Het Oekraïne-referendum: de grootte van de EU is het echte issue

Het Oekraïne-referendum: de grootte van de EU is het echte issue image

Afbeelding ‘Jan Roos PowNews.’ van Roel Wijnants (CC BY-NC 2.0)

Geen Peil heeft met een slimme campagne een referendum over het associatieverdrag tussen de EU en de Oekraïne afgedwongen. Jan Roos en co zijn tegen dit verdrag. Zij benadrukken daarbij vooral het vermeende gebrek aan democratie binnen de EU, het verder overhevelen van bevoegdheden naar Brussel, en tot slot het gebrekkig functioneren van allerlei instituties in Oekraïne zelf. Hoe de stemming ook uitvalt een veel fundamenteler EU-probleem wordt met het referendum zeker niet mee opgelost, namelijk de legitimiteit van de in de loop der tijd uitgedijde EU. Aldus Steven Brakman en Harry Garretsen.

Vooral over handel

Strikt genomen is de weerstand tegen het verdrag opmerkelijk omdat het verdrag vooral over vrijhandel gaat. Van de 323 pagina’s gaan er 306 over internationale handel. Er zijn bibliotheken volgeschreven over de voordelen van vrijhandel. De kern is een betere arbeidsverdeling op internationale schaal; ik doe als land wat ik relatief het beste kan, jij doet als land hetzelfde en door internationale handel gaan wij er in principe beide op vooruit. Een tegenstem is vanuit dit oogpunt bezien opmerkelijk tenzij handel met Oekraïne als bedreiging wordt gezien. Maar waarom dit opeens voor handel met dit (arme) land zou gelden en niet voor de EU-handel met de rest van de wereld is dan wel de vraag. Daarnaast formuleert het verdrag, in diplomatieke bewoordingen, dat de Oekraïense regelgeving uiteindelijk op EU-leest geschoeid dient te worden. In feite gaat het hier over het tegengaan van corruptie, ongeoorloofde staatssteun, problemen met het functioneren van het juridische en politieke systeem, etc. Allemaal zaken waar, volgens zowel vriend als vijand van het verdrag, Oekraïne veel heeft te winnen. Door tegen het verdrag te stemmen dreigt juist dit alles niet aangepakt te worden. Verder staat nergens in het verdrag dat Oekraïne lid van de EU gaat worden, en is dit associatieverdrag er een in een lange rij met landen die nooit EU-lid zullen worden of zijn geworden.

Weerstand tegen Brussel

Ook de koppeling van de weerstand tegen ‘ Brussel’ aan dit associatieverdrag is opmerkelijk. Landen kunnen natuurlijk beslissingen, zoals het aangaan van een handelsverdrag met Oekraïne, weer geheel in eigen hand nemen maar dat wordt een bilaterale chaos. Door onderhandelingen hierover naar ‘Brussel’ te verplaatsen en daarmee niet door elk land afzonderlijk te laten uitvoeren, kunnen de onderhandelingen veel efficiënter afgehandeld worden. Een eenvoudige rekensom kan dit illustreren. De EU bestaat momenteel uit 28 landen. Stel die 28 landen willen alle overeenkomsten met andere landen geheel in eigen hand houden en zonder tussenkomst van ‘Brussel’ handelsverdragen afsluiten. Dat betekent dat de huidige club van 28 landen 28x27/2 = 378 handelsverdragen moet afsluiten om hetzelfde resultaat te krijgen als nu via ‘Brussel’ (de rekensom: ‘ 27’ omdat landen niet met zichzelf een verdrag afsluiten, en delen door ‘ 2’ omdat een onderhandeling tussen land A met land B, hetzelfde is als tussen land B en A). Voor alle grensoverschrijdende problemen dient dan dezelfde carrousel van onderhandelingen plaats te vinden. Dat geldt voor internationale handel, maar ook voor andere grensoverschrijdende vraagstukken zoals migratie, mededinging, vervuiling, richtlijnen voor productveiligheid en productharmonisatie, octrooibescherming, etc. Er is weinig fantasie voor nodig om te zien dat dit niet gaat lukken. De EU is van verre van perfect, maar een toonbeeld van efficiëntie vergeleken met een wereld waar alleen bilateraal afspraken kunnen worden gemaakt.

