hogere premie dwingt hen vervolgens om dat risico ook in de eigen tariefstelling expliciet te verrekenen (of verliezen te lijden). Free-riding op het algemene vertrouwen in de bankensector is er dan voor riskante banken niet meer bij. En ook het bieden van hoge rentes voor spaartegoeden, om deze vervolgens in riskante producten te beleggen tot het mis gaat, wordt hiermee uitgesloten. Een welbewust gokje wagen met je eigen geld moet natuurlijk wel gewoon mogen. Dus als een consument welbewust kiest voor een ingewikkeld niet-gestandaardiseerd product, dan weet hij/zij ook dat er aan dit product risico’s vastzitten. In redelijkheid kan de consument dan achteraf niet meer bij de overheid of rechterlijke macht aankomen voor steun.

Voorstel Rabobank schermt de markt af

Een verzekering heeft ten opzichte van het Rabobank voorstel een niet te verwaarlozen voordeel: het door Rabobank voorgestelde verscherpte toelatingsbeleid van DNB voor banken en bedrijven die zich (in de toekomst) op de Nederlandse spaargelden storten, kan gemakkelijk ontaarden in verkapt protectionisme. Hoeveel risico zullen ambtenaren bij Financiën of DNB willen nemen? Bij de geringste twijfel gaat de deur natuurlijk op de knip. En dat is goed voor de grootbanken, maar slecht voor de klant. Of zijn we vergeten hoe de banken in de zomer van 2007 in het nieuws kwamen met hun rente beleid. Inspelend op de status-quo bias van de klant werden door alle Nederlandse banken spaartegoeden aangetrokken met aantrekkelijke rentes om deze vervolgens geleidelijk weer af te bouwen tot beneden het inflatie niveau. De klant zat als een kikker op dat langzame vuurtje niet te merken dat hij gekookt werd. Dat IceSave maar ook vele andere en veiligere (buitenlandse) banken toentertijd in dat gat sprongen, heeft de grote drie natuurlijk nooit echt lekker gezeten. Net als overigens de opkomst van DSB. En nu de crisis heeft toegeslagen ziet de Rabobank wellicht haar kans schoon om de Nederlandse spaarmarkt weer naar zich terug te halen.

Geen depositogarantie- maar verzekering

Door alle spelers in de Nederlandse markt te dwingen zich te verzekeren, is dat protectionistische spel van de wagen. Buitenlandse spelers kunnen niet meer, zoals in het verleden, misbruik maken van ons depositogarantiestelsel. Wel kunnen zij om de gunst van de Nederlandse spaarder vechten op een gelijk speelveld waar de overheid wel de regels, maar niet het spel bepaalt. Wie een risico wil nemen met zijn geld, kan daar gewoon de vruchten van blijven plukken op een concurrerende bankenmarkt. Maar wie gewoon zijn salaris wil ontvangen en zijn eigen zaakjes wil regelen zonder gedoe, moet zich in Nederland geen zorgen meer hoeven maken over de veiligheid van zijn zuurverdiende geld. Niet bij de Rabobank, maar ook niet bij haar concurrenten.

Noten:

¹ De eerste experimenten met deposito garantiestelsels dateren zelfs uit de jaren dertig van de 19de eeuw. In de Verenigde Staten bestaat de FDIC sinds 1933. Zie ook www.fdic.gov.

² Zie Garcia en Prast (2004)

Referentie:

Garcia, G. and H. Prast (2004), Depositor and Investor Protection in the EU and the

Netherlands: A Brief History, Research Series Supervision 54, Netherlands Central Bank, Directorate Supervision.

Te citeren als

Mark Sanders, “Hervorming van het depositogarantiestelsel: Zoeken naar veiligheid, waken voor protectionisme”, Me Judice, 18 maart 2010.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.