Hoe shockproof zijn internationale banken? Lessen van de vorige storm

Afbeelding van de Bank Barcelona (Caixa Catalunya)
Afbeelding ‘Barcelona Bank’ van Andrew E. Larsen (CC BY-ND 2.0)
15 dec 2011 | | 2124 keer bekeken
De balansen van internationale banken staan wereldwijd, en vooral in Europa, onder druk. Nauwelijks bekomen van de problemen met rommelhypotheken, zien banken de kwaliteit van hun activa opnieuw onderuitgaan door afwaarderingen op staatsobligaties uit de euro-periferie. Hoe schokbestendig zijn internationale banken? De economen De Haas en Van Lelyveld trekken lessen op basis van hun onderzoek over hoe banken reageerden op de financiële crisis van 2008–2009.

Schokbestendig

Om afwaarderingen op staatobligaties de baas te blijven heeft de Europese Bankenautoriteit (EBA) EU banken .opgedragen om voorlopig hun kernkapitaal (‘core tier 1 capital’) te verhogen tot 9% (per medio 2012) met hierbovenop een buffer voor 'sovereigns'. EBA schat dat het kapitaaltekort zo’n €114 miljard bedraagt. Dit tekort kan weggewerkt worden door bijvoorbeeld winstinhouding of het aantrekken van nieuw kapitaal, in het huidige economische klimaat niet eenvoudig. Ook kunnen, onder zeer strikte voorwaarden, (risicovolle) activa worden afgestoten, dat wil zeggen balansverkorting. Bovendien hebben internationale banken moeite hun aflopende obligatieleningen te vernieuwen. Dit alles drukt hun kredietverstrekkend vermogen in eigen land en daarbuiten.

Mondiaal versus lokaal

Wat betekent dit voor de landen waar deze banken buitenlandse vestigingen hebben? In deze bijdrage bespreken wij op basis van recent onderzoek (De Haas and Van Lelyveld, 2011) hoe internationale banken de financiële crisis van 2008-2009 doorstonden. In dit onderzoek wordt de kredietverstrekking door binnenlandse banken vergeleken met die van lokale dochters van multinationale banken. Onze analyse is een vervolg op De Haas en Van Lelyveld (2010) waarin we op basis van soortgelijke data de bancaire kredietverstrekking tijdens eerdere, meer lokale episodes van financiële turbulentie onder de loep namen.

Lokaal schokbestendig

Destijds constateerden we dat in zo’n lokale crisis de dochters van financieel sterke instellingen hun kredietverstrekking redelijk op peil hielden, terwijl lokale banken zich gedwongen zagen hun balans in te krimpen. Sterke moederinstellingen kunnen hun interne kapitaalmarkt gebruiken om dochters van kapitaal en liquiditeit te voorzien; dergelijke financiële ondersteuning heeft in veel gevallen bijgedragen tot de stabilisatie van de kredietverstrekking in gastlanden.

Maar hoe zit het met mondiale schokken?

De crisis van 2008–2009, die de kern van het internationale financiële stelsel hard raakte en vrijwel alle grote bankgroepen trof, bracht ons ertoe opnieuw het gedrag van banken onder de loep te nemen. Terwijl krachtige moederbanken hun dochters in lokale crises ondersteunden, hebben verzwakte moederinstellingen tijdens de mondiale crisis die steun wellicht moeten onthouden. Banken die waren verzwakt door de terugloop van de interbancaire liquiditeitsverschaffing en andere financiering hebben wellicht zelfs via hun interne kapitaalmarkt liquiditeit van buitenlandse dochters gerepatrieerd naar de hoofdvestiging. Volgens publicaties in de zakelijke pers hebben dochters van multinationale banken in Rusland en Tsjechië inderdaad lokale liquiditeit gebruikt om het thuisfront in Italië en Frankrijk te steunen in de moeilijke tijd na het omvallen van Lehman Brothers, en opnieuw tijdens de huidige eurocrisis.1

Om deze kwesties nader te analyseren, hebben we een omvangrijke dataset samengesteld van ’s werelds grootste bancaire groepen plus een controlegroep van zelfstandige lokale banken. Figuur 1 toont de geografische verdeling van de dochterinstellingen van internationale banken in onze dataset. Die bestaat uit 48 multinationale banken uit 19 thuislanden met in totaal 199 dochters in 53 gastlanden. De meeste dochters bevinden zich in Europa – hetgeen het grote aantal dochters van West-Europese banken in het nieuwe Europa weerspiegelt.

Figuur 1: Geografische spreiding van dochters van internationale banken

Figuur 1: Geografische spreiding van dochters van internationale banken
Bron: BankScope en websites van banken.

Daarnaast hebben we een controlegroep gevormd van zelfstandige banken bestaande uit de grootste vijf banken in lokaal eigendom in elk van de gastlanden in onze dataset. Dit resulteert in een dataset van 202 lokale banken.

