Hogere buffereisen voor pensioenfondsen kunnen knellen

Hogere buffereisen voor pensioenfondsen kunnen knellen image
28 dec 2011 | | 1907 keer bekeken
Een nieuw wetsvoorstel beoogt hogere buffers van pensioenfondsen. De fondsen moeten zo in de toekomst beter in staat zijn schokken op te vangen. De hogere buffereisen kunnen in sommige gevallen de fondsen dwingen nu grote verliezen te nemen, stellen Tjitsger Hulshoff en Mark den Hollander. Zij presenteren een fondsspecifiek risicomodel – het zogenoemde interne model – als mogelijke uitweg.

IJkpunt

Het eerste ijkpunt voor de lopende herstelplannen voor de korte termijn van pensioenfondsen is 31 december aanstaande. Dan wordt beoordeeld of de fondsen “onder voorzienbare omstandigheden” hun dekkingsgraad tot ongeveer 105 procent zullen weten te herstellen. Zo niet, dan moeten zij passende noodmaatregelen aankondigen, zoals een hogere premie of korting van de aanspraken. Tenzij de financiële situatie van eind 2012 voldoende verbeterd is, worden deze maatregelen per april 2013 geëffectueerd.

Buffers

Bovenstaande is gevoeglijk bekend en krijgt, net als het pensioenakkoord, veel aandacht in de media. Ondertussen is er een wetswijziging in de maak dat weinig aandacht krijgt, maar dat van invloed kan zijn op de herstelplannen voor de lange termijn – met mogelijk een soortgelijke inzet van maatregelen als bij het herstelplan voor de korte termijn. Dit is een ontwikkeling die ook de keuze van pensioenfondsen en werkgevers voor varianten binnen het pensioenakkoord (FTK1 of FTK2) kan beïnvloeden. Het betreft hier aangescherpte berekeningswijze van het vereist eigen vermogen.
Nu nog geldt artikel 132 uit de pensioenwet. Daarin staat dat een pensioenfonds een zodanige buffer dient te hebben dat met een zekerheid van 97,5% de dekkingsgraad niet binnen 1 jaar onder de 100% mag komen. Nog afgezien van de betekenis en de betrouwbaarheid van een dergelijke maatstaf (we kennen immers niet alle mogelijke toekomstontwikkelingen en kunnen derhalve nooit een dergelijke vorm van zekerheid garanderen) is de laatste jaren gebleken dat de geformuleerde buffers onvoldoende zijn om schokken op te vangen. Om deze reden is de wetgever bezig met een herziening van de buffereisen.
Hoewel deze eisen nog niet in wetten zijn verankerd, kunnen we al wel een eerste conclusie trekken, namelijk dat de vereiste buffer omhoog zal gaan. De gemiddelde stijging is ongeveer 5%, maar individuele fondsen zouden een stijging van 10% kunnen verwachten. Dit heeft mogelijk implicaties voor beleid. Immers, indien de werkelijke buffer beneden de wettelijke buffer is, dient een herstelplan te worden ingediend waarin wordt aangetoond dat het voorgenomen beleid binnen een termijn van 15 jaar leidt tot voldoende groei in de buffer. Afhankelijk van de mate van tekort en van de gehanteerde rekenregels worden de te nemen maatregelen bepaald. Dit kan zijn een beperking van indexatie, additionele contributie of het korten van nominale aanspraken.

Garantie op slechte uitkomst

Voorop staat dat het nodig is inzicht te hebben in de haalbaarheid van deze ambitie en dat het verstandig is voor te sorteren op te nemen maatregelen. Toch kan dit voorstel ook ongunstige effecten hebben. Een combinatie van een viertal actuele omstandigheden leidt mogelijkerwijs tot een nadelig beleid. Naast de verhoogde buffereis bestaat in het toezichtskader de notie dat vastrentende waarden risicoloos zijn; een hogere allocatie naar vastrentende waarden leidt tot een lagere vereiste buffer. Deze notie lijkt niet houdbaar. Ook geldt dat bij de herstelplannen gehanteerde rekenregel betreffende de toekomstige renteontwikkeling dat deze bij de huidige vorm van de rentetermijnstructuur tot een inverse termijnstructuur leidt. Tenslotte geldt dat de toezichthouder een restrictie stelt op risicoverhogende maatregelen bij een lopend herstelplan.
Deze combinatie van omstandigheden leidt mogelijkerwijs tot een beleid van het korten van (reële) rechten, het vastzetten van nominale rentes (tegen zowel historisch als absoluut bezien zeer lage niveaus en bij een verhoogde inflatieverwachting), de verkoop van door rekenregels afgestrafte lange termijn alternatieve asset allocaties en een verhoging van de aandelenallocatie in de huidige onzekere markten, teneinde nog enig opwaarts potentieel te houden. Dit betekent dat het resulterend beleid bijna een garantie op een slechte uitkomst is, te weten het korten van nominale aanspraken en het nemen van een reëel verlies.

Interne model als uitweg

Maar er is een uitweg. De wetgever benadrukt in haar communicatie het belang van het ‘doorkijkprincipe’ en biedt pensioenfondsen via een intern model (a la Solvency II) de mogelijkheid om maatwerk te gebruiken voor het specifieke beleggingsbeleid van het pensioenfonds. Dit zogenaamde ‘interne model’ biedt pensioenfondsen de mogelijkheid om meer dan voorheen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het beleid. Het biedt een uitweg voor de nadelen van het standaardmodel, en is daarmee geschikt voor fondsen die een innovatief beleid voeren, met verantwoord ingezette actief beheerde beleggingsfondsen, vernieuwende beleggingsstrategieën, een dynamisch strategisch beleggingsbeleid, lange termijn gerichte alternatieve asset allocaties en reële afdekkingen.
Het gebruik van een intern model biedt pensioenfondsen de mogelijkheid om haar eigen beleid vorm te geven en is een wenselijke ontwikkeling in een wereld die meer en meer in regels en procedures wordt gevangen. Voor pensioenfondsen die (vooralsnog) niet de overstap naar FTK2 willen maken, is het intern model een mogelijkheid om de strakke toezichtskader van FTK1 toe te snijden op de individuele behoeften. Wel moet worden beseft dat dit niet de heilige graal is. Met een gemiddelde dekkingsgraad van 98 procent hebben pensioenfondsen een groot korte termijn probleem dat zonder redding van de financiële markten tot pijnlijke maatregelen zal leiden.

Te citeren als

Mark den Hollander, Tjitsger Hulshoff, “Hogere buffereisen voor pensioenfondsen kunnen knellen”, Me Judice, 28 december 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.