Hoezo crisis? De crisis als redding van onze beschaving

Hoezo crisis? De crisis als redding van onze beschaving image
20 okt 2008 |
Een crisisstemming suggereert dat het vòòr de crisis goed ging en nu niet meer. Het woord crisis stemt somber, alsof er iets verloren gaat. Deze zogenaamde crisis verleidt mensen te denken over een grote neergang, het einde van een periode van voorspoed, en zelfs het einde van de beschaving. Maar we kunnen hier ook de kans zien op een herstel van de beschaving.

Bedreiging beschaving

Wat de bedreiging van de beschaving was, zo is nu wel duidelijk, was de speculatieve hausse in de financiële wereld, het ongebreidelde kapitalisme met aandeelhouders die op korte termijn winst uitwaren en bankiers die zichzelf bergen geld toe-eigenden. De politici hadden slechts toe te kijken want tegen de macht van de financiële wereld konden ze niet op. Niemand wist meer wat de risico’s waren, en ook al waarschuwden toezichthouders voor de gevaren, Wellink incluis, de financiële wereld ging haar gang.

Geloof in de vrije markt

Een verdere bedreiging werd het absolute geloof in de vrije markt. Alles moest de markt op. Ook overheden begonnen dat te geloven. Vandaar het mantra van de marktwerking van de afgelopen decennia. De prikkels van de markt gingen boven alles. Daarom moest er naar prestatie beloond worden. Daarom begon men het normaal te vinden dat bankiers, vastgoed mensen, popsterren en voetballers exorbitante “beloningen” inden. Alsof het presteren om het geld moet gaan. Alsof een tweedeling ‘normaal’ en wenselijk zou zijn.

In 2001 wilde het manifest “Stop de Uitverkoop van de Beschaving” van onder meer Wouter van Dieren, Jan Marijnissen, Mies Bouhuis, Dorien Pessers en ondergetekende, waarschuwen dat het geloof in de vrije markt een bedreiging was voor de beschaving, een beschaving die zich onder meer kenmerkt door een egalitaire grondhouding en een waardering van meelevendheid en zorgzaamheid. De oproep kwam niet aan. Waarom zou ze ook? Het geld rolde, er werd goed gediend, dus dit was zeuren in de marge.

Grote verontwaardiging

In de afgelopen drie weken is de stemming volledig omgeslagen, althans zo lijkt het. Met wie ik ook spreek, van de gewone man in de straat tot de top advocaat, de verontwaardiging spat er vanaf. Men is kwaad op de bankiers en hun handlangers die ons vertrouwen hebben beschaamd, en ondertussen, mede met behulp van de overheid, met de buit er vandoor gaan. Ik vraag me af hoeveel schaamte achter die verontwaardiging schuil gaat. Schamen al die mensen zich er misschien voor dat ze mee gegaan zijn in de mentaliteit van ‘meer, meer, meer’? Dat ook zij bewonderend hebben opgekeken naar de grote geldverdieners, of zelf gewoon hebben geprofiteerd van de hausse zonder al te veel zelfkritiek?

…en vooral schaamte

De schaamte, meer nog dan de verontwaardiging, geeft hoop op een herstel van de beschaving. De schaamte maakt duidelijk hoe verkeerd het ging, hoe verkeerd het was om het lot van de samenleving over te laten aan mensen die bezig zijn met macht, geld en status. Deze zogenaamde crisis werkt als een wake up call. Daar kan geen manifest tegenop. Mensen met politieke verantwoordelijkheid zijn binnen een paar weken tot inkeer gekomen. In de week voor de eerste deal van de overheid met Fortis had ik nog een discussie met Wouter Bos over de stommiteit van de uitverkoop van de ABN-AMRO. Dat was toch ‘onze’ bank. Toen nog waste hij zijn handen in onschuld. Toen was het ondenkbaar dat hij iets groots zou ondernemen om het tij te keren.

Tijd voor Keynes

Het besef is er nu dat ongebreideld kapitalisme een slecht idee is. Het is tijd voor een herwaardering van Keynes, de Britse econoom die ten tijde van de vorige grote financiële crisis in de jaren dertig al pleitte voor nationalisering van banken om speculatie tegen te gaan (Keynes, 1936). Voor ‘vrije markt’-economen kon de overheid niet klein genoeg zijn. Bos is nu de nieuwe Keynesiaan die weet dat de economie een stevige overheid nodig heeft.

Tijd voor maatschappelijke verantwoordelijkheid

Maar met die stevige overheid zijn we er niet. Net als de markt, opereert de overheid in de samenleving en is afhankelijk van wat mensen in die samenleving belangrijk vinden. Het gaat erom dat mensen met verantwoordelijke posities het besef herwinnen van het grotere belang dat ze dienen. Het zou moeten gaan over verantwoordelijkheid en dienstbaarheid. En over matigheid en rechtvaardigheid als deugden. Neem de matigheid. Het is een klassieke deugd die cruciaal is om hebzucht, machtswellust en andere menselijke driften in toom te houden. Die deugden werken alleen wanneer mensen andere mensen daarop aanspreken. Een staatsman kan de burgers oproepen tot vertrouwen maar dat vertrouwen moet waargemaakt worden in het menselijke verkeer. Daarom is het belangrijk dat we de schaamte bij onszelf en de ander in de ogen kijken, en elkaar nu aanspreken op wat echt belangrijk is, waarom het gaat in het leven en in de samenleving. Als het niet gaat om veel geld te verdienen, waar gaat het dan wel om?

Ik vermoed dat we in de onderlinge gesprekken snel uitkomen op het belang van dat wij gemeenschappelijk hebben, op het gemeenschappelijke belang dus. De vraag die een ieder voor zichzelf zou kunnen stellen is: wat is mijn bijdrage aan welk gemeenschappelijk belang? Althans tot die conclusie kom ik meestal in gesprekken die ik aan de Academia Vitae (in Deventer) met professionals voer. Het is een teken van beschaving wanneer burgers handelen in de wetenschap dat ze een groter belang dienen, dat ze niet alleen voor zichzelf bezig zijn maar bij willen dragen aan een groter geheel.

Tijd voor reflectie

Kortom, het goede van deze afstraffing is dat de helden van kort geleden, de grote geldverdieners, van hun voetstuk gevallen zijn. Hopelijk blijkt dit een tijd te zijn van een herstel van het besef dat het om iets anders moet gaan dan korte termijn gewin, en besluiten bijvoorbeeld jongelingen eens iets anders te studeren dan financiën en management. Wat te zeggen van een studie die doet reflecteren op onze beschaving?

Hoezo crisis? Iets moest gebeuren. De kracht van wat nu gebeurt, geeft aan hoe groot de problemen waren, en hoe serieus de crisis was die eerder gaande was.

Referenties:

Keynes, J.M., 1936, The General Theory of Employment, Interest, and Money, MacMillan, Londen.

Dit is een bewerking van de bijdrage die eerder verscheen in de NRC Next van 20 oktober 2008.

Te citeren als

Arjo Klamer, “Hoezo crisis? De crisis als redding van onze beschaving”, Me Judice, 20 oktober 2008.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.