Internationaal bankieren: een tweesnijdend zwaard

Onze analyse toont aan dat tijdens de jongste crisis de dochters van multinationale banken hun kredietgroei drastischer hebben moeten inperken dan lokale banken: ongeveer twee keer zo sterk. Ook constateren we dat het vermogen om spaargelden aan te trekken, een relatief stabiele financieringsbron tijdens de crisis, een sterkere determinant van kredietgroei werd. Daardoor bleken lokale banken, die voor hun kredietgroei doorgaans meer zijn aangewezen op lokale deposito’s, beter in staat om hun kredietverstrekking op peil te houden.

Het relatieve belang van spaargelden als financieringsbron groeide vooral sterk bij dochters van internationale banken. Zulke dochterinstellingen hebben naar hun aard veelal gemakkelijker toegang tot alternatieve (buitenlandse) financieringsbronnen, zoals de internationale obligatie- en geldmarkt en syndicaatsleningen, maar ook financiering door de moederbank. Maar doordat deze alternatieve bronnen grotendeels opdroogden tijdens de crisis, moesten deze banken de kredietverstrekking sterker terugschroeven. Het blijkt dat dochters van internationale banken die afhankelijker waren van geldmarktfinanciering de kredietgroei het meest moesten beperken. Zonder toegang tot externe (wholesale) markten waren moederinstellingen blijkbaar niet langer in staat hun dochternetwerk van liquiditeit te voorzien via de interne kapitaalmarkt van de groep. Deze uitkomst strookt met Huang en Ratnovski (2009), die zich richten op de financieringsstructuur van Canadese banken en aantonen dat banken die minder afhankelijk zijn van marktfinanciering de recente crisis beter doorstonden.

Onze eindconclusie is dat internationale banken tijdens lokale episodes van financiële turbulentie weliswaar bijdragen aan financiële stabiliteit, zoals blijkt uit De Haas en Van Lelyveld (2010), maar dat ze ook het risico vergroten dat landen buitenlandse instabiliteit ‘importeren’. De toegang die buitenlandse bankendochters hebben tot financiering via hun moederbank en de geldmarkt – vóór de crisis een van hun voornaamste concurrentievoordelen – bleek zo een nadeel toen deze alternatieve financieringsbronnen snel opdroogden na het omvallen van Lehman Brothers. Banken die te zeer afhankelijk zijn van marktfinanciering kunnen de financiële stabiliteit zowel in eigen land als daarbuiten nadelig beïnvloeden.

Een blik vooruit

Onze bevindingen bieden een weinig rooskleurig vooruitzicht voor landen waar het bankwezen grotendeels in handen is van multinationale bankconcerns. De financieringsdruk die deze bancaire groepen op dit moment ondervinden is in veel gevallen wellicht nog hoger dan drie jaar geleden. Het streven om de balans te verkorten zal dus ook sterker zijn. Een gerelateerd risico is dat sommige banken zich onder druk gezet kunnen voelen om balansverkorting niet in eigen land maar vooral elders te laten plaatsvinden.

Op de middellange termijn zullen veel dochters van internationale bankconcerns, vooral in het nieuwe Europa, hun financieringsmodel moeten herzien. Ze zullen in toenemende mate op eigen financiële benen moeten leren staan, en hun lokale kredietverstrekking met lokaal aangetrokken spaargelden en andere lokale financiering moeten gaan financieren. De crisis van 2008-2009 heeft aangetoond dat dochterinstellingen van multinationale banken die zichzelf vooral lokaal financieren, zoals veelal in Latijns-Amerika gebeurt, vrij stabiele kredietverschaffers zijn.

Toezichthouders kunnen internationale banken stimuleren om geleidelijk op zo’n beter houdbaar financieringsmodel over te gaan. Prudentiële richtlijnen met betrekking tot de externe financiering van dochterinstellingen (zogenoemde (beperkte) ring fencing) kunnen in de toekomst de internationale transmissie van financiële schokken afremmen. Toezichthoudende instanties moeten echter oppassen voor een overreactie. Ongecoördineerd en te bruusk optreden kan de steun van internationale banken aan hun buitenlandse dochters onnodig belemmeren en daardoor op de korte termijn hun home bias, de neiging tot bevoordeling van de thuismarkt, nodeloos versterken. Zo’n onevenwichtige balansverkorting zou de economische groei in grote delen van het nieuwe Europa verder onder druk kunnen zetten.

Voetnoten

(1) Zie bijvoorbeeld Bloomberg (27 oktober 2011), ‘Foreign banks in Russia support European owners since mid-year’ en ft.com/alphaville (4 november 2011), “Honey, I shrunk Emerging Europe”.

Referenties

De Haas, Ralph en Iman van Lelyveld, 2010, “Internal Capital Markets and Lending by Multinational Bank Subsidiaries”, Journal of Financial Intermediation 19(1), 1–25.

De Haas, Ralph en Iman van Lelyveld, 2011, “Multinational Banks and the Global Financial Crisis: Weathering the Perfect Storm”, De Nederlandsche Bank Working Paper No. 322, Amsterdam.

Huang, Rocco en Lev Ratnovski, 2009, “Why Are Canadian Banks More Resilient?”, IMF Working Paper WP/09/152, Internationaal Monetair Fonds, Washington, D.C.

Te citeren als

Ralph de Haas, Iman van Lelyveld, “Hoe shockproof zijn internationale banken? Lessen van de vorige storm”, Me Judice, 15 december 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.