Japanse tsunami vergt niet alleen fysieke maar ook economische veerkracht

Japanse tsunami vergt niet alleen fysieke maar ook economische veerkracht image
De Japanse economen Ogawa en Tokutsu en de Groningse econoom Sterken komen op uitnodiging van Me Judice tot een voorzichtige inschatting van wat de Tohoku-ramp van 11 maart 2011 voor de Japanse economie betekent. Gegeven de veerkracht van de Japanse economie ligt een gematigde krimp in de rede. Meer dan in het verleden zal die veerkracht moeten steunen op overheidsschuldfinanciering, die op haar beurt weer gevoed moet worden door Japanse spaarders.

Kosten van natuurrampen

De economische gevolgen van natuurrampen zijn moeilijk vast te stellen, zo ook in het geval van de Tohoku-ramp van 11 maart 2011 in het Noorden van Japan. Rampen zijn niet frequent, maar de gevolgen voor de economische ontwikkeling kunnen lokaal veel omvangrijker zijn dan normale conjunctuureffecten. Wat betreft de kosten kan men ex ante kosten van preventie in ogenschouw nemen, maar veel meer in het oog lopend zijn natuurlijk de ex post kosten van een ramp. Het is dan verstandig om een onderscheid te maken tussen de directe kosten, zoals het verlies van levens, een stijging van de stervenskans en de vernietiging van infrastructuur, en de indirecte kosten zoals het verlies van productie, consumptie en investeringen ten gevolge van de ramp. In deze kosten moet ook worden inbegrepen de kosten van het gedwongen gebruik van suboptimale productieprocessen. Voor een database met een consistent overzicht van rampen kan men zich het beste wenden tot de website van het Center for Research on the Epidemiology of Disasters van de Katholieke Universiteit Leuven

Gevolgen in het algemeen: gematigde krimp

De exacte gevolgen van de Tohoku-ramp zijn nog niet precies vastgesteld. Het dodental wordt op ongeveer 20 duizend personen geraamd, maar de gevolgen van vooral de tsunami en de problemen rond de kernreactoren in Fukushima zijn nog onduidelijk. Op basis van historische studies is het wellicht mogelijk een inschatting te maken van de mogelijke invloed van de ramp op de Japanse economie. Men dient onderscheid te maken tussen de korte- en langetermijn invloed van een ramp. In de literatuur wordt daarbinnen ook nog veelal een onderscheid gemaakt tussen geologische en klimaatrampen, waarbij geologische rampen er nog minder rooskleurig vanaf komen. Cavallo en Noy (2010) laten in een literatuuroverzicht zien dat de meeste kortetermijn studies een gematigde negatieve ontwikkeling (0-2% krimp) aantonen. Uitzonderingen daarop kunnen relatief kleine rampen zijn, omdat een herstelplan dan een relatief belangrijke invloed heeft. De langetermijn analyses zijn technisch meer problematisch en laten nauwelijks effecten van rampen op de groei van het inkomen per hoofd zien.

Behalve geografische factoren zijn er institutionele determinanten van de impact van natuurrampen. Landen met een meer evenredige inkomensverdeling zijn over het algemeen beter in staat om preventie te bekostigen. Daarnaast hebben rampen in meer welvarende landen met betere eigendomsrechten, meer zekerheid en een beter werkende democratie, minder ingrijpende gevolgen.Grotere landen zijn relatief meer gevoelig voor het optreden van rampen maar hebben ook meer mogelijkheden om aan preventie en herstel te bekostigen.

Gevolgen Tohoku-ramp

Indien men met deze kennis de Tohoku-ramp beschouwt kan men trachten een inschatting te maken van de gevolgen voor de Japanse economie. In Japan is de Grote Hanshin-aardbeving van 17 januari 1995 in de buurt van de stad Kobe met ongeveer 6500 doden de laatste grote aardbeving in Japan. De Hanshin-beving was minder krachtig dan de Tohoku-ramp (7,3 versus 9,0 op de schaal van Richter), maar voltrok zich in de dichter-bevolkte Kansai-regio. De directe schade in Kobe bedroeg destijds ruim 2% van het GDP en de schattingen van de indirecte schade belopen in de buurt van nog eens 1% van het GDP. De bijdrage van de Kobe-regio aan de Japanse economie was evenwel 7%, terwijl het nu getroffen gebied ongeveer 4% van de Japanse economie vertegenwoordigt. De Tohoku-ramp betreft evenwel niet alleen de beving, maar ook de gevolgen van de tsunami en de problemen met de (kern)energievoorzieningen.

Een voorzichtige schatting van de schade bedraagt ongeveer 200 miljard US dollar (ongeveer 4% van het Japanse GDP). Deze schade zal tot gevolg hebben dat de Japanse economie in het eerste kwartaal van 2011 wellicht een krimp van ongeveer 0,5-1% laat zien. De ervaring met re economische reactie op de beving in Kobe leert dat de Japanse economie evenwel een sterke veerkracht kent. Het toenmalige herstelpakket zorgde er voor dat na ongeveer zes kwartalen de regio Kobe ongeveer weer op het oude niveau teruggekomen was. Het ligt nu ook weer in de rede dat de Japanse overheid een uitgebreid herstelpakket zal inzetten, waardoor de veerkracht van de Japanse samenleving wellicht tot een spoedig herstel leidt..

Het grote verschil met 1995 is de stand van de overheidsfinanciën. In 1995 bedroeg de schuldquote van de Japanse overheid ongeveer 20% tegen 120% nu. Het begrotingstekort was destijds 5% tegen 10% nu. De bewegingsruimte van schuldfinanciering is beperkt, terwijl een alternatief als belastingverzwaring waarschijnlijk averechts werkt en structurele monetaire verruiming onmogelijk is. Men zal het dus met schuldfinanciering moeten doen en dus als overheid nog meer afhankelijk worden van de Japanse spaarders. Maar als het herstelplan er komt, is het waarschijnlijk dat de Japanse economie vanaf het tweede kwartaal opveert.

Een open vraag die Japan de komende jaren zal moeten beantwoorden is: hoe ver reikt de Japanse veerkracht? Als het verleden een leidraad is dan is die veerkracht ruimschoots aanwezig, maar een belangrijke kanttekening is dat in het verleden de Japanse bevolking nog groeide. Inmiddels behoort Japan tot een van de meest vergrijsde landen in de wereld, maar wellicht dat Japan kan aantonen dat de veerkracht ook in een vergrijsd land nog ruimschoots aanwezig is.

Referenties

Eduardo Cavallo en Ilan Noy (2010), The Economics of Natural Disasters, Inter-American Development Bank, Working Paper 124.: Roberto Devido, Flickr

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice.

Te citeren als

Kazuo Ogawa, Elmer Sterken, Ichiro Tokutsu, “Japanse tsunami vergt niet alleen fysieke maar ook economische veerkracht”, Me Judice, 21 maart 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.