EU te groot

De tragiek van dit referendum is dat het niets zal veranderen aan wat onderliggend wel een hoogst serieus probleem is: de EU heeft een legitimiteitsprobleem. Dit heeft te maken met het hoge abstractieniveau van Brussel waarin de burger zich niet makkelijk herkent, maar ook met de diversiteit van de EU. Deze is met de successievelijke uitbreidingsronden enorm toegenomen, de zes oorspronkelijke oprichters – waaronder Nederland - hebben in de loop van de tijd gezelschap gekregen van 22 andere landen. Stemmingen over alle mogelijke onderwerpen binnen de EU lopen een steeds grotere kans om niet de vereiste meerderheid te krijgen; hoe meer landen hoe meer stemmingscombinaties er mogelijk zijn en hoe moeilijker het is tot een besluit te komen. In de praktijk blijkt dit ook, en duurt het steeds langer om ergens overeenstemming over te bereiken. De EU probeert dit in goede banen te leiden door stemmingsprocedures aan te passen (bijvoorbeeld door niet langer unanimiteit bij stemmingen te verlangen maar (gekwalificeerde) meerderheden), maar de trage besluitvorming blijft en dreigt alleen maar toe te nemen als de EU verder zou uitbreiden. Een steeds grotere EU betekent onafwendbaar dat de culturele en economische verschillen tussen landen toenemen en dat is fnuikend onder de huidige officiële besluitvormingsprocedures.

De EU-landen zoeken hierdoor andere besluitvormingsmodellen om tot overeenstemming te komen; kleine landen verenigen zich als het handig lijkt tegenover de grote landen, rijke landen tegenover arme landen, West-Europa versus Oost-Europa, etc. De problemen rond de euro illustreren dit. Toen de euro crisis zich in volle omvang toonde leek Noord Europa zich te verenigen tegen Zuid-Europa en was de rol van de Europese Commissie een onduidelijke en leek zich achter Noord-Europa te scharen, misschien met erg goede redenen, maar in ieder geval was deze gelegenheidscoalitie niet democratisch gelegitimeerd. Ook de huidige problemen met de migratiecrisis wijzen in deze richting; een kleine groep landen neemt het initiatief om tot een oplossing te komen en anderen staan erbij en kijken ernaar.

Legitimiteit echte probleem

Door de geografische uitgestrektheid van de EU neemt het onbegrip binnen de unie toe, en dreigen er steeds vaker onduidelijke Europese coalities te ontstaan. De legitimiteit van de EU wordt hierdoor verder aangetast. Dit roept de vraag op wat de optimale omvang is van de EU. Waar slaat de efficiëntie van gemeenschappelijke onderhandelingen om in het tegendeel? De vraag is overigens niet uniek voor de EU als instituut, maar doet zich ook voor bij bijvoorbeeld de Wereldhandelsorganisatie, die is inmiddels dusdanig groot geworden dat overeenstemming tussen landen in de praktijk onmogelijk is geworden. Een makkelijk antwoord op deze vraag is er niet; de oorspronkelijke EU-6 was te klein, maar is de huidige EU-28 dus niet te groot? De uitkomst van het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne geeft in ieder geval geen antwoord op deze vraag: dat is vooral een Nederlandse kwestie. Maar de vraag ligt na het referendum – los van de uitkomst – hoe dan ook nog steeds levensgroot op tafel, waar begint en eindigt de EU?

Te citeren als

Steven Brakman, Harry Garretsen, “Het Oekraïne-referendum: de grootte van de EU is het echte issue”, Me Judice, 10 maart 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.