Hoe de ‘mier’ Thomas Sargent aan zijn Nobelprijs kwam

Hoe de ‘mier’ Thomas Sargent  aan zijn Nobelprijs kwam image
14 okt 2011 |
De Nobelprijs Economie is zojuist toegekend aan Thomas Sargent en Christopher Sims. Daarmee is het de tweede prijs die uitgereikt wordt voor bijdragen aan de theorie van de rationele verwachtingen. Immers, in 1995 mocht Robert Lucas de prijs in ontvangst nemen voor zijn nadere uitwerking van de rationele verwachtingen hypothese die door John Muth was geformuleerd. Maar waar Lucas en Muth met visie een bijdrage leverden, heeft Sargent zichzelf verloren in nijver mierenwerk dat de stand van de economie niet veel verder heeft gebracht, aldus Esther-Mirjam Sent. De Nobelprijs Economie 2011 is daarmee een merkwaardige toekenning.

Waarom Sargent de Nobelprijs niet verdient

Thomas Sargent en Christopher Sims hebben zojuist de Nobelprijs Economie gewonnen “for their empirical research on cause and effect in the macroeconomy”. Sargent ondernam die empirische analyse binnen de context van rationele verwachtingen. Het centrale uitgangspunt daarbij is dat agenten niet dom zijn: dat ze leren van hun fouten en intelligente conclusies over de toekomst trekken uit de ontwikkelingen om hen heen, net als economen. Over zijn werkwijze is hij tamelijk bescheiden. Sargent omschrijft zichzelf als een “mier” in het interview dat ik van hem afnam (Sent 1998, pp. 176-177):

"I can give you my approach to research. It's that I'm an ant, and I'm supposed to do something. [Laughs.] I'm endowed by nature with certain little skills, and I can help out with some little tasks. I don't have any big, global.... There are some guys who are capable of enlarging influence to the entire research agendas of other people. I have trouble figuring out what the hell to do the next six months myself. So I think if I work on some little niche that I'm capable of doing, like if I'm a second string catcher, doesn't mean I think that the guy who's playing second base is not doing the right thing. It's just a division of labor. It's getting more and more important."

De “guys” die wel in staat waren om de gehele onderzoeksagenda van anderen te beïnvloeden waren de rationele verwachtingeneconomen Robert Lucas en John Muth, over wie ik later kom te schrijven.

De rode draad in het werk van de ‘mier’ Sargent is het verbinden van economische theorie en econometrische modellen, uitgaande van het inzicht dat economen en de agenten in hun modellen rationeel zijn (Sent 1998). In eerste instantie probeerde hij dat te bereiken door uit te gaan van “distributed lags” aan de econometrische kant. Dat wil zeggen, agenten in de modellen en economen zijn rationeel in die zin dat ze gebruik maken van “distributed lags”. Het gevolg was een econometrisch gemotiveerde interpretatie van rationele verwachtingen. Het probleem was dat het lastig werken was met de statistische verdelingen die Sargent daarbij tegenkwam.

Dat zette Sargent ertoe om uit te gaan van “vector autoregressions” aan de econometrische kant en was sterk beïnvloed door de inzichten van Sims. Rationaliteit voor agenten in de modellen en economen werd nu geassocieerd met het gebruikmaken van “vector autoregressions”. Dit is het werk waarvoor Sims de Nobelprijs heeft gewonnen. Probleem hierbij was dat de test ontworpen door Sims een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde was voor het vaststellen van strikte exogeniteit. En dat terwijl strikte exogeniteit juist nodig is om vast te stellen wat oorzaak is en wat gevolg. Bovendien konden de econometrische modellen als gevolg van “observational equivalence” geen onderscheid maken tussen tegengestelde economische theoriën. Deze problemen hebben het Nobelprijscomité er niet van weerhouden om Sargent te lauweren, maar zelf was hij niet tevreden.

