Hoe presteerde Nederland op de Olympische Spelen in Londen?

Dames hockeyteam op weg om gouden medailles op te halen tijdens Londen 2012
Afbeelding ‘Ready to collect gold’ van Erik (CC BY-NC-SA 2.0)
19 aug 2012 | | 5344 keer bekeken
Nu de Olympische Zomerspelen in Londen zijn afgelopen kan de balans worden opgemaakt. Met 6 gouden, 6 zilveren en 8 bronzen medailles en een 13de plek in het medailleklassement haalde Nederland 3 medailles meer dan de doelstelling van NOC*NSF, maar niet de geambieerde klassering in de Top-10. Demograaf en econoom Peter Ekamper laat zijn licht schijnen over de vraag: Kunnen we nu wel of niet tevreden zijn met de prestaties van de Nederlandse Olympische ploeg?

Londense prestaties

Het aantal medailles dat landen op de Olympische Spelen halen wordt door diverse factoren bepaald. Rijke landen doen het over het algemeen beter dan arme. In welvarende landen is meestal meer geld beschikbaar voor sport, zijn er betere sportfaciliteiten en is de bevolking gezonder. Hoe meer inwoners een land heeft, hoe waarschijnlijker dat daar kansrijke sporttalenten tussen zitten en hoe groter meestal het aantal daadwerkelijke deelnemende sporters. Daar bovenop heeft het gastland nog een thuisvoordeel. Het gangbare medailleklassement (zie tabel 1) van de Olympische Spelen geeft een nogal vertekend beeld van de prestaties van de deelnemende landen in relatie tot elkaar. Het klassement wordt primair bepaald door het aantal behaalde gouden medailles. Pas bij een gelijk aantal gouden medailles telt het aantal zilveren medailles en daarna pas het aantal bronzen medailles. Kazachstan bijvoorbeeld haalde in Londen 13 medailles, waarvan 7 gouden, waardoor het land net één plaats boven Nederland eindigde. Vier jaar geleden haalde het evenveel medailles, maar ‘slechts’ drie gouden, waardoor het toen ver onder Nederland eindigde op een 27ste plaats.

Tabel 1. De Top 30 van het medailleklassement van de Olympische Zomerspelen van Londen in 2012

De Top 30 van het medailleklassement van de Olympische Zomerspelen van Londen in 2012

Voor een zinvolle beoordeling van de prestatie van Nederland zal zeker vanuit beleidsoogpunt (NOC*NSF, overheid, individuele sportbonden) vooral de vergelijking relevant zijn met landen die qua samenleving, welvaartsniveau en (sport)infrastructuur enigszins op Nederland lijken. Dat zijn immers de landen waar we mogelijk iets van kunnen leren op het vlak van aanpak en beleid wat ook in Nederland realiseerbaar zou kunnen zijn. Een vergelijking met landen als Botswana, Cuba of Noord-Korea, waarin bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met welvaartsverschillen, heeft voor Nederland in dat opzicht weinig toegevoegde waarde. Een vergelijking met een land als de Verenigde Staten lijkt zinvoller, ware het niet dat het aantal van 104 Amerikaans medailles voor Nederland onmogelijk geacht mag worden. De talentenvijver van de Verenigde Staten is door de veel grotere bevolkingsomvang van dat land – ongeveer 20 keer Nederland – aanzienlijk groter. De belangrijkste complicerende factor in de vergelijking van de olympische prestaties van Nederland met die van andere landen is daarom toch vooral het verschil in bevolkingsomvang. Verreweg de meeste sporters die aan de Spelen in Londen deelnamen – circa 98 procent – zijn tussen de 15 en 40 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 26 jaar (figuur 1).

Figuur 1. Leeftijdsverdeling van de deelnemers aan de Olympische Zomerspelen van 2012

Leeftijdsverdeling van de deelnemers aan de Olympische Zomerspelen van 2012

Vooral de verschillen tussen landen in het aantal inwoners in de leeftijdsgroep 15 tot 40 jaar is dus relevant. Naar analogie met het begrip potentiële beroepsbevolking zouden we dit de potentiële topsportbevolking kunnen noemen.

