Het is tijd voor de afbraak van dorpen

Het is tijd voor de afbraak van dorpen image

Afbeelding ‘Niehove’ van pieter musterd (CC BY-NC-ND 2.0)

Waarom zou Nederland koste wat het kost wegkwijnende dorpen en steden behouden? In meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten zal de bevolking krimpen. Gedurfde stappen zijn noodzakelijk, zeggen Steven Brakman en Arjen van Witteloostuijn.

Help, we krimpen

Op 4 november publiceerde het NRC Handelsblad een artikel met een onheilspellende kop: 'Blauwestad stagneert in krimpende regio'. Het ging over de dramatische ontwikkeling van het nieuwbouwproject Blauwestad in Oost-Groningen, waarbij percelen voor de bouw van luxe huizen rond een kunstmatig meer worden aangeboden, vooral bedoeld om rijke Duitse noorderlingen en Nederlandse westerlingen naar de provincie Groningen te lokken.

Van de vele beschikbare kavels is slechts een zeer beperkt deel verkocht, en de verwachtingen voor toekomstige verkoop zijn ongunstig. Voor een deel heeft dat te maken met de conjuncturele malaise, maar de krimp in de perifere gebieden van Nederland heeft toch vooral een structurele component. Het aantal inwoners van Nederland zal - evenals dat van Europa - vanaf ongeveer 2035 afnemen. Dit zal echter niet zonder slag of stoot gaan.

Krimp en groei

De bevolkingskrimp werpt reeds lang voor de feitelijke val haar slagschaduw vooruit. De krimp vindt namelijk niet altijd geleidelijk plaats en is ook niet evenwichtig verdeeld over het land. De geboortevoet in het gelovige gebied rond de Veluwe ligt hoger dan die in Amsterdam. Terwijl de ene regio een grote bevolkingsdaling zal ondergaan, zal het andere gebied voorlopig nog doorgroeien. Ook binnen provincies kunnen verschillen optreden. Tegenover de daling in Noordoost-Groningen (Delfzijl) staat de groei van de stad Groningen. Het algemene beeld is dat de Randstad - en in het kielzog Almere - en de door het land verspreide universiteitssteden zullen blijven doorgroeien, terwijl de overige gemeenten het moeilijk gaan krijgen.

Krimp roept om beleidsactie

Voorzichtige ramingen geven aan dat een op de drie Europese regio's en ruim negentig Nederlandse gemeenten met krimp te maken krijgen. In 2025 zal ruim 60 procent van alle Nederlandse gemeenten kampen met bevolkingskrimp. Dit roept om een beleidsreactie. De minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken hebben daarom een 'Topteam Krimp' ingesteld. Dit team heeft voor Groningen, Limburg en Zeeland een advies opgesteld waarin staat hoe kan worden gereageerd op de krimp. Een voor de hand liggende en weinig gedurfde reactie op een dergelijke ontwikkeling is om meer geld te sluizen naar krimpgebieden, zoals het Topteam Krimp de provincie Groningen heeft aangeraden. Helaas blijkt geld alleen niet te helpen: Blauwestad wil maar niet uitgroeien tot meer dan een rustig gehucht.

Voor deze voor Nederland nieuwe uitdaging is eigenlijk geen beleid of economisch model beschikbaar. Immers: ambtelijk en politiek Nederland ging sinds jaar en dag van groei uit. Het Topteam wijst beleidsmakers erop dat het prioriteit verdient de koers radicaal te verleggen. Op allerlei terreinen kunnen problemen worden verwacht: onderwijs (te weinig leerlingen), arbeidsmarkt (tekort aan werkenden, te weinig jonge ondernemers), huizenmarkt (te weinig kopers). Voor elk van deze en andere deelterreinen kan natuurlijk worden beargumenteerd dat meer geld nodig is. Maar door het geografisch opknippen van Nederland in krimp- versus groeigebieden, en het beleidsmatig onderverdelen van problemen in deelterreinen als onderwijs, wonen, arbeidsmarkt en zorg, verdwijnt de grote vraag intussen naar de achtergrond. Hoe kan een economie blijven floreren in een samenleving met een krimpende en vergrijzende bevolking?

Moeten alle gemeenten blijven bestaan?

Het antwoord is dat slimme investeringen gepaard moeten gaan met gedurfde desinvesteringen. Dat vergt politieke moed. De bestaande bestuurlijke indeling van het land staat deze moed in de weg. Hebben alle gemeenten bestaansrecht als de bevolking krimpt? Door krimp verandert de balans tussen de zogenoemde agglomererende krachten die mensen naar een stad trekken, en de spreidende krachten die mensen in de periferie houden. Een te magere lokale arbeidsmarkt, zoals die in Noordoost-Groningen, zorgt ervoor dat mensen de deur achter zich dichttrekken en richting de stad Groningen of richting de Randstad vertrekken. Dit zet een onstuitbaar proces in gang waardoor de Randstad en de grote, regionale (universiteits)steden steeds aantrekkelijker worden in vergelijking met de periferie. De groei van Almere zal ten koste gaan van, zeg, Dronten en Emmeloord.

Deze ontwikkeling roept de vraag op of het economische bestaansrecht van gemeenten niet zodanig is veranderd dat gerichte opheffing moet worden overwogen. De neiging bestaat echter om wegkwijnende dorpen en steden koste wat het kost in stand te houden. Dat gaat gepaard met de kostbare, ineffectieve investeringen waarvoor Blauwestad symbool staat.

Het Topteam Krimp adviseert "het verder bevorderen dat gemeenten anticiperen op krimp en de intergemeentelijke samenwerking organiseren". Daarvan valt weinig te verwachten omdat iedereen zijn eigen hachje zal proberen te redden. Misschien is het veel verstandiger bestaande gemeenten simpelweg op te heffen en samen te voegen. Dat maakt het daarna gemakkelijker om te besluiten hier en daar een wegkwijnend dorp of leeglopende stad af te breken. De vrijkomende ruimte kan worden gebruikt om te investeren in natuur en recreatie, waaraan grote behoefte bestaat in een vergrijzende samenleving.

* Dit stuk verscheen eerder in NRC Handelsblad van 16 november 2009.

Te citeren als

Steven Brakman, Arjen van Witteloostuijn, “Het is tijd voor de afbraak van dorpen”, Me Judice, 16 november 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.