De volgende stap begon bij algemene evenwichtstheorie aan de theoretische zijde en was sterk beïnvloed door het werk van Robert Lucas. Rationaliteit voor agenten in de modellen en economen werd nu geformuleerd in de context van algemene evenwichtstheorie. Dit is het werk waarvoor Sargent de Nobelprijs heeft gewonnen. Ook hier bleven de problemen niet uit en stuitte Sargent in zijn pogingen een brug te bouwen tussen economische theorie en econometrische modellen op onder andere het probleem dat er geen handel plaatsvindt in deze interpretatie van rationele verwachtingen.

Dat brengt ons bij de laatste fase in Sargents zoektocht, waarin hij een verbinding probeerde te maken tussen economische theorie en econometrische modellen door er vanuit te gaan dat begrensd rationele agenten uiteindelijk zullen leren zich volgens de rationele verwachtingentheorie te gaan gedragen. Probleem hierbij is dat er maar één manier is om rationeel te zijn en vele om begrensd rationeel te zijn. In de woorden van Sargent (1993): ‘Within a specific economic model, an econometric consequence of replacing rational agents with boundedly rational ones is to add a number of parameters’ (p. 168). Met andere woorden, terwijl de agenten nu als begrensd rationeel werden gemodelleerd, moesten economen überrationeel zijn om hiermee om te gaan: ‘we face innumerable decisions about how to represent decision-making processes and the ways that they are updated’ (p. 165).

En zo kwam Sargent weer terug bij af. Eerst zinde het hem niet dat de economen veel rationeler waren dan de agenten die zij modelleerden. En in zijn zoektocht naar het herstellen van symmetrie, kwam hij daar uiteindelijk weer op uit.

Kortom, de Nobelprijs is toegekend voor slechts één fase in het werk van Sargent, en wel één die hij zelf als niet succesvol ervaarde. Alle fases tezamen leverden uiteindelijk ook geen oplossing voor Sargents verlangen om economische theorie en econometrische modellen te verbinden met behulp van rationele verwachtingen. Het is op z’n zachtst gezegd vreemd dat hij een Nobelprijs krijgt voor het niet oplossen van een probleem.

Waarom John Muth de Nobelprijs niet heeft gekregen

Zoals gezegd, Sargent vormde gedurende een deel van zijn carrière een team met Robert Lucas. Lucas kreeg in 1995 de Nobelprijs: “for having developed and applied the hypothesis of rational expectations, and thereby having transformed macroeconomic analysis and deepened our understanding of economic policy”. In zijn autobiografie voor zijn Nobelprijs prees Lucas zijn Carnegie collega John Muth. Lucas en Sargent (1981) deden hetzelfde in hun gezamenlijke boek. De latere Nobelprijswinnaar Herbert Simon (1991) was tegelijkertijd op Carnegie en vond dat Muth een Nobelprijs verdiende voor zijn werk. Welke bijdrage had Muth dan geleverd (Sent 2002)?

Muth was de bedenker van het concept rationele verwachtingen (Muth 1960, 1961). Het was hem opgevallen dat er veel begrensde rationaliteit verborgen zat in modellen die uitgingen van rationaliteit. Immers, tot dan toe waren economen er vanuit gegaan dat economische agenten hun verwachtingen op basis van ervaringen uit het verleden formuleerden. Voor Muth viel dat niet te rijmen met het concept van optimalisatie dat het hart vormt van de meeste economische analyses.

Tegelijkertijd was het Muth ook opgevallen dat er veel rationaliteit verborgen zat in modellen die uitgingen van begrensde rationaliteit. Zo had hij samen met Simon gewerkt aan een project waarin verondersteld werd dat de economische wereld lineair-kwadratisch is (Holt, Modigliani, Muth en Simon 1960). En juist in een dergelijke wereld was het mogelijk om de optimale vorming van verwachtingen te modelleren.

Het duurde lang voordat economen aan de haal gingen met de inzichten van Muth. En het was Lucas (1972) die er als één van de eersten mee ging werken, maar dan wel in een macro-economische context, terwijl Muth het concept juist in een micro-economische omgeving had ontwikkeld. Daar komt bij dat Muth het eerder als een interessant gedachtenexperiment zag dan als een beschrijving van de economische realiteit. Sterker, hij is na dit gedachtenexperiment weer teruggekeerd naar het analyseren van economische situaties met begrensde rationaliteit (Sent 2002).

