Het gevaar van staatsdominantie in de financiële wereld

Het gevaar van staatsdominantie in de financiële wereld image
Afbeelding ‘tempels der overheid in Den Haag’ van Gerard Stolk (CC BY-NC 2.0)
Nu de overheid het heft in handen heeft genomen in de financiële wereld moet er echter voor gewaakt worden dat de overheid niet doorschiet. Het zelfreinigende vermogen van de markt ontbreekt immers volledig in het staatsdomein. De controle moet in laatste instantie van het parlement komen, dat bovendien kampt met een kennisachterstand. Voor de toekomst moeten controles op toezichthouders aangescherpt worden en moet de Kamer worden ondersteund door een Parlementair Financieel Bureau.

Decennialang heeft de overheid permanent in het beklaagdenbankje gestaan. In korte tijd is de stemming radicaal omgeslagen. De markt is de gebeten hond. Ongeremde marktwerking zou tot de huidige financiële ravage hebben geleid. En inderdaad: doorgeschoten deregulering heeft een morele crisis veroorzaakt. In de wereld van het moderne aandeelhouderkapitalisme regeert de dwangmatige noodzaak om de korte termijnwensen van de aandeelhouder liefst per direct te vervullen. Opgejaagd door aandeelhouders en concurrenten moesten financiële instellingen kwartaal na kwartaal hogere rendementen en meer aandeelhouderwaarde tonen. Deze wedstrijd werd tot grote hoogte opgezweept door ongereguleerde hedge funds, die met formele hoofdkantoren in vrijhavens als de Kaaimaneilanden agressief op zoek gingen naar maximale rendementen. Onderdeel van deze jacht was het voortdurend opschroeven van de leverage of hefboom – de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen – tot ongekende proporties, die vaak de factor veertig overstegen. Hierbij wilden traditionele instellingen niet achterblijven. Ook die zochten naar snelle winsten via ophoging van de hefbomen, de opstapeling van derivaten en de samenklontering van activiteiten. Het is alsof op de snelweg twee regimes naast elkaar regeren: de meerderheid moet zich houden aan de maximale snelheid van 120 kilometer per uur, maar een minderheid mag het gaspedaal onbeperkt indrukken. De meerderheid grijpt elke mogelijkheid aan om ook de snelheid op te voeren. De politie kijkt verbaasd toe zonder in te grijpen. Een dramatisch ongeluk kan niet uitblijven. Dat is inmiddels pijnlijk duidelijk geworden.

Doorschieten ligt op de loer

Gewaakt moet echter worden voor een overreactie. Te weinig overheid werkt averechts, maar te veel overheid ook. Het mag niet worden vergeten dat juist de overheid met contraproductieve deregulering en regulering de bedding heeft gecreëerd waarbinnen de marktrivier heeft kunnen overstromen. Een voorbeeld van overdadige overheidbemoeienis is te vinden in de huizenmarkt. In zowel Nederland (hypotheekrenteaftrek) als de Verenigde Staten (sub-prime mortgages) heeft de overheid een uiterst actieve bijdrage geleverd aan het oppompen van de huizenprijzenluchtbel. Ook het gereguleerde toezicht op banken en markten heeft gefaald. In algemene zin moet echter worden gewaakt voor een beweging in de richting van een economische ordening waarin de overheid als almachtige heerser de vrijheid van handelen van individuen en markten onnodig en contraproductief insnoert. Een vitale economie heeft individuele en marktvrijheid nodig. Alleen dan wordt volop geëxperimenteerd en geselecteerd: alleen dan wordt de Hayekiaanse lokale kennis in een proces van Schumpeteriaanse creatieve destructie omgezet in welvaartcreatie. Het treurige verleden van planeconomieën heeft overduidelijk het failliet van staatsdominantie aangetoond. Natuurlijk zijn Sovjet achtige hervormingen niet te verwachten. Wel bestaat het gevaar dat samenlevingen, die al zuchten onder het juk van overregulering, nog verder worden beperkt door de bemoeizucht van staatswege. Regulering is noodzakelijk, maar met doelgerichte mate. Hier en daar moet de regeldruk worden opgevoerd om het destructieve karakter van de creativiteit van het financiële Wilde Westen te beteugelen, terwijl tegelijkertijd op (veel) andere terreinen de regelteugels moeten worden gevierd. Op deze plaats is geen ruimte om deze diagnose in detail uit te werken. Volstaan moet worden met een korte bespreking van een belangrijk gevaar in de huidige context van de bezwering van de credit crunch: een ongecontroleerde staatsdominantie in de financiële wereld.

