Hogere lonen werken averechts

Kapot raam
Afbeelding ‘partly demolished’ van vistavision (CC BY-NC-ND 2.0)
18 feb 2013 | | 1910 keer bekeken
Nu een loonstijging zal de economie niet stimuleren, maar juist dieper in het slop doen geraken, stellen de Amsterdamse hoogleraren Roel Beetsma en Sweder van Wijnbergen. Zij nemen hiermee stelling tegen het pleidooi voor een loonstijging door onder meer Coen Teulings en verschillende politici. Een loonstijging zal niet de binnenlandse bestedingen aanjagen, zoals voorgespiegeld, maar vooral de besparingen en de import van consumptiegoederen verhogen. Bij het uitblijven van extra vraag zullen werkgevers vanwege de loonstijgingen nog meer mensen gaan ontslaan.

Lage binnenlandse bestedingen

De Nederlandse economie zit diep in het slop. De werkloosheid loopt steeds verder op, terwijl de consument de hand op de knip houdt. Er wordt daarom regelmatig gepleit voor een stijging van de lonen, onder andere door directeur Teulings van het Centraal Planbureau. Recentelijk voegde ook vicepremier Lodewijk Asscher zich bij het koor. Het argument is dat loonstijging de koopkracht van de Nederlanders vergroot en daarom juist onder de huidige economische omstandigheden een goed middel is om de economie aan te zwengelen.

Het antwoord op de vraag of onze economie gebaat is bij hogere lonen hangt af van de vraag wat de oorzaak is van de lage binnenlandse bestedingen. De lage bestedingen worden niet in de eerste plaats veroorzaakt door een laag besteedbare inkomen. Een stijging van het besteedbare inkomen is het kanaal waarlangs hogere lonen de economie eventueel kunnen stimuleren.

Echter, de lage binnenlandse bestedingen worden vooral veroorzaakt door de enorm toegenomen onzekerheid. Er is een voortdurende onzekerheid over de grote beleidsdossiers, namelijk de woningmarkt, de pensioenen en de arbeidsmarkt. Daar komt de onzekerheid over het verloop van de eurocrisis bij. Vooral de toegenomen onzekerheid over baanbehoud en de grotere gevolgen van mogelijke werkloosheid door beperking van de duur van de uitkeringen, leiden ertoe dat consumenten de hand op de knip houden. Deze onzekerheid verklein je niet door de lonen te laten stijgen. Sterker: het effect van de loonstijging kan de onzekerheid verder vergroten als het de kans op baanbehoud verkleint.

Meer sparen en meer import

De effecten van een loonstijging manifesteren zich zowel langs de vraag- als langs de aanbodkant van de economie, maar niet op een manier die wenselijk is. Wat betreft de vraagkant kunnen we bij het huidige lage vertrouwen verwachten dat het grootste gedeelte van de loonstijging gespaard zal worden en dus überhaupt niet zal leiden tot extra vraag. In zoverre de vraag stijgt, zal deze extra vraag vooral naar het buitenland weglekken. Een groot deel van de Nederlandse consumptie wordt geïmporteerd uit het buitenland, dus a priori kan verwacht worden dat ongeveer de helft van de eventuele extra vraag naar het buitenland verdwijnt. Empirisch onderzoek voor de EU van Beetsma en Giuliodori in de Economic Journal laat zien dat de “multiplier” van extra stimulans voor de meest open economieën, waaronder die van Nederland, aanzienlijk lager is dan die van meest gesloten (en grootste) economieën.

Meer ontslagen

De effecten van een loonstijging langs de aanbodkant van de economie kunnen desastreus zijn. We zien de werkloosheid in hoog tempo oplopen en dat heeft alles te maken met de oplopende arbeidsinkomensquote. Het verder laten oplopen van de loonkosten zal het ontslaan van personeel alleen maar versnellen. Het effect op de vraag wordt misschien zelfs negatief als de verdere toename van onzekerheid en de lagere koopkracht van het steeds grotere leger aan werklozen de overhand krijgen. Om de al lage winstgevendheid niet verder onder druk te zetten, zullen bedrijven loonstijgingen gaan doorberekenen in de prijzen van hun producten. Hiermee ondermijnen ze hun concurrentie positie ten opzichte van het buitenland, op een moment dat het herstel van de Amerikaanse economie om gang lijkt te komen en de vraag vanuit het buitenland zal aantrekken. In zoverre hogere lonen niet in prijzen worden doorberekend, daalt de beschikbare financiële capaciteit om investeringen te doen en meer te profiteren van de aantrekkende buitenlandse vraag. Financiële buffers bij bedrijven zijn juist nu extra belangrijk vanwege de teruggelopen bereidheid van banken om kredieten te verstrekken.

Loonvorming is in eerste instantie het domein van de sociale partners, maar de regering kan natuurlijk druk uitoefenen op de sociale partners en daarmee het onderhandelingsresultaat beïnvloeden. Het is echter te hopen dat ze haar gezond verstand zal gebruiken en het aan de marktpartijen zal overlaten om de lonen gematigd te houden in plaats van het omgekeerde te bepleiten.

Referentie

Beetsma R. and M. Giuliodori (2011), “The Effects of Government Purchases Shocks: Review and Estimates for the EU,” The Economic Journal, Vol. 121 (550), pp. F4-F32.

Te citeren als

Roel Beetsma, Sweder van Wijnbergen, “Hogere lonen werken averechts”, Me Judice, 18 februari 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.