En dat verklaart meteen waarom Muth de Nobelprijs niet samen met Lucas heeft ontvangen. Immers, het zou nogal een vreemde vertoning zijn als een Nobelprijswinnar in zijn dankwoord aangeeft nooit een “true believer” in rationele verwachtingenhypothese te zijn geweest en uiterst kritisch te staan tegenover de verdere ontwikkeling ervan binnen de macro-economie.

In 2005 is Muth als kluizenaar in Key West, Florida overleden en nu is het helaas te laat hem te lauweren voor zijn bijdrage.

Waarom er een Nobelprijs economie is

Het valt op dat de Nobelprijs in de economie wordt aangeduid als de “Nobel Memorial Prize”. In feite is er geen Nobelprijs voor de economie, althans niet officieel. Het testament van de Zweedse chemicus, uitvinder en industrieel Alfred Nobel uit 1895 bepaalde dat het grootste deel van zijn fortuin opzij moest worden gelegd ten behoeve van een fonds voor de toekenning van de vijf jaarlijkse prijzen in de natuurkunde, scheikunde, fysiologie/geneeskunde, literatuur en vrede “to those who, during the preceding year, shall have conferred the greatest benefit on mankind.”

Terug naar de Bank van Zweden Prijs in Economie ter Nagedachtenis van Alfred Nobel. Die prijs werd ingesteld in 1968 om de oprichting van de Zweedse centrale bank drie eeuwen ervoor te herdenken en de geleidelijke rijping van de economische wetenschap te erkennen. De criteria voor deze prijs blijken het volgende te beslaan:

"When considering what should be regarded as a "worthy" contribution, it is probably correct to say that the selection committee has looked, in particular, at the originality of the contribution, its scientific and practical importance, and its impact on scientific work. To provide shoulders on which other scholars can stand, and thus climb higher, has been regarded as an important contribution. To some extent, the committee has also considered the impact on society at large, including the impact on public policy."

De eerste prijs werd uitgereikt aan Ragnar Frisch van Noorwegen en Jan Tinbergen van Nederland “for having developed and applied dynamic models for the analysis of economic processes”. Tijdens zijn toespraak, bedankte Tinbergen de Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen in de naam van alle economen, voor het geven van het uiterlijk van een volwassen wetenschap aan hun discipline.

Critici die menen dat de economische crises aantonen dat economie helemaal geen volwassen wetenschap is, zullen de beloning van de inspanningen van de economen met een “Nobelprijs” met lede ogen blijven toezien.

Referenties

Holt, Charles C., Franco Modigliani, John F. Muth en Herbert A. Simon (1960) Planning Production, Inventories, and Work Force. Englewood Cliffs, N.J. : Prentice-Hall.

Lucas, Robert E. (1972). Expectations and the Neutrality of Money, Journal of Economic Theory 4 (2), pp. 103–24.

Lucas, Robert E., and Thomas J. Sargent. (1981). Introduction to Rational Expectations and Econometric Practice. Minneapolis : University of Minnesota Press.

Muth, John F. (1960) Optimal Properties of Exponentially Weighted Forecasts, Journal of the American Statistical Association 55 (290), pp. 299-306.

Muth, John F. (1961) Rational Expectations and the Theory of Price Movements, Econometrica 29, pp. 315–335.

Sent, Esther-Mirjam (2002) How (Not) to Influence People: The Contrary Tale of John F. Muth, History of Political Economy 34 (2), pp. 291-320.

Sent, Esther-Mirjam (2008) The Evolving Rationality of Rational Expectations: An Assessment of Thomas Sargent's Achievements. Cambridge, MA : Cambridge University Press.

Simon, Herbert A. (1991) Models of My Life. New York : Basic Books.

Te citeren als

Esther-Mirjam Sent, “Hoe de ‘mier’ Thomas Sargent aan zijn Nobelprijs kwam”, Me Judice, 14 oktober 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.