Ingrijpen door De Nederlandsche Bank vergt vlijmscherpe regels

Ingrijpen door De Nederlandsche Bank vergt vlijmscherpe regels image
6 feb 2009 | | 2254 keer bekeken
Niets menselijks is banktoezichthouders vreemd en de psychologische krachten van het bekende omstanderprobleem hebben verlammend op het toezicht gewerkt. Toezichthouders als DNB kunnen niet ingrijpen bij regels die enige ruimte voor interpretatie laten. Daarom dienen banken volgens Jan Bouwens in het vervolg onder vlijmscherpe regels te vallen.

Wanneer een drenkeling te water ligt terwijl omstanders hiervan getuige zijn is het allerminst zeker dat hij wordt gered. In tegendeel hoe meer omstanders, hoe kleiner de kans op redding. In de psychologische literatuur wordt dit fenomeen beschreven in het zo geheten bystander effect. Om in te grijpen moet iemand de gebeurtenis opmerken. Tevens moet de waarnemer een gebeurtenis als een noodsituatie aanmerken, moet deze zich verantwoordelijk voelen en moet hij of zij bovendien in staat zijn om in te grijpen. Het omstanderprobleem beperkt zich niet tot spontane noodsituaties maar is tevens van toepassing op het openbare bestuur. De jurist Adam Gershowitz beschreef dat gouverneurs en rechtbanken elkaar de zwarte piet toeschuiven over de vraag wie er verantwoordelijk is voor gratieverlening bij de doodstraf. Het hoger gerechtshof verwijst naar het prerogatief van de gouverneur en de gouverneur verschuilt zich achter de beroepsmogelijkheden van de veroordeelde. Doordat niemand de verantwoordelijkheid neemt vinden meer executies doorgang dan wanneer bestuurder of rechter zijn verantwoordelijkheid op zich zou hebben genomen. Ook binnen het toezichtstelsel van banken is het waarschijnlijk dat we getuige zijn van het ‘bystander effect’.

De bankwereld is net de gewone wereld

De Nederlandsche Bank staat nu toe dat commerciële banken hun leencapaciteit vergroten door leningen door te verkopen aan marktpartijen zoals pensioenfondsen. Echter, verkoop geschiedt voor een kortere tijd dan de looptijd van de leningen. Banken moeten dan de leningen terugkopen en een nieuwe koper vinden. Deze situatie lijkt onschuldig totdat blijkt dat niemand de leningen nog wil kopen.

In de loop van de jaren is het banken toegestaan steeds exotischer pakketten van leningen samen te stellen en ter verkoop aan te bieden. Een bank die dat veel deed, heette Lehman Brothers. Zij verkocht leningen van derden onder de garantie dat mocht zich voor de pakketten geen koper aanbieden, Lehman de pakketten zou overnemen. Zulke praktijken waren mogelijk omdat geen toezichthouder het gevaar zag of ernaar wilde handelen vanwege het omstandereffect. Zelfs in mei 2008 meldde Nout Wellink nog: ‘Regels, hoe belangrijk ze ook zijn, moeten ruimte laten voor innovaties.’ En inderdaad, Lehman was innovatief maar zocht onaanvaardbare risico’s op. Als toezichthouders gevaar zagen, was de kans op ingrijpen erg klein. Want wie wil de verantwoordelijkheid nemen om een commerciële bank te beknotten? Wellink zag dus geen nood. Wellink in dezelfde speech: ‘Het alternatief van zeer strakke regulering, hoge toezichtkosten en beknotte innovatie is ook onwenselijk.’

Alleen scherpe regels helpen

Achteraf doet het er ook niet toe of we te maken hadden met onmacht of onwil. Kennelijk is een toezichthouder niet in staat te handelen zolang banken formeel aan de regels voldoen. Dat betekent dat maar een weg begaanbaar is: die van strakkere regels. Zo mogen banken nog altijd hun leningpakketten tijdelijk van de hand doen. De kans op een kredietcrisis wordt echter veel kleiner als de regel zou gelden dat de verkoop van pakketten van leningen gelijk moet zijn aan de looptijd van de leningen die zijn opgenomen in de pakketten. Kopers worden dan voorzichtiger wanneer zij de pakketten beoordelen. Immers, bij tijdelijke overdracht is het onwaarschijnlijk dat precies in de overdrachtperiode de schuldenaren niet aan de verplichtingen van de onderliggende leningen kunnen voldoen. Als het onderliggende pakket bijvoorbeeld een looptijd heeft van negentig dagen dan bestaat het risico voor de koper van het pakket alleen in die periode. Omdat kopers bij een permanente aankoop van de leningen meer aandacht zullen schenken aan het te verwachten risico over de gehele looptijd van de lening zal ook de verkopende bank dit doen. DNB hoeft dan nog enkel te letten op de vraag of de bank de scherpere regel toepast en het is dan inderdaad niet nodig dat de centrale bank zich met de commerciële producten van de particuliere bank bemoeit. Immers, het inherente risico op commerciële wildgroei is met de regel weggenomen. Per saldo is dan zelfs minder toezicht nodig!

* Met dank aan Jacques Sijben en Sylvester Eijffinger voor hun commentaren. Bovenstaand voorstel verscheen in verkorte vorm in het Financieel Dagblad van 19 januari 2009.

Referenties:

Adam Gershowitz (2001). Diffusion of responsibility in Capital Clemency, Journal of Law and Politics, 17(4).

Latané, B. (1970), The Unresponsive Bystander: Why Doesn't He Help? Prentice Hall.

Wellink, N., 2008, 'De creatieve economie is een open economie', speech in het kader van het Jong DNB seminar 15 mei 2008.

Te citeren als

Jan Bouwens, “Ingrijpen door De Nederlandsche Bank vergt vlijmscherpe regels”, Me Judice, 6 februari 2009.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.