Overheidsfalen door ontbreken krachtige disciplinering

Markten falen – dat is zeker. Waar gewerkt wordt, vallen spaanders. Maar overheden falen ook – dat is ook zeker. Omdat de staat niet opereert in een selecterende omgeving, is juist het falen van overheden hardnekkig. Op markten wordt ineffectief en inefficiënt gedrag uiteindelijk afgestraft. Dat kan misschien (te) lang duren, maar het zwaard van de straffende Damocles hangt altijd boven het hoofd van elke marktpartij. In zekere zin is de huidige financiële crisis daarvan het zoveelste – uiterst pijnlijke – bewijs. De huidige crisis toont daarnaast aan dat in de financiële wereld het proces van creatieve destructie in onvoldoende mate zijn zelfcorrigerende werk heeft kunnen doen vanwege perverse bonussystemen, mankerende deregulering, gebrekkig toezicht en contraproductieve machtsvorming. Daarover is inmiddels veel gezegd (zie Van Witteloostuijn, 2008). Het zelfreinigende vermogen van de markt ontbreekt echter volledig in het staatsdomein. Daar moet zelfcorrectie langs andere wegen worden gearrangeerd. Voor een deel beogen verkiezingen daarvoor te zorgen. In verkiezingen worden falende politieke partijen afgestraft, zodat concurrenten een kans krijgen. Een specifieke sleutelvraag in de context van de huidige crisis is: wie controleert de overheid en zijn toezichthouders? Zonder degelijke controle is adequaat leren onwaarschijnlijk, en ligt in de nieuwe regulering van vandaag de kiem voor de crisis van morgen besloten. Het parlement vormt het kloppende hart van de democratie. Op het functioneren van het parlement bestaat veel kritiek. In de context van de huidige beschouwing voert een analyse daarvan te ver. Hier moet worden volstaan met een korte schets van de rol die het parlement zou kunnen spelen in de geherreguleerde financiële wereld van de toekomst.

Hoe houden we de bewakers scherp?

Toezichthouders zoals de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) vormen de schakel tussen de politieke en financiële wereld. Met de (gedeeltelijke) nationalisatie van financiële instellingen is deze indirecte relatie tijdelijk vervangen door een directe. Straks moet het echter weer op indirecte wijze van de toezichthouders komen. Naar verwachting zal de herregulering van de financiële wereld een aangescherpte rol van de toezichthouder impliceren. Daarmee is echter niet gegarandeerd dat nieuwe fouten niet zullen optreden – zeker niet. Fouten zijn onvermijdelijk. Met een adequate controle van de controleurs wordt de kans echter groter dat fouten eerder worden ontdekt, dat escalatie van fouten vaker kan worden voorkomen en dat preventie via aanpassing van regelgeving gewoner wordt. In een democratie is het parlement de ultieme controleur. Het parlement moet daarom in staat worden gesteld de controle van de controleurs adequaat uit te voeren. Zonder compleet te zijn kan daarbij aan het volgende drietal instrumenten worden gedacht:

  1. Periodiek – zeg, eens per kwartaal – verantwoorden toezichthouders zich in een openbare hoorzitting. Uiteraard is het instrument van de hoorzitting niet nieuw. Hoorzittingen zouden echter een systematischer en zwaarder karakter moeten krijgen in de vorm van een periodieke (korte) enquêtering onder ede.
  2. Het parlement krijgt de beschikking over een hoogwaardige financiële onderzoekstaf in de vorm van een PFB (Parlementair Financieel Bureau). Alleen dan kan de kennisachterstand van de Tweede Kamer ten opzichte van de gespecialiseerde toezichthouders in voldoende mate worden gedicht.
  3. Elke vier jaar wordt het functioneren van de toezichthoudende organen geëvalueerd, in opdracht van het parlement, door een commissie van onafhankelijke deskundigen. Deze deskundigen kunnen het functioneren van de Nederlandse toezichthouders systematisch en diepgaand afzetten tegen dat van buitenlandse tegenvoeters.

Op basis van de bevindingen die door het gebruik van deze en andere instrumenten worden opgedaan, kan een controlerend parlement het lerend vermogen van de overheid vergroten. Dat houdt niet alleen de toezichthoudende organen scherp, maar zorgt ook voor een grotere kans van adequate bijsturing voordat het te laat is. Als de huidige crisis ertoe leidt dat eindelijk serieus werk wordt gemaakt van een versterking van het functioneren van de Tweede Kamer, dan is dat een verborgen zegen van de financiële malaise.

Voetnoten:

(1) Daarmee is niet gezegd dat de huidige inrichting van de democratie perfect is – dat is zij niet. Aan de kloof tussen politiek en samenleving wordt de ene na de andere beschouwing gewijd. Het huidige staatsbestel is grotendeels een negentiende-eeuwse uitvinding. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat wat werkte in de 19de eeuw dat nog steeds doet in de 21ste eeuw. Toch komen in Den Haag en omstreken politieke hervormingen nauwelijks van de grond. Deze majeure kwestie valt uiteraard buiten het bestek van het voorliggende opstel.

(2) Voorzover informatie te gevoelig is voor publieke oren, kan een deel van deze hoorzitting achter gesloten deuren plaatsvinden ten overstaan van bijvoorbeeld de commissie voor Financiën van de Tweede Kamer.

Referenties:

Witteloostuijn, A. van, 2008, Op zoek naar de wortels van de kredietcrisis, Me Judice, jaargang 1, 4 november 2008.

Te citeren als

Marc van Wegberg, Arjen van Witteloostuijn, “Het gevaar van staatsdominantie in de financiële wereld”, Me Judice, 14 november 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.