Correctie voor bevolkingsomvang

Als het totale aantal behaalde medailles per land wordt gecorrigeerd voor de omvang van de bevolking in de leeftijdsgroep 15 tot 40 jaar, levert dit een geheel andere ranglijst op (tabel 2). Niet de grote landen als China, Rusland en de Verenigde Staten domineren nu de top van de ranglijst, maar vooral de kleinere landen uit het Caraibisch gebied. Het kleine Grenada steekt er met kop en schouders boven uit. Nederland staat nu op plaats 15 met bijna 4 medailles per miljoen inwoners van 15 tot 40 jaar. Opmerkelijk genoeg staat Nederland ook boven gastland Groot-Brittannië. Ondanks de enorme investeringen in de (Olympische) sport heeft het land bijna één medaille per miljoen inwoners van 15 tot 40 jaar minder gehaald dan Nederland. Hoewel Groot-Brittannië zich wel sterk verbeterde ten opzichte van vier jaar geleden (40 procent meer medailles), had het om de Nederlandse prestatie te evenaren 80 in plaats van 65 medailles moeten halen (vier keer zoveel als Nederland).

Tabel 2. De Top 30 van het voor bevolkingsomvang gecorrigeerde medailleklassement van de Olympische Zomerspelen van Londen in 2012

De Top 30 van het voor bevolkingsomvang gecorrigeerde medailleklassement van de Olympische Zomerspelen van Londen in 2012

Ook vergeleken met Duitsland deed Nederland het uitstekend. Duitsland haalde per miljoen inwoners van 15 tot 40 jaar ongeveer 2 medailles, de helft van Nederland. Om het even goed te doen als Nederland had Duitsland 91 medailles moeten halen, ruim 2 keer zoveel als het werkelijke aantal van 44. Duitsland bleef bovendien ook ver verwijderd van de door de Deutsche Olympische Sportbund (DOSB) tot doel gestelde 86 medailles (waarvan 28 gouden). Deze doelstelling vertaald naar het vierenhalf keer kleinere Nederland betekent ongeveer 19 medailles waarvan 6 gouden; een doel dat voor Nederland wel haalbaar is gebleken. De nummer één van het gangbare medailleklassement, de Verenigde Staten, vinden we in de gecorrigeerde ranglijst terug rond de vijftigste plaats, vlak boven België, met één medaille per miljoen inwoners van 15 tot 40 jaar.

In welvaart vergelijkbare landen die het beter hebben gedaan dan Nederland zijn Australië, Denemarken en Nieuw Zeeland. Australië met een ongeveer anderhalf keer zo grote potentiële topsportbevolking als Nederland presteert al jaren bovengemiddeld goed op de Olympische Zomerspelen. Het heeft sinds 1992 altijd de Top 10 van het medailleklassement gehaald. Sinds de Spelen in 2000 in eigen land zit er echter wel een dalende lijn in de prestaties (zie figuur 2).

Figuur 2 Het aantal op de Olympische Zomerspelen behaalde medailles* per miljoen inwoners van 15 tot 40 jaar, 1996-2012

Het aantal op de Olympische Zomerspelen behaalde medailles* per miljoen inwoners van 15 tot 40 jaar, 1996-2012

 

Het aantal medailles in London was dan ook het laagste sinds 2000. Denemarken scoort vooral sinds 2008 beter dan Nederland. Nieuw Zeeland wist in London maar liefst 9 medailles per miljoen inwoners van 15 tot 40 jaar te halen, meer dan het dubbele van Nederland. Bovendien laat Nieuw Zeeland een enorme progressie zien sinds de Zomerspelen van 2000.

Teamrendement

Gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsomvang presteert Nederland veel beter dan de grote landen in de top van het medailleklassement. Voor die grote landen geldt echter wel dat zij, hoewel hun teams groter zijn, in verhouding minder deelnemers naar de Olympische spelen afvaardigen dan Nederland. De Amerikaanse en Britse teams waren 3 keer zo groot en de Australische en Duitse teams ruim 2 keer zo groot als het Nederlandse team. Het team van Nieuw Zeeland was ongeveer even groot en het Deense team een derde kleiner. Men mag verwachten dat de teams van de grote landen in de breedte sterker zijn dan de teams van de kleine(re) landen; de grote landen beschikken immers over een (veel) groter topsportpotentieel. Hoe verhoudt de prestatie van het Nederlandse Olympische team zich tot dat van de andere teams? Dit kan worden bepaald door per land het aantal behaalde medailles te delen door het aantal deelnemers. Hierbij doet zich wel een complicatie voor: de gouden medaille van bijvoorbeeld het dameshockeyteam telt als één medaille in het medailleklassement, maar is behaald door een heel team van 16 hockeysters, die ook allemaal individueel een medaille hebben ontvangen. Figuur 3 geeft daarom het rendement van de teams van de toplanden weer berekend als het aantal per land aan atleten uitgereikte medailles gedeeld door het aantal deelnemers.

Figuur 3. Het aantal op de Olympische Zomerspelen van 2012 behaalde medailles* per deelnemer

Het aantal op de Olympische Zomerspelen van 2012 behaalde medailles* per deelnemer

Van de landen in de tabel presteerde het Amerikaanse team het beste met een score van bijna één medaille per twee deelnemers. Nederland scoort weliswaar iets minder goed dan de verenigde Staten, maar beter dan alle andere landen in de tabel. Waar Denemarken en Nieuw Zeeland meer medailles per inwoner behaalden dan Nederland, waren hun teams veel minder succesvol dan het Nederlandse team. De teams van de grote Europese landen hebben allemaal een vrijwel identieke score.

Conclusie het kan niet beter

Hoewel het niet is gelukt om de Top-10 van het Olympische medailleklassement te halen, heeft Nederland in Londen prima gepresteerd. Als klein land heeft Nederland relatief veel medailles gehaald en het in verhouding zelfs beter gedaan dan het gastland en vele andere gerenommeerde sportlanden. Het selectiebeleid van NOC*NSF heeft bovendien geresulteerd in een Olympische afvaardiging met een relatief hoog rendement. Uiteraard is dit slechts het totaalbeeld over alle disciplines. Per discipline waren er wel verschillen in rendement en is ongetwijfeld nog verbetering mogelijk. De ambitie om (structureel) de Top-10 van het medailleklassement te halen lijkt echter te hoog gegrepen. In het medailleklassement van Londen 2012 staan er al zeker tien landen boven Nederland die qua aantal inwoners aanmerkelijk groter zijn en dus uit een veel grotere potentiële topsportbevolking kunnen putten. Over vier jaar tijdens Rio 2016 komt daar wellicht gastland Brazilië zelf met het thuisvoordeel nog bij. Incidenteel is een Top 10-positie waarschijnlijk alleen haalbaar op basis van zeg maar het Kazachstan-effect (niet heel veel medailles, maar wel relatief veel gouden medailles) in combinatie met het omgekeerde - zeg maar het Japan-effect - bij enkele van de grote concurrenten (wel veel medailles, maar relatief weinig gouden medailles). Een paar hondersten van een seconde sneller zwemmen kan net het verschil zijn tussen zilver en goud. Kortom, geluk of zo men wil pech speelt een grote rol in het bereiken van de top op de Olympische Spelen.

Referenties

Bernard, A. en M. Busse (2004), Who wins the Olympic Games: economic resources and medal totals. Review of Economics and Statistics, 86 (1): 413-417.

Bundesministerium des Innern (2012), Bundesinnenministerium erteilt in Abstimmung mit DOSB Auskünfte zu den Medaillenzielen. Pressemitteilung 10-8-2012.

Kuper, G. en E. Sterken (2012), De winnaars van de Olympische Zomerspelen van Londen. ESB, 97 (4639 & 4640): 452-454.

UK Sport (2012), London 2012 funding figures.

Van Tuyckom, C. en K. Jöreskog (2012), Going for gold! Welfare characteristics and Olympic success: an application of the structural equation approach. Quality & Quantity, 46 (1): 189-205.

Te citeren als

Peter Ekamper, “Hoe presteerde Nederland op de Olympische Spelen in Londen?”, Me Judice, 19 augustus 2012.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.